Circulaire 2018/C/78 over de wijzigingen aan de belastingverminderingen voor belastingplichtigen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

1ste addendum aan de circulaire nr. 2017/C/22 d.d. 19.04.2017 –belastingverminderingen voor de eigen woning

Regionalisering van bepaalde belastingverminderingen.

Wijzigingen aan de belastingverminderingen voor in het BrusselsHoofdstedelijk Gewest gelokaliseerde belastingplichtigen.

bijzondere financieringswet ; bevoegdheid van de gewesten ; uitgaven die recht geven op een belastingvermindering ; hypothecaire leningen ; eigen woning ; Brussels Hoofdstedelijk Gewest

FOD Financiën, 21.06.2018

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

BIJLAGEN: 2

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

III. Wetboek der registratie-, hypotheek-, en griffierechten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

IV. Bijlagen

I. Inleiding

1. Vanaf aanslagjaar 2015 zijn de gewesten exclusief bevoegd voor een reeks van belastingverminderingen, waaronder de toekenning van fiscale voordelen met betrekking tot de uitgaven voor het verwerven of behouden van de eigen woning, ongeacht het fiscaal regime dat van toepassing is (woonbonus, bouwsparen, lange termijnsparen, enz.) (1).

(1) Zie nr. 50 tot 55 van de circulaire AAFisc nr. 29/2014, Ci.RH.331/633.424 d.d. 07.07.2014.

2. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft besloten om haar onroerende fiscaliteit te herbekijken door middel van de ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming (BS 29.12.2016, ed. 3) (hierna 'de ordonnantie van 12.12.2016'). Deze hervorming bestaat uit het schrappen van de nog bestaande belastingverminderingen op het vlak van de personenbelasting voor de uitgaven gedaan om een eigen woning te verwerven of behouden en de vervanging ervan, onder bepaalde voorwaarden, door een voordeliger regime inzake de registratierechten.

3. Het huidige addendum aan de voormelde circulaire heeft als doel de wijzigingen te bespreken die door de ordonnantie van 12.12.2016 zijn aangebracht aan de belastingverminderingen voor de eigen woning.

II. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

Wettelijke bepalingen

4. In de onderafdeling IIoctodecies van de eerste afdeling van het hoofdstuk III van de titel II van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna 'WIB 92') (Personenbelasting – Berekening van de belasting – Gewoon stelsel van de aanslag – Belastingverminderingen voor de eigen woning), heeft art. 24 van de ordonnantie van 12.12.2016 vóór het art. 145^37 een art. 145^36bis ingevoegd, dat luidt als volgt:

'De artikelen 145^37, 145^39, 145^43, 145^44 en 14545 zijn slechts van toepassing indien aan volgende cumulatieve voorwaarden voldaan is:

1° de lening of het contract dat het recht op de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht op erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten

bedoeld in artikel 145^43 doet ontstaan, werd aangegaan vóór 1 januari 2017;

2° de belastingplichtige heeft, voor de aankoop van zijn eigen woning, niet genoten van de vermindering van de belastbare grondslag voorzien in artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals dit werd gewijzigd door artikel 14 van de ordonnantie van 12 december 2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming.'

5. Deze nieuwe bepaling treedt in werking vanaf 29.12.2016.

Leningen of contracten gesloten om een eigen woning te verwerven of te behouden

6. De belastingverminderingen voor de eigen woning bedoeld in de art. 145^37, 145^39, 145^43, 145^44 en 145^45, WIB 92 (woonbonus, vermindering voor het lange termijnsparen, enz.) kunnen niet van toepassing zijn op de leningen gesloten vanaf 01.01.2017 (en daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen) en de contracten (bedoeld in art. 145^43, WIB 92), gesloten vanaf 01.01.2017.

7. Om het beginsel van rechtszekerheid te vrijwaren blijven deze belastingverminderingen, alsook de regeling van de indexatie van de grenzen van toepassing op de leningen (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen) of de contracten (bedoeld in art. 145^43, WIB 92), gesloten vóór 01.01.2017.

