Circulaire nr. Ci.RH.82/494.815 van 07.07.1997

CIRC 07.07.97/1
Bull. nr. 774, pag. 1796
AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING
Aangifteformulier.
Invulling van de aangifte.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
1. Het formaat en de samenstelling van de aangifte in de PB (nr 276.1) blijven onveranderd.
2. Naast de aanpassing van sommige bedragen (Inzonderheid de maxima inzake bestaansmiddelen) overeenkomstig de in art. 178, § 2, WIB 92 vastgelegde indexeringscoëfficiënt en enkele praktische herschikkingen (Zoals de omwisseling van de vakken VII en VIII), is de aangifte inhoudelijk op de volgende plaatsen gewijzigd :
a) vak II, B : met het oog op een correcte berekening van de vermindering voor werkloosheidsuitkeringen, is een onderscheid gemaakt tussen de uitkeringen zonder anciënniteitstoeslagen en die met een anciënniteitstoeslag (cf. art. 151, WIB 92, gewijzigd door art. 1, KB 14.11.1996 houdende wijziging van het WIB 92 inzake de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten, met toepassing van art. 2, §§ 1 en 3, en art. 3, § 1, 2°, van de wet van 26.7.1996 strekkende tot de realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie - V 2476, Bull. 768) ;
b) vak IV : volledige herschikking ingevolge het uitdoven van de in art. 514, WIB 92, beoogde tijdelijke vrijstelling van personenbelasting met betrekking tot bepaalde onroerende goederen;
c) vak V, A, 1 en A, 2, a, 2° : aanpassing aan de nieuwe tarieven inzake roerende voorheffing en personenbelasting, mede gelet op de opheffing van de aanvullende crisisbijdrage met betrekking tot roerende inkomsten (zie inzonderheid de art. 171, 2°bis, 269 en 463bis, WIB 92, zoals zij zijn gewijzigd door de art. 9, 13 en 21, W 20.12.1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen - V 2422, Bull. 757);
d) vak VII, 2 : rekening houdende met een mogelijke wijziging van de art. 98 en 109, WIB 92, met ingang van het aj. 1997 (die zou inhouden dat de in art. 90, 2°, WIB 92, vermelde prijzen, subsidies, enz., mogen verminderd worden met de giften gestort aan een in art. 104, 3°, a en b, WIB 92 vermelde instelling), werd een onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, de giften aan Belgische universiteiten en aan erkende instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en, anderzijds, de giften aan andere erkende instellingen (cf. de art. 4 en 5 van het op 22.4.1997 bij de Kamer ingediende wetsontwerp houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek - Kamer, gewone zitting 1996-1997, Doc. nr 1005/1 - 96/97) (Bij het opmaken van deze circulaire was dit wetsontwerp evenwel nog niet aangenomen door het Parlement);
e) deel 1, in fine : inlassing van een rubriek met het oog op het vermelden van de financiële rekeningen in het buitenland (cf. art. 307, § 1, 2de lid, WIB 92, ingevoegd door art. 39, KB 20.12.1996 houdende diverse fiscale maatregelen, met toepassing van de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, 2° en 3°, van de wet van 26.7.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie - V 2484, Bull. 769);
f) vak XVI, 4 : inlassing van een nieuwe rubriek met het oog op de verrekening van het belastingkrediet (cf. inzonderheid de art. 289bis, 290, 3° en 291, 2de en 3de lid, WIB 92, ingevoegd door de art. 15, 17 en 18, W 20.12.1995);
g) vak XVIII : schrapping (wegens het uitdoven van de maatregel) van de rubriek (de vroegere rubriek 3) die betrekking had op niet voor het beroep gebruikte innovatie-effecten op naam.
3. Wat de toelichting betreft, zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, in de rand met een gegolfde lijn gemerkt; zij hebben hoofdzakelijk betrekking op de hierboven besproken aanpassingen.
De aandacht wordt evenwel ook nog op de volgende verduidelijkingen gevestigd :
a) vak I, 3 : ingevolge de afschaffing van de dienstplicht wordt geen melding meer gemaakt van het feit dat de beroepsinkomsten die een dienstplichtige heeft verkregen in het jaar waarin hij zijn militaire dienst of een dienst als gewetensbezwaarde heeft aangevangen, niet als bestaansmiddelen worden aangemerkt (cf. art. 143, 3°, WIB 92)
b) vak IV, C, 1 : met het oog op de nakende eeuwwisseling moeten de jaartallen (tegenover de codes 140 en 144) steeds in vier cijfers worden uitgedrukt;
c) vak XI, A, 1, a : schrapping van de door de stad Luik in 1905 uitgegeven lotenlening (die lening verviel immers op 1.7.1995) ;
d) vak XII, 4 en vak XIII, 4 : het gedeelte van de huurinkomsten dat als een bezoldiging van werkend vennoot of van bestuurder moet worden beschouwd (art. 32, 3de lid, en art. 33, 3de lid, WIB 92), is gelijk aan het gedeelte van die inkomsten dat meer bedraagt dan 5/3 van het met 3,05 vermenigvuldigde kadastraal inkomen van de desbetreffende onroerende goederen (aanpassing van de in art. 13, WIB 92, beoogde revalorisatiecoëfficiënt - cf. art. 1, KB/WIB 92, gewijzigd door art. 1, KB 6.3.1 996 tot wijziging van het KB/WIB 92 - V 2446, Bull. 760) ;
e) vak XIV, 4 en vak XV, 3 (gespreide belasting van meerwaarden): precisering m.b.t. de vanaf 27.9.1996 vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden op immateriële vaste activa (cf. art. 47, § 1, 1ste lid, 2°, WIB 92, gewijzigd door art. 8, KB 20.12.1 996) ;
f) vak XIV, 9 : aanpassing van het bedrag van de vrijstelling, nl. 440.000 F i.p.v. 110.000 F (cf. art. 67 WIB 92, gewijzigd door art. 1, KB 22.12.1995 tot wijziging, op het stuk van belastingvrijstelling voor bijkomend personeel dat in België voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld, van het WIB 92 en het KB/WIB 92 - V 2429, Bull. 758);
g)
vak XIV, 10 (investeringsaftrek) : met ingang van het aj. 1997 :
  • geven de octrooien recht op de verhoogde investeringsaftrek (zie inzonderheid art. 69, 1ste lid, 2°, WIB 92, zoals het is vervangen door art. 5, W 20.12.1995);
  • kan inzake milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling gekozen worden voor een gespreide investeringsaftrek, waarbij het basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten, en dit ongeacht het aantal tewerkgestelde personeelsleden (zie art. 70, 2de lid, WIB 92, ingevoegd door art. 3, W 16.4.1997 houdende diverse fiscale bepalingen - V 2507, Bull. 773).
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
V. KINDT.