Circulaire nr. Ci.RH.331/532.273 (AOIF 5/2002) van 19.02.2002
CIRC 19.02.02/2
Bull. nr. 824, pag. 1011-1032
BEREKENING VAN DE PB
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Kind ten laste
ONDERHOUDSUITKERING
Belastbare uitkering
Niet-aftrekbare uitkering
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
SCHEIDING VAN DE ECHTGENOTEN
Co-ouderschap
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Kind ten laste
ONDERHOUDSUITKERING
Belastbare uitkering
Niet-aftrekbare uitkering
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
SCHEIDING VAN DE ECHTGENOTEN
Co-ouderschap
Commentaar op de art. 2 en 4, W 4.5.1999 houdende fiscale en andre bepalingen.
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
INHOUDSOPGAVE
BIJLAGEN
1. Deze circulaire bespreekt de art. 2 en 4, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen (V 2699 - Bull. 795) die respectievelijk art. 104, l° en 2°, WIB 92, wijzigen en een art. 132bis WIB 92 invoegen. De voormelde bepalingen strekken ertoe om in geval van co-ouderschap de mogelijkheid te bieden om de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over beide ouders te verdelen, met dien verstande dat in dat geval de eventuele door één van de ouders voor dezelfde kinderen betaalde onderhoudsuitkeringen niet aftrekbaar zijn van het totale netto-inkomen van de betrokkene.
2. W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen
Hoofdstuk II. - Fiscale bepalingen
Art. 2.
In artikel 104 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
l° het l° wordt als volgt aangevuld:"Evenwel zijn de uitkeringen betaald voor de kinderen voor welke de toepassing van artikel 132bis werd gevraagd, niet aftrekbaar.";2° het 2° wordt als volgt aangevuld:"Evenwel zijn de uitkeringen betaald voor de kinderen voor welke voor een vorig aanslagjaar de toepassing van artikel 132bis werd gevraagd, niet aftrekbaar. ".
Art. 4.
In hetzelfde Wetboek wordt een als volgt luidend artikel 132bis ingevoegd:
"Art. 132bis. Wanneer de vader en de moeder van een of meer kinderen ten laste, recht gevende op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° en 5°, geen deel uitmaken van hetzelfde gezin, maar gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over hun gemeenschappelijke kinderen en er het gezamenlijke hoederecht over hebben, worden de in voormeld artikel bedoelde toeslagen waarop die kinderen recht geven, verdeeld over de beide ouders, op voorwaarde dat zij daartoe gezamenlijk een schriftelijke aanvraag indienen die bij hun aangifte van de inkomstenbelastingen dient te worden gevoegd.
In dat geval worden de toeslagen waarop de gemeenschappelijke kinderen recht geven, en die vastgesteld worden ongeacht of er al of niet andere kinderen zijn in het gezin waarvan zij deel uitmaken, voor de helft toegekend aan de ouder bij wie de gemeenschappelijke kinderen hun fiscale woonplaats niet hebben, en wordt het totaal van de toeslagen waarop de andere ouder recht heeft, met eenzelfde bedrag verminderd.
De in het eerst lid genoemde aanvraag geldt slechts voor één aanslagjaar, ze kan niet worden herroepen.
Art. 8.
Dit hoofdstuk treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2000.
3. Tot en met aj. 1999 werden de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste als bedoeld in art. 132, eerste lid, 1° tot 5°, WIB 92, normaliter uitsluitend toegekend aan de ouder van wiens gezin zij deel uitmaakten (bij wie zij hun fiscale woonplaats hadden).
Art. 4 W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen, heeft een nieuwe maatregel ingevoerd ten voordele van ouders die niet (meer) van hetzelfde gezin deel uitmaken (ouders die feitelijk gescheiden leven of uit de echtgescheiden zijn), maar die gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun gemeenschappelijke kinderen blijven uitoefenen en er gezamenlijk het hoederecht over hebben (1).
