Circulaire nr. 18/2006 (AFZ 15/2006 - Dos. E.E./L. 150) d.d. 13.09.2006

Waals Gewest - Overdracht van ondernemingen

In het Belgisch Staatsblad van 23 december 2005 (zie ook het erratum in het B.S. van 30 januari 2006), werd het decreet van het Waals Parlement van 15 december 2005 "houdende verschillende wijzigingen in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en in het Wetboek der successierechten" bekendgemaakt.

Dat decreet wijzigt het tarief van zowel de schenkings- als van de successierechten; bovendien voert het een vereenvoudiging door van de regels die op het vlak van beide soorten rechten de overdracht van ondernemingen beheersen.

Alleen voor de nieuwe bepalingen inzake schenkingsrechten geldt dat ze in voorkomend geval door registratiekantoren met ambtsgebied buiten het Waals Gewest (1) zullen moeten worden toegepast. Deze verkorte versie van de originele franstalige circulaire beperkt zich dan ook tot het overnemen van de commentaar inzake de wijzigingen op het vlak van de de schenkingen van ondernemingen (2). De commentaar op het nieuwe tarief voor schenkingen van roerende en onroerende goederen in het Waals Gewest maakt het onderwerp uit van de reeds verschenen Circulaire nr. 2/2006 (AFZ 06/2006 - Dos. E.E./L. 149) dd. 08.02.2006.

In bijlage gaat de gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten op het vlak van schenkingen van ondernemingen (art. 140bis - art 140octies).

[(1) - en dus door andere dan franstalige ambtenaren -
(2) De commentaar op het nieuwe tarief voor schenkingen van roerende en onroerende goederen in het Waals Gewest wordt gegeven in de reeds verschenen Circulaire nr. 2/2006 (AFZ 06/2006 - Dos. E.E./L. 149) dd. 08.02.2006]

INHOUDSTAFEL
Inleiding: structuur en filosofie van de teksten betreffende de overdracht van ondernemingen
Afdeling 1 Schenkingen van ondernemingen
I.Situering van de schenking van ondernemingen in het Waalse schenkingsrecht
II.Algemene draagwijdte van de artikelen 140bis tot 140octies
III.Algemene uitsluiting van het voordeelstelsel: gehele aanwending voor bewoning
IV.Schenking die een onderneming en andere goederen omvat
V.Overeenkomsten die kunnen genieten van het verminderde tarief voor schenkingen (art. 140bis, § 1)
A.De overdracht van een universaliteit van goederen, van een bedrijfstak of van een handelszaak
B.De schenking van een onder vennootschapsvorm gevoerde onderneming
VI.Voorwaarden voor de toepassing van het verminderde tarief (art. 140bis, § 2)
A.Grondvoorwaarden
B. Vormvoorwaarden
VII.Voorwaarden voor het behoud van het verminderde tarief (art. 140quinquies, § 1)
A.Voortzetting van een activiteit gedurende tenminste vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte (art. 140quinquies, §1, eerste lid, 1°)
B. Behoud van de werkgelegenheid ten belope van 75% (art. 140quinquies, § 1, 1ste lid, 2°)
C. Het behoud van een substantieel deel van de werkingsmiddelen van de onderneming (art. 140quinquies, § 1, eerste lid, 3°)
D.De werkelijke zetel van leiding van de vennootschap mag niet worden overgebracht naar een land dat geen lidstaat van de Europese Unie is (art. 140quinquies, § 1, eerste lid, 4°)
E.Een ondertekende verklaring verschaffen waaruit blijkt dat de voorwaarden voor het behoud van het verminderde tarief werden vervuld (art. 140quinquies, § 1, eerste lid, 5°)
F.De verkregen onroerende goederen niet bestemmen tot bewoning (art. 140quinquies, § 1, tweede lid)
VIII.Verlies van het verminderde recht (art. 140quinquies, § 2)
IX.Vervroegde betaling van het recht bepaald in de artikelen 131 tot 140 (art. 140sexies)
X.Progressiviteitsvoorbehoud (art.137)
XI.Overlijden van de schenker binnen de drie jaar van de schenking- invloed op de successierechten (art. 66bis W.W.Succ.)
XII.Inwerkingtreding
Afdeling II : De overdracht door overlijden van ondernemingen
Bijlage: gecoördineerde teksten van de gewijzigde bepalingen:
I.Waals Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
II.Waals Wetboek der successierechten
Inleiding: structuur en filosofie van de teksten betreffende de overdracht van ondernemingen
1. De Waalse decreetgever heeft ervoor gekozen de regels inzake de soorten overdrachten van ondernemingen - dit wil zeggen enerzijds door schenking en anderzijds door erfopvolging - te harmoniseren. Bijgevolg hebben de wetteksten betreffende die twee soorten van overdrachten dezelfde structuur, wordt in die wetteksten dezelfde terminologie gebruikt en zijn de erin gestelde voorwaarden gelijkluidend.

2. Niet hernomen.

* *

*

Afdeling 1 Schenkingen van ondernemingen
3. Er wordt nogmaals op gewezen dat de nieuwe Waalse wetgeving inzake schenkingen van ondernemingen alleen van toepassing kan zijn wanneer de betreffende schenking moet geacht worden in het Waalse Gewest te zijn gelokaliseerd, overeenkomstig de lokalisatieregels voor schenkingen.

Voor een algemeen overzicht van die regels wordt verwezen naar de circulaire nr. 12/2005 van 20 oktober 2005.

I. Situering van de schenking van ondernemingen in het Waalse schenkingsrecht.
4. Er wordt aan herinnerd dat sedert het Waals decreet van 15 december 2005 het Waalse schenkingsrecht 4 onderscheiden stelsels omvat:

  • het gewone stelsel dat zowel op onroerende als op roerende goederen van toepassing is (art. 131 W. W. Reg.);
  • een preferentieel tarief voor roerende goederen (art. 131bis W. W. Reg.);
  • een tweede preferentieel tarief van toepassing op de gezinswoning (art. 131ter W. W. Reg.);
  • een derde preferentieel tarief van toepassing op de schenkingen van ondernemingen (art. 140bis W.W. Reg.).
Het is dus enkel wanneer er geen toepassing gemaakt kan worden van enig preferentieel tarief (wegens het niet voldaan zijn van een toepassingsvoorwaarde), dat het gewone tarief van artikel 131 toepassing vindt. Anderzijds brengt de niet-toepasselijkheid van één van de preferentiële tarieven niet noodzakelijk mee dat geen van de andere preferentiële tarieven van toepassing kan zijn.

II. Algemene draagwijdte van de artikelen 140bis tot 140octies
5. Algemeen kan gesteld worden dat de nieuwe regeling tot doel heeft de schenkingen van ondernemingen, onder bepaalde voorwaarden, aan een uniform tarief van 0% (hierna genoemd: "het verminderde tarief") te onderwerpen. Wanneer de voorwaarden vervuld zijn is dat verminderde recht van toepassing op elke begiftigde, ongeacht of hij met de schenker (bloed)verwant is of niet. De hoedanigheid van de verkrijger van de onderneming is voortaan irrelevant. De begiftigde kan dus ook een rechtspersoon zijn. Er wordt niet meer vereist dat de overgedragen onderneming een K.M.O. zou zijn.

6. Voor zover dat nog nodig mocht zijn, wordt er aan herinnerd dat het tarief van 0% een evenredig recht is. Wanneer een ter registratie aangeboden authentieke akte van schenking van een onderneming aan alle voorwaarden voldoet om het verminderde tarief te genieten, kan bijgevolg het op de akte te heffen bedrag aan evenredige registratierechten niet minder bedragen dan het algemeen vast recht, en dit bij toepassing van artikel 167 W. Reg.

7. Algemeen kan gesteld worden dat als de voorwaarden voor toepassing van de bepalingen inzake schenkingen van ondernemingen niet vervuld zijn, het gewone stelsel van artikel 131 W.W. Reg. van toepassing zal zijn.

Dan nog moet nagegaan worden of geen ander preferentieel tarief toepassing kan vinden op de beoogde verrichting.

Zo kan bijvoorbeeld de schenking van de roerende goederen van een onderneming genieten van het tarief van 3, 5 of 7% van artikel 131bis. Integendeel zal, van zodra blijkt dat het stelsel van artikel 140bis W.Reg. niet van toepassing kan zijn, de schenking van onroerende goederen van de onderneming altijd de toepassing meebrengen van het gewone stelsel van artikel 131.

OPMERKING
Als het stelsel van schenking van effecten van vennootschappen (art. 140bis, § 1, 2°) geen toepassing vindt, kan gebeurlijk de schenking van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 131bis, § 2 wel van toepassing zijn en aldus een alternatief vormen. Opgemerkt weze trouwens dat in beide stelsels dezelfde vennootschappen worden bedoeld.

In dezelfde gedachtegang kan er, ingeval van schenking van een "gemengd" (deels privé, deels beroepsmatig) onroerend goed, geen sprake zijn van toepassing van artikel 140bis (bij gebreke aan vervulling van alle voorwaarden); evenwel kan de mogelijkheid niet uitgesloten worden dat de verrichting zich realiseert binnen het kader van artikel 131ter (welke een bewoond onroerend goed vereist dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning bestemd is ).

III. Algemene uitsluiting van het voordeelstelsel: gehele aanwending voor bewoning
8. Deze uitsluiting betreft enkel de individuele onderneming, de onderneming die door een natuurlijke persoon wordt geëxploiteerd De bedoeling ervan is het verminderde tarief te reserveren voor de onroerende goederen die voor de exploitatie van de onderneming worden aangewend. De uitsluiting is niet van toepassing in het kader van de overdracht van vennootschapseffecten.

9. Ze kan aldus worden omschreven: "de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die geheel tot bewoning worden aangewend (op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking) zijn uitgesloten van het verminderde recht en zijn dus onderworpen aan het gewone tarief van artikel 131 (art. 140bis, § 1, 1°, tweede lid).

Zijn dus uitgesloten onroerende goederen die geheel en effectief voor bewoning worden aangewend.

