Circulaire nr. Ci.RH.421/436.706 dd. 25.08.1992

CIRC 25.08.92/2

Circulaire nr. Ci.RH.421/436.706 dd. 25.08.1992


Bull. 720 pg. 2618

ELEKTRICITEITSPRODUCENT
Bijzondere aanslag


Forfaitaire belasting van de electriciteitsproducenten

I. INLEIDING

1. Deze circ. verstrekt commentaar op de bepalingen van de art. 34 tot 39 en 41, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 - B. 702) die, met ingang van het aj. 1991, ten laste van electriciteitsproducenten een bijzondere aanslag invoeren.

II. WETTEKSTEN

W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen.

Art. 34


2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet worden verstaan onder:


  • elektriciteitsproducenten : de vennootschappen onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting, de in artikel 94, tweede lid, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde intercommunale verenigingen, de gemeentelijke regieën en diensten en de in artikel 139, 2°, van hetzelfde Wetboek bedoelde niet-verblijfhouders, die over een Belgische inrichting beschikken in de zin van artikel 141 van hetzelfde Wetboek, waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de produktie van elektriciteit met het oog op de verkoop hiervan;
  • eindverbruikers van de distributie : de in België gevestigde laag- en hoogspanningsklanten die voor eigen verbruik elektriciteit aankopen bij de in artikel 94, tweede lid, a) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde intercommunale verenigingen, de concessiehouders en de gemeentelijke regieën en diensten, waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de openbare verdeling van elektriciteit;
  • de verantwoordelijkheid van de producent : de verantwoordelijkheid van de producent bestaat uit het rechtstreeks of onrechtstreeks garanderen van elektrische energie aan de eindverbruikers zowel langs de opwekking van elektriciteit met eigen produktiemiddelen, met produktiemiddelen die door derden worden ter beschikking gesteld of met gemeenschappelijk gefinancierde centrales waarin de producent deelneemt zowel in België als in het buitenland, als langs de aankopen in binnen- en buitenland van elektriciteit bij niet aan de in artikel 35 bedoelde bijzondere aanslag onderworpen producenten en de verkopen van elektriciteit aan buitenlandse natuurlijke en rechtspersonen, niet onderworpen aan die bijzondere aanslag, voor zover en in de mate deze buitenlandse personen in België elektriciteit verkopen.


Voor verkopen tussen elektriciteitsproducenten binnen het kader van coördinatie-uitwisselingen draagt de koper de verantwoordelijkheid van producent.

Art. 35

§ 1. Ten aanzien van de elektriciteitsproducenten wordt een bijzondere aanslag vastgesteld. Die aanslag wordt berekend tegen een aanslagvoet van 39 %. De belastbare grondslag is gelijk aan 8,5 % van het verschil tussen enerzijds, de inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, uit verkoop van elektriciteit aan de eindverbruikers van de distributie en anderzijds de kostprijs van de brandstof gebruikt om de aan die eindverbruikers verkochte elektriciteit te produceren.

§ 2. Het gedeelte van de bedoelde belastbare grondslag, dat voor de berekening van de bijzondere aanslag per elektriciteitsproducent in aanmerking dient te worden genomen, stemt overeen met het aandeel in het totaal van de elektriciteitsverkopen van alle elektriciteitsproducenten aan eindverbruikers in het Rijk, waarvoor hij de verantwoordelijkheid van producent heeft.

§ 3. Voor het aanslagjaar 1991 wordt de in § 1 vermelde bijzondere aanslag uitzonderlijk berekend tegen een aanslagvoet van 30 %.

§ 4. De bepalingen van titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn van toepassing op de bijzondere aanslag.

Art. 36

De bijzondere aanslag zoals bedoeld in artikel 35, wordt vermeerderd op de in de artikelen 89 en 91 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen vastgestelde wijze in geval geen of ontoereikende voorafbetalingen als bedoeld in die artikelen werden gedaan. De bepalingen van artikel 89, §§ 6 en 10 van hetzelfde Wetboek zijn evenwel niet van toepassing.

Op de bijzondere aanslag, verschuldigd voor het aanslagjaar 1991, zal evenwel geen enkele vermeerdering worden toegepast op de voorafbetalingen die de elektriciteitsproducenten op deze aanslag doen ten laatste binnen de maand na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad en onder de voorwaarden en volgens de regels bepaald ter uitvoering van artikel 90 van hetzelfde Wetboek.

De voorafbetalingen worden verrekend met de bijzondere aanslag en het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.

Art. 37

De in artikel 35 bedoelde bijzondere aanslag wordt afgetrokken van de door de elektriciteitsproducenten werkelijk verschuldigde inkomstenbelastingen, zonder dat deze aftrek evenwel het gedeelte van de inkomstenbelastingen dat evenredig betrekking heeft op de inkomsten vanuit de produktie van elektriciteit, waarvoor de belastingplichtige in het kader van dit hoofdstuk de verantwoordelijkheid van producent heeft, kan overtreffen. Het overschot mag niet worden teruggegeven.

