Aanschrijving nr. 123 dd. 05.08.1971

AANSCHRIJVING 71/123

Aanschrijving nr. 123 dd. 05.08.1971


Bijzondere regeling
Landbouwonderneming
Landbouwondernemer
Tuinder
Facturering
Korting
Aftrek
Suikerfabriek
Aankoopborderel
Suikerbiet
Pulp
Bietenpulp
Tabel A
Periodieke aangifte
Maandelijkse aangifte
Maatstaf van heffing
Samenstelling van de maatstaf van heffing
Rubriek XII
Tarief


De leveringen van suikerbieten door de planters aan de suikerfabrieken zijn in de regel gespreid over de periode die begrepen is tussen 1 oktober en 10 december van elk jaar.

De basisprijs wordt berekend voor bieten die vertrekkensgereed op een wagon of op een vrachtwagen geladen zijn. Sinds het teeltjaar 1971-1972 wordt die prijs normaal in drie betalingen voldaan, te weten : een eerste voorschot in de loop van de maand december van het rooijaar, een tweede voorschot in de loop van de hieropvolgende maand januari, en het saldo op het einde van de maand juni.

Volgens een overeenkomst welke tussen de vertegenwoordigers van de planters en die van de suikerfabrikanten is afgesloten, behoudt de planter zich de eigendom voor van de pulp die van zijn bieten voortkomt, en wordt de voor de bieten betaalde prijs dienovereenkomstig vastgesteld. De voorbehouden pulp moet worden geleverd "geladen, af fabriek". De planter kan evenwel hetzij al de pulp of een gedeelte ervan niet terugnemen, in welk geval de prijs van de bieten verhoogd wordt met de waarde van de aan de fabriek afgestane pulp, hetzij een grotere hoeveelheid pulp bekomen dan die welke voortkomt van door hem geleverde bieten, mits betaling van de waarde ervan.

Dezelfde overeenkomst bepaalt bovendien een reeks feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot een prijsverhoging ten voordele van de planter, of tot zekere afhoudingen te zijnen laste.

Deze aanschrijving heeft tot doel de toepassingsmodaliteiten inzake BTW op deze leveringen te regelen. Op sommige punten wijkt zij af van de gewone regeling.

1. Uitreiken van inkoopborderellen.

Wanneer de planter als landbouwondernemer onderworpen is aan de bijzondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek van de BTW, mag het stuk (inkoopborderel), dat de suikerfabriek hem moet uitreiken krachtens artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970, bij afwijking van deze beschikking worden opgemaakt en aan de planter worden overhandigd bij de betaling van het tweede voorschot (in de loop van de maand januari) als bewijs van de betaling van de eerste twee voorschotten, en bij de betaling van het saldo (in de loop van de maand juni) als bewijs van deze laatste betaling.

De suikerfabriek mag dit inkoopborderel echter reeds bij de betaling van het eerste voorschot aan de planter uitreiken (in de loop van de maand december), tot beloop van het bedrag van dit voorschot.

De hierboven bedoelde stukken moeten volgende vermeldingen bevatten : de datum, het volgnummer waaronder het stuk is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen van de suikerfabriek, de naam van de suikerfabriek en van de planter, de periode van de levering, de hoeveelheid geleverde bieten, het voorschot of het saldo dat van de planter toekomt met vermelding van de gegevens die voor net bepalen van dit bedrag nodig zijn, het tarief van de forfaitaire terugbetaling dat van toepassing is op het ogenblik van de leveringen (thans 5,50 pct.) en het bedrag van de belasting die aan de landbouwondernemer wordt terugbetaald.

Indien reeds bij de betaling van een voorschot een stuk aan de planter werd uitgereikt, dient elk stuk dat later tijdens hetzelfde teeltjaar wordt uitgereikt een verwijzing te bevatten naar het (de) vroegere dokument(en), en het mag de planter niet crediteren voor een bedrag aan belasting waarvoor hij reeds vroeger werd gecrediteerd.

Bij afwijking van artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 22, zijn de landbouwondernemers die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek, niet verplicht een exemplaar van de hierboven bedoelde stukken voor akkoord te ondertekenen en terug te sturen naar de suikerfabriek.

2. Planters onderworpen aan de normale regeling van de belasting.

Wat de planters betreft die aan de gewone regeling van de belasting onderworpen zijn, neemt het bestuur aan dat de suikerfabriek zelf, in plaats van de planter, het stuk opmaakt dat de verrichting vaststelt. Dit stuk mag worden opgemaakt onder vorm van een inkoopborderel op dezelfde wijze en op dezelfde tijdstippen als aangeduid onder cijfer 1, onder dit voorbehoud nochtans dat de BTW erop moet berekend worden tegen het gewoon tarief dat toepasselijk is op de leveringen van suikerbieten (thans 6 pct.). In dit geval echter dient het stuk in tweevoud te worden overhandigd aan de planter die het moet inschrijven in zijn boek voor uitgaande facturen, om het bedrag van de verrichting en van de BTW op te nemen in zijn periodieke aangifte (vakken O1 en 11). De planter bewaart het eerste exemplaar van het inkoopborderel en stuurt het tweede exemplaar naar de suikerfabriek terug na er de vermelding : "Boek voor uitgaande facturen, volgnummer nr, .... ", te hebben op aangebracht en na het voor akkoord ondertekend te hebben.

