Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 23.08.1989 (8e aflevering)
CIRC 23.08.89/1
Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 23.08.1989 (8e aflevering)
Bull. nr. 687, pag. 2122
HERVORMINGSWET 1988
Levensverzekering.
LEVENSVERZEKERING
Vrijstelling van de premies.
Winstdeelnemingen.
Commentaar op art. 11, W. 07.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen (vrijstelling van winstdeelnemingen).
WINSTDEELNEMINGEN
Inhoudstabel Nrs. I. WETTEKST II/111 II. COMMENTAAR II/112 tot 115 I. WETTEKST
Artikel 11
II/111 Al dan niet contractueel toegekende of uitgekeerde deelnemingen in de winst verbonden aan levensverzekeringscontracten zijn vrijgesteld van personenbelasting op voorwaarde dat zij gelijktijdig met de uit die contracten voortvloeiende pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden worden vereffend.
II. COMMENTAAR
II/112 De belastingvrijstelling voor winstdeelnemingen die verzekeringsmaatschappijen aan de ondertekenaars van levensverzekeringscontracten toekennen was, ofschoon zij de facto werd toegepast, tot nu toe niet uitdrukkelijk in de belastingwetgeving vastgelegd, zodat twijfel kon bestaan over de niet-belastbaarheid van die deelnemingen.
Art. 11 van de hervormingswet vult die leemte aan door voortaan duidelijk te bepalen dat de aan levensverzekeringscontracten verbonden winstdeelnemingen van PB zijn vrijgesteld.
II/113 Ter zake is het zonder belang of de toekenning van de winstdeelnemingen het gevolg is van een clausule van het contract dan wel van een eenzijdige beslissing van de verzekeringsmaatschappij.
II/114 Ingevolge de voormelde wettelijke bepaling geldt de vrijstelling slechts op voorwaarde dat de winstdeelnemingen samen met de pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden worden toegekend of uitgekeerd. Door het eisen van die gelijktijdigheid heeft de Wetgever willen verhinderen dat op de vrijstelling van de winstdeelnemingen aanspraak zou kunnen worden gemaakt vóór het verstrijken van het contract (zie Senaat, zitting 1988-1989, Stuk 440-2, blz. 79).
Onder het verstrijken van het contract moet niet alleen het verstrijken op de normale vervaldag worden verstaan, doch ook de vervroegde beëindiging door afkoop van het contract, wat aanleiding geeft tot de betaling van de afkoopwaarde.
II/115 Anderzijds heeft de Minister van Financiën tijdens de Parlementaire Werkzaamheden gepreciseerd dat de nieuwe bepaling in geen geval tot doel had winstdeelnemingen van particulieren in de vorm van een korting te belasten. Die handelswijze mag dus blijven voortbestaan en zal niet worden belast (zie Kamer, zitting 1988-1989, Stuk 597/7, blz. 119).
Dit komt hierop neer dat, wanneer een verzekeringsmaatschappij aan de ondertekenaar van een levensverzekeringscontract een vermindering van de te betalen premie toestaat als deelneming in de winst, die vermindering niet met een belastbaar inkomen van de ondertekenaar mag worden gelijkgesteld. Het spreekt vanzelf dat het bedrag dat de belastingplichtige in voorkomend geval van zijn beroepsinkomsten kan aftrekken, gelijk is aan de nominale premie, d.w.z. de niet met het desbetreffende winstaandeel verminderde premie (art. 46, KB/WIB).
Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 23.08.1989 (8e aflevering)
Bull. nr. 687, pag. 2122
HERVORMINGSWET 1988
Levensverzekering.
LEVENSVERZEKERING
Vrijstelling van de premies.
Winstdeelnemingen.
Commentaar op art. 11, W. 07.12.1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen (vrijstelling van winstdeelnemingen).
WINSTDEELNEMINGEN
Inhoudstabel Nrs. I. WETTEKST II/111 II. COMMENTAAR II/112 tot 115 I. WETTEKST
Artikel 11
II/111 Al dan niet contractueel toegekende of uitgekeerde deelnemingen in de winst verbonden aan levensverzekeringscontracten zijn vrijgesteld van personenbelasting op voorwaarde dat zij gelijktijdig met de uit die contracten voortvloeiende pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden worden vereffend.
II. COMMENTAAR
II/112 De belastingvrijstelling voor winstdeelnemingen die verzekeringsmaatschappijen aan de ondertekenaars van levensverzekeringscontracten toekennen was, ofschoon zij de facto werd toegepast, tot nu toe niet uitdrukkelijk in de belastingwetgeving vastgelegd, zodat twijfel kon bestaan over de niet-belastbaarheid van die deelnemingen.
Art. 11 van de hervormingswet vult die leemte aan door voortaan duidelijk te bepalen dat de aan levensverzekeringscontracten verbonden winstdeelnemingen van PB zijn vrijgesteld.
II/113 Ter zake is het zonder belang of de toekenning van de winstdeelnemingen het gevolg is van een clausule van het contract dan wel van een eenzijdige beslissing van de verzekeringsmaatschappij.
II/114 Ingevolge de voormelde wettelijke bepaling geldt de vrijstelling slechts op voorwaarde dat de winstdeelnemingen samen met de pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden worden toegekend of uitgekeerd. Door het eisen van die gelijktijdigheid heeft de Wetgever willen verhinderen dat op de vrijstelling van de winstdeelnemingen aanspraak zou kunnen worden gemaakt vóór het verstrijken van het contract (zie Senaat, zitting 1988-1989, Stuk 440-2, blz. 79).
Onder het verstrijken van het contract moet niet alleen het verstrijken op de normale vervaldag worden verstaan, doch ook de vervroegde beëindiging door afkoop van het contract, wat aanleiding geeft tot de betaling van de afkoopwaarde.
II/115 Anderzijds heeft de Minister van Financiën tijdens de Parlementaire Werkzaamheden gepreciseerd dat de nieuwe bepaling in geen geval tot doel had winstdeelnemingen van particulieren in de vorm van een korting te belasten. Die handelswijze mag dus blijven voortbestaan en zal niet worden belast (zie Kamer, zitting 1988-1989, Stuk 597/7, blz. 119).
Dit komt hierop neer dat, wanneer een verzekeringsmaatschappij aan de ondertekenaar van een levensverzekeringscontract een vermindering van de te betalen premie toestaat als deelneming in de winst, die vermindering niet met een belastbaar inkomen van de ondertekenaar mag worden gelijkgesteld. Het spreekt vanzelf dat het bedrag dat de belastingplichtige in voorkomend geval van zijn beroepsinkomsten kan aftrekken, gelijk is aan de nominale premie, d.w.z. de niet met het desbetreffende winstaandeel verminderde premie (art. 46, KB/WIB).
Bron: FisconetPlus
