Aanschrijving nr. 33 dd. 08.11.1978
AANSCHRIJVING 78/033
Aanschrijving nr. 33 dd. 08.11.1978
Prestaties van reisbureaus.
Onderwerp van de aanschrijving.
1. In het Belgisch Staatsblad van 2 december 1977 is de wet van 29 november 1977 (1) gepubliceerd tot wijziging van de artikelen 20, 29, 35, 41 en 45 van het BTWWetboek, waarbij een nieuwe regeling werd ingevoerd met betrekking tot de heffing van de BTW op de winstmarge van reisbureaus in overeenstemming met artikel 26 van de zesde BTWrichtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 (z. aanschr. 20/1977).(1) In het Belgisch Staatsblad van 16 december 1977 werd het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977 (2), gepubliceerd, genomen ter uitvoering van artikel 35 van het BTWWetboek, waarbij vaste maatstaven van heffing werden ingevoerd voor de berekening van de BTW op de winstmarge van reisbureaus (z. aanschr. 23/1977).(2)
(1) Z. Revue nr.33, blz.7
(2) Z. Revue nr.33, blz 60.
Zoals de wet van 2 december 1977, had het koninklijk besluit nr. 35 uitwerking op 1 december 1977.
Ten slotte werden ingevolge de wet van 27 december 1977 (3) (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977; z. aanschr. 3/1978) tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en het Wetboek der registratie, hypotheek en griffierechten, sommige bepalingen van het BTWWetboek, die betrekking hebben op de BTWregeling welke toepasselijk is op prestaties van reisbureaus, gewijzigd. Dit is met name het geval voor de artikelen 21 en 41. Die wet had uitwerking met ingang van 1 januari 1978 (3).
(3) Z. Revue nr.33, blz.16.
Deze aanschrijving heeft ten doel de nieuwe regeling toe te lichten zoals die geldt vanaf 1 januari 1978. Daar waar die regeling verschilt van die welke gold voor december 1977, wordt dit nader aangestipt.
Eerste hoofdstuk. Algemene begrippen.
Inleiding.
2. Voor 1 december 1977 werd een reisbureau dat voor de organisatie van een reis tussenkomst verleende en in eigen naam aan de reiziger een factuur uitreikte, ingevolge de artikelen 13 en 20 van het Wetboek geacht de betrokken diensten zelf te hebben ontvangen en op zijn beurt zelf aan de reiziger te hebben verleend. Dit had tot gevolg dat een reisbureau voor de toepassing van de BTW geacht werd met de reiziger te contracteren als vervoerder, hotelhouder, organisator van een schouwspel, enz. In zoverre deze diensten in het buitenland plaatsvonden, was er in de relatie van het reisbureau tot de reiziger geen BTW verschuldigd.
3. Ingevolge artikel 20, § 2, van het Wetboek, zoals dit werd gewijzigd bij artikel 1 van de wet van 29 november 1977, wordt een reisbureau, dat tussenkomst verleent bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, geacht te handelen in naam en voor rekening van de reiziger, welke ook de modaliteiten van de tussenkomst zijn, behalve in de mate dat het die diensten zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht of wanneer het handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten.
Gelet op deze bepaling, kan een reisbureau op drie wijzen handelen:
1° Het reisbureau verricht zelf rechtstreeks met eigen middelen bepaalde diensten. Dit is het geval wanneer een reisbureau het vervoer verricht met eigen autocar, zelf een hotel exploiteert, enz. In de mate dat het reisbureau zelf die prestatie verricht, wordt het voor de toepassing van de BTW niet aangemerkt als een reisbureau, maar als vervoerder, hotelhouder, enz., en is de BTW dan ook al of niet verschuldigd volgens de regels die voor elke desbetreffende dienst gelden. De nieuwe regeling heeft in die toestand geen verandering gebracht.
2° Het reisbureau handelt als makelaar of als lasthebber in opdracht van vervoerders, hotelhouders, organisatoren van schouwspelen, enz., die hun prestaties rechtstreeks aanrekenen aan de reiziger. Het reisbureau wordt voor zijn tussenkomst in de regel vergoed door de vervoerder, hotelhouder, enz. Die vergoeding is al of niet belastbaar volgens de regels die gelden voor verrichtingen van makelarij of lastgeving, zonder dat de bijzondere regels betreffende de heffing over de winstmarge van reisbureaus van toepassing zijn.
3° Het reisbureau wordt geacht te handelen als lasthebber van de reiziger in alle andere gevallen, inzonderheid wanneer de dienstverrichter zijn prestaties factureert aan het reisbureau en dit laatste ze op eigen naam doorfactureert aan de reiziger Slechts in de hier bedoelde gevallen wordt de winstmarge van het reisbureau aan de BTW onderworpen volgens de nieuwe regeling.
Teksten.
4. De regeling welke toepasselijk is op de prestaties van reisbureaus wordt inzonderheid behandeld in de artikelen 20, § 2, 29, § 2, 35, laatste lid, 41, § 2, en 45, § 4, van het Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977.
Hierna volgt de tekst van die bepalingen.
1° Artikel 20, § 2, van het Wetboek.
"Wanneer een reisbureau tussenkomst verleent bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, wordt het geacht te handelen in naam en voor rekening van de reiziger, welke ook de modaliteiten van de tussenkomst zijn behalve in de mate waarin het die diensten zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht of wanneer het handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten.
Voor de toepassing van dit Wetboek wordt onder reisbureau verstaan, eenieder wiens werkzaamheid erin bestaat reizen of verblijven, onder meer logies inbegrepen, tegen een vaste som te organiseren en te verkopen, ofwel, als tussenpersoon, zodanige reizen of verblijven, vervoerbiljetten, logies of maaltijdbons te verkopen."
2° Artikel 29, § 2, van het Wetboek.
"De maatstaf van heffing van de dienst die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, geacht wordt aan de reiziger te verlenen, bestaat in de aan het reisbureau toekomende vergoeding, namelijk in het verschil tussen, enerzijds, het totaal van de bedragen, met uitsluiting van de belasting over de toegevoegde waarde over de vergoeding, die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van deze dienst vordert, en anderzijds, het totaal van de bedragen, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, die aan het reisbureau worden aangerekend door de verrichters van de diensten waarvoor het tussenkomst heeft verleend of door een ander reisbureau dat voor het verrichten van dezelfde diensten zijn tussenkomst heeft verleend "
3° Artikel 35, laatste lid, van het Wetboek.
"Hij (de Koning) kan eveneens de maatstaf van heffing van de dienst, die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, geacht wordt te verstrekken, vaststellen op een percentage van het totaal van de bedragen die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van deze dienst vordert."
4° Artikel 41, §2, van het Wetboek
"Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, wanneer die makelaars en lasthebbers tussenkomst verlenen bij leveringen van goederen of dienstverrichtingen die niet in het binnenland plaatsvinden of die vrijgesteld zijn ingevolge de artikelen 39 tot 42.
Die vrijstelling is niet van toepassing op de diensten van reisbureaus die tussenkomst verlenen bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, tenzij wanneer het reisbureau handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten."
5° Artikel 45, § 4, van het Wetboek.
"Wanneer het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van toepassing is, kan het reisbureau de BTW niet in aftrek brengen die geheven is van:
1° het vervoer, het logies, de ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en het vermaak, die aan dit laatste op eigen naam zijn gefactureerd;
2° de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van dezelfde diensten. "
6° Artikel I van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977.
"De maatstaf van heffing van de dienst die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde geacht wordt te verstrekken, wordt vastgesteld naar gelang van het geval, op nagenoemd percentage van de prijs:
1° 18 pct. ten aanzien van het organiseren door een in België gelegen reisbureau, tegen een globale prijs, van een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende diensten, voor zover dit geheel van prestaties, hetzij uitsluitend door bemiddeling van andere reisbureaus, hetzij zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reizigers wordt verstrekt;
2° 6 pct. ten aanzien van de in 1 ° bedoelde gecombineerde prestaties, georganiseerd door een in België gelegen reisbureau maar aan de reizigers verstrekt door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau;
3° 8 pct. ten aanzien van het bespreken door een reisbureau van logies, waarvan de prijs niet begrepen is in een globale prijs;
4° 13 pct. in alle andere gevallen.
De bovengenoemde percentages worden berekend ten aanzien van de in 1° en 4° bedoelde gevallen, over de prijs waartegen de prestaties aan de reizigers worden aangeboden, en ten aanzien van de in 2° en 3° bedoelde gevallen, over het totaal van de bedragen die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van de dienst vordert.
De belasting die over de bovengenoemde maatstaven van heffing wordt berekend, wordt slechts éénmaal geheven, door het eerste in België gelegen reisbureau dat zich tot het verstrekken van bovengenoemde prestaties verbindt, zelfs wanneer andere reisbureaus tussenkomst verlenen bij het verstrekken van die prestaties."
Het begrip reisbureau.
5. Ofschoon de definitie van een reisbureau, die voorkomt in artikel 20, § 2, tweede lid, van het Wetboek (z. nr. 4, 1°) geïnspireerd werd op de wet van 21 april 1965 houdende het statuut van de reisbureaus, wordt de toepassing van de BTW op de winstmarge van reisbureaus niet beperkt tot die reisbureaus welke voor de uitoefening van hun werkzaamheid de bijzondere vergunning hebben bekomen, bedoeld in de genoemde wet. Al wie geregeld en zelfstandig reizen of verblijven organiseert, zelfs tegen kostprijs of met verlies, is voor de toepassing van de BTW een reisbureau. Een ziekenfonds, dat geregeld reizen of verblijven organiseert, wordt dan ook voor de toepassing van de BTW als een reisbureau aangemerkt (z. Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Parl. besch., Kamer van Volksvertegenwoordigers, nr. 84 (B.Z. 1977), van 21 oktober 1977, blz. 7).
Om praktische redenen wordt in deze aanschrijving steeds gesproken van een reisbureau, wanneer het gaat om iemand die in deze hoedanigheid gevestigd is, zelfs wanneer een bepaalde handeling die deze persoon verricht geen eigenlijke prestatie van een reisbureau is. Zo wordt op sommige plaatsen van deze aanschrijving gesproken van een reisbureau dat zich tegenover bepaalde cliënten belast met een vervoer zonder tussenkomst te verlenen voor andere diensten. In dit geval gaat het voor de toepassing van de BTW in werkelijkheid om een vervoerder en niet om een reisbureau (z. nr. 7).
BTW-regeling per overeenkomst.
6. De BTWregeling, die op een reisbureau toepasselijk is, wordt bepaald per overeenkomst die het met de reizigers sluit. Er wordt dus geen rekening gehouden met de hele of voornaamste werkzaamheid van een reisbureau.