(1) Voor de toepassing van die bepaling is het zonder belang dat de bedoelde ouders al of niet gehuwd zijn.
Voortaan wordt in zulk geval, overeenkomstig art132bis WIB 92, zoals ingevoegd door art. 4 W 4.5.1999, de toeslag op de belastingvrije som waarop die kinderen recht geven, vastgesteld zonder rekening te houden met eventuele andere kinderen van het gezin waarvan zij deel uitmaken, verdeeld over de beide ouders, op voorwaarde dat zij daar gezamenlijk en schriftelijk om vragen; die aanvraag moet door eik van hen bij zijn of haar aangifte in de inkomstenbelastingen worden gevoegd.
Die aanvraag kan niet worden herroepen en geldt slechts voor één aanslagjaar.
Met betrekking tot de kinderen voor wie de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som over de beide ouders is gevraagd, mogen de voor die kinderen betaalde onderhoudsuitkeringen echter niet worden afgetrokken van het totale netto-inkomen van de schuldenaar van de uitkeringen.
4. De toeslagen op de belastingvrije som waarvan sprake in art. 132bis WIB 92, die in aanmerking komen voor verdeling over beide ouders, zijn uitsluitend de toeslagen op de belastingvrije som voor 1, 2, 3, 4 of meer dan 4 kinderen ten laste waarvan sprake in art. 132, eerste lid, l° tot 5°, WIB 92.
De basisbedragen van die toeslagen op de belastingvrije som, alsmede de geïndexeerde bedragen ervan voor de aj. 2000 en 2001 enerzijds en voor de aj. 2002 en 2003 anderzijds zijn respectievelijk als bijlage 1 en bijlage 2 opgenomen.
5. De in nr. 4 vermelde toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste worden in principe verleend aan de ouder bij wie de kinderen hun fiscale woonplaats hebben, voor zover die kinderen uiteraard de voorwaarden vervullen om als ten laste van die ouder te worden aangemerkt (zie nr. 8).
6. Komen derhalve niet in aanmerking voor verdeling over beide ouders:
- de in art. 132, eerste lid, 6°, WIB 92, vermelde bijkomende toeslag op de belastingvrije som voor ieder kind dat de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt op 1 januari van het aj. en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken als bedoeld in art. 104, 7°, WIB 92 (zie bijlagen 1 en 2 voor de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen van die toeslag);
- de in art. 133, § 1, 1 °, WIB 92, vermelde toeslag op de belastingvrije som van een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe, alsook voor een ongehuwde vader of moeder die één of meer kinderen ten laste heeft (zie bijlagen 1 en 2 voor de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen van die toeslag) (2).
(2) Met ingang van aj. 2003 (inkomsten jaar 2002) wordt de in art. 133, § 1, 1 °, WIB 92, bedoelde toeslag op de belastingvrije som verleend aan een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft (cf. art. 25 B, W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelas ting, V 2971, Bull. 821).
7. Het moet gaan om niet-ontvoogde, minderjarige (3), gemeenschappelijke kinderen (afstammelingen in de eerste graad in de rechte nederda lende lijn en geadopteerde kinderen) van de beide ouders - (ex-)echtgenoten of ex-partners - die geen deel (meer) uitmaken van hetzelfde gezin.
(3) Overeenkomstig art. 372 BW blijft een kind onder het gezag van zijn ouders tot aan zijn meerderjarigheid of zijn ontvoogding.
Meerderjarige (18 jaar of meer op 1 januari van het aj.) en minderjarige ontvoogde kinderen komen dus niet in aanmerking voor het stelsel van de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som, vermits voor hen geen ouderlijk gezag meer geldt en de in de nrs. 17 tot 19 uiteengezette voorwaarde van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag derhalve niet vervuld is.
