Circulaire nr. Ci.RH.244/454.149 dd. 24.12.1993

CIRC 24.12.93/1

Circulaire nr. Ci.RH.244/454.149 dd. 24.12.1993


Bull. nr. 735, pag. 325

BEDRIJFSVOORHEFFING
Bestuurder
Werkend vennoot

BEZOLDIGING VAN BESTUURDER
Huur

BEZOLDIGING VAN WERKEND VENNOOT
Huur

FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Bezoldiging van bestuurder
Bezoldiging van werkend vennoot


Berekeningswijze van de BV die verschuldigd is op het gedeelte van de huurprijzen en de huurvoordelen dat als bezoldigingen van bestuurders of van werkende vennoten moet worden aangemerkt.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

INHOUDSTABEL Nrs. ---- I. Inleiding 1 II. Gedeelte van het inkomen dat aan de BV moet worden onderworpen 4 III. Berekeningsregels van de BV 6 IV. Toepassingsvoorbeelden 9 V. Inwerkingtreding 12 I. Inleiding

1. De talrijke vragen omtrent de vaststelling van de BV die verschuldigd is op het bedrag van de huur dat als een bezoldiging van een bestuurder of van een werkend vennoot moet worden aangemerkt (zie circ. Ci.D.19/444.905, 11e aflevering van 4.5.1993) hebben de administratie ertoe gebracht de volgende richtlijnen te verstrekken.

2. In principe moeten de huurprijzen en de huurvoordelen die als beroepsinkomsten van bestuurder of van werkende vennoot worden aangemerkt, aan de BV worden onderworpen volgens de regels opgenomen in de nrs. 36 tot 41 van de Bijlage III bij het KB/WIB 92.

3. Er wordt aan herinnerd dat het gedeelte van de huurprijs en van de huurvoordelen dat als een inkomen van een bestuurder of van een werkend vennoot moet worden aangemerkt, gelijk is aan het positieve verschil tussen :

  • enerzijds, het totaal van de van de vennootschap ontvangen huurprijs en huurvoordelen;
  • en, anderzijds, vijf derden van het gerevaloriseerd KI.


Dat gedeelte wordt hierna "te herkwalificeren inkomen" genoemd.

II. Gedeelte van het inkomen dat aan de BV moet worden onderworpen

4. De huren die maandelijks, driemaandelijks of halfjaarlijks worden betaald, worden naargelang van het geval geacht 1/12, 1/4 of 1/2 van het te herkwalificeren inkomen te bevatten (zie de voorbeelden onder de nrs. 9 en 10). Hetzelfde geldt voor de huurvoordelen die met dezelfde periodiciteit worden toegekend.

5. Wanneer een huurvoordeel slechts eens per jaar wordt toegekend (bijvoorbeeld de door de vennootschap gedragen OV) moet als volgt worden gehandeld :

  • indien de in nr. 4 bedoelde inkomsten reeds aanleiding geven tot overschrijding van het grensbedrag dat als onroerend inkomen wordt aangemerkt, moet het volledige voordeel aan de BV worden onderworpen;
  • in het tegenovergestelde geval, moet het gedeelte van het huurvoordeel dat die overschrijding teweegbrengt worden berekend.


Er moet geen nieuwe berekening worden gemaakt van het te herkwalificeren inkomen dat wordt geacht begrepen te zijn in de periodieke huren die later tijdens hetzelfde jaar worden betaald.

III. Berekeningsregels van de BV

6. Indien de huur maandelijks wordt betaald, moet 1/12 van het te herkwalificeren inkomen als een periodieke bezoldiging worden aangemerkt die - eventueel gevoegd bij de bezoldiging van dezelfde maand - als een maandelijkse bezoldiging aan de BV is onderworpen overeenkomstig de in de nrs. 36 tot 39 van de voormelde Bijlage III opgenomen regels.

De berekeningsgrondslag van de BV moet, in voorkomend geval, met de maandelijks toegekende huurvoordelen worden vermeerderd.

7. In alle andere gevallen moet het te herkwalificeren inkomen overeenkomstig de in nr. 41 van dezelfde Bijlage III opgenomen regel aan de BV worden onderworpen als een niet-periodieke bezoldiging.

Het te herkwalificeren inkomen wordt beschouwd als een inkomen van de maand van betaling van de huur of van de toekenning van de huurvoordelen.

8. Het aan de PB te onderwerpen bedrag van de voor meerdere jaren vooruitbetaalde huur mag over de gehele periode waarop de betaling betrekking heeft worden verdeeld, mits schriftelijk en onherroepelijk akkoord van de belastingplichtige. Hetzelfde geldt voor de huurvoordelen die bestaan uit een eenmalige uitgave van de vennootschap-huurster (zie nrs. I/222 en 223 van de circ. Ci.D.19/444.905, 11e aflevering van 4.5.1993).

Er werd beslist in dat geval slechts het gedeelte van de huurprijzen en van de huurvoordelen dat op het eerste van de betrokken jaren betrekking heeft, aan de BV te onderwerpen.

Het jaargedeelte van de huurprijzen en van de huurvoordelen dat als een te herkwalificeren inkomen moet worden aangemerkt, is evenwel voor ieder betrokken belastbaar tijdperk in de PB belastbaar, en moet bijgevolg worden opgenomen onder de belastbare bezoldigingen die alsdusdanig op de fiches 281.20 en 281.21 worden vermeld.