Zo is de bemiddeling van een reisbureau in de verhuur van een flat, voor de toepassing van de BTW, geen specifieke handeling van een reisbureau. Die tussenkomst is dus aan dezelfde regeling onderworpen als die welke geldt voor de woningbureaus (z. Memorie van toelichting bij de wet van 29 november 1977, Parl. besch., Kamer van Volksvertegenwoordigers, nr. 84 (B.Z. 1977), van 28 september 1977). Dit onderscheid is belangrijk inzonderheid op het gebied van de plaats van diensten (z. nr. 9). Daarentegen is het verlenen van tussenkomst door een reisbureau in de verhuur van een vervoermiddel, in een andere hoedanigheid dan die van makelaar of lasthebber van de eigenaar, normaal een prestatie van een reisbureau die aan de BTW op de winstmarge van reisbureaus is onderworpen.
Reisbureau alleen belast met personenvervoer.
7. Wanneer een reisbureau met eigen vervoermiddel zelf het vervoer verricht zonder tussenkomst te verlenen bij andere diensten, handelt dit reisbureau uitsluitend als vervoerder. Bij toepassing van de artikelen 13 en 20 van het Wetboek geldt hetzelfde wanneer het reisbureau, in plaats van zelf het vervoer te verrichten, een ander persoon met deze dienst belast. In beide gevallen handelt het reisbureau immers niet als zodanig, aangezien het buiten het vervoer geen andere diensten als bedoeld in artikel 20, § 2, tweede lid, van het Wetboek, aan de reiziger verleent.
8. De in nr. 7 uiteengezette regeling geldt eveneens wanneer een reisbureau dat zich met een vervoer belast, ingevolge een afzonderlijk contract tussenkomst verleent bij andere diensten die op een reis of verblijf betrekking hebben. Voor de toepassing van de in deze aanschrijving behandelde regeling wordt als een afzonderlijk contract aangemerkt het feit dat een bepaalde prestatie tegen een afzonderlijke prijs aan de reiziger wordt aangerekend (z. nr. 30).
Plaats van de dienst.
9. Een door een reisbureau verrichte dienst is in België aan de BTW onderworpen, wanneer hij hier te lande plaatsvindt. Een onderscheid moet worden gemaakt naargelang de wijze waarop het reisbureau handelt (z. nr. 3).
A. Het reisbureau verricht zelf met eigen middelen bepaalde diensten.
In het kader van deze aanschrijving worden slechts de volgende diensten behandeld: personenvervoer, verhuur van een vervoermiddel, tussenkomst bij onroerende verhuur, hotel, restaurant.
a. Personenvervoer.
Ingevolge artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek wordt vervoer geacht plaats te vinden op de plaats waar het vervoer werkelijk plaatsvindt. Voor grensoverschrijdend vervoer vindt het vervoer hier te lande plaats naar verhouding van de afstanden die respectievelijk in België en in het buitenland worden afgelegd.
b. Verhuur van een vervoermiddel.
Om uit te maken wanneer en in welke mate de verhuur geacht wordt hier te lande plaats te vinden, dient het volgende onderscheid te worden gemaakt.
1° Het reisbureau is in België gevestigd.
Ingevolge artikel 21, § 3, 6°, a, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden behalve in de mate dat het vervoermiddel buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt.
Wanneer een in België gevestigd reisbureau een auto verhuurt aan iemand die met die auto een reis zal maken door Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, wordt die dienst geacht hier te lande plaats te vinden behalve in de mate dat het vervoermiddel wordt gebruikt in Zwitserland en Oostenrijk.
2° Het reisbureau is in de E.E.G., doch buiten België gevestigd.
Ingevolge artikel 21, § 2, van het Wetboek, wordt de dienst in dit geval geacht volledig in het buitenland plaats te vinden, zelfs wanneer het vervoermiddel in België wordt gebruikt.
3° Het reisbureau is buiten de E.E. G. gevestigd.
Ingevolge artikel 21, § 3, 6°, b, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden in de mate dat het vervoermiddel hier te lande wordt gebruikt.
c. Tussenkomst bij onroerende verhuur.
Wanneer een reisbureau tussenkomst verleent bij het sluiten van huurcontracten van al of niet gemeubileerde woningen (flats, chalets, enz.) wordt de door het reisbureau verleende dienst, ingevolge artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977, genomen ter uitvoering van artikel 21, § 3, 1°, van het Wetboek, geacht hier te lande plaats te vinden wanneer het onroerend goed hier te lande is gelegen. In het tegenovergestelde geval wordt de dienst geacht in het buitenland plaats te vinden, ongeacht overigens waar de eigenaar of de huurder zijn gevestigd (4).
(4) Vóór 1 januari 1978 werd de dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer de schuldenaar van het commissieloon hier te lande was gevestigd (art.3 van het kon. besl. nr.5, van 6 februari 1970).
d. Hotel, restaurant.
Ingevolge artikel 21, § 3, 4°, b, wordt het verschaffen van spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, geacht plaatste vinden op de plaats waar de dienst materieel wordt verricht, d.w.z. in het land waar het restaurant is gelegen.
Wat het verschaffen van gemeubeld logies betreft, de dienst wordt ingevolge artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977 (5), genomen ter uitvoering van artikel 21, § 3, 1°, van het Wetboek, geacht plaats te vinden daar waar het onroerend goed (het hotel) is gelegen. (5) Z. Revue nr.33, blz. 73.
B. Het reisbureau handelt als makelaar of lasthebber in opdracht van vervoerders, hotelhouders, enz.
Ingevolge de algemene regel van artikel 21 § 2, van het Wetboek, zoals dit artikel werd gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 27 december 1977, wordt de door een reisbureau als makelaar of lasthebber verrichte dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer het reisbureau hier te lande is gevestigd.
Wanneer een reisbureau zijn voornaamste zetel in het buitenland heeft, maar in België een vaste inrichting bezit van waaruit het de dienst verricht, wordt op grond van bovengenoemde bepaling die dienst eveneens geacht hier te lande plaats te vinden. Wanneer daarentegen de dienst wordt verricht vanuit een in het buitenland gelegen zetel of vaste inrichting van een Belgisch reisbureau, dan wordt die dienst geacht in het buitenland plaats te vinden.
Wanneer een reisbureau echter tussenkomst verleent bij het sluiten van huurcontracten van al of niet gemeubileerde woningen (flats, chalets, enz.), wordt de door het reisbureau verleende dienst, ingevolge artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977, genomen ter uitvoering van artikel 21, wanneer het onroerend goed hier te lande is gelegen. In het tegenovergestelde geval wordt de dienst geacht in het buitenland plaats te vinden, ongeacht overigens waar de eigenaar of de huurder zijn gevestigd (6).
(6) Vóór 1 januari 1978 werd de dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer de schuldenaar van het commissieloon hier te lande was gevestigd.(art. 3 van het kon. besl. nr. 5, van 6 februari 1970)
C. Het reisbureau handelt volgens het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van het Wetboek.
Dezelfde oplossing geldt als voor letter B.
De aftrekregeling.
10. Een onderscheid moet worden gemaakt naargelang van de wijze waarop het reisbureau handelt (z. nr. 3).
A. Het reisbureau verricht zelf met eigen middelen bepaalde diensten.
De nieuwe regeling heeft op het stuk van de aftrek van de voorbelasting geen wijzigingen ingevoerd. Wanneer een reisbureau met eigen autocar personenvervoer verricht is de BTW geheven van de aankoop van de autocar en van de erop betrekking hebbende leveringen en diensten betreffende onderhoud, brandstof, enz., bijgevolg volgens de gewone regels aftrekbaar, zonder onderscheid overigens naargelang het reisbureau het vervoer verricht in het kader van een geheel van gecombineerde prestaties dan wel ter uitvoering van een contract dat alleen vervoer tot onderwerp heeft (z. nrs. 7, 8 en 13).
B. Het reisbureau handelt als makelaar of lasthebber in opdracht van een vervoerder, hotelhouder, enz.
De nieuwe regeling heeft hier evenmin enige wijziging op het stuk van de aftrek ingevoerd.
C. Het reisbureau handelt volgens het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van het Wetboek.
Het volgende onderscheid moet worden gemaakt:
1° BTW geheven van diensten die rechtstreeks betrekking hebben op de organisatie van een reis.
Ingevolge artikel 45, § 4, van het Wetboek, kan een reisbureau de BTW niet in aftrek brengen die geheven is van:
De BTW geheven van goederen en andere diensten dan die welke rechtstreeks betrekking hebben op de organisatie van een reis zijn volgens de gewone regels aftrekbaar. Het betreft andere diensten dan die welke opgesomd zijn in 1 ° hierboven. reisbureau (kantoorbenodigdheden, elektriciteit, verwarming, enz.).
Forfaitaire maatstaven van heffing.
11. Artikel 29, § 2, van het Wetboek bepaalt hoe de maatstaf met betrekking tot de heffing van de BTW op de winstmarge van reisbureaus in principe wordt berekend. De in die bepaling gegeven regel is echter theoretisch, aangezien artikel 35, 2de lid, van het Wetboek in de mogelijkheid voorziet de maatstaf van heffing te berekenen op een vast percentage van de prijs. Ter uitvoering van deze laatste bepaling werd het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977, genomen (z. nr. 4, 6°).
In sommige gevallen wordt het vaste percentage berekend over de publieke prijs waartegen de reizen aan de reizigers worden aangeboden; in andere gevallen wordt het vaste percentage berekend over de werkelijke prijs die de reiziger aan het reisbureau moet betalen. Deze maatstaven van heffing moeten verplicht worden toegepast, zelfs wanneer de door het reisbureau toegepaste winstmarges beneden de bovenbedoelde winstmarges liggen of zelfs wanneer het reisbureau handelt tegen kostprijs.
Buiten de bovenbedoelde vaste maatstaven van heffing werden, in overleg met de betrokken beroepsorganisaties, nog andere vaste maatstaven van heffing ingevoerd ten aanzien van gecombineerde reizen die een internationaal vervoer per autocar omvatten. Deze maatstaven van heffing werden om praktische redenen ingevoerd en hebben ten doel tegelijk de wegens het vervoer verschuldigde BTW en deze op de winstmarge van reisbureaus te berekenen. Deze regeling wordt uiteengezet in de nrs. 29, 47 en 48.
Hoofdstuk II. Reisbureau belast zich met personenvervoer.
Reisbureau alleen belast met personenvervoer, of met personenvervoer en andere diensten maar ingevolge afzonderlijke contracten.
12. In de nrs. 7 en 8 werd uiteengezet dat een reisbureau dat zich bij een afzonderlijk contract met personenvervoer belast, ongeacht of het dit vervoer zelf verricht dan wel door een andere persoon voor zijn rekening laat uitvoeren, niet handelt als reisbureau maar als vervoerder. Dit heeft tot gevolg dat in dit geval alleen de regels betreffende vervoer van toepassing zijn.
Reisbureau belast zich voor een globale som met een geheel van gecombineerde prestaties.
