Circulaire 2018/C/109 over de forfaitaire vergoedingen voor dienstreizen in het buitenland

Forfaitaire vergoedingen toegekend voor dienstreizen in het buitenland. Bedragen van toepassing vanaf 06.07.2018.

vergoeding ; vergoeding van dienstreizen ; vergoeding voor buitenlandse reis ; terugbetaling van eigen kosten van de werkgever ; niet-belastbare vergoeding

FOD Financiën, 12.09.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

BIJLAGE: 1

1. Forfaitaire vergoedingen voor dienstreizen in het buitenland zijn een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever, wanneer zij niet meer bedragen dan de 'dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen' die de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking per land vastlegt voor ambtenaren die behoren tot de 'carrière Hoofdbestuur' (1).

(1) Zie de circulaire nr. Ci.RH.241/534.514 van 11.05.2006.

2. Het ministerieel besluit van 02.07.2018 (2), stelt vanaf 06.07.2018 nieuwe dagelijkse forfaitaire verblijfsvergoedingen vast. De tabel 'Categorie 1' van dat ministerieel besluit bevat de vergoedingen toegekend aan ambtenaren van de 'carrière Hoofdbestuur'.

(2) Ministerieel besluit houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan personeelsleden en afgevaardigden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies (BS 06.07.2018).

3. De bijlage aan deze circulaire herneemt per land de dagelijkse forfaitaire vergoedingen die van toepassing zijn vanaf 06.07.2018.

4. Let op: enkel werknemers en bedrijfsleiders die hun beroepswerkzaamheden in vergelijkbare omstandigheden uitoefenen als de ambtenaren van de 'carrière Hoofdbestuur' van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, komen in aanmerking.

Dit zijn werknemers en bedrijfsleiders die hoofdzakelijk een sedentaire beroepswerkzaamheid uitoefenen en in het kader daarvan éénmalig, occasioneel of zelfs regelmatig dienstreizen naar het buitenland maken.

5. Een 'dienstreis' is daarbij een opdracht van korte duur in het buitenland in effectieve dienst of opdracht van de werkgever of vennootschap waarin men werknemer of bedrijfsleider is, met een maximum van 30 kalenderdagen (3).

(3) Zie nr. 15 en 16 van de circulaire nr. Ci.RH.241/534.514 van 11.05.2006.

6. De belastingplichtigen (werknemers/bedrijfsleiders) voor wie verplaatsingen van en naar het buitenland deel uitmaken van hun normale, dagelijkse beroepsactiviteit, komen niet in aanmerking. In die omstandigheden zijn de verplaatsingen van en naar het buitenland geen 'dienstreizen' (4).

(4) Zie nr. 6 van de circulaire nr. Ci.RH.241/598.417 van 15.04.2011.

Interne ref. : 716.453