Een onroerend goed bestemd voor bewoning maar daartoe niet effectief aangewend, kan het verminderde tarief genieten.

10. In geval van gedeeltelijke aanwending voor bewoning zal voor de heffing van de verschuldigde rechten een omslag moeten gebeuren of een verhouding moeten worden gemaakt waarbij de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt aangewend gesteld wordt tegenover de totale verkoopwaarde van het onroerend goed

  • op de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt aangewend, wordt het gewone tarief van artikel 131 geheven;
  • op het saldo van de totale verkoopwaarde van het onroerend goed is het tarief van 0% van toepassing.
Voorbeeld
Een kruidenier schenkt zijn handelszaak. De handelszaak bestaat meer in het bijzonder uit een onroerend goed met een totale verkoopwaarde van 250.000 EUR. Dat onroerend goed bevat een privé-woning waarvan de verkoopwaarde op 1/5 van de totale verkoopwaarde van het onroerend goed wordt geschat. Indien de voorwaarden voor toepassing van artikel 140bis zijn vervuld, zal het verminderde tarief van toepassing zijn op een bedrag van 200.000 EUR en zal het tarief van artikel 131 van toepassing zijn op een bedrag van 50.000 EUR (wat overeenstemt met de waarde van het voor bewoning aangewende deel).
De situatie is identiek wanneer het zou gaan om een landbouwer die het woninggedeelte van zijn hoeve bewoont.
11. Voor de beoordeling of het onroerend goed geheel tot bewoning wordt aangewend moet men zich plaatsen op het tijdstip waarop de authentieke akte wordt verleden. Voor de beoordeling of een onroerend goed geheel of gedeeltelijk wordt aangewend of bestemd voor bewoning moet gerefereerd worden aan het bepaalde in artikel 169 bis W. Reg.

Dat artikel - dat niet werd gewijzigd bij het Waals decreet van 15 december 2005 - bepaalt dat, voor de toepassing van de artikelen 115 bis en 140 bis, de bestemming of de aanwending van een onroerend goed moet worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte hetzij een afzonderlijke huisvesting is, hetzij een afdeling is van de productie of van de werkzaamheden mits die afdeling afzonderlijk kan werken, hetzij een eenheid is die van de andere goederen of delen van het perceel kan worden afgezonderd.

IV. Schenking die een onderneming en andere goederen omvat
12. Wanneer de schenking zowel slaat op een onderneming als op andere goederen die niet in aanmerking komen voor het verminderde tarief van artikel 140 bis (schenking die doorgaans wordt gekwalificeerd als een "gemengde schenking"), dan zal op laatstgenoemde goederen één van de in de artikelen 131 tot 140 bepaalde tarieven van toepassing zijn.

Voorbeeld
Bij een zelfde akte schenkt A aan zijn zoon B een onderneming en andere onroerende goederen (geen familiale woning). De onderneming heeft een verkoopwaarde van 100.000 EUR, de overige onroerende goederen een verkoopwaarde van 40.000 EUR. De voorwaarden voor toepassing van het tarief van 0% op de overdracht van de onderneming zijn vervuld.

De heffing op de schenkingsakte geschiedt als volgt:

voor de onderneming:100.00 EUR x 0% =-
voor de overige goederen:
12.500 EUR x 3%= 375 EUR
12.500 EUR x 4%= 500 EUR
15.000 EUR x 5%= 750 EUR
TOTAAL =1.625 EUR
Merk op dat - zoals verderop nog zal benadrukt worden - de progressiviteit van artikel 137 niet meer speelt wat de schenking van ondernemingen betreft.

V. Overeenkomsten die kunnen genieten van het verminderde tarief voor schenkingen (art. 140bis, § 1)
13. Algemeen kan gesteld worden dat het verminderde tarief van toepassing is op twee soorten overeenkomsten:

A) overeenkomsten, vastgesteld bij authentieke akte, die tot doel hebben een zakelijk recht op goederen die een universaliteit, een bedrijfstak of een handelszaak (1) uitmaken, ten kosteloze titel over te dragen ;

B) overeenkomsten, vastgesteld bij authentieke akte, waarbij het ten kosteloze titel overgedragen zakelijk recht betrekking heeft op:

  • effecten van bepaalde vennootschappen;
  • bepaalde schuldvorderingen op dezelfde vennootschappen (art. 140bis, § 1, 2°)
[(1) In de officieuze vertaling van het decreet wordt "fonds de commerce" vertaald door de term "handelsfonds" (gallicisme). Hierna wordt in de commentaar echter de voorkeur gegeven aan de term "handelszaak", omdat die term ook in het W. Reg. gebruikt wordt voor "fonds de commerce".]

Merk op dat het zowel kan gaan om authentieke akten verleden voor een Belgische notaris als om authentieke akte verleden voor een buitenlandse notaris.

Bovendien is het belangrijk te onderlijnen dat waar het gaat om effecten van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (hieronder begrepen de burgerlijke vennootschappen die de vorm hebben aangenomen van een handelsvennootschap, zoals de bosgroeperingsvennootschappen, als bedoeld in de wet van 6 mei 1999, en de landbouwvennootschappen ingericht bij de wet van 12 juli 1979) het ontegensprekelijk zo is dat ze door hun vennootschapsvorm kunnen beantwoorden aan de voorwaarden voor overdracht als vermeld in artikel 140, § 1, 2° (zie B hierna). Dat is echter niet het geval voor wat de rechten van vennoten betreft in vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (burgerlijke vennootschappen als bedoeld in artikel 1832 B.W., de maatschappen, de tijdelijke vennootschappen en de stille handelsvennootschappen, als bedoeld in de artikelen 2, § 1, en 46 tot 48 van het Wetboek van Vennootschappen). In laatstbedoelde vennootschappen heeft de vennootschap geen eigen patrimonium en de aard van de rechten van de vennoten hangt af van de roerende of onroerende aard van de zaak waarop zij hun rechten uitoefenen; in dergelijke "transparant" genoemde vennootschappen zal de door een vennoot gedane "inbreng" van een goed dus enkel leiden tot een onverdeeldheid tussen vennoten en niet tot een titel in (een effect van) de vennootschap; hier kan het enkel gaan om een personele overdracht van een onderneming als bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1° (overdracht van een universaliteit, een bedrijfstak of een handelszaak; zie A) hierna).

A) de overdracht van een universaliteit van goederen, van een bedrijfstak of van een handelszaak
14. Dat veronderstelt een onderneming gevoerd door een natuurlijke persoon. Het gaat om de overdracht van een individuele onderneming. Anders gezegd gaat het om een exploitatie in eigen naam. Deze schenking betreft goederen die (beroepsmatig) door een natuurlijke persoon bestemd zijn voor zijn "onderneming".

15. Meer precies gaat het om de overeenkomsten tot overdracht van een universaliteit van goederen (d.w.z. het geheel van de goederen), een bedrijfstak of een handelszaak, waarmee een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming wordt uitgebaat of een vrij beroep, ambt of post wordt uitgeoefend.

Er wordt aan herinnerd dat in het kader van een dergelijke onderneming de overdracht van zakelijke rechten op onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend, moet geschieden volgens de regels uiteengezet in de nrs. 9 tot 11 hierboven.

16. De onderneming moet gevoerd worden door de schenker alleen of door hem in samenwerking met andere personen. Er wordt inderdaad vereist dat op het ogenblik van de schenking de onderneming geëxploiteerd wordt door de schenker, (hetzij alleen, hetzij) eventueel samen met anderen.

17. Uiteraard dient men zich te plaatsen op het tijdstip van de schenking om na te gaan of het wel degelijk om dit type van overeenkomst gaat. Het is trouwens ook op dat tijdstip dat moet worden nagegaan of de schenker alleen, of eventueel samen met anderen, de onderneming exploiteert.

18. Volgens de tekst van het decreet kan een zakelijk recht door de schenker worden overgedragen (mits dat zakelijk recht slaat op goederen die hetzij een universaliteit van goederen, hetzij een bedrijfstak, hetzij een handelszaak vormen). Naast schenking van de volle eigendom kan dus ook de blote eigendom (met voorbehoud van vruchtgebruik ten behoeve van de schenker) of het vruchtgebruik worden geschonken.

19. De termen "universaliteit van goederen" en "bedrijfstak" moeten op dezelfde wijze geïnterpreteerd worden als in artikel 117 W. Reg. (zie K.B. van 18 juli 1972, artikel 1), vertrekkend van het principe dat het hier niet gaat om een universaliteit van goederen of een bedrijfstak van een vennootschap. Inderdaad, het gaat hier om een onderneming die door een natuurlijke persoon wordt uitgebaat.

Er wordt opgemerkt dat artikel 680 van het Wetboek van vennootschappen een bedrijfstak als volgt definieert: "… een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken"

20. Wat de handelszaak betreft moet worden opgemerkt dat deze notie niet door de wet wordt gedefinieerd. Doorgaans wordt aangenomen dat het om een geheel van (lichamelijke en onlichamelijke) goederen gaat waarmee een bepaalde commerciële activiteit kan worden uitgevoerd. In het kader van de registratierechten geeft een verrichting met betrekking tot een handelszaak aanleiding tot toepassing van artikel 169 van het W. Reg. Dat artikel bepaalt dat de rechten verschuldigd op akten waarbij eigendom of vruchtgebruik van een handelszaak overgedragen of aangewezen wordt, moeten worden geheven volgens de aard van elk der goederen die er deel van uitmaken en op de bij dat Wetboek vastgestelde gronden.

21. Uit de tekst van het Waals decreet van 15 december 2005 volgt dat de schenking van een deel van al de goederen die dienen voor de onderneming (vb. schenking van 1/2 van zijn onderneming) van het veminderde recht kan genieten.

Daarentegen kan het verminderde recht niet toegepast worden wanneer het gaat om de schenking van een zakelijk recht (zelfs van de volle eigendom) op BEPAALDE goederen die deel uitmaken van de universaliteit of van de bedrijfstak. Om aanspraak te kunnen maken op het verminderde recht moet het dus gaan om de schenking van een onverdeeld deel van de volledige universaliteit of bedrijfstak, of nog anders gezegd, om de schenking van een onverdeeld deel in het geheel van de goederen die de universaliteit of de bedrijfstak uitmaken.