13. Wanneer een reisbureau zich voor een globale som belast met een geheel van gecombineerde prestaties bedoeld in artikel 18 van het Wetboek, die op een reis of verblijf betrekking hebben waaronder het vervoer dat het reisbureau met eigen vervoermiddel verricht, dan handelt het reisbureau in de mate dat het zelf met eigen vervoermiddel het vervoer verricht als vervoerder. Ingevolge artikel 20, § 2, van het Wetboek, dient de prijs te worden gesplitst in vervoer en andere prestaties. Het vervoer is onderworpen aan de regeling die geldt voor vervoer en de andere prestaties aan de regeling van de BTW op de winstmarge van reisbureaus.
14. Wanneer het reisbureau zich voor een globale som belast met een geheel van gecombineerde prestaties die op een reis of verblijf betrekking hebben waaronder personenvervoer, maar in tegenstelling tot het geval uiteengezet in nr. 13 dit vervoer voor zijn rekening laat uitvoeren door een ander persoon, dan is de overeenkomst onderworpen aan de BTW op de winstmarge (z. nr. 15).
15. Wanneer een reisbureau, in het geval bedoeld in nr. 14, gewoonlijk het vervoer met eigen vervoermiddelen verricht, maar bij gelegenheid een beroep moet doen op een andere vervoerder, dan wordt in de relatie van het reisbureau tot de reiziger echter gehandeld zoals vermeld in nr. 13 hierboven. Er wordt namelijk van uitgegaan dat het reisbureau, dat ten aanzien van het vervoer geregeld als vervoerder handelt, voor dat vervoer niet als reisbureau wordt aangemerkt (verg. nrs. 7 en 12).
Aftrek.
16. Voor de aftrek van de BTW geheven van het vervoermiddel en van de erop betrekking hebbende leveringen en diensten wordt verwezen naar nr. 10, A. Opgemerkt wordt dat in het geval bedoeld in nr. 15, waarin het reisbureau geacht wordt zelf het vervoer te verrichten, het de door de vervoerder aangerekende BTW mag aftrekken.
Personenvervoer.
17. Het personenvervoer is een in artikel 18, § 1, 1°, van het Wetboek bedoelde dienst die in principe aan de BTW is onderworpen tegen het tarief van 6 pct. (z. tabel A, rubriek XXV, 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970). Ingevolge artikel 41, § 1, 1°, van het Wetboek, zijn echter het zeevervoer van personen en het internationaal luchtvervoer van personen van de belasting vrijgesteld. Het andere personenvervoer dan zeevervoer en internationaal luchtvervoer is slechts aan de BTW onderworpen in de mate dat het hier te lande plaatsvindt (z. nr. 9, A, a).
18. De dienst van personenvervoer doelt in de eerste plaats op een vervoer van personen. Aanvaard wordt echter dat een bepaalde dienst voor het geheel een dienst van personenvervoer blijft:
1° ten aanzien van niet geregistreerde bagage en van dieren welke de reizigers vergezellen;
2° wanneer de vervoerder zelf, zonder hiervoor een afzonderlijke prijs aan te rekenen, voeding en logies verschaft aan de reizigers, aan boord van het voertuig waarmede deze zich verplaatsen; uitzondering wordt echter gemaakt voor cruises (z. nr. 38);
3° wanneer de bestuurder van het voertuig aan de reizigers uitleg verschaft over de bezienswaardigheden onderweg; hetzelfde geldt wanneer die uitleg wordt verschaft door een bijrijder of door een gids.
Onderscheid tussen vervoer en verhuur van een vervoermiddel.
19. Het fundamentele onderscheid tussen vervoer en verhuur bestaat er normaal in dat vervoer de terbeschikkingstelling van een vervoermiddel (auto, boot, enz.) met bestuurder of bemanning inhoudt en dat verhuur slechts de terbeschikkingstelling van het vervoermiddel zonder bestuurder of bemanning omvat. Zelfs wanneer degene die het vervoermiddel met de bestuurder of bemanning ter beschikking stelt, de lonen van die bestuurder of bemanning afzonderlijk factureert aan de huurder betwist de administratie de interpretatie niet volgens welke de gesloten overeenkomst voor het geheel betrekking heeft op een vervoerdienst .
Voor het belang van dat onderscheid wat de plaats van de dienst betreft, wordt verwezen naar nr. 9, A, a en b.
Hoofdstuk III. Reisbureau handelt als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter.
Definitie.
20. Het vermoeden ingevoerd door artikel 20, § 2, van het Wetboek, volgens hetwelk een reisbureau wordt geacht te handelen in naam en voor rekening van de reiziger, geldt niet wanneer het reisbureau handelt in naam en voor rekening van de dienstverrichter (z. nr. 3, 2°). De tussenkomst van het reisbureau beperkt zich in dit geval tot het samenbrengen van reiziger en dienstverrichter, hetgeen meebrengt dat de dienstverrichter de prijs van de door hem verleende diensten normaal rechtstreeks aanrekent aan de reiziger. Het reisbureau mag echter, zonder hierdoor de hoedanigheid van makelaar of lasthebber te verliezen, de op naam van de reiziger opgemaakte factuur door de dienstverrichter ter betaling toegestuurd krijgen, op voorwaarde dat het aan de reiziger rekening aflegt van de gedane uitgaven, die het hierbij overigens tegenover hem dient te staven.
21. Ten aanzien van de nagenoemde diensten handelt het reisbureau, gelet op de bijzondere aard ervan, als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter zonder dat deze de prijs van de door hem verleende diensten rechtstreeks aan de reiziger hoeft te factureren:
1° de verkoop van reisbiljetten voor geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer, het bespreken van zit of ligplaatsen, slaaphutten m.b.t. hetzelfde vervoer, voor zover de reisbiljetten of andere bewijzen tegen tariefprijs aan de reiziger worden bezorgd;
2° de verkoop van toegangsbewijzen voor schouwspelen die een reisbureau voor de publieke prijs aan een reiziger verkoopt.
Regeling toepasselijk op de prestaties van makelaar of lasthebber van de dienstverrichter.
22. Wanneer een reisbureau als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter handelt, wordt de op de hoofdprestatie eventueel verschuldigde BTW geheven in de relatie van de dienstverrichter tot de reiziger omdat deze juist de medecontractant is van de dienstverrichter. Deze BTW is dan uiteraard niet aftrekbaar door het reisbureau. De door het reisbureau voor zijn tussenkomst ontvangen vergoeding is aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 16 pct. (7). Aangezien het commissieloon normaal wordt uitgekeerd door de dienstverrichter aan de makelaar, wordt de BTW in dezelfde relatie geheven .
(7) Voor 1 januari 1978 bedroeg het tarief 14% .
Daarentegen is ingevolge artikel 41, § 2, van het Wetboek de vergoeding die een reisbureau van een dienstverrichter ontvangt van de belasting vrijgesteld wanneer ze betrekking heeft op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvindt (z. nr. 9, A) (8).
(8) Voor 1 januari 1978 was dit commissieloon niet aan de BTW onderworpen bij toepassing van artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr.5, van 6 februari 1970, wanneer het betrekking had op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvond.
Het gebeurt echter dat het reisbureau aan de reiziger, buiten de juiste prijs van een vervoerbiljet, bijzondere kosten in rekening brengt voor telefoon, telex, dossierkosten, enz. Deze kosten zijn dan de prijs van door een in België gelegen reisbureau verstrekte prestaties die aan de BTW zijn onderworpen tegen het tarief van 16 pct. zelfs wanneer die kosten betrekking hebben op een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvindt (z. art. 41, § 2, laatste lid) (9).
(9) Voor 1 januari 1978 was dit commissieloon niet aan de BTW onderworpen, bij toepassing van artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr.5, van 6 februari 1970, wanneer het betrekking had op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvond. Volgens een administratieve interpretatie, werd die vrijstelling behouden tot 1 april 1978.
23. De vergoeding die het reisbureau ontvangt van de N.M.B.S. bij de verkoop van een internationaal vervoerbiljet of wegens het bespreken van een zit of ligplaats, is slechts aan de BTW onderworpen in verhouding tot het Belgische traject. Ingevolge artikel 41, § 2, van het Wetboek, wordt de dienst van makelarij inzake vervoer van de belasting vrijgesteld in de mate dat hij betrekking heeft op vervoer dat in het buitenland plaatsvindt, dit is ingevolge artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek, naar verhouding van de in België en in het buitenland afgelegde afstanden (z. nr. 9, A, a). Om praktische redenen moet de principieel verschuldigde BTW m.b.t. de dienst van makelarij die verband houdt met het Belgische traject, BTW die overigens volledig aftrekbaar is door de N.M.B.S., niet worden voldaan (10).
(10) Voor 1 januari 1978 werd ingevolge artikel 21, §2 (oud), van het Wetboek, en artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr.5, van 6 februari 1970, de dienst van makelarij geacht hier te lande verricht te zijn in de mate dat het vervoer in België werd gedaan. Om praktische redenen hoefde toen evenmin de principieel op een gedeelte van het commissieloon verschuldigde BTW te worden voldaan.
24. Wat ten slotte het commissieloon betreft dat het reisbureau ontvangt van luchtvaartmaatschappijen wegens de verkoop van reisbiljetten m.b.t. internationaal luchtvervoer, dit is ingevolge artikel 41, § 2, van het Wetboek, van de belasting vrijgesteld (11).
(11) Van 1 december 1977 tot 31 december 1977 was het commissieloon wegens de opheffing van de vrijstelling van artikel 41, §3 (oud), van het Wetboek, ten aanzien van diensten en makelaars en lasthebbers bij zeevervoer van personen en internationaal luchtvervoer van personen, aan de BTW onderworpen in de mate dat het betrekking had op het Belgische traject van het vervoer. Zoals voor het internationale spoorvervoer, werd hier eveneens aanvaard dat de bedoelde BTW niet voldaan hoefde te worden.
Hoofdstuk IV. Reisbureau handelt als organisator van een reis rechtstreeks en uitsluitend met de reiziger.
Beoogde gevallen.
25. In dit hoofdstuk worden de twee volgende gevallen behandeld:
1° het reisbureau belast zich, voor een globale prijs, met een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende prestaties (z. nr. 25);
2° het reisbureau belast zich met het verstrekken van één of meer diensten die op een reis betrekking hebben.
In beide gevallen handelt het reisbureau rechtstreeks met de reiziger. Het geval waarin een reisbureau, organisator van een reis, handelt door bemiddeling van een ander reisbureau of tegelijk rechtstreeks handelt met de reiziger en door bemiddeling van een ander reisbureau, wordt behandeld in hoofdstuk V.
Organisatie voor een globale prijs van een gecombineerde reis.
