Circulaire Ci.RH.243/584.905 (AOIF 27/2007) d.d. 07.09.2007

BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds


Belastingstelsel van de bijdragen gestort ter uitvoering van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood of van een aanvullende pensioentoezegging inzake een rust- en/of overlevingspensioen, voor het vestigen van een rente of van een kapitaal :

  • vaststelling van het wettelijk rustpensioen waarmee rekening moet worden gehouden voor de berekening van de beperking van de totale maximumtoekenning bij leven die gevestigd kan worden d.m.v. bijdragen die aftrekbaar zijn als beroepskosten;
  • indexering van de lopende renten.
Bedragen van toepassing voor het jaar 2006.


Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

INLEIDING

1. Deze circulaire geeft, voor het jaar 2006, de bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van bijdragen welke overeenkomstig art. 59, WIB 92, als beroepskosten aftrekbaar zijn.

GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDGINGEN - WETTELIJK RUSTPENSIOEN

A. Werknemers

2. De in nr. 59/40 en 59/Bijlage/1, Com.IB 92, beoogde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het jaar 2006 44.081,27 EUR.

B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn
3. Het wettelijk rustpensioen van de bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn mag worden geraamd op 25 % van hun bruto-inkomen, zonder dat het resultaat lager of hoger mag zijn dan respectievelijk het jaarlijks vast te stellen minimum- of maximumpensioen (zie het nr. 3, circulaire nr. Ci.RH.243/563.402 van 3.8.2004).

4. Voor het jaar 2006 bedraagt het wettelijk minimumpensioen 8.537,09 EUR : het maximumpensioen is vastgesteld op 13.780,45 EUR.

INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN
5. Met betrekking tot de in nr. 59/Bijlage/2, Com.IB 92, uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de indexering, gelden, voor het jaar 2006 de volgende bedragen (zie ook de nrs. 59/67 en 68, Com.IB 92) :

1° beperking van het aanvangsbedrag van de lopende jaarrente : 64.360,68 EUR voor renten die in 2006 ingegaan zijn;

2° indexeringscoëfficiënten met betrekking tot de voor het jaar 2006 verschuldigde renten :

Renten ingegaan inIndexeringscoëfficiënt
1985 of vroeger

1986, 1987 of 1988

1989

1990

1991

1992

1993

1994

1995 of 1996

1997

1998 of 1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006
0,5157

0,4568

0,4282

0,4002

0,3459

0,2936

0,2682

0,2434

0,2190

0,1951

0,1717

0,1487

0,1262

0,1041

0,0824

0,0612

0,0404

0,02


3° toe te voegen bedrag (m.b.t. vóór 1992 ingegane renten) : 3.173,78 EUR, voor renten betaald in 2006.

NAMENS DE MINISTER :

Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen :

De Eerste attaché van financiën,
M. DE KEYSER
De Eerste attaché van financiën,
D. DELVAUX