22. De woorden " industriële-, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming" zijn in het decreet niet gedefinieerd en moeten bijgevolg in hun gewone betekenis worden begrepen.

23. Onder "vrij(e) beroep(en)" verstaat men: de advocaten, de geneesheren, de dierenartsen, de tandartsen en tandheelkundigen, de experts, de architecten, de ingenieurs-adviseurs, de bedrijfsrevisoren, de kunstschilders, de beeldhouwers, de schrijvers, de publicisten die hun artikels afleveren aan uitgevers of aan literaire, wetenschappelijke of kunstverenigingen enz., en alle andere personen die in het kader van een zelfstandige beroepswerkzaamheid daden stellen van louter of hoofdzakelijk intellectuele aard, zelfs indien het een bijkomstige werkzaamheid betreft (zie Comm. I.B. nr. 23/32).

24. Onder zij die "een ambt of post uitoefenen" wordt verstaan: de notarissen, de gerechtsdeurwaarders enz. (zie comm I.B. 23/33).

25. Bedoeling van die precieze omschrijving van de activiteiten is te vermijden dat (zuivere) immobiliënactiviteiten en (zuivere) patrimoniale activiteiten van het verminderde recht zouden genieten.

De situatie is anders wanneer de natuurlijke personen niet uitsluitend een van de in vorige alinea's bedoelde activiteiten uitoefenen. Inderdaad, voor de toepassing van het actuele verminderde tarief is niet vereist dat de natuurlijke persoon zich uitsluitend aan een bepaalde activiteit wijdt, net zomin als er vereist wordt dat er een omslag zou moeten gebeuren over de twee onderscheiden activiteiten, of nog, dat er uitsluiting zou zijn voor de immobiliënactiviteit of voor de patrimoniale activiteit. In dat geval zal de gehele waarde van de handelszaak van het verminderde recht kunnen genieten, zelfs indien een gedeelte van die waarde betrekking heeft op het patrimoniaal actief dat gelieerd is aan de activiteit.

B) De schenking van een onder vennootschapsvorm gevoerde onderneming
26. Het betreft hier een onderneming die bedrijvig is onder de vorm van een vennootschap. Het gaat dus om de schenking van effecten of van schuldvorderingen. Ook hier kan de schenker een zakelijke recht op de effecten of op de schuldvorderingen overdragen. Dat laat met andere woorden de schenking toe van de volle eigendom of van de blote eigendom (met voorbehoud van het vruchtgebruik voor de schenker), ja zelfs van het vruchtgebruik van die effecten of schuldvorderingen.

27. Opdat haar effecten het onderwerp van een schenking tegen het tarief van 0% zouden kunnen uitmaken, moet de vennootschap de volgende karakteristieken hebben:

  • ze moet minstens één van de reeds in het kader van A) vernoemde activiteiten uitvoeren (industrieel, handels, ambachts …, zie nrs. 22-24 hiervoor);
  • haar effectieve directiezetel moet in een lidstaat van de Europese Unie gevestigd zijn;
  • ze moet zelfstandig of samen met haar dochtervennootschappen actief zijn;
  • de activiteit moet in "hoofdberoep" worden verricht en dat voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor elk van beide laatste afgesloten boekjaren van de vennootschap: dat karakter van hoofdberoep moet beoordeeld worden op het niveau van het geheel van de groep, indien het gaat om een vennootschap met filialen (op "geconsolideerde basis" volgens het decreet).
De uitgeoefende activiteit moet dus beoordeeld worden over drie boekjaren. Deze vereiste belet niet dat de overdracht mogelijk is met toepassing van het verminderde recht van een jonge onderneming die nog geen twee boekjaren afgesloten heeft op het moment van de schenking; inderdaad, in een dergelijk geval moet de vereiste begrepen worden als betrekking hebbende op de activiteit uitgeoefend tijdens het in loop zijnde boekjaar op het ogenblik van de schenking, evenals op die welke, in voorkomend geval, werd uitgeoefend gedurende de twee voorgaande afgesloten boekjaren, als er inderdaad op datum van de schenking dergelijke afgesloten rekeningen bestaan.

28. Onder activiteit in "hoofdberoep" moet worden verstaan de activiteit die vermeld staat in de statuten van de vennootschap en die hoofdzakelijk, werkelijk en gewoonlijk wordt uitgeoefend door de vennootschap, gezien onder meer de oorsprong van het zakencijfer van de vennootschap. Het zakencijfer is hier dus niet noodzakelijk het voornaamste criterium voor het maken van dat onderscheid; het is slechts één van de criteria tussen andere die toelaten de voornaamste, werkelijke en gewoonlijke activiteit van de vennootschap te bepalen.

29. Ook voor dit type van onderneming geldt dat de vereiste van een specifieke activiteit (handels-, ambachts- …) verhindert dat immobiliënvennootschappen ("zuivere" of hoofdzakelijke) en patrimoniale vennootschappen ("zuivere" of hoofdzakelijke) zouden kunnen genieten van het verminderde tarief.

De situatie is anders wanneer die vennootschappen laatstbedoelde activiteiten (immobiliënactiviteit, patrimoniale activiteit) op bijkomende wijze uitoefenen. Inderdaad, om aanspraak te kunnen maken op het verminderde tarief is nergens vereist dat de vennootschap zich moet beperken tot het uitoefenen van één der in de wettekst gespecificeerde activiteiten, noch wordt er voorgeschreven dat de waarde van de vennootschap desgevallend moet geventileerd worden over beide soorten activiteiten, en tenslotte wordt nergens voorgeschreven dat een immobiliën- of patrimoniumactiviteit in ieder geval uitgesloten is. Als de immobiliën- of patrimoniumactiviteit bijkomstig is bij een in "hoofdberoep" uitgeoefende erkende economische activiteit, geniet het geheel van de effecten van het verminderde tarief, zelfs al is het zo dat die effecten deels de waarde vertegenwoordigen van de middelen die aan de bijkomende patrimoniale activiteit van de onderneming zijn verbonden.

30. Ten einde betwistingen te vermijden worden in artikel 140bis, § 3 een aantal begrippen gedefinieerd.

Aldus wordt onder effecten verstaan: aandelen, winstbewijzen en warrants.

31. Certificaten (die betrekking hebben op aandelen) kunnen geschonken worden met toepassing van het verminderde tarief op voorwaarde dat de hiernavolgende voorwaarden zijn vervuld:

  • vooreerst wat betreft hun uitgifte: de emittent moet een rechtspersoon zijn met zetel in de Europese Economische Ruimte en die rechtspersoon moet eigenaar zijn van de effecten die door de certificaten worden vertegenwoordigd;
  • vervolgens wat betreft de uitoefening van de rechten verbonden aan de effecten: alle rechten verbonden aan de effecten (inbegrepen het stemrecht);
  • wat ten slotte de rechten van de eigenaars van de certificaten betreft: het certificaat moet het recht stipuleren voor de eigenaar ervan om van de emittent (eigenaar van de effecten) de opbrengsten en inkomsten die voortkomen van de gecertificeerde effecten te bekomen.
Deze definitie van certificaten laat de schenking toe van certificaten uitgegeven door vennootschappen die niet door het Belgisch Wetboek van vennootschappen zijn geregeld maar die toch gelijkaardige kenmerken hebben.

32. Aan de term " schuldvordering " werd in artikel 140bis, § 4, eveneens een zeer precieze inhoud gegeven. Het gaat om elke geldlening (ongeacht of die wordt vertegenwoordigd door effecten of niet) die de schenker heeft toegestaan aan een vennootschap waarvan hij reeds effecten bezit, op voorwaarde evenwel dat die lening direct verband houdt met de noden van de onderneming, van het vrij beroep of van het ambt of post, die wordt uitgeoefend door de vennootschap zelf of door de vennootschap en haar filialen.

33. Reeds voortkomend in het decreet van 3 februari 2005, laat deze precieze definitie toe van het toepassingsgebied van het verminderde recht uit te sluiten de lening afgesloten met het oog op fraude of fiscale ontwijking. Samenvattend kan men stellen dat de schuldvordering een vooruitbetaling is door één of meerdere aandeelhouders aan een vennootschap, van zodra die lening verband houdt met de economische activiteit (d.w.z. dat ervoor gerechtvaardigde economische motieven zijn).

34. Bij uitzondering kunnen een aantal schuldvorderingen niet genieten van het verminderde recht, niettegenstaande ze toch aan de definitie beantwoorden.

Dat is dan enkel het geval in de mate dat het totaal nominaal bedrag van de schuldvorderingen meer bedraagt dan het deel van het maatschappelijk kapitaal dat werkelijk volgestort is en dat in hoofde van de schenker noch het voorwerp heeft uitgemaakt van een vermindering, noch van een teruggave, op datum van de authentieke schenkingsakte.

Uit de analyse van de tekst kan afgeleid worden dat enkel het deel van het nominaal bedrag van de schuldvordering dat het volgestorte maatschappelijk kapitaal overstijgt, niet kan genieten van het verminderde recht. Die bepaling belet dus niet dat het verminderde tarief wel toepasselijk is tot beloop van het nominaal bedrag dat gelijk is aan dat maatschappelijk kapitaal, zelfs wanneer de totale schuldvordering een nominaal hoger bedrag vertoont. Deze begrenzing van het toepassingsgebied van het verminderde tarief heeft tot doel de ontduiking van successierechten tegen te gaan. Inderdaad kan men zich indenken dat een schenker van een schuldvordering gebruik maakt om een som (die niet zal gebruikt worden voor de activiteit van de vennootschap) naar de vennootschap te transfereren, en die aldus aan het successierecht zou ontsnappen.

35. Er weze nog opgemerkt dat het voornoemd decreet voor dit soort van ondernemingen geen uitsluiting bepaalt in verband met onroerende goederen die werkelijk geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend. Niets belet bijgevolg dat de waarde van de overgedragen effecten bijvoorbeeld ook de waarde omvat van een voor bewoning aangewend onroerend goed dat ten privé-titel bewoond wordt door de bedrijfsleider.

