Circulaire nr. Ci.RH.233/430.278 dd. 26.06.1991

CIRC 26.06.91/1

Circulaire nr. Ci.RH.233/430.278 dd. 26.06.1991


Bull. nr. 708, pag. 1915

ROERENDE VOORHEFFING
Inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen.
Spaarders niet-verblijfhouders
Vrijstelling
Vrijstellingen en verminderingen volgens de hoedanigheid van de
verkrijgers


Commentaar op het KB 4.4.1991 tot wijziging van art. 88, KB/WIB

I. INLEIDING

1. Art. 1, KB 04.04.1991 (B.S. 23.04.1991 - V. 2105 - B. 706) heeft art. 88, KB/WIB aangevuld met een § 4 die als volgt luidt :

"§ 4. De bepalingen van de § § 2 en 3 zijn niet van toepassing wanneer de spaarder niet-verblijfhouder, alhoewel hij de aandelen of delen of de delen van belegde kapitalen in eigen naam beheert, er krachtens een contractuele verplichting toe gehouden is de opbrengsten ervan door te storten aan de uiteindelijke genieters".

II. COMMENTAAR



A.Algemeen
2. Overeenkomstig art. 88, § 2, KB/WIB wordt volledig van de inning van R.V. afgezien op inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen van Belgische oorsprong ten gunste van bepaalde spaarders niet- verblijfhouders. Deze bepaling strekt er in feite toe, de in het buitenland gevestigde pensioenfondsen en wetenschappelijke en sociale instellingen aan te moedigen om op de Belgische aandelenmarkt te investeren.

3. Er is evenwel gebleken dat bepaalde Nederlandse administratiekantoren, die volgens de certificeringstechniek Belgische aandelenportefeuilles beheren, aanspraak maken op vrijstelling van R.V. voor de bovenvermelde inkomsten welke die kantoren contractueel aan de certificaathouders doorstorten.

4. De wijziging die aan voormeld art. 88 is aangebracht strekt ertoe een einde te maken aan het aldus opgezette ontwijkingsmechanisme.



B.Draagwijdte van de wijziging
5. Door de inlassing van een § 4 in art. 88, KB/WIB kan geen vrijstelling van R.V. worden verleend op inkomsten van aandelen of delen van belegde kapitalen van Belgische oorsprong ten gunste van :

  • spaarders niet-verblijfhouders die zich niet met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden en zijn vrijgesteld van inkomstenbelastingen in het land waarvan zij inwoner zijn (art. 88, § 2, KB/WIB);
  • Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen die door de Minister van Financiën zijn erkend en waarvan de delen van het fonds uitsluitend kunnen worden onderschreven door spaarders niet-verblijfhouders die beantwoorden aan de voorwaarden uiteengezet in de eerste gedachtenstreep (art. 88, § 3, KB/WIB, ingevoegd door art. 1, KB 18.01.1990 - V. 2025 - B. 692);


wanneer die spaarders niet-verblijfhouders, alhoewel zij de aandelen of delen of de delen van belegde kapitalen in eigen naam beheren, krachtens een contractuele verplichting ertoe gehouden zijn de opbrengsten ervan aan de uiteindelijke verkrijger door te storten.

6. Hieruit volgt inzonderheid dat ook de voormelde administratiekantoren de vrijstelling in kwestie niet kunnen verkrijgen.

Derhalve worden de hfd.cr. en de ontv. die, met de verificatie van de Com.IB 164/122.3 vermelde attesten zijn belast, verzocht de hierboven uiteengezette bepalingen nauwgezet toe te passen en, in voorkomend geval, tot de invordering van de ten onrechte vrijgestelde R.V. over te gaan.

7. De aandacht wordt erop gevestigd dat tot op heden geen enkel gemeenschappelijk beleggingsfonds als bedoeld in voormeld art. 88, § 3, is erkend.

III. INWERKINGTREDING

8. De bepalingen van art. 88, § 4, KB/WIB (nieuw) zijn van toepassing op inkomsten die vanaf 23.04.1991 zijn toegekend of betaalbaar gesteld.