Circulaire nr. Ci.RH.251/567.506 (AOIF 8/2007) van 14.03.2007

CIRC 14.03.07/1
DIVERS INKOMEN
Meerwaarde op belangrijke deelnemingen

PERSONENBELASTING
Divers inkomen
Aansluitend op de beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en zijn beschikking van 8.6.2004 zaak C - 268/3), mag art. 90, 9°, WIB 92 niet meer worden toegepast wanneer aandelen of deelbeurzen worden overgedragen aan een rechtspersoon, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Dit standpunt is onmiddellijk van toepassing, in elk stadium van de procedure.
Aan alle ambtenaren.
I. INLEIDING
1. Onderhavige circulaire bespreekt de gevolgen van de beslissing die het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft genomen met zijn beschikking van 8 juni 2004 (zaak C-268/03). Die beschikking heeft betrekking op de bepalingen van de artikelen 67, 8°, en 67ter van het vroegere Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB), die thans zijn opgenomen in artikel 90, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
Ter herinnering volgt hierna de tekst van artikel 90, 9°, WIB 92 :
"Diverse inkomsten zijn :
(…)
9° meerwaarden op aandelen die rechten in en binnenlandse vennootschap vertegenwoordigen en die naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen aan een in artikel 227, 2° of 3°, vermelde rechtspersoon buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt, indien de overdrager, of zijn rechtsvoorganger ingeval de aandelen niet onder bezwarende titel zijn verkregen, op enig tijdstip in de loop van vijf jaar vóór de overdracht, alleen of samen met zijn echtgenoot of zijn afstammelingen, zijn ascendenten, zijn zijverwanten tot en met de tweede graad en die van zijn echtgenoot, middellijk of onmiddellijk meer dan 25 % heeft bezeten van de rechten in de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen;"
II. BESCHIKKING
Het hoofdgeding
2. Een belastingplichtige, handelend in eigen naam en voor derden, heeft in 1989 aandelen van Belgische vennootschappen aan een Franse vennootschap verkocht.
Aangezien de aandelen aan een buitenlandse vennootschap waren verkocht en de familie van de belastingplichtige een belangrijke deelneming in de betreffende Belgische vennootschap bezat, oordeelde de administratie dat de gerealiseerde meerwaarde belastbaar was krachtens artikel 67, 8°, van het Belgische Wetboek van de inkomstenbelastingen van 26 februari 1964.
Uit de nationale regeling blijkt echter dat de meerwaarden niet belastbaar zijn wanneer de aandelen of deelbewijzen worden overgedragen aan een Belgische vennootschap, vereniging, inrichting of instelling, terwijl zij wel belastbaar zijn wanneer de aandelen of deelbewijzen worden overgedragen aan een buitenlandse vennootschap, vereniging, inrichting of instelling (artikel 67ter van het Belgische Wetboek van de inkomstenbelastingen van 26 februari 1964).
Volgens deze regeling worden de meerwaarden op aandelen of deelbewijzen dus verschillend behandeld naar gelang van de plaats van vestiging van de overnemende vennootschap, vereniging, inrichting of instelling. Omdat zij eraan twijfelde of een dergelijke regeling in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de hiernavermelde prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gesteld.
De prejudiciële vraag
3. "Staan de artikelen 43 [EG], 46 [EG], 48 [EG], 56 [EG] en 58 [EG] in de weg aan de Belgische nationale wettelijke regeling, zoals voorzien in de artikelen 67, 8°, en 67ter [van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, in de versie van 1964], waarbij de meerwaarden die verwezenlijkt zijn ter gelegenheid van de overdracht onder bezwarende titel, buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, van aandelen of deelbewijzen in rechten van Belgische vennootschappen, verenigingen, inrichtingen of instellingen belastbaar zijn wanneer de overdracht plaatsvindt aan een buitenlandse vennootschap, vereniging, inrichting of instelling, terwijl in dezelfde omstandigheden deze meerwaarden niet belastbaar zijn wanneer de overdracht plaatsvindt aan een Belgische vennootschap, vereniging, inrichting of instelling ?"
De bepalingen van het gemeenschapsrecht die in de prejudiciële vraag worden ingeroepen, hebben betrekking op de vrijheid van vestiging en het vrije verkeer van kapitaal.
Standpunt van het Hof
4. De artikelen 67, 8°, en 67ter van het Belgische Wetboek van de inkomstenbelastingen, in de versie die van kracht was ten tijde van de feiten in het hoofdgeding, schenden de artikelen 43 EG, 48 EG en 56 EG.
III. GEVOLG VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 90, 9°, WIB 92
5. Ingevolge de beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wordt gemeend dat artikel 90, 9°, WIB 92 niet meer kan worden toegepast wanneer aandelen worden overgedragen aan een in artikel 227, 2°, of 3°, WIB 92 vermelde rechtspersoon, waarvan de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd.
Hoewel de beslissing van het Hof de bepalingen van het Wetboek waarnaar in de beslissing wordt verwezen, alleen strijdig verklaart met artikelen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, is er beslist om de maatregel uit te breiden tot de lidstaten van de Europese Economische Ruimte. De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bevat in de artikelen 31 en 34 (vrijheid van vestiging) en 40 en 41 (vrijheid van kapitaal en belastingsverkeer) immers gelijkluidende bepalingen als die zijn opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
Er wordt aan herinnerd dat, in de huidige stand van zaken, de Europese Economische Ruimte de lidstaten van de Europese Unie groepeert, namelijk België, Bulgarije (1), Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië (1), Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, evenals drie lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie, namelijk IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
[ (1) Bulgarije en Roemenië zijn tot de Europese Economische Ruimte toegetreden vanaf 1 januari 2007.]
Deze circulaire is onmiddellijk van toepassing, in elk stadium van de procedure.
Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,
S. QUINTENS