8. Om te kunnen blijven genieten van de voormelde belastingverminderingen, zal de belastingplichtige aan volgende twee voorwaarden cumulatief moeten voldoen:

- een vóór 01.01.2017 aangegane lening of contract hebben dat het recht op de termijnen of de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht op erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten bedoeld in art. 145^43, WIB 92, heeft doen ontstaan;

en

- voor de aankoop van de eigen woning, niet hebben genoten van de verhoogde vermindering van de belastbare grondslag voorzien in art. 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en

griffierechten (hierna 'W. Reg.'), zoals dit werd gewijzigd door artikel 14 van de ordonnantie van 12.12.2016.

9. De regel bedoeld in nr. 6 is niet van toepassing voor herfinancieringsleningen gesloten vanaf 01.01.2017, welke administratief worden gelijkgesteld met de oorspronkelijke lening. De oorspronkelijke lening moet uiteraard vóór 01.01.2017 zijn aangegaan.

De Brusselse wetgever gaf in de voorbereidende werken ook duidelijk aan dat hij akkoord gaat met deze gelijkstelling van herfinancieringsleningen. (Parl. St. Brussels Parlement, 2016-2017, nr. 429/2, p. 5 en 9).

III. Wetboek der registratie-, hypotheek-, en griffierechten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Wettelijke bepalingen

10. Het art. 14 van de ordonnantie van 12.12.2016 heeft het art. 46bis, W. Reg. gewijzigd door het abattement van de registratierechten te verhogen van 60.000 euro tot 175.000 euro in geval van verkrijging

door een natuurlijk persoon (of meerdere natuurlijke personen) van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot hoofdverblijfplaats van de verkrijger (of gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers).

Dit abattement kan slechts worden toegepast indien het bedrag waarop het recht moet worden vereffend 500.000 euro niet te boven gaat.

Inwerkingtreding en cumulverbod

11. Deze wijzigingen treden in werking vanaf 01.01.2017.

12. Het verhoogd abattement is evenwel niet van toepassing wanneer de registratierechten verschuldigd zijn voor verkoopakten waarvan het verlijden plaatsvond vóór 01.01.2017 of die een dagtekening hebben ten aanzien van derden die aan deze dag voorafgaat.

13. Bovendien wordt een cumulverbod (2) ingevoerd tussen,

- enerzijds, het voordeel van één van de belastingverminderingen bedoeld in de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92

en

- anderzijds, het onmiddellijk abattement van de registratierechten (art. 46bis, W. Reg.) of het abattement door teruggave (art. 212bis, W. Reg.)

voor:

* het inkomstenjaar dat overeenstemt met het jaar waarin de authentieke akte verleden wordt of het jaar waarin de verkrijging een vaste dagtekening heeft ten aanzien van derden;

* het inkomstenjaar dat overeenstemt met het jaar waarin de authentieke akte verleden wordt van de vervreemding van het enige of het laatste onroerend goed, bij overeenkomsten andere dan ruil, dat de toepassing van het onmiddellijk abattement, bedoeld in art. 46bis, W. Reg., heeft verhinderd of het jaar waarin deze vervreemding een vaste dagtekening heeft ten aanzien van derden.

2) Ingevoerd door art. 40, § 1 van de ordonnantie van 12.12.2016 (bijlage 1) en gewijzigd door art. 9 van de ordonnantie van 14.12.2017 tot wijziging van de ordonnantie van 26.07.2013 houdende omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de raad van 15.02.2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG en tot wijziging van artikel 40, § 1, van de ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming (BS 05.01.2018) (bijlage 2).

Administratieve commentaar

14. Wat de wijzigingen van de wetgeving inzake registratierecht betreft wordt verwezen naar volgende circulaires van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie:

- circulaire nr. 2018/C/56 van 15.05.2018 betreffende de ordonnantie van 12.12.2016 en de ordonnantie van 14.12.2017 tot wijziging van voornoemde ordonnantie inzake registratierecht

- circulaire nr. 2018/C/66 van 29.05.2018 betreffende de twee ordonnanties van 14.12.2017 inzake registratierecht.

IV. Bijlagen

Bijlage 1: Ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming (BS 29.12.2016, ed. 3).

Bijlage 2: Ordonnantie van 14.12.2017 tot wijziging van de ordonnantie van 26.07.2013 houdende omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de raad van 15.02.2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG en tot wijziging van artikel 40, § 1, van de ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming (BS 05.01.2018).

Interne ref.: 704.210