Dit betekent inzonderheid dat de hierna vermelde kinderen niet in aanmerking komen voor het stelsel van de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som:
- eigen kinderen van één der (ex-)echtgenoten (behoudens indien het eigen kinderen van één echtgenoot zou betreffen die geadopteerd waren door de andere echtgenoot) of ex-partners;
- kleinkinderen en achterkleinkinderen van de beide (ex-)echtgenoten of ex-partners of van één van hen;
- door slechts één van de beide (ex-)echtgenoten geadopteerde kinderen;
- kinderen die volledig of hoofdzakelijk ten laste waren van de belastingplichtigen toen zij nog een gezin vormden (pleegkinderen).
A. Algemeen
8. Om als ten laste van de belastingplichtige te worden beschouwd, moeten de kinderen overeenkomstig de art. 136, 141 en 145 WIB 92, aan alle hierna vermelde voorwaarden voldoen:
l° zij moeten deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige op 1 januari van het aj.;2° zij mogen persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad die meer dan 60.000 BEF netto bedragen. Dat bedrag van 60.000 BEF wordt verhoogd tot 90.000 BEF voor kinderen ten laste van een alleenstaande en tot 120.000 BEF voor gehandicapte kinderen ten laste van een alleenstaande (zie bijlage 3 voor de aangepaste en geïndexeerde bedragen van de nettobestaansmiddelen);3° zij mogen geen bezoldigingen genieten die voor de belastingplichtige beroepskosten zijn.
9. De voorwaarde dat de kinderen deel moeten uitmaken van het gezin van de belastingplichtige, houdt in dat de kinderen werkelijk en op bestendige wijze met de belastingplichtige samenwonen zonder echter tijdelijke onderbrekin gen uit te sluiten (voor meer details terzake wordt verwezen naar de nrs. 136/6 tot 20 Com.IB 92).
10. Wanneer de ouders niet (meer) samenleven (bv. tijdens een feitelijke scheiding (4), tijdens een echtscheidingsprocedure, na het definitief worden van een echtscheiding enz.) moet aan de hand van de feitelijke gegevens (werkelijke woonplaats van de kinderen, begunstigde van de kinderbijslagen) en de juridi sche gegevens (officiële woonplaats van de kinderen - cf. art. 108, eerste lid, BW; rechterlijke beslissing inzake de concrete verblijfsregeling en de inschrijving in het bevolkingsregister - cf. art. 374, vijfde lid, BW) en geval per geval worden uitgemaakt van welk gezin (dat van de vader of dat van de moeder) de kinderen op 1 januari van het aj. deel uitmaken.
(4) Vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden en voor zover die feitelijke scheiding in het belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt.
11. Het is hoe dan ook uitgesloten dat de kinderen van gescheiden (levende) ouders op fiscaal vlak tegelijkertijd door beide ouders ten laste zouden worden genomen.
12. De kinderen waarvan sprake in nr. 7, eerste lid, moeten in België recht geven op een toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste. De kinde ren die hun fiscale woonplaats hebben bij hun in het buitenland wonende vader of moeder, die in België geen inkomsten verkrijgt, geven geen recht op een toe slag op de belastingvrije som. In dit geval kan de in België wonende ouder geen aanspraak maken op een gedeelte van de toeslag op de belastingvrije som (cf. Kamer, Gewone Zitting 1998-1999, Stuk 2073/1, blz. 2).
A. Algemeen
13. De in art. 132, eerste lid, l° tot 5°, WIB 92, vermelde toeslagen op de belastingvrije som voor één of meer (gemeenschappelijke) kinderen ten laste, mogen over de beide ouders worden verdeeld wanneer deze laatsten :
- geen deel uitmaken van hetzelfde gezin;
- gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over die kinderen;
- het gezamenlijke hoederecht over die kinderen hebben;
- zich akkoord verklaren met de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som en daartoe gezamenlijk een schriftelijke aanvraag indienen die door ieder van hen bij zijn/haar aangifte in de PB of in de BNI/nat.pers. moet worden gevoegd.