De nrs. 9 tot 11 hierboven zijn dus op dergelijke overdrachten niet van toepassing.

VI. Voorwaarden voor de toepassing van het verminderde tarief (art. 140bis, § 2)
36. Opdat men het verminderde tarief zou kunnen genieten moeten deze voorwaarden vervuld zijn uiterlijk bij het aanbieden van de akte ter registratie. Wanneer dat niet het geval is, moet de heffing geschieden met toepassing van het gewone tarief van de artikelen 131 e.v. Er is later geen teruggave mogelijk (art. 140quater).

A. Grondvoorwaarden
1) De onderneming (individueel of in vennootschapsvorm uitgebaat) moet op één van de volgende wijzen georganiseerd zijn:

  • ofwel moet zij personeel in Wallonië tewerkstellen dat ingeschreven is bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  • ofwel moet de in Wallonië gevestigde onderneming uitsluitend als werknemers tewerkstellen: de uitbater(s) eventueel samen met zijn echtgenoot, de persoon met wie hij wettelijk samenwoont, of zijn bloed- of aanverwanten in de eerste graad. In dit geval wordt vereist dat die werknemers aangesloten zijn bij een Belgische Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen en hun bijdragen hebben betaald
In de twee gevallen moet de voorwaarde vervuld zijn op de datum van de authentieke schenkingsakte.

37. Het begrip "tewerkstelling van personeel" moet wel onderscheiden blijven van de notie "lokalisatiecriterium".

Nemen we als voorbeeld iemand (rijksinwoner) die zijn fiscale woonplaats heeft in Waver (Waals Brabant) en dit sedert 10 jaren. Wanneer die persoon een schenking doet zal het Waalse schenkingsrecht van toepassing zijn (art. 5, § 2, 8°, van de wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten). Gesteld dat die persoon een taverne uitbaat (waarin twee werknemers tewerkgesteld zijn) die te Brussel is gelegen, dan zal de schenking van die taverne onderworpen zijn aan de Waalse schenkingsrechten maar zal er geen toepassing zijn van het verminderde tarief van artikel 140bis W. W. Reg., omdat zijn onderneming geen personeel in Wallonië tewerkstelt.

38. Er weze opgemerkt dat wat de tewerkstelling in Wallonië van bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid ingeschreven personeel betreft, er nergens wordt vereist dat alle personeelsleden van de onderneming in Wallonië moeten tewerkgesteld zijn.

In feite volstaat één enkele in het Waals Gewest tewerkgestelde werknemer; het overige personeel kan best in een ander Gewest of zelfs in het buitenland tewerkgesteld zijn. Bovendien wordt niet vereist dat het om een voltijdse tewerkstelling in Wallonië moet gaan. Tewerkstelling van één deeltijdse werknemer in Wallonië is dus voldoende.

39. Het tweede geval betreft een onderneming die in Wallonië uitsluitend met "zelfstandige" personen werkt. Worden meer speciaal bedoeld de familiale ondernemingen waarvan de goede werking verzekerd wordt enkel en alleen door de werkkracht van de bedrijfsleider en zijn naaste omgeving.

Deze zelfstandigen kunnen enkel aanspraak op het veminderde recht doen ontstaan indien zij de mankracht van de onderneming vormen. Kunnen die aanspraak dus niet doen ontstaan, zelfstandigen wiens rol in de onderneming zich beperkt tot het samenstellen van de organen van de onderneming, inzonderheid dus de bestuurders die zelf geen actieve rol spelen in het leveren van goederen of presteren van diensten door de onderneming.
2) Wanneer het gaat om een "schenking van effecten", moeten de overgedragen effecten op de dag van de authentieke schenkingsakte minstens 10% van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigen.

Bovendien is, indien de effecten minder dan 50% van de stemrechten in de algemene vergadering vertegenwoordigen, een aandeelhoudersovereenkomst verplicht en moet zij slaan op minstens 50% van de stemrechten. Die aandeelhoudersovereenkomst moet aan bijzondere eisen voldoen (een minimumduur van vijf jaar te rekenen van de authentieke schenkingsakte, de verbintenis van de partijen om de voorwaarden bepaald in artikel 140 quinquies, § 1, te respecteren, onder meer die welke de voortzetting van een activiteit gedurende minstens vijf jaar betreft).

40. Er van uitgaande dat in België één effect doorgaans recht geeft op één stem in de algemene vergadering (uitzondering gemaakt voor de vrij zeldzaam voorkomende categorie van effecten zonder stemrecht) moet worden aangenomen dat de schenking van effecten voor het geheel tegen het verminderde tarief zal worden geregistreerd, van zodra zij slaat op ten minste 10% van de stemrechten in de algemene vergadering, ook al worden in diezelfde akte bovendien nog effecten zonder stemrecht overgedragen.

41. Blijft dan nog de vraag in hoofde van wie - de schenker of de begiftigde(n) - de vereiste van 10% moet vervuld zijn. Afhankelijk van de benadering zal het verminderde tarief al dan niet van toepassing zijn. Wanneer bijvoorbeeld een vader 25% van de (stemgerechtigde) effecten van zijn vennootschap schenkt aan zijn drie kinderen, is de 10%-grens overschreden vanuit het standpunt van de vader; die grens wordt niet bereikt wanneer de situatie wordt beschouwd vanuit elkeen van de kinderen.

Sedert het nieuwe Waalse decreet van 15 december 2005 moet - in tegenstelling tot wat voorheen het geval was - de situatie bekeken worden vanuit het perspectief van de schenker. Het essentiële element wordt gevormd door het percentage stemgerechtigde aandelen dat wordt overgedragen door middel van de schenking. In de oude tekst was er sprake van dat de schenking betrekking moest hebben "op een geheel van aandelen of deelbewijzen", wat de nadruk legde op de juridische handeling tussen de schenker en een bepaalde begiftigde, zodat ook voor de berekening van de 10% gefocust werd op de titels die werden verkregen per begiftigde De nieuwe tekst daarentegen - zoals trouwens ook het geval is in de tekst over de overdracht van ondernemingen in het Wetboek der successierechten - legt meer de nadruk op het geheel van de "overgedragen" effecten, wat moet begrepen worden als slaande op alle effecten die overgedragen zijn bij eenzelfde authentieke akte van schenking en dus op de optelsom van alle bij dat instrumentum aan de verschillende begiftigden gedane overdrachten van effecten. Die thans geldende oplossing is dus analoog met deze die geldt in het kader van het Wetboek der successierechten, waar eveneens rekening wordt gehouden met het geheel van de door de gebeurtenis van het overlijden van de decujus overgedragen effecten, ongeacht het aantal erfgerechtigden (en hun afzonderlijk verkrijging) in die effecten van de vennootschap.

Voor het overige wordt nog de aandacht gevestigd op het volgende:

  • de overdracht bij schenking van een onverdeeld deel van de effecten van een vennootschap kan genieten van het tarief van 0%;
  • de overdracht bij schenking van zakelijke rechten andere dan het eigenlijke eigendomsrecht (zoals vruchtgebruik) kan eveneens genieten van het tarief van 0%;
  • zowel artikel 140bis, § 2, 2° W. W. Reg. als artikel 60bis, § 1bis, 2° W.W. Succ. houden geen aanvullende voorwaarden in wat de percentages van 10% en 50% betreft in geval van de opsplitsing van het eigendomsrecht op het effect of in geval van onverdeeldheid. Vandaar dat aangenomen wordt dat wanneer effecten worden overgedragen, zelfs wanneer die overdracht zich beperkt tot een onverdeeld deel of tot het vruchtgebruik ervan, één effect wordt geacht overeen te stemmen met één stem in de algemene vergadering. Voor de berekening van de percentages van 10% en 50% moeten de overgedragen effecten dus niet omgezet worden in"equivalenten van het stemrecht" om na te gaan of genoemde percentages zijn bereikt.
B. Vormvoorwaarden
1) De begiftigde die aanspraak maakt op het veminderde recht moet in of onderaan op de akte verklaren dat de voorwaarden bepaald in artikel 140bis zijn vervuld. Bovendien moet hij aan de akte een ondertekende verklaring (1) hechten die is opgemaakt naar het model dat door de Waalse regering is voorgeschreven. Die verklaring heeft tot doel de ontvanger toe te laten te controleren of de voorwaarden voor de toepassing van het verminderde tarief inderdaad zijn vervuld.

Wanneer er meerdere begiftigden zijn volstaat één verklaring, wanneer die is ondertekend door alle begiftigden.

Van zodra een begiftigde dergelijke verklaring heeft gedaan, wordt hij door de Waalse decreetgever aangemerkt als "opvolger" (of "voortzetter") (2).
Het kan voorkomen dat het verminderde tarief ten onrechte op een schenking werd toegepast. Dat kan bijvoorbeeld als gevolg van een onjuiste verklaring. Hierdoor riskeert de begiftigde niet enkel de toepassing van artikel 202, tweede lid, W.Reg., hij loopt ook een boete op gelijk aan het recht. Deze laatste is overeenkomstig het barema verminderbaar (althans wanneer de onjuiste verklaring niet werd gedaan met het oog op het ontduiken van de belasting).

De nadere regels met betrekking tot die verklaring/aangifte (1) werden gespecificeerd in artikel 9 van het besluit van de Waalse regering van 29 juni 2006 betreffende de verlaagde tarieven van de successie- en de schenkingsrechten, meer bepaald bij overdracht van ondernemingen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2006, bladzijde 38882). Volgens dat artikel 9 moet die verklaring/aangifte vermelden:

[(1) In de officieuze Nederlandse versie van het decreet wordt het woord "déclaration" vertaald door het woord "verklaring". In het uitvoeringsbesluit wordt "déclaration" vertaald door het woord "aangifte".
(2) In de officieuze Nederlandse versie van het decreet wordt het woord "continuateur" vertaald door het woord "opvolger". In het uitvoeringsbesluit wordt "continuateur" evenwel vertaald door "voortzetter". In deze circulaire wordt de voorkeur gegeven aan het woord "opvolger".]

