Circulaire nr. Ci.RH.243/380.236 dd. 08.05.1987

CIRC 08.05.87/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/380.236 dd. 08.05.1987


Bull. nr. 662, pag. 1194

BIJDRAGE
Bijdrage voor aanvullende verzekering tegen arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en invaliditeit
Bijdrage
Bijdrage voor vrije verzekering tegen "kleine risico's"
Bijdrage
Ziekenfondsbijdragen van zelfstandigen


I. WETTEKSTEN

1. Art. 11, W. 4.8.1986 houdende fiscale bepalingen (V. 1852 - B. 653) heeft de tekst van art. 54, 1°, WIB, vervangen door een nieuwe tekst die als volgt luidt :



Art.54 - Van het totale bedrijfsinkomen worden afgetrokken :
1° de bedragen die de belastingplichtige heeft gestort voor hemzelf en voor de leden van zijn gezin die te zijnen laste zijn, aan een door België erkend ziekenfonds als :

a) bijdragen in het kader van een aanvullende verzekering met het oog op het verkrijgen van een tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verstrekkingen die terugbetaalbaar zijn met toepassing van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, doch niet onder het toepassingsgebied vallen van het koninklijk besluit van 30 juli 1964 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering tot de zelfstandigen wordt verruimd, ten belope van het bedrag van de tegemoetkoming die met toepassing van de voornoemde wet van 9 augustus 1963 kan worden verstrekt;

b) bijdragen die een vergoeding waarborgen voor een arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en invaliditeit, ter aanvulling van de forfaitaire uitkeringen die worden toegekend met toepassing van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen, tot een door de Koning vast te stellen grens.

2. Art. 43, KB/WIB, opgeheven door het KB van 16.3.1977, werd door art. 1, KB van 6.2.1987 opnieuw opgenomen in de volgende lezing :

Art. 43. - De in artikel 54, 1°, b, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde aftrek mag niet meer bedragen dan :

  • 10.000 F wanneer de bedrijfsinkomsten van het belastbaar tijdperk niet hoger zijn dan 454.545 F;
  • 2,20 pct. van de bedrijfsinkomsten van het belastbaar tijdperk, wanneer die inkomsten begrepen zijn tussen 454.545 F en 1.363.637 F;
  • 30.000 F wanneer de bedrijfsinkomsten van het belastbaar tijdperk hoger zijn dan 1.363.636 F.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bedrijfsinkomsten verstaan het bedrag van de inkomsten dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de wettelijke bijdragen die krachtens de wetgeving houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen zullen moeten worden gestort.

II. COMMENTAAR

Draagwijdte van de wetswijzigingen

3. Uit de tot stand gekomen wijzigingen volgt dat voortaan op grond van art. 54, 1°, WIB enkel nog aftrekbaar zijn :

a) de bijdragen voor vrije verzekering tegen "kleine risico's" die aan een erkend ziekenfonds worden gestort door aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen belastingplichtigen, d.w.z. handelaars, industriëlen, landbouwers, beoefenaars van vrije beroepen, evenals bestuurders van vennootschappen op aandelen en werkende vennoten van personenvennootschappen - voor zover deze bestuurders en vennoten niet aan het stelsel van de sociale zekerheid van de werknemers onderworpen zijn - en tenslotte de helpers-gezinsleden;

b) de bijdragen die een vergoeding waarborgen voor een arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of invaliditeit, ter aanvulling van de forfaitaire uitkeringen die worden toegekend in het kader van de verplichte verzekering van de zelfstandigen; laatstbedoelde bijdragen kunnen slechts binnen een door de Koning te bepalen grens worden afgetrokken.

4. Derhalve zijn niet meer aftrekbaar (noch voor de werknemers, noch voor de zelfstandigen), de bijdragen voor aanvullende verzekering die worden betaald om, bovenop de wettelijke vergoedingen, bepaalde specifieke diensten van het ziekenfonds te kunnen genieten, zoals ziekenvervoer, openluchtkuren, vergoeding voor gezinshulp, aanvullende vergoeding bij opneming in een ziekenhuis, enz. ...

Begrenzing van het aftrekbare bedrag van de in nr. 3, b) bedoelde bijdragen

5. De in art. 54, 1°, b), WIB, bedoelde aftrek (d.w.z. alleen de bijdragen die verband houden met de aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid), mag niet meer bedragen dan :

  • 10.000 F, wanneer de bedrijfsinkomsten van het belastbare tijdperk niet hoger zijn dan 454.545 F;
  • 2,20 pct. van de bedrijfsinkomsten van het belastbare tijdperk, wanneer die inkomsten begrepen zijn tussen 454.545 F en 1.363.637 F;
  • 30.000 F, wanneer de bedrijfsinkomsten van het belastbare tijdperk hoger zijn dan 1.363.636 F.
Bedrijfsinkomsten die in aanmerking komen voor de toepassing van de sub. 5 uiteengezette regels

6. Uit art. 43, 2de lid, KB/WIB volgt dat de in art. 54, 1°, b), WIB, bedoelde bedragen berekend moeten worden op de bedrijfsinkomsten die in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de in het kader van het sociaal statuut der zelfstandigen verschuldigde bijdragen.

In feite betreft het hier de bedrijfsinkomsten van de zelfstandigen :

  • na aftrek van de aftrekbare bedrijfslasten en van de aanvaardbare bedrijfsverliezen;
  • vóór aftrek van het aan de medewerkende echtgenoot toegekende aandeel in de winsten of baten;
  • met inbegrip van de inkomsten behaald in een Lid-Staat van de E.E.G. en de V.S.A., alsmede de afzonderlijk belaste inkomsten.
Bewijs van betaling van de in art. 54, 1°, a en b, WIB, bedoelde bijdragen

7. De betrokken belastingplichtigen kunnen het bewijs van betaling van de bedoelde bijdragen leveren aan de hand van een attest, afgeleverd door hun ziekenfonds, met afzonderlijke vermelding van de bijdragen betaald voor "kleine risico's" (art. 54, 1°, a, WIB) en van die betaald voor een aanvullende vergoeding bij arbeidsongeschiktheid (art. 54, 1°, b, WIB).

Inwerkingtreding

8. De hier besproken bepalingen zijn van toepassing met ingang van het aj. 1987.