Circulaire nr. Ci.R9.NL/280.209 dd. 19.10.1978

CIRC 19.10.78/1

Circulaire nr. Ci.R9.NL/280.209 dd. 19.10.1978


Bull. nr. 568, pag. 2207

BEDRIJFSUITGAVEN
Persoonlijke sociale bijdragen van de belastingplichtige

BIJDRAGEN
Bijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood door de werkgever ingehouden

DUBBELBELASTINGVERDRAGEN
Nederland


1. De vraag werd gesteld of inwoners van België onder bepaalde voorwaarden van hun bedrijfsinkomsten mogen aftrekken :

  • de vrijwillig aan de Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam betaalde premies AOW (Algemene Ouderdomswet) en AWW (Algemene Weduwen- en Wezenwet);
  • premies voor een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die in het kader van een groepsverzekering door bemiddeling van de werkgever bij wege van inhouding op het loon aan een in Nederland gevestigde verzekeringskas worden betaald.
De strikte toepassing van het bepaalde in artikel 45, 5°, en 54, 2°, a, WIB, maakt de aftrek van zulke, aan in het buitenland gevestigde pensioen- en verzekeringskassen, gestorte premies immers onmogelijk.


2. Gelet op :


  • het Verdrag van Rome dat het vrije verkeer van personen vooropstelt, waardoor de mobiliteit van de arbeidskrachten wordt begunstigd;
  • het non-discriminatiebeginsel dat in artikel 25 van de Belgisch- Nederlandse dubbelbelastingovereenkomst van 1970 is neergelegd;
  • de in artikel 27 van deze overeenkomst voorziene mogelijkheid tot het uitwisselen van inlichtingen, waardoor inwoners van België, die uitkeringen van kassen in Nederland ontvangen, op correcte wijze kunnen worden belast;
en ten einde ter zake tot een juiste wederkerigheid in de Belgisch- Nederlandse verhoudingen te komen, is na overleg met de Nederlandse belastingadministratie het volgende beslist.

3. Aan inwoners van België, die de Nederlandse nationaliteit bezitten en in België in een dienstbetrekking werkzaam zijn, is de aftrek toegestaan van :

  • de vrijwillig aan de Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam betaalde premies AOW en AWW (op te merken dat de verplichte premies reeds aftrekbaar zijn ingevolge artikel 45, 5°, WIB);
  • de premies voor een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die in het kader van een groepsverzekering door bemiddeling van de werkgever bij wege van inhouding op het loon aan een in Nederland gevestigde verzekeringskas worden betaald.
De belanghebbenden dienen het bewijs van de werkelijke aard van de bedoelde premies te leveren (zie inzonderheid nrs. 54/9 en 10, Com.IB).

4. Deze maatregel geldt met ingang van het aanslagjaar 1978. Hij mag ook voor vorige aanslagjaren worden toegepast indien desaangaande op dit ogenblik nog een geschil hangende is, waarin om de aftrek van de voormelde premies wordt verzocht.

5. Het voordeel van de in nr. 3 bedoelde maatregel wordt niet toegekend aan belastingplichtigen waarvoor de bijzondere belastingregeling ten behoeve van buitenlandse leiders, bedienden en vorsers geldt.

6. Voor zover nodig, wordt de aandacht erop gevestigd dat, indien inwoners van België AOW- of AWW-uitkeringen van de Sociale Verzekeringskas te Amsterdam, of particuliere pensioenen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract van een Nederlandse verzekeringskas ontvangen, deze inkomsten in Nederland vrijgesteld zijn en uitsluitend in België mogen worden belast ingevolge artikel 18 en 22 van de Belgisch- Nederlandse dubbelbelastingovereenkomst (zie Com.ov., hst. 18 en 21).