26. Op grond van de artikelen 20, § 2, en 29, § 2, van het Wetboek, is het verstrekken door een in België gelegen reisbureau, voor een globale prijs, van een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende diensten bedoeld in artikel 18 van het Wetboek, onderworpen aan de BTW op de winstmarge. De gecombineerde prestaties moeten echter niet noodzakelijk van elkaar verschillen. Zo wordt als een geheel van gecombineerde prestaties aangemerkt, het verschaffen van logies in verschillende hotels voor een globale prijs. Ingevolge de bovengenoemde artikelen 20, § 2, en 29, § 2, van het Wetboek, wordt deze belasting echter niet geheven op het gedeelte van de globale prijs dat betrekking heeft op prestaties die het reisbureau zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht; die prestaties zijn volgens hun eigen aard belastbaar.
27. Wanneer bijgevolg een reisbureau zich tegenover een reiziger, voor een globale prijs, belast heeft met een gecombineerde internationale reis en zelf het vervoer met eigen autocar verricht, dan moet de globale prijs worden gesplitst in, enerzijds, het gedeelte dat betrekking heeft op het vervoer waarop in principe (z. echter nr. 29) de in de nrs. 12 tot 19 bepaalde regeling toepasselijk is en, anderzijds, in het gedeelte dat betrekking heeft op de overige prestaties, dat onderworpen is aan de BTW op de winstmarge.
Maatstaf van heffing m.b.t. gecombineerde reizen.
28. Wanneer een reisbureau een gecombineerde reis organiseert zonder zelf rechtstreeks met eigen middelen diensten te verstrekken, wordt ingevolge artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977, de te belasten winstmarge geacht gelijk te zijn aan 13 pct. van de prijs waartegen het reisbureau dergelijke reizen aan de reizigers aanbiedt, dit is de publieke prijs vermeld in brochures, op aanplakbrieven, enz. Indien aan bepaalde groepen van reizigers, zoals aan kinderen, bejaarden, jonggehuwden, enz., kortingen op de publieke prijs worden toegestaan en het toekennen van die kortingen in de brochures vermeld wordt, dan wordt de winstmarge op de verminderde prijzen berekend.
29. Wanneer in het geval bedoeld in nr. 27, het reisbureau zelf rechtstreeks met eigen middelen een dienst verricht, is de BTW op de winstmarge, bepaald op 13 pct. van de publieke prijs, in principe slechts verschuldigd over het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op de andere prestaties dan die welke het reisbureau zelf verricht. Wanneer het reisbureau met eigen autocar het vervoer verricht of gewoonlijk verricht (z. nrs. 13 tot 15) en het een internationale reis betreft, werd in overleg met de betrokken beroepsfederaties aangenomen dat de BTW op het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het vervoer dat in België wordt verricht en de BTW op de winstmarge met betrekking tot de andere prestaties dan vervoer, tegelijk wordt berekend, tegen het tarief van 16 pct., over een maatstaf van heffing die gelijk is aan 9 pct. van de globale prijs waartegen het reisbureau dergelijke reizen aan de reizigers aanbiedt. Er wordt echter op gewezen dat deze regeling slechts geldt ten aanzien van gecombineerde reizen die buiten het vervoer één of meer andere diensten die op een reis betrekking hebben omvatten en bovendien voor zover het gaat om per autocar verricht internationaal vervoer.
Het reisbureau belast zich met één of meer prestaties tegen afzonderlijke prijzen.
30. Wanneer een reisbureau zich belast met één of meer diensten die betrekking hebben op de uitvoering van een reis (vervoer, verblijf, vermaak, enz.) en deze diensten tegen afzonderlijke prijzen aan de reiziger aanrekent, volgt elke dienst zijn eigen fiscale regeling.
31. Ten aanzien van het vervoer dat het reisbureau afzonderlijk in rekening brengt moet het volgende onderscheid worden gemaakt.
Ofwel handelt het reisbureau als makelaar of lasthebber, in welk geval de juist doorberekende prijs niet opnieuw belastbaar is (z. nrs. 20 tot 24), ofwel handelt het als vervoerder of wordt het geacht als zodanig te handelen, in welk geval de regeling m.b.t. vervoer toepasselijk is (z. nrs. 12 tot 19).
In dit laatste geval dient geen onderscheid te worden gemaakt naargelang het vervoer door het reisbureau zelf met eigen vervoermiddel wordt verricht dan wel door een andere vervoerder voor rekening van het reisbureau wordt gedaan (z. nr. 12). Wanneer, bijvoorbeeld, een reisbureau, voor een afzonderlijke prijs, een reisbiljet verkoopt voor een internationaal luchtvervoer dat niet wordt verricht door een luchtvaartmaatschappij die een geregelde luchtverbinding onderhoudt (z. nr. 21), dan wordt het reisbureau geacht te handelen als vervoerder (z. nrs. 7, 8 en 12), zodat op grond van artikel 41, § 1, 1°, van het Wetboek, de in rekening gebrachte prijs van de belasting is vrijgesteld. In dit geval dient uiteraard geen onderscheid te worden gemaakt naargelang het reisbureau aan de reiziger al of niet de juiste prijs van het reisbiljet doorberekent.
32. Voor de andere prestaties dan vervoer die betrekking hebben op de uitvoering van een reis, moet per prestatie die afzonderlijk in rekening wordt gebracht vooreerst een onderscheid worden gemaakt naargelang het reisbureau rechtstreeks zelf met eigen middelen de prestatie verricht dan wel ze voor eigen rekening door een derde laat uitvoeren.
In het eerste geval handelt het reisbureau als dienstverrichter en gelden al de regels die op die dienst toepasselijk zijn (tarief, plaats van de diensten). Zo is het bedrag dat een reisbureau in rekening brengt voor het verschaffen van logies in een hotel, dat het zelf in het buitenland exploiteert, niet aan de belasting onderworpen. Ingevolge artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977, genomen ter uitvoering van artikel 21 van het Wetboek, wordt deze dienst immers geacht in het buitenland plaats te vinden.
In het tweede geval, waarin de prestatie door een derde voor rekening van het reisbureau wordt verricht, is de BTW op de winstmarge toepasselijk. De BTW tegen het tarief van 16 pct. dient in dit geval normaal te worden berekend over 13 pct. van de publieke prijs (z. nr. 28).
Wanneer het evenwel gaat om het verschaffen van logies (met inbegrip van ontbijt, volledig of half pension) moet die BTW worden berekend over 8 pct. van de prijs die van de medecontractant wordt gevorderd en niet over de publieke prijs (verg. nr. 28). Onder werkelijke prijs gevorderd van de medecontractant wordt verstaan de nettoprijs die het reisbureau in rekening brengt aan de reiziger. Dezelfde regeling mag worden toegepast wanneer het reisbureau slechts tussenkomst verleent bij het verschaffen van spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt.
Hier wordt evenwel eraan herinnerd dat wanneer het reisbureau bij het bespreken van een hotelkamer of een eetmaal slechts tussenkomst verleent als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter (hotel, restaurant), de bovengenoemde vaste winstmarge niet toepasselijk is. In dit geval is het de werkelijke vergoeding welke het reisbureau van de hotelhouder of restauranthouder ontvangt die, behoudens vrijstelling, aan de BTW is onderworpen tegen 16 pct. Dit is bij voorbeeld het geval wanneer de reiziger rechtstreeks afrekent met de hotelhouder of de restauranthouder. Deze vergoeding is verder op grond van artikel 41, § 2, van het Wetboek van de belasting vrijgesteld wanneer het hotel of het restaurant in het buitenland zijn gelegen (z. nr. 22). Overigens wordt erop gewezen dat wanneer een reisbureau zich belast met het verschaffen van logies in verschillende hotels voor een globale prijs, deze prestatie als een geheel van gecombineerde prestaties wordt aangemerkt waarop niet de vaste maatstaf van heffing van 8 pct. maar wel die van 13 pct. of 18 pct. toepasselijk is (z. nr. 26).
Kosten die een reisbureau afzonderlijk in rekening brengt aan de reiziger.
33. Volgende regelen zijn van toepassing op de telefoon, telex, telegram, briefwisseling, dossierkosten, enz., die een reisbureau afzonderlijk in rekening brengt.
Wanneer het reisbureau duidelijk op de factuur vermeldt dat die kosten bij een bepaalde prestatie behoren, waarvoor het reisbureau nietals makelaar of lasthebber van de dienstverrichter handelt, dienen zij als een element van de prijs van die prestatie te worden aangemerkt. Is die prestatie onderworpen aan de BTW op de winstmarge dan dienen deze kosten bij de prijs van deze prestatie te worden gevoegd voor de berekening van de vaste winstmarge. Wanneer het reisbureau daarentegen niet duidelijk op de factuur vermeldt bij welke prestaties de bedoelde kosten behoren, moeten deze over de prijzen van de diverse diensten evenredig worden omgeslagen en dienen zij in die mate als een element van de prijs van de diverse diensten te worden aangemerkt. Als het reisbureau deze omslag niet wenst te doen, dienen de bedoelde kosten te worden aangemerkt als een supplementaire winstmarge van het reisbureau die integraal belastbaar is tegen het tarief van 16 pct.
Wanneer de bedoelde kosten aan de reiziger worden aangerekend naar aanleiding van een handeling waarvoor het reisbureau als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter is opgetreden, dan dienen deze kosten als prijs van prestaties van een in België gelegen reisbureau in alle gevallen aan de BTW te worden onderworpen tegen het tarief van 16 pct.(12)
(12) Voor 1 januari 1978 was dit commissieloon niet aan de BTW onderworpen, bij toepassing van atrikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 6 februari 1970, wanneer het betrekking had op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvond. Volgens en administratieve interpretatie werd die vrijstelling behouden tot 1 april 1978.
Voorschotten die een reisbureau afzonderlijk in rekening brengt.
34. Wanneer een reisbureau aan de reiziger, afzonderlijk en voor een juist bedrag, sommen in rekening brengt die het in naam en voor rekening van de reiziger heeft betaald, zijn deze sommen voorschotten die in de relatie van het reisbureau tot de reiziger niet aan de BTW zijn onderworpen.
Dit veronderstelt normaal dat het gaat om diensten die door de dienstverrichter rechtstreeks aan de reiziger worden gefactureerd, maar waarvan de prijs door het reisbureau aan de dienstverrichter wordt betaald.
Buiten de gevallen genoemd in nr. 21, worden in ieder geval als voorschotten aangemerkt:
Hoofdstuk V. Reisbureau handelt als organisator van een reis, maar verkoopt ze door bemiddeling van andere reisbureaus of tegelijk rechtstreeks aan de reizigers en door bemiddeling van andere reisbureaus.
Beoogde gevallen.
35. In dit hoofdstuk gaat het om gecombineerde reizen die voor een globale prijs georganiseerd worden door een reisbureau, die ze hetzij uitsluitend verkoopt door bemiddeling van andere reisbureaus, hetzij ze zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reizigers verkoopt.
Toepasselijke regeling.
36. Het bepaalde in de nrs. 26 tot 29 is ter zake eveneens toepasselijk, met dien verstande dat de vaste percentages van de winstmarges verschillend kunnen zijn en dat ingevolge het laatste lid van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977 (z. nr. 4), de belasting over de winstmarge slechts éénmaal wordt geheven door het eerste in België gelegen reisbureau dat zich tot het verstrekken van het geheel van de gecombineerde prestaties verbindt.
