Circulaire nr. Ci.RH.241/585.443 (AOIF 16/2007) van 06.06.2007

CIRC 06.06.07/2
DIENSTENCHEQUE
Dienstencheque voor moederschapshulp

PERSONENBELASTING
Niet-belastbare tegemoetkoming
Belastingstelsel van dienstencheques voor moederschapshulp toegekend aan vrouwelijke zelfstandigen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.
Sinds 1 januari 2006 heeft een vrouwelijke zelfstandige die haar activiteit hervat na de geboorte van haar kind of kinderen, recht op 70 dienstencheques. De aankoopprijs van die dienstencheques wordt ten laste genomen door het sociaal verzekeringsfonds waarbij ze is aangesloten. De voorwaarden hiertoe zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques (BS 23 januari 2006).
Inzake het op die dienstencheques toepasselijk fiscaal regime, heeft de Minister van Financiën op een mondelinge vraag van Volksvertegenwoordiger Trees Pieters van 15 februari 2006 (1) geantwoord dat, enerzijds, de dienstencheques niet in aanmerking komen voor de in artikel 145^21, WIB 92 beoogde belastingvermindering, en anderzijds, de aankoopprijs van 469 euro voor de 70 dienstencheques die ten laste wordt genomen door het sociaal verzekeringsfonds waarbij de vrouwelijke zelfstandige is aangesloten, ten name van deze laatste in principe als een belastbare tegemoetkoming moet worden aangemerkt.
[(1)Vraag nr. 10410, Commissie voor de Financiën en de Begroting, Integraal Verslag, dinsdag 21 februari 2006, Kamer, zitting 2005-2006, COM 861, blz. 36.]
Nadien heeft de Minister dit standpunt herhaald in zijn antwoord op de parlementaire vragen nr. 1209 dd. 29 maart 2006 van Volksvertegenwoordiger Luk
Van Besien (2) en nr. 3-5077 dd. 12 mei 2006 van Senator Jan Steverlynck (3).
[(2) Bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 138 van 5 oktober 2006, Kamer, zitting 2005-2006, blz. 27073.
(3) Bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 3-76 van 3 oktober 2006, Senaat, zitting 2005-2006, blz. 8141.]
In antwoord op een nieuwe mondelinge vraag dienaangaande, die op 26 april 2007 werd gesteld door Senator Berni Collas (4), heeft de Minister evenwel verklaard dat, gelet op het bescheiden bedrag ervan (maximaal 469 euro), de toekenning van die dienstencheques ten name van de genieters niet als een belastbare toekenning zal worden aangemerkt.
[(4)Vraag nr. 3-1510, Handelingen, Plenaire vergaderingen, donderdag 26 april 2007, Senaat, zitting 2006-2007, nr. 3-216, blz. 34. ]
Dit houdt in dat de vrouwelijke zelfstandige de voormelde aankoopprijs van (maximaal) 469 euro (die door haar sociaal verzekeringsfonds ten laste wordt genomen), niet in haar aangifte in de personenbelasting moet opnemen.
Anderzijds heeft de Minister nogmaals bevestigd dat die dienstencheques niet in aanmerking komen voor de in artikel 145^21, WIB 92 beoogde belastingvermindering. In dit verband wordt verwezen naar artikel 7 van het voormelde koninklijk besluit waarin uitdrukkelijk wordt vermeld dat het uitgiftebedrijf geen fiscaal attest aan de gebruiker mag uitreiken.
Tenslotte wordt de aandacht er nog op gevestigd dat de Minister op 8 mei 2007 een persmededeling in die zin heeft laten verspreiden. In het laatste lid van die persmededeling wordt eraan herinnerd dat de regering tijdens de laatste begrotingscontrole beslist heeft om het aantal dienstencheques met ingang van 1 mei 2007 van 70 naar 105 op te voeren. Het spreekt voor zich dat de voormelde fiscale regeling eveneens van toepassing is (ten vroegste voor het aanslagjaar 2008) met betrekking tot die bijkomende cheques.
Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen,
J. VANHOUTTE
Directeur