14. Teneinde aanspraak te hebben op de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over de beide ouders, mogen de vader en de moeder van de kinderen geen deel uitmaken van hetzelfde gezin, m.a.w. zij mogen
niet (meer) samenleven. Die toestand wordt in principe beoordeeld op 1 januari van het aj. en zal moeten blijken uit de feitelijke omstandigheden (wijziging van de inschrijving in het bevolkingsregister enz.).
15. Wat niet-gehuwde ouders betreft die een feitelijk gezin vormden, zal het uiteraard gaan om een "feitelijke" scheiding.
Wat gehuwde of gehuwd geweest zijnde ouders betreft, gaat het om ouders die niet meer tezamen worden belast, meer bepaald ouders die :
- ofwel, feitelijk gescheiden zijn (vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden voor zover die scheiding in het belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt voor het jaar van de feitelijke scheiding worden gehuwden immers nog tezamen belast);
- ofwel, uit de echt gescheiden zijn (voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk door echtscheiding en voor de volgende jaren, ongeacht het feit dat een van hen of beiden een nieuw huwelijk is (zijn) aangegaan);
- ofwel, van tafel en bed gescheiden zijn (voor het jaar van de scheiding van tafel en bed en voor de volgende jaren zolang er geen "verzoening" tussen de echtgenoten is ingetreden).
16. Voor het jaar van huwelijk, voor het jaar van overlijden en voor internationale ambtenaren - cf. art. 128, eerste lid, l°, 3° pro parte en 4°, WIB 92) is er geen verdeling van de toeslag op de belastingvrije som over de
echtgenoten mogelijk, vermits zij deel uitmaken of uitmaakten van hetzelfde ge zin.
Tussen
ex-echtgenoten blijft het mogelijk om de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste te verdelen over de beide ouders voor het jaar waarin één van hen of beiden een nieuw huwelijk aangaat (aangaan).
17. Overeenkomstig art. 132bis, eerste lid, WIB 92, is voor de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over de beide ouders vereist dat de vader en de moeder van de kinderen waarvan sprake ge zamenlijk het ouderlijk gezag over hun gemeenschappelijke kinderen uitoefenen.
18. De uitoefening van het ouderlijk gezag ingeval de ouders van de kinderen niet samenleven wordt geregeld door art. 374 BW.
Art. 374, eerste lid, BW bepaalt dat, wanneer de ouders niet samenleven, zij het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen.
19. Bij gebrek aan overeenstemming over de organisatie van de huisvesting van de kinderen, over de belangrijke beslissingen betreffende hun gezond heid, hun opvoeding, hun opleiding en hun ontspanning en over de godsdiensti ge of levensbeschouwelijke keuzes of wanneer die overeenstemming strijdig lijkt met het belang van de kinderen, kan de rechter de uitoefening van het ouderlijk gezag echter uitsluitend aan één van beide ouders opdragen (art. 374, tweede lid, BW). In dit geval zijn de bepalingen van art. 132bis WIB 92, uiteraard niet van toepassing.
20. Een van de voorwaarden voor de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over de beide ouders, is dat de vader en de moeder het gezamenlijke hoederecht over hun gemeenschappelijke kinderen moeten hebben.
Dit gezamenlijk of gedeeld hoederecht houdt inzonderheid in dat het hoederecht werkelijk en afwisselend door elke ouder wordt uitgeoefend, zonder dat de duur van het verblijf van de kinderen bij elke ouder noodzakelijk gelijk moet zijn.
21. De verdeling van de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste over de beide ouders is afhankelijk van het indienen van een uitdrukke lijke, gezamenlijke en schriftelijke aanvraag door die ouders.
22. De aanvraag, waarvan het model is opgenomen als bijlage 4:
- kan niet worden herroepen (de belastingplichtigen kunnen er dus niet meer op terugkomen, noch in het stadium van de taxatie noch tijdens de bezwaarprocedure);
- geldt slechts voor één aanslagjaar en moet dus desgewenst elk jaar worden hernieuwd;
- moet bij de aangifte in de PB of in de BNI/nat.pers. van elke ouder worden gevoegd.
