Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 4e afl. dd. 29.08.1990
CIRC 29.08.90/1
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 4e afl. dd. 29.08.1990
Bull. nr. 698, pag. 2631
FISCALE BEPALINGEN 1989
Vrijgestelde giften
VRIJGESTELDE GIFTEN
Aftrekbaar bedrag
Giften aan V.Z.W.'s van politieke partijen
Commentaar op art. 249, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen, m.b.t. de aftrekbaarheid van vrijgestelde giften.
Inhoudstabel nrs. I. WETTEKST II/401 II. DRAAGWIJDTE II/402 tot II/404 III. INWERKINGTREDING II/405 I. WETTEKST
II/401
Art. 249, W. 22.12.1989 heeft art. 110, WIB aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt :
"Het percentage van 10 pct. en het maximumbedrag van 10 miljoen frank als bedoeld in artikel 71, § 2, derde lid, worden voor de toepassing van dit artikel respectievelijk op 5 pct. en op 20 miljoen frank gebracht".
II. DRAAGWIJDTE
II/402
Omdat de grenzen inzake de aftrekbaarheid van giften in geld te eng gebleken zijn ten aanzien van inzonderheid vennootschappen die stortingen doen ter aanmoediging van het wetenschappelijke onderzoek of ten bate van de cultuur (zie Senaat, zittijd 1989-1990, stuk 806-1, blz. 54), is de grens inzake het maximaal aftrekbare bedrag van giften in geld verhoogd tot 20.000.000 F (voorheen 10.000.000 f).
Anders dan op het stuk van de PB is de beperking (5 pct.) ten opzichte van de winst van de vennootschap vóór aftrek van die giften ongewijzigd gebleven.
II/403
Zulks impliceert dat giften in geld slechts kunnen worden afgetrokken voor zover het totaal ervan niet meer bedraagt dan 5 pct. van het in de 1e bewerking vastgestelde bedrag van de fiscale winst (d.w.z. het totaal van de belastbare reserves, de verworpen uitgaven en de belastbare dividenden of inkomsten van belegde kapitalen), met een absoluut maximum van 20.000.000 F.
Deze grens van 20.000.000 F wordt -in tegenstelling tot de gelijkaardige grens van 10.000.000 F voor aan de PB onderworpen belastingplichtigen- niet geïndexeerd.
II/404
Terloops wordt opgemerkt dat het aftrekbare bedrag van giften aan politieke instellingen als bedoeld in art. 71, § 1, 4°, i, WIB, met ingang van het aj. 1991 op ten hoogste 350.000 F (i.p.v. 2.000.000 F) per begunstigde instelling is vastgesteld, uiteraard zonder afbreuk te doen aan de voormelde grenzen van 5 pct. en 20.000.000 F (zie art. 27, § 2, W. 04.07.1989, betreffende de beperking en de controle van verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, V. 1993 - B. 687).
III. INWERKINGTREDING
II/405
De bepalingen van art. 249, W. 22.12.1989, zijn van toepassing met ingang van het aj. 1991 (art. 333, § 1, 3°, van diezelfde Wet).
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 4e afl. dd. 29.08.1990
Bull. nr. 698, pag. 2631
FISCALE BEPALINGEN 1989
Vrijgestelde giften
VRIJGESTELDE GIFTEN
Aftrekbaar bedrag
Giften aan V.Z.W.'s van politieke partijen
Commentaar op art. 249, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen, m.b.t. de aftrekbaarheid van vrijgestelde giften.
GIFTEN
Inhoudstabel nrs. I. WETTEKST II/401 II. DRAAGWIJDTE II/402 tot II/404 III. INWERKINGTREDING II/405 I. WETTEKST
II/401
Art. 249, W. 22.12.1989 heeft art. 110, WIB aangevuld met een tweede lid dat luidt als volgt :
"Het percentage van 10 pct. en het maximumbedrag van 10 miljoen frank als bedoeld in artikel 71, § 2, derde lid, worden voor de toepassing van dit artikel respectievelijk op 5 pct. en op 20 miljoen frank gebracht".
II. DRAAGWIJDTE
II/402
Omdat de grenzen inzake de aftrekbaarheid van giften in geld te eng gebleken zijn ten aanzien van inzonderheid vennootschappen die stortingen doen ter aanmoediging van het wetenschappelijke onderzoek of ten bate van de cultuur (zie Senaat, zittijd 1989-1990, stuk 806-1, blz. 54), is de grens inzake het maximaal aftrekbare bedrag van giften in geld verhoogd tot 20.000.000 F (voorheen 10.000.000 f).
Anders dan op het stuk van de PB is de beperking (5 pct.) ten opzichte van de winst van de vennootschap vóór aftrek van die giften ongewijzigd gebleven.
II/403
Zulks impliceert dat giften in geld slechts kunnen worden afgetrokken voor zover het totaal ervan niet meer bedraagt dan 5 pct. van het in de 1e bewerking vastgestelde bedrag van de fiscale winst (d.w.z. het totaal van de belastbare reserves, de verworpen uitgaven en de belastbare dividenden of inkomsten van belegde kapitalen), met een absoluut maximum van 20.000.000 F.
Deze grens van 20.000.000 F wordt -in tegenstelling tot de gelijkaardige grens van 10.000.000 F voor aan de PB onderworpen belastingplichtigen- niet geïndexeerd.
II/404
Terloops wordt opgemerkt dat het aftrekbare bedrag van giften aan politieke instellingen als bedoeld in art. 71, § 1, 4°, i, WIB, met ingang van het aj. 1991 op ten hoogste 350.000 F (i.p.v. 2.000.000 F) per begunstigde instelling is vastgesteld, uiteraard zonder afbreuk te doen aan de voormelde grenzen van 5 pct. en 20.000.000 F (zie art. 27, § 2, W. 04.07.1989, betreffende de beperking en de controle van verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, V. 1993 - B. 687).
III. INWERKINGTREDING
II/405
De bepalingen van art. 249, W. 22.12.1989, zijn van toepassing met ingang van het aj. 1991 (art. 333, § 1, 3°, van diezelfde Wet).
Bron: FisconetPlus
