Circulaire nr. Ci.P11/466.805 dd. 10.03.1997
CIRC 10.03.97/1
Circulaire nr. Ci.P11/466.805 dd. 10.03.1997
Bull. nr. 771, pag. 1063
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Aanslagvoet van 16,5 %.
Aanslagvoet van 33 %.
Gemiddelde aanslagvoet.
BEROEPSKOSTEN
Rooikosten.
FRUITTELER
Rooipremie.
VERGOEDING
Vermindering van de beroepswerkzaamheid.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
1. Krachtens het MB 19.10.1994 (BS 11.11.1994) konden appelproducenten voor het seizoen 1994-1995 een premie bekomen voor de door hen uitgevoerde rooiwerkzaamheden in hun boomgaarden met appelbomen, andere dan bomen voor de teelt van persappelen voor de ciderbereiding.
Zij moesten daartoe de vrijwillige schriftelijke verbintenis aangaan hun boomgaard geheel of gedeeltelijk (minstens 1 ha) vóór 1.5.1995 ineens te rooien en gedurende 15 jaar af te zien, enerzijds, van elke heraanplanting van appelbomen op de oppervlakten van het bedrijf die het voorwerp waren van rooiwerkzaamheden en, anderzijds, van een uitbreiding van de andere met appelbomen beplante oppervlakten van het bedrijf (de premies zijn uitbetaald in 1995).
Premies verkregen tijdens de exploitatie
3. De rooipremies worden aangemerkt als in art. 25, 6°, a, WIB 92, bedoelde vergoedingen van alle aard, verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben.
In de mate dat die premies niet meer bedragen dan de belastbare nettowinst die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de vermindering van de werkzaamheid is verkregen, zijn zij in principe afzonderlijk belastbaar tegen 33 % (art. 171, 1°, c, WIB 92), tenzij zij zijn verkregen naar aanleiding van een handeling verricht vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling; in dergelijke gevallen zijn zij in principe afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 % (art. 171, 4°, b, WIB 92).
Daar het aangaan van de verbintenis om de boomgaard ineens geheel of gedeeltelijk te rooien of te laten rooien op vrijwillige basis gebeurt, wordt opgemerkt dat die verrichting dus niet kan worden beschouwd als een handeling die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis in de zin van art. 171, 4°, b, 2de lid, WIB 92.
In de mate dat de rooipremies meer bedragen dan de in het 2de lid hiervoor bedoelde nettowinst, zijn zij belastbaar tegen het progressieve tarief.
Premies verkregen na de stopzetting van de exploitatie
4. De rooipremies worden aangemerkt als in art. 28, 1ste lid, 3°, a, WIB 92, bedoelde vergoedingen van alle aard, wanneer zij na de stopzetting zijn verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid of van de winst tot gevolg kan hebben.
Deze premies zijn voor hun volledige bedrag in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (art. 171, 5°, c, WIB 92).
Van de premie aftrekbare beroepskosten
5. In het gemeen recht mogen de rooikosten en het positieve verschil tussen de aanlegkosten van de gerooide aanplantingen en de erop reeds gedane afschrijvingen onder de beroepskosten worden opgenomen.
Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig art. 342, § 1, 2de lid, WIB 92, forfaitair worden belast, mogen de kosten voor de nog niet afgeschreven aanlegkosten forfaitair worden geraamd op 100.000 BF per ha. De rooikosten moeten daarentegen volgens de gewone regels aan de hand van bewijskrachtige bescheiden worden afgetrokken.
Circulaire nr. Ci.P11/466.805 dd. 10.03.1997
Bull. nr. 771, pag. 1063
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Aanslagvoet van 16,5 %.
Aanslagvoet van 33 %.
Gemiddelde aanslagvoet.
BEROEPSKOSTEN
Rooikosten.
FRUITTELER
Rooipremie.
VERGOEDING
Vermindering van de beroepswerkzaamheid.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
| I. | ALGEMEEN |
Zij moesten daartoe de vrijwillige schriftelijke verbintenis aangaan hun boomgaard geheel of gedeeltelijk (minstens 1 ha) vóór 1.5.1995 ineens te rooien en gedurende 15 jaar af te zien, enerzijds, van elke heraanplanting van appelbomen op de oppervlakten van het bedrijf die het voorwerp waren van rooiwerkzaamheden en, anderzijds, van een uitbreiding van de andere met appelbomen beplante oppervlakten van het bedrijf (de premies zijn uitbetaald in 1995).
| 2. | Het bedrag van de premie is vastgesteld op : |
- 246.535 BF (5.000 Ecu) per ha voor boomgaarden die het voorwerp zijn van gehele rooiwerkzaamheden;
- 172.574 BF (3.500 Ecu) per ha voor boomgaarden die het voorwerp zijn van gedeeltelijke rooiwerkzaamheden.
| II. | BELASTINGSTELSEL |
3. De rooipremies worden aangemerkt als in art. 25, 6°, a, WIB 92, bedoelde vergoedingen van alle aard, verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de winst van de onderneming tot gevolg kan hebben.
In de mate dat die premies niet meer bedragen dan de belastbare nettowinst die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de vermindering van de werkzaamheid is verkregen, zijn zij in principe afzonderlijk belastbaar tegen 33 % (art. 171, 1°, c, WIB 92), tenzij zij zijn verkregen naar aanleiding van een handeling verricht vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling; in dergelijke gevallen zijn zij in principe afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 % (art. 171, 4°, b, WIB 92).
Daar het aangaan van de verbintenis om de boomgaard ineens geheel of gedeeltelijk te rooien of te laten rooien op vrijwillige basis gebeurt, wordt opgemerkt dat die verrichting dus niet kan worden beschouwd als een handeling die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis in de zin van art. 171, 4°, b, 2de lid, WIB 92.
In de mate dat de rooipremies meer bedragen dan de in het 2de lid hiervoor bedoelde nettowinst, zijn zij belastbaar tegen het progressieve tarief.
Premies verkregen na de stopzetting van de exploitatie
4. De rooipremies worden aangemerkt als in art. 28, 1ste lid, 3°, a, WIB 92, bedoelde vergoedingen van alle aard, wanneer zij na de stopzetting zijn verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid of van de winst tot gevolg kan hebben.
Deze premies zijn voor hun volledige bedrag in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (art. 171, 5°, c, WIB 92).
Van de premie aftrekbare beroepskosten
5. In het gemeen recht mogen de rooikosten en het positieve verschil tussen de aanlegkosten van de gerooide aanplantingen en de erop reeds gedane afschrijvingen onder de beroepskosten worden opgenomen.
Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig art. 342, § 1, 2de lid, WIB 92, forfaitair worden belast, mogen de kosten voor de nog niet afgeschreven aanlegkosten forfaitair worden geraamd op 100.000 BF per ha. De rooikosten moeten daarentegen volgens de gewone regels aan de hand van bewijskrachtige bescheiden worden afgetrokken.
Voor de Directeur-generaal :
De Eerste Auditeur,
H. SIAU.
Bron: FisconetPlus