37. Gelet op het forfaitair karakter van de door het eerste reisbureau gedane heffing, is de bijkomende som die het reisbureau, dat met de reiziger handelt, in sommige gevallen van deze laatste vordert (bvb. wegens extra telefoonkosten voor een reis die op het laatste ogenblik gekocht wordt) niet aan de BTW onderworpen.
Cruises.
38. Een cruise is een zeereis van bijzondere aard welke onder die benaming aan het publiek wordt aangeboden. Zij wordt verricht aan boord van een uitsluitend voor het vervoer en verblijf van passagiers ingericht schip. Zij verschilt met overtochten per lijndienst en met overvaarten per ferry doordat die handelingen zuiver het vervoer beogen terwijl cruises buiten het vervoer een geheel van prestaties omvatten in verband met het verblijf aan boord van het schip en het bezichtigen van bezienswaardigheden in of vanuit iedere haven die wordt aangedaan. Zelfs wanneer de kosten van de uitstappen in de prijs van de cruises niet zijn begrepen, dan nog zal de organisator inlichtingen verschaffen over de bezienswaardigheden te land en alle service verlenen om aan de reizigers de mogelijkheid te bieden deze bezienswaardigheden te bezoeken.
Een cruise dient dan ook te worden aangemerkt als een geheel van gecombineerde prestaties. De tussenkomst van een reisbureau geeft dan ook aanleiding tot heffing van de BTW over de winstmarge (13).
(13) De administratie oefent geen kritiek uit wanneer de contracten voor cruises gesloten voor 1 juli 1978 door het organiserend reisbureau werden geïnterpreteerd als zeevervoer eerder dan als een geheel van gecombineerde prestaties van een reisbureau.
Maatstaf van heffing.
39. Voor de berekening van de te belasten winstmarge moet een onderscheid worden gemaakt naargelang het reisbureau, organisator van de reis, al dan niet hier te lande is gevestigd.
40. Wanneer het reisbureau, organisator van de reis, hier te lande is gevestigd, bedraagt de vaste winstmarge 18 pct. van de publieke prijs. Dit geldt eveneens wanneer de dienst wordt verleend door een in België gelegen bijkantoor van een buitenlands reisbureau.
41. Wanneer het reisbureau, organisator van de reis, in het buitenland is gevestigd, kan zijn winstmarge niet in België aan de BTW onderworpen worden, aangezien de door hem verleende dienst in het buitenland is verricht. Alleen de winstmarges van de in België gevestigde reisbureaus die tussenkomst verlenen bij de verkoop van de door het buitenlandse reisbureau georganiseerde reis zijn aan de BTW onderworpen. Daarom bedraagt de te belasten winstmarge in dit geval slechts 13 pct. van de publieke prijs.
42. Wanneer een in België gevestigd reisbureau een gecombineerde reis organiseert en die verkoopt door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau bedraagt de te belasten winstmarge 6 pct. Er wordt op gewezen dat deze vaste winstmarge wordt berekend over de werkelijke prijs die door het Belgische reisbureau aan het buitenlandse reisbureau wordt aangerekend.
Het reisbureau verricht zelf het vervoer.
43. De regeling vermeld in nr. 29 is ter zake eveneens toepasselijk, met dien verstande dat wanneer een in België gevestigd reisbureau, organisator van een reis, met eigen autocar zelf het internationaal vervoer verricht, de BTW op het vervoer en deze op de winstmarge van de overige prestaties tegelijk worden berekend tegen het tarief van 16 pct., over een vaste maatstaf van heffing van 13 pct. van de globale prijs waartegen het reisbureau dergelijke reizen aan de reizigers aanbiedt.
44. Het in nr. 43 bedoelde percentage van 13 pct. wordt gebracht op 6 pct. wanneer de prestaties worden verricht door een in België gelegen reisbureau maar aan de reizigers worden verstrekt door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau.
Hoofdstuk VI. Gemeenschappelijke bepalingen.
Reis die niet verwezenlijkt wordt.
45. Het gebeurt dat een reisbureau zich tegenover een reiziger belast heeft met het organiseren van een bepaalde reis en dat, wegens oorzaken die vreemd zijn aan het reisbureau en aan de reiziger, de geplande reis niet kan plaatshebben (geen plaats meer in het hotel, uitbreken van oorlog in het te bezoeken land, enz.). De kosten voor het opmaken van een reisplan, de telefoon, telex, telegram, briefwisseling, dossierkosten, die het reisbureau gemaakt heeft, zijn de prijs van door een reisbureau verrichte diensten die, wanneer ze aan de reiziger worden aangerekend door een in België gevestigd reisbureau, aan de BTW zijn onderworpen tegen het tarief van 16 pct.
46. Wanneer echter een reisbureau van zijn cliënt kosten vordert in geval van opzeg door deze laatste van een reis of een deel van een reis die door het reisbureau of door diens bemiddeling werd georganiseerd, hebben deze kosten de aard van een schadeloosstelling die als zodanig niet aan de belasting onderworpen is. Deze regeling is met name toepasselijk op het geval waarin een cliënt zijn reis opzegt wegens overlijden van een familielid.
Betaling van een voorschot.
47. Ingevolge artikel 22, § 2, van het Wetboek is een gedeeltelijke betaling een oorzaak van verschuldigdheid van BTW. Wanneer die betaling uitsluitend betrekking heeft op vervoer dan is de BTW tegen 6 pct. op dit voorschot verschuldigd in de mate dat dit vervoer in België wordt verricht. Bij internationaal vervoer wordt op dit voorschot, voor de berekening van de maatstaf van heffing, dezelfde verhouding toegepast als op het saldo.
48. Wanneer een voorschot betrekking heeft op een gecombineerde reis, is het dikwijls moeilijk uit te maken welk gedeelte van dit voorschot betrekking heeft op het vervoer en welk gedeelte op de overige prestaties. Bovendien is gebleken dat voor zulke reizen de door het reisbureau als voorschot ontvangen som bijna uitsluitend bestemd is om de kosten te dekken die verband houden met de organisatie van prestaties die door andere dienstverrichters worden uitgevoerd en waarop het reisbureau slechts bij de eindafrekening een winst zal nemen. Daarom werd aanvaard dat het bedoelde voorschot niet moet worden aangemerkt als een gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 22, § 2, van het Wetboek, zodat de BTW hierover niet verschuldigd is. Bij betaling van het saldo of op het ogenblik van de facturering, en uiterlijk bij de voltooiing van de dienst, is de BTW uiteraard over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd.
Niet in artikel 18 van het Wetboek bedoelde diensten.
49. Wanneer een reisbureau tussenkomst verleent in het sluiten van huurcontracten van al of niet gemeubelde woningen (flats, chalets, enz.) gelden hiervoor dezelfde regelen als die welke door woningbureaus moeten worden toegepast (z. nr. 6).
In dit verband dient het volgende onderscheid te worden gemaakt .
1° Verhuur of onderverhuur van gemeubileerde chalets of appartementen.
Wanneer het reisbureau gemeubileerde chalets of appartementen, waarvan het eigenaar is, verhuurt, dan komt het bedrag van de aangerekende huur volledig aan dit reisbureau toe.
Wanneer daarentegen het reisbureau deze chalets of appartementen onderverhuurt, dan komt de door de huurder betaalde prijs dit reisbureau uiteindelijk slechts toe voor het verschil tussen het bedrag van de geïnde huur en de huurprijs die het moet betalen aan de eigenaar van het gebouw.
Aangezien de onroerende verhuur en de onroerende onderverhuur handelingen zijn die buiten de werkingssfeer van de BTW vallen, zijn de reisbureaus die zulke handelingen verrichten voor deze werkzaamheid geen belastingplichtige en kunnen zij bijgevolg de hun met betrekking tot deze werkzaamheid aangerekende BTW niet in aftrek brengen.
Maar aangezien deze reisbureaus meestal nog een andere werkzaamheid uitoefenen die wel binnen de werkingssfeer van de BTW valt, verkrijgen ze hierdoor de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige.
Zij dienen dan het recht op aftrek uit te oefenen volgens de regel van het werkelijke gebruik, bedoeld in artikel 46, § 2, van het Wetboek.
2° Makelaars en lasthebbers bij onroerende verhuur.
Het reisbureau verleent tussenkomst bij de verhuur in de hoedanigheid van makelaar of lasthebber, wanneer het door de eigenaar of door een bemiddelaar belast is met het zoeken van huurders voor de gemeubileerde chalets of appartementen en met het sluiten van huurcontracten met de toekomstige huurders, in naam en voor rekening van de eigenaar of bemidddelaar. Het reisbureau kan ook belast zijn met het innen van de huur. Als prijs voor de tussenkomst ontvangt het reisbureau een commissieloon, dat veelal wordt afgehouden van de huur, wanneer het reisbureau met de inning ervan belast is.
In dit geval verleent het reisbureau een dienst als bedoelt in artikel 18, § 1, 1° of 3°, van het Wetboek, en heeft het wegens deze werkzaamheid de hoedanigheid van belastingplichtige.
De aldus verleende dienst is aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 16 pct. (14) indien hij hier te lande plaatsvindt (z. nr. 9).
(14) Voor 1 januari 1978: 14 pct.
Wanneer het reisbureau dat tussenkomst verleent in de hoedanigheid van makelaar of lasthebber hier te lande is gevestigd, wordt de door hem verstrekte dienst ingevolge artikel 21, § 2, van het BTWWetboek geacht hier te lande plaats te vinden. De BTW is niet verschuldigd indien het reisbureau aantoont dat de tussenkomst betrekking heeft op de verhuur van een in het buitenland gelegen onroerend goed (15).
(15) Voor 1 januari 1978 werd de dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer de schuldenaar van het commissieloon hier te lande was gevestigd (art. 3 van het kon. besl. nr. 5, van 6 februari 1970).
3° Commissiecontract op het stuk van onroerende verhuur.
Het reisbureau dat ingevolge een commissiecontract tussenkomst verleent bij de totstandkoming van de verhuur, handelt gewoonlijk op de volgende wijze.
Het legt aan de gegadigden een lijst voor van de gemeubileerde chalets of appartementen die te huur zijn samen met een korte beschrijving van de te huur gestelde goederen en met de opgave van de huurprijs. In geval van akkoord sluit het reisbureau met de toekomstige huurder een huurcontract in eigen naam zonder de identiteit van de eigenaar of van de bemiddelaar, voor wiens rekening het handelt, kenbaar te maken. Het overhandigt aan de toekomstige huurder een bon waarmede deze op de overeengekomen datum en voor de overeengekomen duur bezit kan nemen van het chalet of het appartement. In de meeste gevallen int het reisbureau de huur en houdt het van deze huur een zekere som af welke de vergoeding is die de eigenaar of bemiddelaar voor de tussenkomst van het reisbureau verschuldigd is.