1° naam en voornamen, geboortedatum, en de woonplaats van de schenker(s);

2° het volledige adres van het ontvangkantoor van de schenkingsrechten waar de authentieke schenkingsakte geregistreerd wordt krachtens de artikelen 39 en 40 W. Reg.;

3° naam, voornamen en woonplaats van de opvolger(s) voor wie de aangifte is verricht;

4° de benaming of de firmanaam, de activiteiten, de hoofdactiviteiten, het ondernemingsnummer en het adres van de onderneming waarvoor het voordeel bepaald bij artikel 140bis W.W.Reg. aangevraagd wordt;

5° indien de onderneming waarvoor het voordeel bepaald bij artikel 140bis van het W. W.Reg. aangevraagd is, dochterondernemingen heeft, de benaming of de firmanaam, de activiteit of de hoofdactiviteiten, het ondernemingsnummer en het adres van die dochterondernemingen;

  • ofwel, in het geval van artikel 140bis, § 2, 1°, eerste streepje, W.W.Reg., het aantal werknemers die de onderneming en haar dochterondernemingen in Wallonië in dienst hebben genomen met arbeidsovereenkomst en onderworpen aan het Riziv, uitgedrukt in voltijds equivalenten, tijdens de vier kwartalen die voorafgaan aan het kwartaal van de authentieke schenkingsakte. Dat geldt niet voor de werknemers bedoeld in artikel 5 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  • ofwel, in het geval van artikel 140bis, § 2, 1°, tweede streepje, W.W.Reg., het aantal zelfstandigen bedoeld bij die bepaling, die in Wallonië hoofdzakelijk aan de onderneming en haar dochterondernemingen verbonden zijn en die hun bijdragen in verband met het sociale statuut der zelfstandigen hebben betaald, uitgedrukt in voltijds equivalenten, tijdens de vier kwartalen die voorafgaan aan het kwartaal van de authentieke schenkingsakte;
7° de verkoopwaarde van de zakelijke rechten op goederen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, W.W.Reg., of op alle effecten en schuldvorderingen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, W.W.Reg., berekend de dag van de authentieke schenkingsakte, en het aantal en soort effecten die in het bezit zijn van de schenker(s) of de opvolger(s) voor en na de schenking;
8° in het geval van artikel 140bis, § 1, 1°, W.W.Reg., indien de schenking van de onderneming meer bepaald de overdracht om niet van een zakelijk recht op een onroerend goed betreft dat geheel of gedeeltelijk als woning wordt gebruikt de dag van de authentieke schenkingsakte, de lijst en de juiste ligging van die onroerende goederen, het percentage ervan dat als woning is gebruikt en hun verkoopwaarde;

9° in het geval van artikel 140bis, § 1, 2°, W.W.Reg., de verdeling van de opbrengsten van de resultatenrekening van de onderneming en haar dochterondernemingen op geconsolideerde basis tussen haar verschillende activiteiten voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor beide laatste, op het ogenblik van de authentieke schenkingsakte afgesloten boekjaren van de vennootschap;

10° indien het verlaagde tarief van artikel 140bis W.W. Reg. aangevraagd wordt voor schuldvorderingen in de zin van artikel 140bis, § 4, van datzelfde Wetboek:

  • het nominale bedrag van die schuldvorderingen;
  • de verklaring dat laatstgenoemden rechtstreeks in verband staan met de behoeften van de industriële, handels-, ambachtelijke, landbouw- of bosbouwactiviteit, het zelfstandige beroep, het ambt of de post die ofwel door de onderneming zelf ofwel door de onderneming en haar dochterondernemingen worden uitgeoefend;
  • het bedrag van het werkelijk volgestort maatschappelijk kapitaal dat noch verminderde noch terugbetaald is in hoofde van de schenker(s) op de datum van de authentieke schenkingsakte.
Bij die verklaring/aangifte moeten volgende stukken worden gevoegd :

1° het oprecht verklaarde afschrift van het register der effecten op naam en, in voorkomend geval, de lijst der aanwezigen op de laatste algemene vergadering;

2° in voorkomend geval, het oprecht verklaarde afschrift van de aandeelhoudersovereenkomst bedoeld in artikel 140bis, § 2, 2°, tweede streepje, W.W.Reg.;

3° indien de effecten bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, W.W.Reg., certificaten uitmaken die verband houden met aandelen, winstbewijzen, intekeningsrechten en aandelen van de onderneming waarvoor het voordeel bepaald bij artikel 140bis W.W.Reg., wordt aangevraagd, een door een notaris, een bedrijfsrevisor of een accountant ondertekend attest waarbij bevestigd wordt dat die certificaten de voorwaarden verwoord in artikel 140bis, § 3, b), W.W.Reg., vervullen.

Het model van de verklaring/overeenkomst werd in het Belgisch Staatsblad van 6 september 2006 bekendgemaakt. Het is bepaald bij een ministerieel besluit van 14 juli 2006, uitgevaardigd door de Waalse minister van begroting.

2) De overeenkomst moet zijn vastgesteld bij authentieke akte, verleden voor een Belgische of een buitenlandse notaris. Handgiften en onrechtstreekse schenkingen waarvan nadien melding wordt gemaakt in een authentieke akte voldoen niet aan die voorwaarde

Opmerking
Het is duidelijk dat de in artikel 138 1 W. Reg. vereiste verklaring (of er tussen dezelfde partijen reeds een of meerdere schenkingen zijn gedaan binnen de drie jaar) niet meer moet voorkomen in een akte van schenking van een onderneming. Inderdaad, dat artikel werd gewijzigd bij het decreet van 15 december 2005 zodat die vermelding enkel nog moet gedaan worden wanneer het gaat om schenkingen die onderworpen zijn aan de artikelen 131 en 131ter (terwijl het eerste lid van artikel 138 1 voorheen een algemene draagwijdte had).

VII Voorwaarden voor het behoud van het verminderde tarief (art. 140quinquies, § 1)
42. Naast voorwaarden voor het bekomen van het verlaagd tarief op het ogenblik van de registratie van de schenkingsakte, worden er ook voorwaarden gesteld om dat verminderde recht nadien te behouden. De Waalse decreetgever heeft immers een observatieperiode (in de memorie van toelichting aangemerkt als "probatoire") voorzien van vijf jaar te rekenen van de authentieke akte van schenking. Bij het verstrijken van die periode moet er dan ook gecontroleerd worden of aan die voorwaarden werd voldaan.

Het behoud van het tarief van 0% is bijgevolg afhankelijk van het vervullen van de volgende voorwaarden.

A) Voortzetting van een activiteit gedurende tenminste vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke akte (art. 140quinquies, §1, eerste lid, 1°).

43. De activiteit moet voortgezet worden - naargelang het type van schenking - hetzij door de overgedragen onderneming (art. 140bis, § 1, 1°), hetzij door de vennootschap zelf of met haar filialen (art. 140bis, § 1, 2°, a). Die onderneming moet gedurende minstens vijf jaar een economische activiteit voortzetten; het moet dus gaan om een ononderbroken activiteit gedurende de vijf jaren die volgen op de datum van de authentieke akte van schenking.

44. Belangrijk is dat de opvolger een activiteit uitoefent: het is dus niet noodzakelijk dat die activiteit volledig dezelfde is als die op het ogenblik van de schenking. De economische activiteit van de opvolger kan verschillen van - zelfs tegengesteld zijn aan - die van de schenker op het ogenblik van de schenking. Niettemin moet de opvolger er voor zorgen dat de werkgelegenheid voldoende op peil blijft (zie volgende voorwaarde) en dat het gaat om een activiteit die voor de toepassing van het verminderde tarief is vereist.

45. Het is mogelijk dat de onderneming wordt overgedragen aan meerdere personen ( 2 broers, 2 zussen, ...). In dat geval is het niet nodig dat alle begiftigden de activiteit voortzetten. De bedoeling van het decreet is de overdracht van de onderneming te vergemakkelijken en het voortbestaan van een economische activiteit zeker te stellen: het doet er niet toe of het voortbestaan gegarandeerd wordt door een of meerdere begiftigden. Natuurlijk geldt dat maar op voorwaarde dat de overige voorwaarden vervuld blijven: aldus blijft elk van de opvolgers bij het verstrijken van de observatieperiode tegenover de schatkist aansprakelijk voor het verlies van het verlaagd tarief in verhouding tot de goederen of effecten die hij bij de schenking heeft verkregen, ongeacht wie van hen de verplichting op zich heeft genomen om de activiteit voort te zetten.

Wanneer aldus bijvoorbeeld een universaliteit van goederen wordt geschonken aan 2 broers is het denkbaar dat zij overeenkomen dat de activiteit door één van hen zal worden voortgezet. Niettemin zal elk van de broers kunnen aangesproken worden tot voldoening van het gewone tarief over het aandeel dat hij in de universaliteit heeft verkregen, indien de voorwaarden voor het behoud van het verlaagd tarief niet worden vervuld.

B) behoud van de werkgelegenheid ten belope van 75% (art. 140quinquies, § 1, 1ste lid, 2°)

46. Die verplichting rust op hetzij de onderneming (art.140bis, § 1, 1°) hetzij de vennootschap zelf of de vennootschap en haar filialen (art. 140bis, § 1, 2°, a).

47. Het idee is dus het totaal aantal werknemers in de onderneming in Wallonië en het totaal aantal zelfstandigen die in hoofdorde verbonden zijn aan de onderneming in Wallonië samen te tellen. Dat samengeteld aantal moet worden omgezet in voltijdse eenheden en tenminste gelijk zijn aan één voltijdse eenheid. Het is dat samengeteld aantal dat voor minstens 75% moet behouden blijven.

Ter beoordeling van deze voorwaarde wordt dus de werkgelegenheid in dienstverband en de werkgelegenheid als zelfstandige die door de onderneming wordt verschaft samengeteld.