IV. Toepassingsvoorbeelden

9.

Voorbeeld 1

Een werkend vennoot is eigenaar van een onroerend goed met een KI van 102.000 F dat hij gedurende het hele jaar 1993 voor 600.000 F per jaar aan zijn vennootschap verhuurt. De huur is maandelijks op de 5e werkdag verschuldigd.

De belastingplichtige is onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen en verkrijgt in maart 1993 een maandelijkse bezoldiging van 60.000 F bruto. Zijn echtgenote heeft persoonlijke beroepsinkomsten van meer dan 5.500 F netto per maand. Hij heeft twee kinderen ten laste. De voor de maand maart 1993 verschuldigde BV moet als volgt worden vastgesteld : a) Gedeelte van de huur van het jaar 1993 dat als een bezoldiging van werkend vennoot moet worden aangemerkt : 600.000 F - 501.500 F (1) = 98.500 F b) Berekening van de BV : 1° Brutobezoldiging : 60.000 F Gedeelte van de huur dat als een periodieke bezoldiging wordt aangemerkt : 98.500 F : 12 = 8.208 F -------- Totaal : 68.208 F 2° Vermindering : 10.500 F + 16 % van (68.208 F - 30.500 F) = - 16.533 F -------- 3° Berekeningsgrondslag van de BV : 51.675 F 4° BV volgens schaal I : 14.128 F 5° Vermindering voor kinderen ten laste : - 2.175 F -------- 6° Verschuldigde BV : 11.953 F (1) 102.000 F x 2,95 x 5/3 = 501.500 F. 10.

Voorbeeld 2

Een werkend vennoot die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen is onderworpen en wiens echtgenote persoonlijke beroepsinkomsten heeft van meer dan 5.500 F netto per maand, verkrijgt in juni 1993 een maandelijkse bezoldiging van 60.000 F bruto. Hij heeft twee kinderen ten laste.

Hij verkrijgt tijdens dezelfde maand ook een niet-periodieke bezoldiging van 300.000 F.

Bovendien is hij eigenaar van een onroerend goed met een KI van 102.000 F dat hij gedurende het ganse jaar 1993 voor 720.000 F aan zijn vennootschap verhuurt. Dit bedrag wordt hem tijdens de maand juni 1993 in één keer uitbetaald.

Ingevolge die betaling van 720.000 F is 218.500 F (720.000 F - 501.500 F (1)) het gedeelte van de huur dat als een niet-periodieke bezoldiging van een werkend vennoot moet worden aangemerkt.

De op de niet-periodieke bezoldiging van 518.500 F (300.000 F + 218.500 F) verschuldigde BV moet als volgt worden vastgesteld : 1° Het twaalfde van de niet-periodieke bezoldiging : (518.500 F : 12) = 43.208 F 2° Periodieke bezoldiging : 60.000 F --------- 3° Totaal : 103.208 F 4° Vermindering : 10.500 F + 16 % van (103.208 F - 30.500 F) = - 22.133 F --------- 5° Berekeningsgrondslag van de BV : 81.075 F 6° BV volgens schaal I : 27.496 F 7° Vermindering voor kinderen ten laste : - 2.175 F --------- 8° Verschil : 25.321 F ========= 9° Periodieke bezoldiging : 60.000 F 10° Vermindering : (10.500 F + 16 % van (60.000 F - 30.500 F) = - 15.220 F -------- 11° Berekeningsgrondslag van de BV : 44.780 F 12° BV volgens schaal I : 10.956 F 13° Vermindering voor kinderen ten laste : - 2.175 F -------- 14° Verschil : 8.781 F ======== 15° De op de niet-periodieke bezoldiging van de maand juni 1993 verschuldigde BV : 12 x (25.321 F - 8.781 F) = 198.480 F (1) 102.000 F x 2,95 x 5/3 = 501.500 F. 11. De fiches 281.20 en 281.21 betreffende de inkomsten van bestuurders en van werkende vennoten die in 1993 zijn betaald of toegekend, zullen derwijze worden aangepast dat het gedeelte van de huur dat als een beroepsinkomen moet worden aangemerkt daarop tot uiting komt.

V. Inwerkingtreding

12. De voormelde richtlijnen zijn in beginsel van toepassing op de met ingang van 1.1.1993 betaalde huren en toegekende huurvoordelen.

De gevallen waarin de vennootschap, bij gebrek aan duidelijke richtlijnen ter zake, tot dusver en te goeder trouw de BV op een andere wijze zou hebben ingehouden, moeten evenwel niet worden herzien (voorbeelden : maandelijks betaalde huur, terwijl de huurvoordelen die slechts een keer per jaar zijn betaald, in maanden zijn verdeeld en bij de huur zijn gevoegd; driemaandelijks betaalde huur, bijvoorbeeld op 30 juli, en gevoegd bij de op 15 juli betaalde periodieke bezoldiging).

De in de art. 444 en 445, WIB 92 bedoelde administratieve sancties (belastingverhogingen en administratieve boeten) moeten in die gevallen dan ook niet worden toegepast.

Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


G.A. DE GROOTE.