23. Bij de vaststelling van de toeslag op de belastingvrije som waarop de gemeenschappelijke kinderen recht geven en waarvan de verdeling over beide ouders is gevraagd, wordt geen rekening gehouden met de eventuele andere kinderen van het gezin waarvan zij deel uitmaken.
Wat aj. 2002 betreft, betekent dit dat de voor verdeling beschikbare toeslag voor 1 gemeenschappelijk kind gelijk is aan 1.140 EUR, voor 2 kinderen aan 2.920 EUR, voor 3 kinderen aan 6.550 EUR, voor 4 kinderen aan 10.600 EUR, voor 5 kinderen aan 14.650 EUR enz., ongeacht de eventuele andere kinderen die eveneens van het gezin deel uitmaken.
24. De
helft van de aldus vastgestelde toeslag wordt:
- toegekend aan de ouder bij wie de gemeenschappelijke kinderen hun fiscale woonplaats niet hebben;
- in mindering gebracht van het totale bedrag van de toeslagen waarop de andere ouder recht heeft.
Voor aj. 2002 wil dit zeggen dat de toeslag op de belastingvrije som die kan worden overgedragen naar de ouder bij wie de kinderen hun fiscale woonplaats niet hebben, gelijk is aan :
- 570 EUR voor 1 kind;
- 1.460 EUR voor 2 kinderen;
- 3.275 EUR voor 3 kinderen;
- 5.300 EUR voor 4 kinderen;
- 7.325 EUR voor 5 kinderen;
- enz.
25. Op 1.1.2002 hebben de heer en mevrouw Appelmans-Peers 6 kinderen ten laste, meer bepaald :
- 1 gemeenschappelijk kind, geboren op 23.10.2000 (er worden voor dit kind geen kosten voor kinderoppas afgetrokken);
- 3 kinderen uit een vorig huwelijk van mevrouw Peers met de heer Ananasse;
- 2 kinderen uit een vorig huwelijk van meneer Appelmans met mevrouw Perzik.
Alle voorwaarden inzake de verdeling van de toeslag op de belastingvrije som worden geacht te zijn vervuld.
Toeslag op de belastingvrije som voor 3 kinderen ten laste : 6.550 EUR (264.226 BEF).
Toeslag die aan meneer Ananasse mag worden overgedragen : 6.550 EUR x 1/2 = 3.275 (264.226 BEF x 1/2 = 132.113 BEF).
Toeslag op de belastingvrije som voor 2 kinderen ten laste : 2.920 EUR (117.793 BEF).
Toeslag die aan mevrouw Perzik mag worden overgedragen: 2.920 EUR x 1/2 = 1.460 EUR (117.793 BEF x 1/2 = 58.897 BEF).
Toeslag op de belastingvrije som voor 6 kinderen ten laste : 18.700 EUR (754.357 BEF), verhoogd met de bijkomende toeslag van 430 EUR (17.346 BEF) voor een kind van minder dan 3 jaar = 19.130 EUR (771.703 BEF).
Toeslag op de belastingvrije som waarop de echtgenoten Appelmans-Peers aanspraak kunnen maken :
19.130 EUR - 3.275 EUR - 1.460 EUR = 14.395 EUR (771.703 BEF - 132.113 BEF - 58.897 BEF = 580.693 BEF).
26. Overeenkomstig art. 104, l° en 2°, WIB 92, zijn de in dit artikel bedoelde onderhoudsuitkeringen slechts aftrekbaar van het totale netto-inkomen van de schuldenaar van die uitkeringen, voor zover de verkrijger ervan (inzonderheid een kind van de betrokkene) geen deel uitmaakt van zijn gezin.
Anderzijds laat art. 132bis WIB 92, toe de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste als bedoeld in art. 132, eerste lid, l° tot 5°, WIB 92, onder bepaalde voorwaarden te verdelen over de beide ouders (zie nrs. 13 tot 22).