Art. 38

Het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas ziet erop toe dat de belasting ingevolge de voorgaande artikelen niet wordt ingeroepen om tariefwijzigingen op de prijs van de elektriciteitsverdeling door te voeren.

Art. 39

De bepalingen ingelast in het Wetboek van de inkomstenbelastingen krachtens de artikelen 291, 292, 1° en 293 van de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen zijn niet van toepassing op intercommunale verenigingen wat betreft hun activiteiten onderworpen aan de bijzondere aanslag, evenals hun activiteiten op het vlak van openbare verdeling van elektriciteit.

...

Art. 41

De artikelen 34 tot 40 zijn van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1991.

III. BEGRIPPEN

3. In art. 34, W. 28.12.1990 worden de begrippen "elektriciteitsproducenten", "eindverbruikers van de distributie" en "verantwoordelijkheid van de producent" als volgt gedefinieerd :

  • elektriciteitsproducenten : de vennootschappen onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting, de in artikel 94, tweede lid, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde intercommunale verenigingen, de gemeentelijke regieën en diensten en de in artikel 139, 2°, van hetzelfde Wetboek bedoelde niet-verblijfhouders, die over een Belgische inrichting beschikken in de zin van artikel 141 van hetzelfde Wetboek, waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de produktie van elektriciteit met het oog op de verkoop hiervan;
  • eindverbruikers van de distributie : de in België gevestigde laag- en hoogspanningsklanten die voor eigen verbruik elektriciteit aankopen bij de in artikel 94, tweede lid, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde intercommunale verenigingen, de concessiehouders en de gemeentelijke regieën en diensten, waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de openbare verdeling van elektriciteit;
  • de verantwoordelijkheid van de producent : de verantwoordelijkheid van de producent bestaat uit het rechtstreeks of onrechtstreeks garanderen van elektrische energie aan de eindverbruikers zowel langs de opwekking van elektriciteit met eigen produktiemiddelen, met produktiemiddelen die door derden worden ter beschikking gesteld of met gemeenschappelijk gefinancierde centrales waarin de producent deelneemt zowel in België als in het buitenland, als langs de aankopen in binnen- en buitenland van elektriciteit bij niet aan de in artikel 35 bedoelde bijzondere aanslag onderworpen producenten en de verkopen van elektriciteit aan buitenlandse natuurlijke en rechtspersonen, niet onderworpen aan die bijzondere aanslag, voor zover en in de mate deze buitenlandse personen in België elektriciteit verkopen; voor de verkopen tussen elektriciteitsproducenten binnen het kader van coördinatieuitwisselingen draagt de koper de verantwoordelijkheid van producent.


4. De woorden "hoofdzakelijk of bijkomstig" die voorkomen in de definitie van het woord "elektriciteitsproducenten" verwijzen naar de activiteiten van de belastingplichtigen en slaan niet op het oogmerk van de verkoop. D.w.z. dat een vennootschap elektriciteitsproducent is (en blijft) ook wanneer ze andere en eventueel zelfs hoofdzakelijk andere activiteiten dan de produktie van elektriciteit uitoefent.

Elektriciteitsproduktie voor eigen gebruik wordt evenwel uitgesloten. Industriële bedrijven die voorzien in hun eigen elektriciteitsbehoeften via b.v. de recuperatie van stoom en dergelijke worden derhalve niet aan deze bijzondere aanslag onderworpen. Dit geldt eveneens wanneer die bedrijven bepaalde produktieoverschotten, die meestal tijdelijk zijn en waarvoor ze geen continu levering garanderen, zouden verkopen. Uit de definitie van het begrip "elektriciteitsproducenten" kan tevens worden afgeleid dat zowel tussenpersonen als eindverbruikers, die zelf geen elektriciteit produceren, nooit aan de bedoelde bijzondere aanslag worden onderworpen, ook niet wanneer zij inz. rechtstreeks elektriciteit invoeren vanuit het buitenland (zie Memorie van toelichting, Kamer, zitting 1990-91, stuk 1366/1, blz. 18).

IV. ONDERWORPEN BELASTINGPLICHTIGEN


6. De forfaitaire belasting is verschuldigd door :


  • de vennootschappen onderworpen aan de Ven.B;
  • de in art. 94, 2e lid, a, WIB bedoelde intercommunale verenigingen;
  • de gemeentelijke regieën en diensten onderworpen aan de RPB;
  • en de in art. 139, 2°, WIB, bedoelde aan de BNV-ven. onderworpen vennootschappen, verenigingen, instellingen, enz. die over een Belgische inrichting beschikken in de zin van art. 141, WIB,


waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de produktie van elektriciteit met het oog op de verkoop ervan.

