Circulaire nr. Ci.R.9.Noorwegen/602.544 (AAFisc Nr. 48/2013) dd. 26.11.2013

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Internationale Betrekkingen

Circulaire nr. Ci.R.9.Noorwegen/602.544 (AAFisc Nr. 48/2013) dd. 26.11.2013

Dubbelbelastingverdrag

Noorwegen

Internationale overeenkomst

Pensioen

Belastingheffing naar het inkomen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Noorwegen tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen d.d. 14 april 1988. - Invoering van bronheffing op pensioenen uit de publieke sector. - Artikel 19, § 2, a) van het Belgisch-Noors dubbelbelastingverdrag.

Aan alle ambtenaren van de AAFisc.

1. Het Noorse parlement heeft recent enkele wijzigingen aangebracht aan de interne Noorse fiscale wetgeving inzake de belastingheffing van pensioenuitkeringen. Deze internrechtelijke Noorse wetswijziging heeft een beperkte weerslag op de toepassing van artikel 19, § 2, a) van het Belgisch-Noors dubbelbelastingverdrag (hierna genoemd "het Verdrag").

2. Artikel 19, § 2, a) van het Verdrag stelt: "Pensioenen door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan, hetzij rechtstreeks, hetzij uit door hen in het leven geroepen fondsen betaald aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of die gemeenschap, zijn slechts in die Staat belastbaar. Indien die pensioenen in die Staat niet aan belastingheffing zijn onderworpen, mogen ze in de andere overeenkomstsluitende Staat worden belast". Met andere woorden, een Belgisch rijksinwoner die een overheidspensioen ontvangt vanuit Noorwegen is op basis van artikel 19, § 2, a) van het verdrag in principe belastbaar in de bronstaat, zijnde Noorwegen. Indien de interne Noorse fiscale wetgeving niet voorziet in een belastingheffing van deze pensioenen, mogen ze toch in België worden belast.

3. De recente wijzigingen aan de Noorse fiscale wetgeving voorzien dat deze pensioenen uit de publieke sector in Noorwegen voortaan het voorwerp zullen uitmaken van een bronbelasting van 15% op het bruto pensioenbedrag. Deze pensioenen zullen in de toekomst aldus sowieso belast worden door de Noorse administratie, waardoor de laatste zin van artikel 19, § 2, a) van het verdrag zonder voorwerp wordt. Het voorgaande impliceert dat de Belgische administratie deze Noorse overheidspensioenen voortaan in geen enkel geval meer mag belasten, aangezien Noorwegen vanaf heden hierop steeds zelf bronbelasting zal inhouden op grond van deze wetswijziging.

4. Indien een Belgisch rijksinwoner aldus een overheidspensioen ontvangt vanwege de Noorse overheid ter zake van diensten bewezen aan die Staat (of dat onderdeel of die gemeenschap) zal er in principe 15% belasting worden ingehouden aan de bron in Noorwegen. Indien echter ten minste 90% van het netto-inkomen van belastingplichtige is onderworpen aan belasting in Noorwegen, is het mogelijk om toepassing te krijgen van een verlaagd tarief onder bepaalde voorwaarden. De Belgische gerechtigde die toepassing wenst te verkrijgen van een verlaagd tarief zal, met het oog hierop, zich dienen te wenden tot de bevoegde taxatiedienst in Noorwegen.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

S. KNAEPEN

Adviseur - Directeur