48. Deze 75%-regel moet elk jaar gedurende de vijfjarige termijn die volgt op de schenkingsakte worden vervuld en dat op basis van een jaarlijks gemiddelde.

In de veronderstelling dat een vennootschap de activiteit samen met haar filialen uitoefent moet de 75%-regel beoordeeld worden op het niveau van de vennootschap en haar filialen tezamen.

49. In geval van overdracht van een bedrijfstak moet 75%-cijfer worden genuanceerd.

Voorbeeld
Een onderneming omvat drie bedrijfstakken en stelt in totaal 20 personen te werk.
De schenker draagt één bedrijfstak over die 8 personen tewerkstelt.
Het spreekt voor zich dat alsdan de regel van het behoud van tewerkstelling moet beoordeeld worden rekening gehouden met die 8 personen. In casu zal het er voor de opvolger op aankomen een tewerkstelling van tenminste 6 personen te behouden.
C) het behoud van een substantieel deel van de werkingsmiddelen van de onderneming (art. 140quinquies, § 1, eerste lid, 3°)

50. Bedoeling van deze voorwaarde is te vermijden dat de overgedragen onderneming (ongeacht het type) zou uitgehold worden door de opvolgers. De werkingsmiddelen van de onderneming moeten substantieel behouden blijven gedurende de vijf jaren volgend op de datum van de authentieke schenkingsakte.

51. Deze voorwaarde is in algemene termen geformuleerd. Ze kan als volgt worden geëxpliciteerd:

"de investeringen (in brede zin) in de onderneming gedaan vóór de schenking door een natuurlijke persoon of het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap kunnen niet teruggenomen of verminderde worden gedurende de vijf jaar die volgen op de schenking door terugnemingen of verdelingen".
52. Ondanks die algemene bewoordingen, kunnen uit die tekst twee elementen gedistilleerd worden:

  • enkel de feitelijke omstandigheden zullen toelaten te beoordelen of de onderneming werkelijk een substantieel deel van haar werkingsmiddelen heeft verloren na de schenking;
  • dan nog moet dat verlies het gevolg zijn van het opzet van de opvolgers, met name door terugnemingen of verdelingen, en niet van normale tegenvallers in het economisch bestaan; het enkele feit van vermindering van het netto-actief van een onderneming of van het maatschappelijk kapitaal ervan brengt dus niet het verlies mee van het verminderde tarief.
D) de werkelijke zetel van leiding van de vennootschap mag niet worden overgebracht naar een land dat geen lidstaat van de Europese Unie is (art. 140quinquies, § 1, eerste lid, 4°)

Dat verbod geldt gedurende vijf jaar volgend op de schenkingsakte.

E) een ondertekende verklaring verschaffen waaruit blijkt dat de voorwaarden voor het behoud van het verminderde tarief werden vervuld (art. 140quinquies, § 1, eerste lid, 5°)

53. Die verklaring/aangifte (1) moet aan de ontvanger van het kantoor waar de akte werd geregistreerd bezorgd worden na het verstrijken van de periode van vijf jaar die volgt op de datum van de schenkingsakte.

[(1) - en dus door andere dan franstalige ambtenaren - ]

Ze moet gedaan worden volgens het model dat door de Waalse regering is bepaald.

De nadere bepalingen inzake de verklaring/aangifte worden bepaald bij artikel 10 van het besluit van de Waalse regering van 29 juni 2006 betreffende de verlaagde tarieven van de successie- en de schenkingsrechten, meer bepaald bij de overdracht van ondernemingen (B.S. 8 augustus 2006, blz. 38882). Aldus moet de verklaring/aangifte bevatten:

1° naam en voornamen, geboortedatum, en de woonplaats van de schenker(s);

2° het volledige adres van het ontvangkantoor van de schenkingsrechten waarbij de authentieke schenkingsakte geregistreerd wordt krachtens de artikel 39 en 40 W. Reg.;

3° naam, voornamen en woonplaats van de opvolger(s) voor wie de aangifte is verricht;

4° de benaming of de firmanaam, de activiteit(en), de hoofdactiviteit(en), het ondernemingsnummer en het adres van de onderneming waarvoor het voordeel bepaald bij artikel 140bis W.W.Reg. aangevraagd wordt, tijdens de periode van vijf jaar na de authentieke schenkingsakte bedoeld in artikel 140quinquies, § 1, lid 1, 1° tot en met 4°, W.W.Reg.;

5° indien de onderneming waarvoor het voordeel bepaald bij artikel 140bis W.W.Reg. aangevraagd is, dochterondernemingen heeft gehad tijdens de periode van vijf jaar na de authentieke schenkingsakte bedoeld in artikel 140quinquies, § 1, lid 1, 1° tot en met 4°, W.W.Reg., de benaming of de firmanaam, de hoofdactiviteit(en), het ondernemingsnummer en het adres van die dochterondernemingen;

  • ofwel, in het geval van artikel 140bis, § 2, 1°, eerste streepje, W.W.Reg., het aantal werknemers die de onderneming en haar dochterondernemingen in Wallonië in dienst hebben genomen met arbeidsovereenkomst en onderworpen aan het Riziv, uitgedrukt in voltijds equivalenten, tijdens de vier kwartalen die voorafgaan aan het kwartaal van de authentieke schenkingsakte. Dat geldt niet voor de werknemers bedoeld in artikel 5 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  • ofwel, in het geval van artikel 140bis, § 2, 1°, tweede streepje, W.W.Reg., het aantal zelfstandigen bedoeld bij die bepaling, die in Wallonië hoofdzakelijk aan de onderneming en haar dochterondernemingen verbonden zijn en die hun bijdragen in verband met het sociale statuut der zelfstandigen hebben betaald, uitgedrukt in voltijds equivalenten, tijdens de vier kwartalen die voorafgaan aan het kwartaal van de authentieke schenkingsakte;
7° de verkoopwaarde van de zakelijke rechten op goederen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, W.W.Reg., of op alle effecten bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, W.W.Reg., berekend na afloop van de periode van vijf jaar na de authentieke schenkingsakte bedoeld in artikel 140quinquies, § 1, lid 1, 1° tot en met 4°, W.W.Reg., en het aantal en soort effecten die in het bezit zijn van de schenker(s) of de opvolger(s) na afloop van die periode van vijf jaar na de authentieke schenkingsakte bedoeld in artikel 140quinquies, § 1, lid 1, 1° tot en met 4°, W.W.Reg.;
8° in het geval van artikel 140bis, § 1, 1°, W.W.Reg., indien de schenking van de onderneming meer bepaald de overdracht om niet van een zakelijk recht op een onroerend goed betreft waarop het verlaagde tarief toegepast is, zelfs gedeeltelijk, de lijst en de juiste ligging van die onroerende goederen die geheel voor bewoning zijn gebruikt of in een andere verhouding dan aangegeven in de aangifte bedoeld in artikel 9, alsmede de fluctuatie van het percentage ervan dat als woning is gebruikt tijdens de periode van vijf jaar na de authentieke schenkingsakte bedoeld in artikel 140quinquies, § 1, lid 2, W.W.Reg.

Het model van de verklaring/overeenkomst werd in het Belgisch Staatsblad van 6 september 2006 bekendgemaakt. Het is bepaald bij een ministerieel besluit van 14 juli 2006, uitgevaardigd door de Waalse minister van begroting.

Vanzelfsprekend moet een opvolger van de onderneming die verklaring/aangifte niet meer verstrekken wanneer hij vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar gedurende dewelke de onderneming moet worden voortgezet, reeds een aangifte van het niet vervullen van de voorwaarden tot behoud van het verminderde recht heeft ingediend (zie hierna nrs. 61 tot 64).

F) de verkregen onroerende goederen niet bestemmen tot bewoning (art. 140quinquies, § 1, tweede lid)

54. Deze voorwaarde betreft enkel de schenking van een onderneming als bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, W.W.Reg. (onderneming geëxploiteerd door een natuurlijke persoon, eventueel samen met anderen). In de tekst worden twee gevallen onderscheiden.

55. Het eerste geval is dat waarin een met het verminderde recht verkregen onroerend goed volledig voor bewoning wordt bestemd. In dat geval wordt het gewoon tarief bepaald in artikel 131 opeisbaar. De sanctie bestaat dus uitsluitend in het verschuldigd worden van het gewoon recht op het tot bewoning bestemde onroerende goed. Het voordeel van het verminderde recht blijft behouden voor de overige goederen begrepen in de schenking.

56. Het tweede geval betreft de gedeeltelijke (volledig nieuwe of bijkomende) bestemming na de schenking van een onroerend goed tot bewoning. In dat geval wordt het gewoon tarief opeisbaar in de mate van de nieuwe of bijkomende bestemming van het onroerend goed tot bewoning. Ook hier bestaat de sanctie dus enkel uit de verplichting het gewoon tarief te voldoen. Het verschil met het eerste geval is dat het gewoon recht niet verschuldigd wordt over de gehele waarde van het onroerend goed maar enkel over de waarde van het volledig nieuwe of bijkomende gedeelte van het onroerende goed dat tot bewoning wordt bestemd.

Voorbeeld

Een onroerend goed uitsluitend gebruikt voor het exploiteren van een slagerszaak werd overgedragen op 1 juli 2006 met betaling van het tarief van 0%. Dat onroerend goed heeft op dat ogenblik een verkoopwaarde van 100.000 EUR. Op 27 maart 2009 wordt dat onroerend goed voor 30% bestemd tot bewoning. Het gewone tarief van artikel 131 wordt verschuldigd over een bedrag van 30.000 EUR.
Het verbod om met het verminderde recht verkregen onroerende goederen tot bewoning te bestemmen, geldt gedurende vijf jaren volgend op de authentieke akte van schenking.
VIII. Verlies van het verminderde recht (art. 140quinquies, § 2)

57. Van zodra de voorwaarden voor het behoud van het verminderde tarief niet meer vervuld worden in de loop van de observatieperiode van vijf jaar verliest de opvolger het voordeel van het verminderde recht. Hij wordt meteen schuldenaar van de volgende bedragen:

  • het recht aan het tarief bepaald in de artikelen 131 tot 140 + de wettelijke interest geldend in burgerlijke zaken (te rekenen van de registratie van de authentieke akte van schenking).
58. Enkel en alleen overmacht maakt dat de opvolger die bedragen niet zal moeten betalen. Het bewijs van de overmacht rust op de opvolger.