Het reisbureau dat op deze wijze zijn tussenkomst verleent bij de totstandkoming van de verhuur van gemeubileerde chalets of appartementen, verleent een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 1° of 3°, van het BTWWetboek . Het kan niet worden gelijkgesteld met een verhuurder, aangezien het de tussenkomst verleent bij een handeling die buiten de werkingssfeer van de BTW valt, zodat de gelijkstelling bepaald in de artikelen 13 en 20, § 1, van het BTWWetboek niet op het reisbureau toepasselijk is (z. BTWCommentaar, 123, nr. 45).
Deze dienst is onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 16 pct.(16), indien hij hier te lande plaatsvindt, dit is zoals wanneer het reisbureau tussenkomst verleent als makelaar of lasthebber (z. 2°) (16).
(16) (Voor 1 januari 1978: 14 pct.)
50. Wanneer een reisbureau de bedoelde tussenkomst verleent in het kader van een gecombineerde reis, moet de prijs noodzakelijk worden gesplitst tussen, enerzijds, het gedeelte dat betrekking heeft op de onroerende verhuur (huurgeld, commissieloon) en, anderzijds, het gedeelte dat slaat op de andere in artikel 18 bedoelde prestaties die met een reis verband houden. Op het eerste gedeelte van de prijs zijn de in nr. 49 bedoelde regelen toepasselijk en voor het overige gedeelte van de prijs gelden de regelen m.b.t. de prestaties van reisbureaus. De vaste winstmarges en de bijzondere vaste percentages worden eventueel alleen over dit laatste gedeelte van de prijs toegepast. In dit verband wordt erop gewezen dat om uit te maken of het al dan niet gaat om een gecombineerde reis, slechts rekening moet worden gehouden met het gedeelte van de prijs dat verband houdt met in artikel 18 van het Wetboek bedoelde diensten die betrekking hebben op een vervoer of verblijf.
51. Hetgeen voorafgaat in nr. 50 geldt voor alle prestaties die niet aan de BTW zijn onderworpen of ervan zijn vrijgesteld ingevolge artikel 44 van het Wetboek (b.v. verzekeringsverrichtingen, financiële verrichtingen).
Overgangsmaatregelen.
52. Wanneer een reisbureau voor de organisatie van een al of niet gecombineerde reis de eindfactuur aan de reiziger heeft uitgereikt voor 1 december 1977 was, bij toepassing van artikel 22 (oud) van het Wetboek, de oude regeling toepasselijk. Wanneer een door een reisbureau georganiseerde reis aan de reiziger werd verkocht door een ander reisbureau, was de oude regeling slechts toepasselijk voor zover de eindfactuur aan de reiziger werd uitgereikt voor 1 december 1977 en bovendien het reis, bureau dat de reis werkelijk heeft georganiseerd zijn factuur aan het bemiddelend reisbureau uiterlijk op 31 december 1977 heeft uitgereikt. Op gevaar af aan de nieuwe regeling onderworpen te zijn, moest het reisbureau, organisator van de reis, in het bezit zijn van een hem door het bemiddelend reisbureau ter hand gesteld duplicaat van de door dit laatste aan de reiziger voor 1 december 1977 uitgereikte factuur.
Dezelfde regeling werd toegepast wanneer met ingang van 1 januari 1978 het tarief van 14 pct. op 16 pct. werd gebracht, met dien verstande dat de bovengenoemde uiterste data dan respectievelijk 31 december 1977 en 31 januari 1978 waren.
* * *
Als bijlage gaan:
1° een tabel van de vaste winstmarges van reisbureaus (bijlage l);
2° een reeks voorbeelden (bijlage 2).
Bijlage 1
Tabel van de vaste winstmarges van reisbureaus.
Verwijzingen.
(1) Onder tour-operator wordt hier verstaan het reisbureau dat handelt als organisator van een gecombineerde reis, door bemiddeling van andere reisbureaus of tegelijk rechtstreeks met de reizigers en door bemiddeling van andere reisbureaus (z. hoofdstuk V).
(2) Onder reisorganisator wordt hier verstaan het reisbureau dat handelt als organisator van een reis rechtstreeks en uitsluitend met de reizigers (z. hoofdstuk IV).
(3) Onder publieke prijs wordt verstaan de prijs vermeld in brochures, aanplakbrieven enz.
(4) Onder werkelijke prijs, betaald door de medecontractant, wordt verstaan de nettoprijs die het reisbureau of het eerste tussenkomend reisbureau in rekening brengt aan de reiziger of aan een tweede reisbureau.
(5) Wanneer een enige prijs betrekking krijgt op het verschaffen van logies en/of eetmalen in verscheidene hotels of restaurants dan gaat het om een globale prijs.
Opmerking.
De BTW die over de bovengenoemde vaste maatstaven van heffing wordt berekend, wordt slechts eenmaal geheven, door het eerste, in België gelegen reisbureau, dat zich tot het verstrekken van de bovengenoemde prestaties verbindt, zelfs wanneer andere reisbureaus tussenkomst verlenen bij het verstrekken van die prestaties.
Bijlage 2
54. Voorbeelden [Voor de in deze voorbeelden vermelde prijzen moet de dubbele veronderstelling worden gemaakt dat ze al dan niet de BTW omvatten.] .
1. Reisbureau X te Bergen organiseert, uitsluitend rechtstreeks met de reizigers, met eigen autocar een uitstap naar Antwerpen, omvattende buiten het vervoer: een lunch in een restaurant, bezoek aan haven, musea en dierentuin. Prijs te betalen door de reiziger: 600 F.
Berekening van de door het reisbureau verschuldigde BTW:
2. Idem als in nr. 1, maar X belast zich alleen met het vervoer en met het verschaffen van uitleg, door de bestuurder of een gids, over de bezienswaardigheden onderweg. De reizigers rekenen in Antwerpen persoonlijk af met de diverse dienstverrichters.
Prijs te betalen door de reiziger: 200 F.
Verschuldigd door X:
a) de prijs is exclusief BTW 200 F à 6 pct. = 12 F
b) de prijs is inclusief BTW (200 F x 100)/106 = 188,6 F;
verschuldigd: 188,6 F à 6 pct. = 11 F.
Het betreft ter zake uitsluitend vervoer, waarop de BTW op de winstmarge niet toepasselijk is (z. nrs. 7 en 8).
3. Reisbureau X organiseert een gecombineerde reis naar het buitenland en handelt hiervoor uitsluitend rechtstreeks met de reizigers. Facturen uitgereikt aan reisbureau X door vervoerders, hotelhouders..., voor 8.000 F, BTW (Belgische of buitenlandse) inbegrepen. Prijs te betalen door de reiziger, vastgesteld in reclamefolders: 10.000 F.
De door het reisbureau X verschuldigde BTW beloopt:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 13 pct. = 1.300 F
verschuldigde belasting: 1.300 F à 16 pct. = 208 F
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
prijs exclusief BTW: (10.000 F x 100)/102,08 = 9.796,23 F
maatstaf van heffing: 9.796,23 F à 13 pct. = 1.273,50 F
verschuldigde belasting: 1.273,50 F à 16 pct. = 203,76 of afgerond 204 F.
Reisbureau X mag de door vervoerders, hotelhouders, .... aangerekende BTW, niet in aftrek brengen (z. nrs. 10, C, en 28).
4. Idem als in nr. 3, maar het vervoer heeft plaats per autocar en wordt door het reisbureau X zelf met eigen autocar verricht.
a. De prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 9 pct. = 900 F
verschuldigde belasting: 900 F à 16 pct. = 144 F
b. De prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 9 pct. = I,44 pct.
prijs exclusief BTW: (10.000 F x 100)/101,44 = 9.858,04 F
maatstaf van heffing: 9.858,04 F à 9 pct. = 887,22 F
verschuldigde BTW: 887,22 F à 16 pct. = 141,95 of afgerond 142 F.
Reisbureau X mag de door hotelhouders, ..., aangerekende BTW niet in aftrek brengen. Het mag wel de BTW in aftrek brengen die betrekking heeft op het vervoer dat het zelf verricht (kosten voor de autocar, benzine, ...) (z. nrs. 10, C, en 29).
5. Idem als in nr. 4, maar reisbureau X dat gewoonlijk zelf met eigen autocar het vervoer doet, ziet zich bij gebrek aan beschikbare autocars verplicht uitzonderlijk een beroep te doen op een autocarondernemer Y. Deze factureert aan X het vervoer voor 3.000 F (waarvan 1/3 in België plaatsvindt).
Zelfde oplossing als in nr. 4.
Reisbureau X mag de door hotelhouders, ..., aangerekende BTW niet in aftrek brengen. Het mag wel de Belgische BTW aftrekken die hem door Y werd aangerekend en die als volgt berekend werd: 1.000 F tegen 6 pct. = 60 F (z. nrs. 10, C, 15, 16, 29).
6. Idem als in nr. 4, maar X verricht het vervoer met eigen vliegtuig.
Het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het luchtvervoer (3.000 F) is van de belasting vrijgesteld. Voor het overige is er verschuldigd:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 7.000 F à 13 pct. = 910 F
verschuldigde belasting: 910 F à 16 pct. = 145,6 of afgerond 146 F.
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
prijs exclusief BTW: (7.000 F x 100)/102,08 = 6.857,36 F
maatstaf van heffing: 6.857,36 F à 13 pct. = 891,45 F
verschuldigde belasting: 891,45 F à 16 pct. = 142,63 of afgerond 143 F
(z. nrs. 10, C, 13, 17, 29).
7. Idem als in nr. 6, maar het luchtvervoer wordt voor rekening van X verricht door Y (met een zogenaamd gecharterd vliegtuig).
Zelfde oplossingen als in nr. 3.
(Z. nrs. 10, C, en 28). De oplossing zou dezelfde blijven indien X gewoonlijk zelf het vervoer met eigen vliegtuig verricht, maar slechts bij gelegenheid een beroep moet doen op een andere ondernemer. De bijzondere regeling voor het autocarvervoer is ter zake niet toepasselijk (z. nr. 29).
8. Idem als in nr. 3, maar X is een zogenaamde touroperator, dit is een reisbureau dat reizen organiseert, die het in de regel uitsluitend door bemiddeling van andere reisbureaus maar ook vaak zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reiziger verkoopt.
De door het reisbureau X verschuldigde BTW beloopt:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 18 pct. = 1.800 F
verschuldigde belasting: 1.800 F à 16 pct. = 288 F
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 18 pct. = 2,88 pct.
prijs exclusief BTW; (10.000 F x 100)/102,08 = 9.720,06 F
maatstaf van heffing: 9.720,06 F à 18 pct. = 1.749,61 F
verschuldigde belasting: 1.749,61 F à 16 pct. = 279,93 of afgerond 280 F.
In de relatie van het bemiddelend reisbureau tot de reiziger is er niets verschuldigd (z. nrs. 36 en 40).