Teneinde te vermijden dat een belastingplichtige onderhoudsuitkeringen welke hij betaalt voor zijn kinderen zou aftrekken van zijn totale netto- inkomen en
gelijktijdig aanspraak zou maken op de overdracht van de helft van de toeslag op de belastingvrije som, bepaalt art. 104, l°' en 2°, in fine, WIB 92, uitdrukkelijk dat de door één van de ouders voor zijn kinderen betaalde onderhoudsuitkeringen niet aftrekbaar zijn van het totale netto-inkomen, wanneer voor die kinderen (in voorkomend geval voor een vorig aj.) de toepassing van art. 132 bis WIB 92, is gevraagd.
27. In art. 90, 3° en 4°, WIB 92, werd evenwel geen gelijkaardige bepaling opgenomen. De onderhoudsuitkeringen die een ouder betaalt voor zijn kinderen voor wie hij aanspraak maakt op de overdracht van de helft van de toeslag op de belastingvrije som, blijven bij die kinderen dus belastbaar als diverse inkomsten, hoewel zij bij die ouder niet aftrekbaar zijn van het totale netto-inkomen.
28. De bepalingen van de art. 2 en 4 W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen zijn van toepassing met ingang van aj. 2000 (cf. art. 8 W 4.5.1999).
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Geïndexeerde bedragen van de toeslagen op de belastingvrije som waarvan sprake in de nrs. 4 en 6 (aj. 2000 en 2001)
| Artikel WIB 92 | Omschrijving | Basisbedrag in BEF | Geïndexeerde bedrag Aj. 2000 | Geïndexeerd bedrag Aj. 2001 | ||
| in BEF | in EUR | in BEF | in EUR | |||
|
art. 132,
eerste lid
| Toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste : | |||||
| 1° | - voor 1 kind : | 35.000 | 44.000 | 1.090,73 | 45.000 | 1.115,52 |
| 2° | - voor 2 kinderen : | 90.000 | 113.000 | 2.801,20 | 115.000 | 2.850,78 |
| 3° | - voor 3 kinderen : | 202.500 | 255.000 | 6.321,28 | 258.000 | 6.395,65 |
| 4° | - voor 4 kinderen : | 327.500 | 412.000 | 10.213,21 | 417.000 | 10.337,16 |
| 5° | - voor meer dan 4 kinderen : | 327.500 | 412.000 | 10.213,21 | 417.000 | 10.337,16 |
| (supplement per kind boven het vierde) : | 125.000 | 157.000 | 3.891,93 | 159.000 | 3.941,51 | |
| 6° | - bijkomende toeslag voor ieder kind jonger dan 3 jaar voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken : | 13.000 | 16.000 | 396,63 | 17.000 | 421,42 |
|
art. 133,
§ 1, 1°
| Toeslag op de belastingvrije som voor een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe alsook voor een ongehuwde vader of moeder, die één of meer kinderen ten laste heeft : | 35.000 | 44.000 | 1.090,73 | 45.000 | 1.115,52 |
Geïndexeerde bedragen van de toeslagen op de belastingvrije som waarvan sprake in de nrs. 4 en 6 (aj. 2002 en 2003)
| Artikel WIB 92 | Omschrijving | Basisbedrag in EUR | Geïndexeerd bedrag | ||
| Aj. 2002 | Aj. 2003 | ||||
| in EUR | in BEF | in EUR | |||
|
art. 132,
eerste lid
| Toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste : | ||||
| 1° | - voor 1 kind : | 870 | 1.140 | 45.987 | 1.160 |
| 2° | - voor 2 kinderen : | 2.240 | 2.920 | 117.793 | 3.000 |
| 3° | - voor 3 kinderen : | 5.020 | 6.550 | 264.226 | 6.720 |
| 4° | - voor 4 kinderen : | 8.120 | 10.600 | 427.603 | 10.860 |
| 5° | - voor meer dan 4 kinderen : | 8.120 | 10.600 | 427.603 | 10.860 |
| (supplement per kind boven het vierde) : | 3.100 | 4.050 | 163.377 | 4.150 | |
