Circulaire nr. Ci.RH.241/597.673 (AOIF Nr. 29/2010) d.d 02.04.2010

Personenbelasting

Bedrijfsleider

Vrij beroep

Sociale bijdrage

Sociale bijdragen der zelfstandigen

Beroepskosten

Niet-aftrekbare kosten

Beroepsinkomen

Terugbetaling van sociale bijdragen

Belastingstelsel van terugbetalingen van sociale bijdragen aan beoefenaars van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

1. Tot dusver stelden de administratieve onderrichtingen dat de aan bedrijfsleiders en aan beoefenaars van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden terugbetaalde sociale bijdragen (andere dan de matigingsbijdragen) die in een vorig belastbaar tijdperk terecht als beroepskosten zijn afgetrokken, in mindering worden gebracht van de sociale bijdragen die betaald zijn in het jaar waarin de terugbetaling plaatsheeft. Deze terugbetalingen zijn, in de mate dat zij de in het jaar betaalde sociale bijdragen overtreffen, niet belastbaar. Ter zake kan verwezen worden naar punt B, 2 van de administratieve circulaire Ci.RH.241/430.225 van 27 mei 1992.

2. Voormelde gunstige regeling leidt in een aantal gevallen evenwel tot een oneigenlijk gebruik. Zo werd er onder meer vastgesteld dat sommige beginnende zelfstandigen tijdens de eerste drie jaren van onderwerping aan het sociaal statuut van zelfstandigen verzoeken om de tijdens die periode normaal verschuldigde "voorlopige bijdragen" te vervangen door "vrijwillige bijdragen" die op veel hogere en dikwijls volledig fictieve beroepsinkomsten zijn gebaseerd. Nadat deze overdreven vrijwillige bijdragen als beroepskosten in mindering werden gebracht, worden ze bij het jaar van regularisatie door het sociaal verzekeringsfonds grotendeels teruggestort en overtreffen ze meestal de tijdens dat jaar verschuldigde sociale bijdragen.

Volgens de Rechtbanken van Eerste aanleg te Brussel en Luik kunnen dergelijke overdreven vrijwillige bijdragen alleszins niet als aftrekbare sociale bijdragen in de zin van artikel 52, 7°, WIB 92, worden aangemerkt (Rb Brussel 5 mei 2004 en Rb Luik 26 april 2005).

3. Het is evenwel niet altijd evident om te bepalen in welke mate vrijwillige sociale bijdragen een overdreven karakter vertonen.

Naar aanleiding van een nieuw onderzoek van deze problematiek en gelet op de ruime draagwijdte van het woord "ontvangsten" in art. 27, tweede lid, 1°, WIB 92, is er daarom beslist dat, wat de beoefenaars van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden betreft, de terugbetalingen van sociale bijdragen tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid voor hun totaal bedrag moeten worden aangemerkt als baten van het jaar waarin de terugbetaling plaatsheeft en deze teruggave m.a.w. niet meer van de tijdens datzelfde jaar betaalde (en als beroepskost aftrekbare) sociale bijdragen in mindering mag worden gebracht.

De in art. 27, tweede lid, 1°, WIB 92, bedoelde ontvangsten omvatten immers alle geldsommen die aan de belastingplichtige zijn toegekend wegens handelingen behorende tot zijn beroepswerkzaamheid, waaronder ook de terugbetalingen van kosten, ongeacht de schuldenaar van die terugbetalingen.

4. In dezelfde zin zullen terugbetalingen van sociale bijdragen die plaatsvinden na de stopzetting van een zelfstandige beroepswerkzaamheid voortaan zowel voor de verkrijgers van winst als voor de verkrijgers van baten belastbaar zijn op grond van de artikelen 23, § 1, 3°, 28, eerste lid, 2° en 171, 5°, c, WIB 92.

5. Voor bedrijfsleiders blijven de in voormelde circulaire onder punt B, 2 opgenomen onderrichtingen voor bestuurders en werkende vennoten onverminderd van toepassing. Inzake de aftrekbaarheid van de door hen betaalde vrijwillige sociale bijdragen die een duidelijk overdreven karakter vertonen, wordt evenwel gewezen op het bepaalde onder nr. 2, tweede lid, hiervoor.

6. Deze circulaire is van toepassing op de vanaf 1 januari 2010 gedane teruggaven van (te veel gestorte) sociale bijdragen .

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :

J. VANHOUTTE

Directeur