9. Idem als in nr. 4, maar X is een touroperator.
Verschuldigd door X:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 13 pct. = 1.300 F
verschuldigde belasting: 1.300 F à 16 pct. = 208 F
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
prijs exclusief BTW: (10.000 F x 100)/102,08 = 9.796,23 F
maatstaf van heffing: 9.796,23 F à 13 pct. = 1..273,50 F
verschuldigde belasting: 1.273,50 F à 16 pct. = 203,76 of afgerond 204 F.
In de relatie van het bemiddelend reisbureau tot de reiziger is er niets verschuldigd (z. nrs. 36 en 43).
10. Idem als in nr. 9. Wegens rechtstreekse verkoop aan een reiziger, die overigens een vaste cliënt is van de zaak, wordt evenwel een korting van 10 pct. toegestaan.
Zelfde oplossing als in nr. 9. De winstmarge wordt berekend over de publieke prijs en niet over de werkelijk met de cliënt overeengekomen prijs (z. nrs. 28 en 36).
11. Idem als in nr. 8, maar X is in het buitenland gevestigd en verkoopt zijn reizen via het reisbureau Y, gevestigd in België.
Verschuldigd door Y:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 13 pct.300 F
verschuldigde belasting: 1.300 F à 16 pct.= 208 F
b. de prijs is inclusief BTW:
prijs exclusief BTW: 10.000 F x 100 = 9.796,23 F 102,08
maatstaf van heffing: 9.796,23 F à 13 pct. = 1.273,50 F
verschuldigde belasting: 1.273,50 F a 16 pct. = 203,76 of afgerond 204 F (z. nr. 41).
12. Idem als in nr. 8, maar X die in België is gevestigd verkoopt zijn reis via het in NewYork gevestigd reisbureau Y, aan Amerikaanse reizigers die België wensen te bezoeken. X verkoopt zijn reis aan Y voor de nettoprijs van 9.000 F. Dit laatste verkoopt de reis door aan de reizigers voor 9.900 F.
Verschuldigd door X: maatstaf van heffing: 9.000 F à 6 pct. = 540 F
verschuldigde belasting: 540 F à 16 pct. = 86,4 of afgerond 86 F (z. nr. 42).
De werkelijk tussen X en Y overeengekomen prijs (9.000 F) is belastbaar en dus niet de publieke prijs (10.000 F), noch de werkelijk door de reiziger betaalde prijs (9.900 F).
13. Idem als in nr. 12, maar het betreft een internationale reis per autocar die X met eigen autocar verricht.
Verschuldigd als in nr. 12 (z. nr. 44).
14. Reisbureau X organiseert een individuele reis en factureert aan de reiziger:
Verschuldigd door X:
In totaal is er dus verschuldigd: 397 F + 40 F + 40 F = 477 F (z. nrs. 24, 31, 32, vierde lid, 33 en 34).
15. Reisbureau X organiseert een reis naar het buitenland en handelt hiervoor uitsluitend rechtstreeks met de reizigers. De reis omvat een verblijf in een flat alsmede het vervoer per spoor. Bovendien is de reiziger verzekerd tegen ongevallen en diefstal ingevolge een polis die alleen door het reisbureau is onderschreven. Globale prijs te betalen door de reizigers, vastgesteld in reclamefolders: 20.000 F.
De prijs moet vooreerst worden gesplitst tussen, enerzijds, het gedeelte dat betrekking heeft op de onroerende verhuur (huurprijs) en verzekering en, anderzijds, het gedeelte dat slaat op de andere in artikel 18 van het Wetboek bedoelde diensten. Laten wij veronderstellen dat het reisbureau de volgende uitsplitsing toepast: 4.500 F voor het spoorvervoer (tariefprijs) 500 F voor verzekering 15.000 F als huurprijs.
Aangezien alleen het bedrag van 4.500 F overblijft als de prijs van een in het BTWWetboek bedoelde dienst, gaat het niet om een geheel van gecombineerde prestaties maar om een alleenstaande handeling die bovendien geacht wordt een makelarijverrichting te zijn.
Er is bijgevolg geen BTW verschuldigd in de relatie van het reisbureau tot de reiziger. Op het commissieloon dat het reisbureau ontvangt van de N.M.B.S. wordt evenmin een BTW geheven (z. nrs. 21, 23, 50 en 51).
Aanschrijving nr. 33 dd. 08.11.1978
Prestaties van reisbureaus.
Onderwerp van de aanschrijving.
1. In het Belgisch Staatsblad van 2 december 1977 is de wet van 29 november 1977 (1) gepubliceerd tot wijziging van de artikelen 20, 29, 35, 41 en 45 van het BTWWetboek, waarbij een nieuwe regeling werd ingevoerd met betrekking tot de heffing van de BTW op de winstmarge van reisbureaus in overeenstemming met artikel 26 van de zesde BTWrichtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 (z. aanschr. 20/1977).(1) In het Belgisch Staatsblad van 16 december 1977 werd het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977 (2), gepubliceerd, genomen ter uitvoering van artikel 35 van het BTWWetboek, waarbij vaste maatstaven van heffing werden ingevoerd voor de berekening van de BTW op de winstmarge van reisbureaus (z. aanschr. 23/1977).(2)
(1) Z. Revue nr.33, blz.7
(2) Z. Revue nr.33, blz 60.
Zoals de wet van 2 december 1977, had het koninklijk besluit nr. 35 uitwerking op 1 december 1977.
Ten slotte werden ingevolge de wet van 27 december 1977 (3) (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977; z. aanschr. 3/1978) tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen en het Wetboek der registratie, hypotheek en griffierechten, sommige bepalingen van het BTWWetboek, die betrekking hebben op de BTWregeling welke toepasselijk is op prestaties van reisbureaus, gewijzigd. Dit is met name het geval voor de artikelen 21 en 41. Die wet had uitwerking met ingang van 1 januari 1978 (3).
(3) Z. Revue nr.33, blz.16.
Deze aanschrijving heeft ten doel de nieuwe regeling toe te lichten zoals die geldt vanaf 1 januari 1978. Daar waar die regeling verschilt van die welke gold voor december 1977, wordt dit nader aangestipt.
Eerste hoofdstuk. Algemene begrippen.
Inleiding.
2. Voor 1 december 1977 werd een reisbureau dat voor de organisatie van een reis tussenkomst verleende en in eigen naam aan de reiziger een factuur uitreikte, ingevolge de artikelen 13 en 20 van het Wetboek geacht de betrokken diensten zelf te hebben ontvangen en op zijn beurt zelf aan de reiziger te hebben verleend. Dit had tot gevolg dat een reisbureau voor de toepassing van de BTW geacht werd met de reiziger te contracteren als vervoerder, hotelhouder, organisator van een schouwspel, enz. In zoverre deze diensten in het buitenland plaatsvonden, was er in de relatie van het reisbureau tot de reiziger geen BTW verschuldigd.
3. Ingevolge artikel 20, § 2, van het Wetboek, zoals dit werd gewijzigd bij artikel 1 van de wet van 29 november 1977, wordt een reisbureau, dat tussenkomst verleent bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, geacht te handelen in naam en voor rekening van de reiziger, welke ook de modaliteiten van de tussenkomst zijn, behalve in de mate dat het die diensten zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht of wanneer het handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten.
Gelet op deze bepaling, kan een reisbureau op drie wijzen handelen:
1° Het reisbureau verricht zelf rechtstreeks met eigen middelen bepaalde diensten. Dit is het geval wanneer een reisbureau het vervoer verricht met eigen autocar, zelf een hotel exploiteert, enz. In de mate dat het reisbureau zelf die prestatie verricht, wordt het voor de toepassing van de BTW niet aangemerkt als een reisbureau, maar als vervoerder, hotelhouder, enz., en is de BTW dan ook al of niet verschuldigd volgens de regels die voor elke desbetreffende dienst gelden. De nieuwe regeling heeft in die toestand geen verandering gebracht.
2° Het reisbureau handelt als makelaar of als lasthebber in opdracht van vervoerders, hotelhouders, organisatoren van schouwspelen, enz., die hun prestaties rechtstreeks aanrekenen aan de reiziger. Het reisbureau wordt voor zijn tussenkomst in de regel vergoed door de vervoerder, hotelhouder, enz. Die vergoeding is al of niet belastbaar volgens de regels die gelden voor verrichtingen van makelarij of lastgeving, zonder dat de bijzondere regels betreffende de heffing over de winstmarge van reisbureaus van toepassing zijn.
3° Het reisbureau wordt geacht te handelen als lasthebber van de reiziger in alle andere gevallen, inzonderheid wanneer de dienstverrichter zijn prestaties factureert aan het reisbureau en dit laatste ze op eigen naam doorfactureert aan de reiziger Slechts in de hier bedoelde gevallen wordt de winstmarge van het reisbureau aan de BTW onderworpen volgens de nieuwe regeling.
Teksten.
4. De regeling welke toepasselijk is op de prestaties van reisbureaus wordt inzonderheid behandeld in de artikelen 20, § 2, 29, § 2, 35, laatste lid, 41, § 2, en 45, § 4, van het Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977.
Hierna volgt de tekst van die bepalingen.
1° Artikel 20, § 2, van het Wetboek.
"Wanneer een reisbureau tussenkomst verleent bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, wordt het geacht te handelen in naam en voor rekening van de reiziger, welke ook de modaliteiten van de tussenkomst zijn behalve in de mate waarin het die diensten zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht of wanneer het handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten.
Voor de toepassing van dit Wetboek wordt onder reisbureau verstaan, eenieder wiens werkzaamheid erin bestaat reizen of verblijven, onder meer logies inbegrepen, tegen een vaste som te organiseren en te verkopen, ofwel, als tussenpersoon, zodanige reizen of verblijven, vervoerbiljetten, logies of maaltijdbons te verkopen."
2° Artikel 29, § 2, van het Wetboek.
"De maatstaf van heffing van de dienst die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, geacht wordt aan de reiziger te verlenen, bestaat in de aan het reisbureau toekomende vergoeding, namelijk in het verschil tussen, enerzijds, het totaal van de bedragen, met uitsluiting van de belasting over de toegevoegde waarde over de vergoeding, die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van deze dienst vordert, en anderzijds, het totaal van de bedragen, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, die aan het reisbureau worden aangerekend door de verrichters van de diensten waarvoor het tussenkomst heeft verleend of door een ander reisbureau dat voor het verrichten van dezelfde diensten zijn tussenkomst heeft verleend "
3° Artikel 35, laatste lid, van het Wetboek.
"Hij (de Koning) kan eveneens de maatstaf van heffing van de dienst, die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, geacht wordt te verstrekken, vaststellen op een percentage van het totaal van de bedragen die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van deze dienst vordert."
4° Artikel 41, §2, van het Wetboek
"Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door makelaars en lasthebbers die niet handelen als bedoeld in artikel 13, § 2, wanneer die makelaars en lasthebbers tussenkomst verlenen bij leveringen van goederen of dienstverrichtingen die niet in het binnenland plaatsvinden of die vrijgesteld zijn ingevolge de artikelen 39 tot 42.
