Circulaire nr. Ci.R.14/454.609 dd. 14.09.1993

CIRC 14.09.93/1

Circulaire nr. Ci.R.14/454.609 dd. 14.09.1993


Bull. nr. 732, pag. 3020

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Duitsland
Invorderingsbijstand

INVORDERING
Betekening van exploten
Dubbelbelastingverdrag
Internationale bijstand


Nieuwe richtlijnen voor de betekening van exploten aan inwoners van Duitsland.

Opheffing van de richtlijnen vervat in de circ. Ci.R.14/382.994 van 06.02.1989.

Gew.dir. - Adj.-dir. - Adj.-dir.(inv.) - Insp. - Insp. A - Compt.insp. - Ontv. - Hfd.cr. te

Leid. Mechanografische dienst te Brussel (afdeling conventies).

I. BETEKENING VAN EXPLOTEN AAN IN DUITSLAND WONENDE OF
VERBLIJVENDE BELASTINGSCHULDIGEN.

1.
In circ. 06.02.1989, Ci.R.14/382.994, is voorgeschreven dat voor de betekening van exploten in verband met fiscale schuldvorderingen aan inwoners van Duitsland uitsluitend kan worden gesteund op de Belgisch-Duitse overeenkomst van 11.04.1967 tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen van inkomen en van vermogen.

Hiertoe was besloten om reden dat de betekening overeenkomstig art. 40, 1e lid, Ger.W, als onverenigbaar met de Duitse interne rechtsregels werd aangezien en dat de bilaterale overeenkomst van 25.04.1959 enkel van toepassing was op de betekening van in burgerlijke zaken en in handelszaken opgemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke akten.

2.
Na nieuw overleg met de Duitse belastingadministratie moet worden geconcludeerd dat :



a)de naar Belgisch recht gedane overzending, via de post, aan in Duitsland verblijvende natuurlijke personen of rechtspersonen van in fiscale zaken opgestelde gerechtelijke en buitengerechtelijke akten niet strijdig is met de Duitse interne wetgeving;
b)de op 25.04.1959 gesloten overeenkomst tussen België en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vergemakkelijken van de rechtsbetrekkingen tussen beide landen enkel slaat op de in burgerlijke en handelszaken opgemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken zodat de in fiscale zaken opgemaakte akten volledig buiten beschouwing blijven.
3.
Dientengevolge kan in fiscale zaken, zowel voor de gerechtelijke als buitengerechtelijke akten te betekenen aan in Duitsland wonende of verblijvende belastingschuldigen, toepassing gemaakt worden van het art. 40, 1e lid, Ger.W, d.w.z. betekening door verzending van het afschrift van de akte aan de woon- of verblijfplaats bij een ter post aangetekende brief.

De akten, die via de post zijn overgezonden aan belastingschuldigen in Duitsland, zijn rechtsgeldig en stuiten dan ook op rechtsgeldige wijze de verjaring.

De exploten die door bemiddeling van het Belgisch hoofdbestuur door de Duitse Autoriteit zijn betekend aan in Duitsland verblijvende belastingschuldigen, blijven eveneens geldig. De geldigheid ervan wordt immers door de Duitse overheid geenszins betwist; om louter praktische redenen is van deze procedure afgezien.

4.
Daarentegen zij er opgemerkt dat de betekening van exploten in verband met fiscale schuldvorderingen op de wijze bepaald in de bilaterale overeenkomst van 25.04.1959 (betekening aan de Procureur des Konings met verzending aan de voorzitter van het "Landsgericht" of het "Ambtsgericht") niet rechtsgeldig is, vermits deze overeenkomst enkel geldt voor burgerlijke en handelszaken.

5.
De richtlijnen van de circ. 06.02.1989, Ci.R.14/382.994, worden vanaf heden volledig opgeheven.

De Handl.Inv., Deel X-Titel IV, nrs. 235 tot 247 zal zo spoedig mogelijk worden aangepast.

De Ontv. moet de voor zijn kantoor optredende belasting- en gerechtsdeurwaarders ter zake omstandig inlichten.

6.
Om redenen van organisatorische en juridische aard vraagt de Duitse belastingadministratie dat haar uitsluitend nog vragen om invorderingsbijstand worden toegestuurd, waarvoor de verjaringstermijn nog voor ten minste twee jaar loopt.

Het is dus aangewezen om verzoeken om invorderingsbijstand ten behoeve van de Duitse administratie aan te leggen zodra daartoe aanleiding bestaat. In elk geval moeten de voorschriften van de Handl.Inv., Deel IV-3de onderdeel, nr. 43 stipt worden nageleefd.

II. VERZOEKEN TOT HET NEMEN VAN CONSERVATOIRE MAATREGELEN IN
DUITSLAND.

7.
Wat het nemen van conservatoire maatregelen betreft, bepaalt de Duitse fiscale wetgeving dat de goederen van een belastingschuldige slechts onder sekwester kunnen worden gesteld, ingeval er te vrezen is dat zonder deze maatregel de invordering faalt of aanzienlijk bemoeilijkt wordt.

De Ontv. moet er zich in principe van onthouden betwiste aanslagen in een verzoek om invorderingsbijstand op te nemen. Enkel wanneer er ernstige en aanwijsbare redenen voorhanden zijn, kan er op grond van art. 27, § 4 van de Belgisch-Duitse overeenkomst van 11.04.1967 gevraagd worden om bewarende maatregelen te treffen. De redenen die een dergelijk optreden rechtvaardigen moeten in een uitgebreide en gemotiveerde nota worden uiteengezet, welke, samen met de eventuele stavingsstukken, bij het desbetreffende verzoek wordt gevoegd.

8.
Zolang de aanslagen niet definitief verschuldigd zijn, moet de Ontv. zelf instaan voor het stuiten van de verjaring.

III. VERZENDING VAN HET AANSLAGBILJET - AANMANING.

9.
De Duitse fiscale administratie weigert maatregelen van tenuitvoerlegging in te stellen indien er ook maar enige twijfel bestaat omtrent de ontvangst van het aanslagbiljet.

Om conflicten dienaangaande te voorkomen moet, wanneer een aanslag op naam van een in Duitsland gevestigde belastingschuldige op de vervaldag onbetaald blijft, de aanmaning bij ter post aangetekende zending worden verstuurd samen met een voor eensluidend verklaard afschrift van het aanslagbiljet. Het bewijs van verzending moet worden bewaard en worden toegevoegd aan een eventueel later verzoek om invorderingsbijstand.

10.
Vragen om inlichtingen nopens de identiteit en de woonplaats van belastingschuldige moeten steeds via het Hoofdbestuur, Dir.IV/4 - Dienst internationale overeenkomsten gebeuren.

Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur,
R. VERSLUYS.