Circulaire nr. Ci.RH.332/490.866 dd. 21.03.1997

CIRC 21.03.97/1

Circulaire nr. Ci.RH.332/490.866 dd. 21.03.1997


Bull. nr. 772, pag. 1237

BEREKENING VAN DE BELASTING
Afzonderlijk belastbaar inkomen.
Gemiddelde aanslagvoet.

OPENBARE DIENST
Terugvordering van bezoldigingen.
Terugvordering van pensioenen.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 +, 2 en 3

De attesten 281.25 die door overheidsdiensten worden uitgereikt in geval van terugvordering van bezoldigingen of pensioenen in de loop van een jaar volgend op dat van de betaling, moeten de aanslagdiensten in staat stellen de inkomsten van het jaar waarin onrechtmatige betaling plaats vond, recht te zetten (zie inzonderheid circ. 20.2.1996, 12 en 19.7.1996, nr. Ci.RH.244/479.739).

Anderzijds zijn de opzeggingsvergoedingen en de achterstallen van bezoldigingen, pensioenen enz. als bedoeld in art. 171, 5°, WIB 92, in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad.

De parlementaire vraag nr. 108 van 21.8.1996 van de Heer Senator HATRY (zie kopie als bijlage) behandelt de gevolgen die het opstellen van een attest 281.25 heeft op de vaststelling van de aanslagvoet welke voor die afzonderlijke aanslag in aanmerking moet worden genomen.

Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


V. KINDT


BIJLAGE

Parlementaire vraag nr. 108 van de heer Senator Hatry d.d. 21 augustus 1996 (Bulletin "Vragen en antwoorden", Senaat, zitting 1996-1997, nr. 1-29 van 15.10.1996, blz. 1407; Bull. 769, blz. 460)

Afzonderlijke aanslag.

Ik verneem dat artikel 171, 5°, WIB 1992, soms zeer verschillend wordt toegepast.

Kan de geachte minister mij meedelen of een latere negatieve fiche 281.25 de twaalf maandelijkse beroepsinkomsten van het referentiejaar bedoeld in Com.IB 171/269 geheel of gedeeltelijk vermindert of annuleert ?

1. Mogen het referentiejaar en de gemiddelde aanslagvoet voor dat jaar nog in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het bovenvermelde artikel ?

2. Indien dat zo is, moet die aanslagvoet dan berekend worden op basis van de bovenvermelde inkomsten vóór of na de aftrek van het bedrag dat op die fiche vermeld is ?

Antwoord : Het geacht lid vindt hierna de antwoorden op de gestelde vragen.

Vraag 1

Het is evident dat wanneer het jaar van de onrechtmatige betaling als referentie geldt voor het bepalen van de aanslagvoet van een overeenkomstig artikel 171, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, afzonderlijk belastbaar inkomen, de rechtzetting op grond van het attest 281.25, naargelang van de omstandigheden, tot gevolg kan hebben dat :

  • Ofwel dat jaar niet meer als referentiejaar kan beschouwd worden voor het bepalen van de gemiddelde aanslagvoet, wanneer blijkt dat de belastingplichtige gedurende dat jaar geen normale beroepswerkzaamheid heeft gehad;
  • Ofwel de aanvankelijk in aanmerking genomen gemiddelde aanslagvoet hoger is dan die welke uit de rechtzetting volgt.


Vraag 2

Bij elk van beide hiervoor vermelde mogelijkheden past het ook de aanslag waarin de afzonderlijk belastbare inkomsten zijn opgenomen, te herzien, waarbij als gemiddelde aanslagvoet in aanmerking moet worden genomen :

  • Ofwel die van het nieuwe referentiejaar;
  • Ofwel die welke uit de rechtzetting van de belastbare basis volgt.


Als het geachte lid kennis heeft van gevallen waarin deze regels niet correct zijn toegepast, stel ik hem voor mij de naam en het adres van de betrokkenen mede te delen, zodat ik daaromtrent een onderzoek kan doen instellen.