| 6° | - bijkomende toeslag voor ieder kind jonger dan 3 jaar voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken : |
326
325
|
430
-
|
17.346
-
|
-
430
|
|
art. 133,
§ 1, 1°
| Toeslag op de belastingvrije som : | ||||
| - voor een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe alsook voor een ongehuwde vader of moeder, die één of meer kinderen ten laste heeft : | 870 | 1.140 | 45.987 | - | |
| - voor een belastingplichtige die alleen wordt belast en die één of meer kinderen ten laste heeft : | 870 | - | - | 1.160 | |
Geïndexeerde bedragen van de bestaansmiddelen waarvan sprake in nr. 8 (aj. 2000 en 2001)
| Artikel WIB 92 | Omschrijving |
Basisbedrag (in BEF) | Geïndexeerd bedrag | |
| Aj. 2000 | Aj. 2001 | |||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|
art. 133, § 1,
4°, art. 136,
art. 140,
tweede lid en
art. 141
| Maximumbedrag van de netto-bestaansmiddelen : | |||
| - algemene regel : | 60.000 BEF |
76.000 BEF
(1.883,99 EUR)
|
76.000 BEF
(1.883,99 EUR)
| |
| - kinderen ten laste van alleenstaanden : | 90.000 BEF |
113.000 BEF
(2.801,20 EUR)
|
115.000 BEF
(2.850,78 EUR)
| |
| - gehandicapte kinderen ten laste van alleenstaanden : | 120.000 BEF |
151.000 BEF
(3.743,19 EUR)
|
153.000 BEF
(3.792,77 EUR)
| |
Geïndexeerde bedragen van de bestaansmiddelen waarvan sprake in nr. 8 (aj. 2002 en 2003)
| Artikel WIB 92 | Omschrijving | Basisbedrag (in EUR) | Geïndexeerd bedrag | ||
| Aj. 2002 | Aj. 2003 | ||||
| in EUR | in BEF | in EUR | |||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
|
art. 133, § 1,
4°, art. 136,
art. 140,
tweede lid en
art. 141
| Maximumbedrag van de netto-bestaansmiddelen : | ||||
| - algemene regel : | 1.500 EUR | 1.960 EUR | 79.066 BEF | 2.010 EUR | |
| - kinderen ten laste van alleenstaanden : | 2.600 EUR | 3.390 EUR | 136.752 BEF | 3.480 EUR | |
| - gehandicapte kinderen ten laste van alleenstaanden : | 3.000 EUR | 3.920 EUR | 158.132 BEF | 4.010 EUR | |
Aanvraag tot verdeling van het belastingvoordeel wegens de tenlasteneming van gemeenschappelijke kinderen
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 132bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 geef ik, ... (
naam, voornaam en adres van de ouder bij wie de kinderen hun fiscaal domicilie hebben), aan de administratie de toestemming om de helft van het belastingvoordeel waarop ik voor het aanslagjaar ... recht heb wegens de tenlasteneming van onze kinderen ... (
naam en voornaam van de kinderen in kwestie), toe te kennen aan ... (
naam en voornaam van de andere ouder), met wie ik gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefen en het hoederecht deel.
.................................
(datum en handtekening)
Ik ondergetekende, ... (
naam, voornaam en adres van de ouder bij wie de kinderen hun fiscaal domicilie niet hebben), verzoek de administratie om mij, overeenkomstig de voormelde wettelijke bepaling, de helft toe te kennen van het belastingvoordeel waarop ... (
naam en voornaam van de andere ouder) voor het aanslagjaar ... recht heeft wegens de tenlasteneming van de bovengenoemde kinderen.
.................................
(datum en handtekening)
Bron: FisconetPlus