V. GRONDSLAG VAN DE BIJZONDERE AANSLAG

7. De totale belastbare grondslag van de bijzondere aanslag is gelijk aan 8,5 % van het verschil tussen :

  • eensdeels de inkomsten, exclusief BTW, uit de verkoop van elektriciteit aan de eindverbruikers van de distributie en,
  • anderdeels de kostprijs van de brandstof gebruikt om de aan die eindverbruikers verkochte elektriciteit te produceren.


Onder "kostprijs van de brandstof" wordt verstaan het gedeelte van de prijs van de door de distributie aangekochte energie dat overeenstemt met de brandstoftermen in de tarificatieformules voor de aankoop van energie door de distributieorganen, zoals deze zijn gekend binnen het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas. Wat de bijzondere aanslag van producenten niet-verblijfhouders betreft, wordt de voor de berekening van de belastbare grondslag in aanmerking te nemen kostprijs van de brandstof, behoudens tegenbewijs, geacht gelijk te zijn aan de gemiddelde kostprijs van de brandstof gebruikt door de Belgische producenten (zie Memorie van toelichting, Kamer, zitting 1990-91, stuk 1366/1, blz. 19).

Het gedeelte van de voormelde totale belastbare grondslag dat voor de berekening van de bijzondere aanslag per elektriciteitsproducent in aanmerking moet worden genomen, stemt overeen met zijn aandeel in de totale elektriciteitsverkopen in België van alle producenten waarvoor hij de verantwoordelijkheid van producent op zich heeft genomen.

Het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas zal, op verzoek van de administratie, alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn voor de vestiging of de invordering van de bijzondere aanslag (zie Memorie van toelichting, Kamer, zitting 1990-91, stuk 1366/1, blz. 20).

VI. TARIEF VAN DE BIJZONDERE AANSLAG


8. De bijzondere aanslag wordt gevestigd tegen het tarief van :


  • 30 % voor het aj. 1991;
  • 39 % vanaf het aj. 1992.


9. Die bijzondere aanslag moet eventueel worden vermeerderd in geval geen of ontoereikende voorafbetalingen werden gedaan. Die vermeerdering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van de art. 89 tot 91, WIB met dien verstande evenwel dat de bepalingen van art. 89, §§ 6 en 10, WIB niet van toepassing zijn, d.w.z. dat de bedoelde vermeerdering wordt berekend op dezelfde wijze als inzake Ven.B.

Op de bijzondere aanslag, die voor het aj. 1991 verschuldigd is, wordt evenwel geen enkele vermeerdering toegepast op de voorafbetalingen die de elektriciteitsproducenten op deze aanslag hebben gedaan ten laatste op 29.1.1991 (zie art. 36, W. 28.12.1990).

10. De aandacht wordt erop gevestigd dat met de bijzondere aanslag geen voorheffingen mogen worden verrekend.

VII. VERREKENBAARHEID VAN DE BIJZONDERE AANSLAG

11. De bedoelde bijzondere aanslag kan ten name van elektriciteitsproducenten onderworpen aan de Ven.B of de BNV-ven. worden afgetrokken van de inkomstenbelastingen die zij werkelijk verschuldigd zijn, zonder dat die aftrek het gedeelte van de inkomstenbelasting mag overtreffen dat evenredig betrekking heeft op de inkomsten uit de produktie van elektriciteit, waarvoor de onderneming de verantwoordelijkheid van producent heeft. Het eventuele overschot is niet terugbetaalbaar.

Ten name van aan de RPB onderworpen elektriciteitsproducenten kan de bijzondere aanslag niet worden verrekend met de eventuele andere aanslagen die zij zouden verschuldigd zijn.

VIII. AFTREKBAARHEID

12. De ten name van elektriciteitsproducenten gevestigde "forfaitaire belasting" is te beschouwen als een belasting op het inkomen (zie Memorie van toelichting, Kamer, zitting 1990-91, stuk 1366/1, blz. 18), d.w.z., naar gelang van het geval, als een aanslag in de Ven.B, de RPB of de BNV-ven. De forfaitaire belasting is derhalve overeenkomstig respectievelijk de art. 109, 1° en 147, § 3, WIB, niet aftrekbaar als beroepskost ten name van de aan de Ven.B of de BNV-ven. onderworpen elektriciteitsproducenten.

IX. TOEPASSING VAN DE BEPALINGEN VAN HET WIB

13. Luidens art. 35, § 4, W. 28.12.1990, zijn de bepalingen van titel VII, WIB, (vestiging en invordering van de belastingen) van toepassing op de bijzondere aanslag.

X. INWERKINGTREDING

14. Overeenkomstig art. 41, W. 28.12.1990, zijn de hierboven besproken bepalingen van toepassing vanaf het aj. 1991.