Volgens het gemeen recht kan er maar van overmacht sprake zijn wanneer de uitvoering van een verbintenis onmogelijk wordt gemaakt door een gebeurtenis die zich voordoet na het ontstaan van de verbintenis en buiten de wil van diegene die er zich op beroept, en die bovendien niet kon worden voorzien (onvoorzienbaarheid), noch verhinderd (onoverkoombaarheid) (cass. 17 januari 1990, Pas. 1990, I, blz. 584; constante rechtspraak). Er is dus maar overmacht in geval van een gebeurtenis die de uitvoering van de verbintenis onmogelijk maakt:

  • op definitieve wijze
de gebeurtenis moet dus de uitvoering van de verbintenis redelijkerwijze volledig onmogelijk maken: hiermee wordt niet alleen de fysieke maar ook de juridische onmogelijkheid bedoeld (zie het criterium van de onoverkoombaarheid hierna; Cass. 13 mei 1996, Pas., 1996, I, blz. 455; Brussel, 25 januari 2000, nog niet gepubliceerd);

  • na het ontstaan van de verbintenis
indien de gebeurtenis zich voor of in de loop van het tot stand komen van de overeenkomst heeft voorgedaan, kan er geen sprake zijn van niet-naleving wegens overmacht (Kh. Hasselt, 26 januari 1999, A.J.T., 1998-99, blz. 1051).

  • onafhankelijk van de wil van diegene die de overmacht inroept
van overmacht kan geen sprake zijn wanneer de gebeurtenis werd uitgelokt of bevorderd door een fout, een onvoorzichtigheid of onachtzaamheid van de schuldenaar van de verbintenis; die schuldenaar moet dus alle nuttige maatregelen genomen hebben om zijn verbintenis te kunnen uitvoeren; evenmin kan er sprake zijn van overmacht indien de schuldenaar van de verbintenis onvoorzichtig is geweest of onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen (zie in fiscale zaken Cass., 25 juni 1956, Pas., 1956, I, blz. 1176; Antwerpen, 20 januari 1992, Bull. bel., 1995, blz. 60; Bergen, 16 februari 1990, R.G.E.N., 1992, blz. 136);

  • gebeurtenis die niet kon worden voorzien door diegene die ze inroept (onvoorzienbaarheid)
wat dit punt betreft moet worden opgemerkt dat wanneer de gebeurtenis wel voorzienbaar is maar desondanks door de schuldenaar niet kon worden verhinderd, de gebeurtenis toch haar karakter van overmacht behoudt;

aldus moet de gebeurtenis van een zodanige aard zijn dat de schuldenaar ondanks de voorzienbaarheid ervan in de onmogelijkheid verkeert de schade te vermijden; een voorzienbare maar onvermijdbare gebeurtenis blijft alsdan overmacht uitmaken;

  • gebeurtenis die niet kon worden vermeden door diegene die ze inroept (onvermijdbaarheid)
het criterium van onvermijdbaarheid moet op redelijke wijze worden geïnterpreteerd, meer bepaald maakt een omstandigheid, die de uitvoering van de verbintenis alleen maar bemoeilijkt of duurder maakt, geen overmacht uit; van de andere kant verplicht dat criterium de schuldenaar van de verbintenis er niet toe buitengewone maatregelen te nemen of maatregelen te nemen die zodanig duur zijn dat hij riskeert onvermogend te worden.

59. Die bedragen zijn niet verschuldigd wanneer de opvolger reeds aangeboden heeft het recht bepaald in de artikelen 131 tot 140 te betalen (overeenkomstig het bepaalde in artikel 140 sexies ; zie IX hierna).

60. In geval van verlies van het verminderde recht moeten de overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde rechten vereffend worden op grond van een aangifte die ter formaliteit moet worden aangeboden op het kantoor dat het verminderde recht heeft geïnd. Die aangifte moet, op straffe van een boete gelijk aan die rechten, ter formaliteit worden aangeboden binnen de eerste vier maanden volgend op het einde van het jaar gedurende hetwelk een van de voorwaarden voor behoud van het verminderde recht niet meer werd vervuld (artikel 140octies, eerste lid). De aangifte, ondertekend door de opvolger, moet in 2 exemplaren worden gedaan waarvan er één op het registratiekantoor blijft. In de aangifte wordt de schenking vermeld, de omstandigheid die het verlies van het verminderde tarief heeft meegebracht, alsook alle elementen nodig voor de vereffening van de belasting.

IX. Vervroegde betaling van het recht bepaald in de artikelen 131 tot 140 (art. 140sexies)

61. De opvolger die het verminderde recht heeft genoten kan aanbieden om het schenkingsrecht bepaald bij de artikelen 131 tot 140, vermeerderd met de wettelijke interest naar de voet in burgerlijke zaken, te betalen vóór het verstrijken van de vijfjarige observatietermijn.

62. De opvolger die niet bij machte is om te blijven voldoen aan de voorwaarden van artikel 140quinquies, § 1 en die gebruik wil maken van die mogelijkheid tot vervroegde betaling, moet hiertoe het initiatief nemen alvorens de bedragen (in de artikelen 131-140 bepaalde recht + wettelijke interest) te zijnen laste opeisbaar worden.

63. Ook in dit geval wordt de wettelijke interest berekend vanaf de datum van de registratie van de schenking.

64. De opvolger die van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet een aangifte ter formaliteit aanbieden op het kantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd. Die aangifte, ondertekend door de opvolger, moet in 2 exemplaren worden gedaan waarvan er één op het registratiekantoor blijft. In de aangifte wordt de schenking vermeld, de omstandigheid die het verlies van het verminderde tarief heeft meegebracht of van aard is dat mee te brengen, alsook alle elementen nodig voor de vereffening van de belasting.

X. Progressiviteitsvoorbehoud (art.137)

65. Bij dit decreet werd ook artikel 137 W.W.Reg. gewijzigd. Het artikel zoals het voor de wijziging luidde had een algemene draagwijdte en was van toepassing op alle schenkingen.

66. Voortaan wordt de werking van het mechanisme ingesteld voor het verzekeren van de progressiviteit van de belasting beperkt tot de schenkingen die onder de progressieve tarieven van de artikelen 131 W.W.Reg. (gewoon stelsel) en 131ter W.W.Reg. (stelsel voor schenking van de gezinswoning) vallen.

Men kan zich bijvoorbeeld het geval voorstellen waarbij een vader, bedrijfsleider van een onderneming met drie bedrijfstakken, aan zijn zoon een eerste bedrijfstak schenkt in 2006, de tweede in 2007 en de derde in 2008. Indien telkens de voorwaarden voor de toepassing van de artikelen 140bis en volgende zijn vervuld, zullen die drie schenkingen achtereenvolgens aan het recht van 0% onderworpen zijn, zonder progressiviteit.

XI. Overlijden van de schenker binnen de drie jaar van de schenking - invloed op de successierechten (art. 66bis W.W.Succ.).

67. Dit decreet voegt een lid toe aan artikel 66bis van het W.W.Succ., volgens hetwelk de maatregel bepaald in het eerste lid voor het verzekeren van de progressiviteit van het successierecht, niet van toepassing is op schenkingen van ondernemingen die het voorwerp hebben uitgemaakt van het verminderde tarief vastgesteld in artikel 140bis W.W.Reg.
XII. Inwerkingtreding
68. Het decreet bepaalt dat de in deze circulaire gecommentarieerde bepalingen in werking treden op 1 januari 2006. Bijgevolg is deze nieuwe Waalse regelgeving van toepassing wanneer het belastbaar feit van de schenking van een onderneming zich vanaf die datum voordoet, m.a.w. zij is van toepassing op schenkingen vastgesteld bij authentieke akte verleden voor een Belgische notaris vanaf 1 januari 2006, en op schenkingen vastgesteld bij authentieke akte verleden voor een buitenlandse notaris wanneer ze ter registratie wordt aangeboden vanaf 1 januari 2006.

* *

*

Afdeling II : De overdracht door overlijden van ondernemingen
De nrs. 69 tot 100 van de volledige franstalige circulaire betreffen de successierechten en worden in deze verkorte nederlandstalige circulaire niet hernomen.

NAMENS DE MINISTER :

de adjunct-Administrateur-generaal

Paul NECKEBROECK

BIJLAGE
GECOORDINEERDE TEKSTEN VAN DE GEWIJZIGDE ARTIKELEN
I. WAALS WETBOEK DER REGISTRATIE- HYPOTHEEK- EN GRIFFIERECHTEN


Afdeling XII : Schenkingen
Onderafdeling I : Algemene bepalingen


Artikel 137
Ter bepaling van het op een schenking onderworpen aan het recht van artikel 131 of van artikel 131ter toepasselijk tarief, wordt de desbetreffende belastbare grondslag gevoegd bij de som die heeft gediend tot grondslag van heffing op de schenkingen onderworpen aan het recht van artikel 131 of van artikel 131ter welke reeds tussen dezelfde partijen zijn voorgekomen en vastgesteld werden door akten die dagtekenen van minder dan drie jaar vóór de datum der nieuwe schenking en vóór laatstbedoelde datum geregistreerd werden of verplicht registreerbaar geworden zijn.

….

Onderafdeling II : Bijzondere bepalingen voor schenkingen van ondernemingen
Artikel 140bis
§ 1. In afwijking van de artikelen 131 en 131bis wordt het schenkingsrecht verlaagd tot 0 % voor de schenkingen van ondernemingen indien die schenkingen, vastgesteld bij authentieke akte, als voorwerp hebben :

1° de overdracht om niet van een zakelijk recht op goederen die een universaliteit van goederen of een bedrijfstak of een handelszaak uitmaken, waarmee de begiftigde alleen of samen met andere personen op de dag van de schenking een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt of post uitoefent.