3. Periodieke BTW-aangiften.

Voor ieder aangiftetijdvak (één maand) waarin de suikerfabriek stukken heeft uitgereikt aan landbouwondernemers die aan de bijzondere regeling onderworpen zijn, neemt zij die verrichtingen op in haar BTW-aangifte (vak 51 : bedrag van het voorschot of van het saldo, BTW niet inbegrepen; vak 14 : de BTW die op de leveringen verschuldigd blijft - thans 0,50 pct.; vak 21 : aftrekbare BTW).

Zij gaat op dezelfde wijze tewerk wat de stukken betreft die zij heeft uitgereikt aan planters die aan de normale regeling onderworpen zijn. In dit geval echter kan zij de BTW maar in aftrek brengen (vak 21 van de aangifte) indien zij, op het ogenblik van de indiening van de aangifte in het bezit is van het door de planter aangevulde en teruggestuurde exemplaar van het inkoopborderel (z. cijfer 2 hiervoor).

Van zijn kant neemt de planter die aan de normale regeling van de belasting onderworpen is de verrichting op in zijn aangifte voor het tijdvak waarin hem het stuk werd uitgereikt (vak O1 : maatstaf van heffing; vak 11 : verschuldigde BTW).

4. Vaststellen van de maatstaf van heffing voor de levering van de bieten.

Het bestuur zal de draagwijdte niet bekritiseren welke door de planters en de suikerfabrieken gegeven wordt aan de clausule die betrekking heeft op het voorbehoud van eigendom van de pulp. Bijgevolg moet de waarde van de pulp die door de planter wordt teruggenomen, en die in verhouding is tot de door hem geleverde hoeveelheid suikerbieten, niet bij de basisprijs van de bieten worden gevoegd voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de levering van deze bieten, en anderdeels kan worden aangenomen dat geen belastbare leveringen van pulp plaats grijpen.

Voor het overige moeten volgende elementen in aanmerking worden genomen (in meer of in min volgens het geval) voor het vaststellen van de bovenbedoelde maatstaf van heffing :

a) de aanpassing (toeslag of refactie) van de basisprijs der bieten, wanneer het suikergehalte van de geleverde produkten hoger of lager is dan 16 graden;

b) de aanpassing (toeslag of refactie) van de basisprijs, wanneer de tarra hoger of lager is dan 20 pct.;

c) de waarde van de door de planter niet teruggenomen pulp die hem door de suikerfabriek vergoed wordt;

d) de vermindering die op de basisprijs wordt toegepast wanneer de suikerfabriek zelf oplaadt bij het ophalen van de bieten;

e) de prijsverhoging welke toegestaan wordt aan de planter die zelf de bieten vervoert naar de suikerfabriek of dit vervoer toevertrouwt aan een vervoerder.

Aan de prijs moeten daarentegen niet worden toegevoegd om de maatstaf van heffing te bepalen :

1 de vergoeding waarop de planter recht heeft wanneer zijn leveringen over meer dan acht weken moesten worden gespreid;

2 de vergoeding die aan de planter toekomt wegens het laattijdig ophalen van de bieten door de suikerfabriek, wanneer deze er zicht toe verbonden had deze ophaling te doen.

Evenzo moeten de volgende sommen niet van de prijs worden afgetrokken voor het bepalen van de maatstaf van heffing :

1 de afhouding welke wordt toegepast lastens een planter die verkeerdelijk een grotere hoeveelheid bieten geleverd heeft dan zijn contingent of dan in het vastgesteld programma voorzien was;

2 de afhouding die door de suikerfabriek verricht wordt ten voordele van de beroepsorganisaties van planters, belast met het verzekeren van het toezicht op aannemingen.

5. Andere elementen van de afrekeningen. De stukken die door de suikerfabriek aan de planter worden overhandigd om de afrekening vast te stellen van de betaalde voorschotten of van het saldo dat hem toekomt, kunnen tezelfdertijd verscheidene leveringen of dienstprestaties vaststellen, die door de suikerfabriek aan de planter werden verstrekt, Dit is onder meer het geval voor de bijkomende leveringen aan de planter van pulp (pulp boven de hoeveelheid die voortkomt van de door hem geleverde bieten) en voor het drogen van pulp waarvan de planter zich de eigendom voorbehield. Deze verrichtingen zijn onderworpen aan het BTW-tarief van 6 pct. (z. koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, bijlage, tabel A, rubriek XII, 4, en artikel 38 van het Wetboek). Dit is ook nog het geval voor de vergoeding verschuldigd door de planter aan de suikerfabriek die het vervoer van de pulp verzekert vanuit de fabriek tot aan de hoeve. Deze vergoeding is onderworpen aan het BTW-tarief van 18 pct. (vervoer van goederen), tenzij het bewezen is dat zij betrekking heeft op bijkomende pulp die door de planter werd aangekocht; in dit geval maakt de vergoeding deel uit van de maatstaf van heffing voor deze aankoop (toepasselijk tarief 6 pct.; z. artikel 26, 2de lid, van het wetboek).

In de gevallen bedoeld onder dit cijfer 5, dient het stuk dat door de suikerfabriek aan de planter wordt overhandigd en als inkoopborderel voor de bieten en als factuur voor bovenvermelde verrichtingen. Dit stuk moet dan ook door de suikerfabriek als een verkoopfactuur worden behandeld (inschrijving in het boek voor uitgaande facturen; gegevens op te nemen in de periodieke BTW-aangifte in de vakken 01 of 03 wat de maatstaf van heffing betreft, en in vak 11 voor de verschuldigde BTW). De bovenbedoelde stukken moeten derwijze worden opgemaakt dat daaruit duidelijk hun dubbele functie blijkt.