Het in artikel 131 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die geheel tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking. Het in artikel 131 vastgestelde recht blijft niettemin toepasselijk op de overdrachten van zakelijke rechten op onroerende goederen die gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking, in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat voor bewoning wordt aangewend in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed;

2° de overdracht om niet van een zakelijk recht op :

a) effecten van een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en die zelf of samen met haar dochtervennootschappen in hoofdberoep een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent op geconsolideerde basis voor de vennootschap en haar dochtervennootschappen, voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor elk van beide laatste boekjaren van de vennootschap, afgesloten op het ogenblik van de authentieke akte van de schenking;

b) schuldvorderingen op een in a) bedoelde vennootschap.

§ 2. De vermindering van het recht, vastgesteld bij § 1, wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van gezamenlijke volgende voorwaarden :

1° het dient een onderneming te betreffen :

  • ofwel die in Wallonië personeelsleden ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tewerkstelt op datum van de authentieke schenkingsakte;
  • ofwel waarin de uitbater(s) en hun echtgenote, hun wettelijk samenwonende, hun bloed- en aanverwanten in de eerste graad de enige in Wallonië tewerkgestelde werknemers van de onderneming zijn, aangesloten zijn bij een Sociale Verzekeringskas voor Zelfstandigen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en hun bijdrage in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen hebben betaald, op datum van de authentieke schenkingsakte;
2° indien het effecten en schuldvorderingen bedoeld in § 1, 2°, betreft :

  • het geheel van de overgedragen effecten moet ten minste 10 % van de stemrechten in de algemene vergadering bedragen, op datum van de authentieke schenkingsakte;
  • als het geheel van de overgedragen effecten minder bedraagt dan 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering moet bovendien een aandeelhouderschapsovereenkomst gesloten worden voor een minimumperiode van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke schenkingsakte en betrekking hebben op minstens 50 % van de stemrechten in de algemene vergadering. Door het sluiten van deze overeenkomst verplichten de partijen zich ertoe de in dit artikel 140quinquies, § 1, bedoelde voorwaarden in acht te nemen;
3° de begiftigde die om de toepassing van het verlaagde recht verzoekt, dient in de inhoud of onderaan op de akte te verklaren dat de voorwaarden van dit artikel verenigd zijn en bij de akte een ondertekende verklaring te voegen waarvan de Regering van het Waalse Gewest het model bepaalt, evenals de stukken die erbij gevoegd dienen te worden; indien de akte betrekking heeft op meerdere opvolgers, dienen laatstgenoemden een gemeenschappelijke verklaring die elkeen ondertekend heeft, in te dienen.

Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt de begiftigde die om de toepassing van het verlaagde recht verzoekt en die de verklaring opstelt, "opvolger" genoemd.

§ 3. Onder "effecten" wordt verstaan :

a. de aandelen, winstaandelen, intekeningsrechten en winstbewijzen van een vennootschap;

b. de certificaten m.b.t. de in a. bedoelde effecten :

  • wanneer ze worden uitgegeven door rechtspersonen die gevestigd zijn in één van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte en die houder zijn van de effecten waarop de certificaten betrekking hebben;
  • wanneer de uitgever van de certificaten alle rechten gebonden aan de effecten waarop ze betrekking hebben, met inbegrip van het stemrecht, uitoefent;
  • wanneer dit certificaat bepaalt dat zijn titularis elk product of inkomen gebonden aan de effecten onderworpen aan de certificering van de uitgever van de effecten kan eisen.
§ 4. Onder "schuldvorderingen" wordt verstaan elke geldlening al dan niet in de vorm van effecten, gegeven door de schenker aan een vennootschap waarvan hij effecten bezit, wanneer deze lening rechtstreeks is gebonden aan de behoeften van de industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwactiviteit, van het vrij beroep of van het ambt of post uitgeoefend ofwel door de vennootschap ofwel door de vennootschap zelf en haar dochtervennootschappen.

De bovenvermelde schuldvorderingen worden evenwel uitgesloten voorzover het totale nominale bedrag van de schuldvorderingen hoger is dan het deel van het sociaal kapitaal dat werkelijk vrijgemaakt wordt en dat niet het voorwerp uitmaakt van een vermindering, noch van een terugbetaling in hoofde van de schenker op de datum van de authentieke akte van schenking. De andere winsten dan de verdeelde en als dusdanig belaste winsten die in het kapitaal worden ingelijfd, worden niet beschouwd als vrijgemaakt kapitaal.

Artikel 140ter


Artikel 140quater
Indien een van de onder artikel 140bis gestelde voorwaarden uiterlijk bij de aanbieding van de akte ter registratie niet is vervuld, wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het bij de artikelen 131 tot 140 vastgestelde recht. Geen enkele vordering tot teruggaaf is ontvankelijk.

Artikel 140quinquies
§ 1. Het verlaagde recht van artikel 140bis wordt enkel behouden op voorwaarde dat:

1° de onderneming verder actief blijft tijdens minstens vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke schenkingsakte, ofwel als onderneming zoals bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, ofwel als onderneming zelf of als onderneming samen met haar dochtervennootschappen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a) ;

2° het totaal aantal werknemers in de onderneming in Wallonië en het totaal aantal zelfstandigen die in hoofdberoep verbonden zijn aan de onderneming in Wallonië en die in het kader van het sociaal zelfstandigenstatuut in orde zijn met hun bijdragen, waarbij dat totaal aantal uitgedrukt wordt in voltijdse eenheden en waarbij dat aantal minstens één moet bedragen, tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte in jaargemiddelden op minstens 75 pct. van zijn bestand behouden blijft, ofwel als onderneming zelf of als onderneming samen met haar dochtervennootschappen bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, a).

Als het verkregen totaal aantal één eenheid overschrijdt zonder een geheel getal te zijn, wordt het naar de lagere of hogere eenheid afgerond al naar gelang de eerste decimaal al dan niet gelijk is aan of hoger is dan 5;

3° het tegoed dat in een activiteit, een vrij beroep of een ambt of post zoals bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, geïnvesteerd wordt of het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap bedoeld in artikel 140bis, § 1, 2°, niet afnemen ten gevolge van vooruitnemingen of verdelingen tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte;

4° de effectieve directiezetel van de vennootschap tijdens de vijf eerste jaren te rekenen van de authentieke schenkingsakte niet overgeheveld wordt naar een staat die geen lid is van de Europese Unie;

5° de opvolgers die niet aangeboden hebben om het verschuldigde recht zoals bedoeld in artikel 140sexies te betalen, de ontvanger van het kantoor waar de akte geregistreerd is, na afloop van de periode van vijf jaar na het overlijden bedoeld onder de nrs. 1° tot en met 4° hierboven, een ondertekende verklaring verstrekken waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld onder de nrs 1° tot en met 4° hierboven en in lid 2 verder nageleefd worden. De wijze waarop die aanvraag plaatsvindt, wordt door de Regering van het Waalse Gewest bepaald.

Wat betreft de zakelijke rechten op onroerende goederen die met het voordeel van het verlaagde recht zoals bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, worden overgemaakt, wordt dat verlaagde recht enkel behouden op voorwaarden dat die onroerende goederen niet bestemd worden voor bewoning, noch geheel noch gedeeltelijk, tijdens een ononderbroken duur van vijf jaar te rekenen van de datum van de authentieke schenkingsakte. Indien de bewoning van het onroerende goed dat met het voordeel van het verlaagde recht gedeeltelijk een nieuwe bestemming krijgt, wordt het verlaagde recht enkel ingetrokken in de mate van de verkoopwaarde van het deel van het onroerend goed dat de nieuwe bestemming als bewoning kreeg, in verhouding tot de totale verkoopwaarde van het onroerend goed dat is overgemaakt met het voordeel van het verlaagde recht.

§ 2. Behalve in geval van overmacht, wordt het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de datum van registratie van de schenking, opeisbaar ten laste van de opvolger, vanaf het ogenblik waarop de voorwaarden van § 1 niet meer vervuld zijn, behalve indien die opvolger gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om voor te stellen om het verschuldigde recht te betalen, zoals bepaald bij artikel 140sexies, voor dat ogenblik.

Artikel 140sexies
De opvolger die de toepassing van het verlaagd recht heeft genoten kan aanbieden om het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht, vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de voorwaarden van artikel 140quinquies, § 1, behouden moeten blijven en voor het aanbreken van het ogenblik bedoeld in artikel 140quinquies, § 2.

Artikel 140septies
....

Artikel 140octies
Indien artikel 140quinquies, § 2 van toepassing is, worden het recht en de interesten vereffend op een verklaring die ter registratie moet worden aangeboden op het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven, binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk één van de oorzaken van opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht zich heeft voorgedaan en dit op straf van een boete gelijk aan dit recht.

Indien artikel 140sexies van toepassing is, moet de opvolger die de toepassing van het verlaagde recht heeft genoten op het voormelde registratiekantoor een verklaring ter registratie aanbieden waarin de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht wenst te betalen wordt aangegeven.

De bij dit artikel voorgeschreven verklaringen, welke door de begiftigde die de toepassing van het verlaagde recht heeft genoten, werden ondertekend, worden in dubbel gesteld, waarvan één exemplaar op het registratiekantoor blijft. Deze verklaringen vermelden de akte, het nieuwe feit waaruit de opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht voortvloeit en al de voor de vereffening van het recht vereiste gegevens.

II WAALS WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN
Artikel 66bis
Zo er schenkingen onder levenden bedoeld in artikel 42, nummer VIIIbis, bestaan, wordt de basis waarop het registratierecht werd of dient geheven uit hoofde van die schenkingen, gevoegd bij het erfelijk emolument der belanghebbenden om het op dit emolument toepasselijk progressief recht van successie of van overgang bij overlijden te bepalen.

De bepaling van lid één geldt niet :

1° voor de schenkingen van roerende goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van het evenredig recht vastgesteld in artikel 131bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;

2° voor de schenkingen van ondernemingen die het voorwerp hebben uitgemaakt van het verminderde tarief vastgesteld in artikel 140bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.