Die vrijstelling is niet van toepassing op de diensten van reisbureaus die tussenkomst verlenen bij het verschaffen van vervoer, van logies, van ter plaatse verbruikte spijzen of dranken, van vermaak of van één of meer van deze in artikel 18 bedoelde diensten, tenzij wanneer het reisbureau handelt in naam en voor rekening van de verrichter van die diensten."
5° Artikel 45, § 4, van het Wetboek.
"Wanneer het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van toepassing is, kan het reisbureau de BTW niet in aftrek brengen die geheven is van:
1° het vervoer, het logies, de ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en het vermaak, die aan dit laatste op eigen naam zijn gefactureerd;
2° de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van dezelfde diensten. "
6° Artikel I van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977.
"De maatstaf van heffing van de dienst die een reisbureau ingevolge artikel 20, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde geacht wordt te verstrekken, wordt vastgesteld naar gelang van het geval, op nagenoemd percentage van de prijs:
1° 18 pct. ten aanzien van het organiseren door een in België gelegen reisbureau, tegen een globale prijs, van een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende diensten, voor zover dit geheel van prestaties, hetzij uitsluitend door bemiddeling van andere reisbureaus, hetzij zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reizigers wordt verstrekt;
2° 6 pct. ten aanzien van de in 1 ° bedoelde gecombineerde prestaties, georganiseerd door een in België gelegen reisbureau maar aan de reizigers verstrekt door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau;
3° 8 pct. ten aanzien van het bespreken door een reisbureau van logies, waarvan de prijs niet begrepen is in een globale prijs;
4° 13 pct. in alle andere gevallen.
De bovengenoemde percentages worden berekend ten aanzien van de in 1° en 4° bedoelde gevallen, over de prijs waartegen de prestaties aan de reizigers worden aangeboden, en ten aanzien van de in 2° en 3° bedoelde gevallen, over het totaal van de bedragen die het reisbureau aanrekent aan degene van wie het de prijs van de dienst vordert.
De belasting die over de bovengenoemde maatstaven van heffing wordt berekend, wordt slechts éénmaal geheven, door het eerste in België gelegen reisbureau dat zich tot het verstrekken van bovengenoemde prestaties verbindt, zelfs wanneer andere reisbureaus tussenkomst verlenen bij het verstrekken van die prestaties."
Het begrip reisbureau.
5. Ofschoon de definitie van een reisbureau, die voorkomt in artikel 20, § 2, tweede lid, van het Wetboek (z. nr. 4, 1°) geïnspireerd werd op de wet van 21 april 1965 houdende het statuut van de reisbureaus, wordt de toepassing van de BTW op de winstmarge van reisbureaus niet beperkt tot die reisbureaus welke voor de uitoefening van hun werkzaamheid de bijzondere vergunning hebben bekomen, bedoeld in de genoemde wet. Al wie geregeld en zelfstandig reizen of verblijven organiseert, zelfs tegen kostprijs of met verlies, is voor de toepassing van de BTW een reisbureau. Een ziekenfonds, dat geregeld reizen of verblijven organiseert, wordt dan ook voor de toepassing van de BTW als een reisbureau aangemerkt (z. Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Parl. besch., Kamer van Volksvertegenwoordigers, nr. 84 (B.Z. 1977), van 21 oktober 1977, blz. 7).
Om praktische redenen wordt in deze aanschrijving steeds gesproken van een reisbureau, wanneer het gaat om iemand die in deze hoedanigheid gevestigd is, zelfs wanneer een bepaalde handeling die deze persoon verricht geen eigenlijke prestatie van een reisbureau is. Zo wordt op sommige plaatsen van deze aanschrijving gesproken van een reisbureau dat zich tegenover bepaalde cliënten belast met een vervoer zonder tussenkomst te verlenen voor andere diensten. In dit geval gaat het voor de toepassing van de BTW in werkelijkheid om een vervoerder en niet om een reisbureau (z. nr. 7).
BTW-regeling per overeenkomst.
6. De BTWregeling, die op een reisbureau toepasselijk is, wordt bepaald per overeenkomst die het met de reizigers sluit. Er wordt dus geen rekening gehouden met de hele of voornaamste werkzaamheid van een reisbureau.
Zo is de bemiddeling van een reisbureau in de verhuur van een flat, voor de toepassing van de BTW, geen specifieke handeling van een reisbureau. Die tussenkomst is dus aan dezelfde regeling onderworpen als die welke geldt voor de woningbureaus (z. Memorie van toelichting bij de wet van 29 november 1977, Parl. besch., Kamer van Volksvertegenwoordigers, nr. 84 (B.Z. 1977), van 28 september 1977). Dit onderscheid is belangrijk inzonderheid op het gebied van de plaats van diensten (z. nr. 9). Daarentegen is het verlenen van tussenkomst door een reisbureau in de verhuur van een vervoermiddel, in een andere hoedanigheid dan die van makelaar of lasthebber van de eigenaar, normaal een prestatie van een reisbureau die aan de BTW op de winstmarge van reisbureaus is onderworpen.
Reisbureau alleen belast met personenvervoer.
7. Wanneer een reisbureau met eigen vervoermiddel zelf het vervoer verricht zonder tussenkomst te verlenen bij andere diensten, handelt dit reisbureau uitsluitend als vervoerder. Bij toepassing van de artikelen 13 en 20 van het Wetboek geldt hetzelfde wanneer het reisbureau, in plaats van zelf het vervoer te verrichten, een ander persoon met deze dienst belast. In beide gevallen handelt het reisbureau immers niet als zodanig, aangezien het buiten het vervoer geen andere diensten als bedoeld in artikel 20, § 2, tweede lid, van het Wetboek, aan de reiziger verleent.
8. De in nr. 7 uiteengezette regeling geldt eveneens wanneer een reisbureau dat zich met een vervoer belast, ingevolge een afzonderlijk contract tussenkomst verleent bij andere diensten die op een reis of verblijf betrekking hebben. Voor de toepassing van de in deze aanschrijving behandelde regeling wordt als een afzonderlijk contract aangemerkt het feit dat een bepaalde prestatie tegen een afzonderlijke prijs aan de reiziger wordt aangerekend (z. nr. 30).
Plaats van de dienst.
9. Een door een reisbureau verrichte dienst is in België aan de BTW onderworpen, wanneer hij hier te lande plaatsvindt. Een onderscheid moet worden gemaakt naargelang de wijze waarop het reisbureau handelt (z. nr. 3).
A. Het reisbureau verricht zelf met eigen middelen bepaalde diensten.
In het kader van deze aanschrijving worden slechts de volgende diensten behandeld: personenvervoer, verhuur van een vervoermiddel, tussenkomst bij onroerende verhuur, hotel, restaurant.
a. Personenvervoer.
Ingevolge artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek wordt vervoer geacht plaats te vinden op de plaats waar het vervoer werkelijk plaatsvindt. Voor grensoverschrijdend vervoer vindt het vervoer hier te lande plaats naar verhouding van de afstanden die respectievelijk in België en in het buitenland worden afgelegd.
b. Verhuur van een vervoermiddel.
Om uit te maken wanneer en in welke mate de verhuur geacht wordt hier te lande plaats te vinden, dient het volgende onderscheid te worden gemaakt.
1° Het reisbureau is in België gevestigd.
Ingevolge artikel 21, § 3, 6°, a, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden behalve in de mate dat het vervoermiddel buiten de Europese Economische Gemeenschap wordt gebruikt.
Wanneer een in België gevestigd reisbureau een auto verhuurt aan iemand die met die auto een reis zal maken door Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, wordt die dienst geacht hier te lande plaats te vinden behalve in de mate dat het vervoermiddel wordt gebruikt in Zwitserland en Oostenrijk.
2° Het reisbureau is in de E.E.G., doch buiten België gevestigd.
Ingevolge artikel 21, § 2, van het Wetboek, wordt de dienst in dit geval geacht volledig in het buitenland plaats te vinden, zelfs wanneer het vervoermiddel in België wordt gebruikt.
3° Het reisbureau is buiten de E.E. G. gevestigd.
Ingevolge artikel 21, § 3, 6°, b, van het Wetboek, wordt de dienst geacht hier te lande plaats te vinden in de mate dat het vervoermiddel hier te lande wordt gebruikt.
c. Tussenkomst bij onroerende verhuur.
Wanneer een reisbureau tussenkomst verleent bij het sluiten van huurcontracten van al of niet gemeubileerde woningen (flats, chalets, enz.) wordt de door het reisbureau verleende dienst, ingevolge artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977, genomen ter uitvoering van artikel 21, § 3, 1°, van het Wetboek, geacht hier te lande plaats te vinden wanneer het onroerend goed hier te lande is gelegen. In het tegenovergestelde geval wordt de dienst geacht in het buitenland plaats te vinden, ongeacht overigens waar de eigenaar of de huurder zijn gevestigd (4).
(4) Vóór 1 januari 1978 werd de dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer de schuldenaar van het commissieloon hier te lande was gevestigd (art.3 van het kon. besl. nr.5, van 6 februari 1970).
d. Hotel, restaurant.
Ingevolge artikel 21, § 3, 4°, b, wordt het verschaffen van spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, geacht plaatste vinden op de plaats waar de dienst materieel wordt verricht, d.w.z. in het land waar het restaurant is gelegen.
Wat het verschaffen van gemeubeld logies betreft, de dienst wordt ingevolge artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977 (5), genomen ter uitvoering van artikel 21, § 3, 1°, van het Wetboek, geacht plaats te vinden daar waar het onroerend goed (het hotel) is gelegen. (5) Z. Revue nr.33, blz. 73.
B. Het reisbureau handelt als makelaar of lasthebber in opdracht van vervoerders, hotelhouders, enz.
Ingevolge de algemene regel van artikel 21 § 2, van het Wetboek, zoals dit artikel werd gewijzigd bij artikel 10 van de wet van 27 december 1977, wordt de door een reisbureau als makelaar of lasthebber verrichte dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer het reisbureau hier te lande is gevestigd.
Wanneer een reisbureau zijn voornaamste zetel in het buitenland heeft, maar in België een vaste inrichting bezit van waaruit het de dienst verricht, wordt op grond van bovengenoemde bepaling die dienst eveneens geacht hier te lande plaats te vinden. Wanneer daarentegen de dienst wordt verricht vanuit een in het buitenland gelegen zetel of vaste inrichting van een Belgisch reisbureau, dan wordt die dienst geacht in het buitenland plaats te vinden.
Wanneer een reisbureau echter tussenkomst verleent bij het sluiten van huurcontracten van al of niet gemeubileerde woningen (flats, chalets, enz.), wordt de door het reisbureau verleende dienst, ingevolge artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977, genomen ter uitvoering van artikel 21, wanneer het onroerend goed hier te lande is gelegen. In het tegenovergestelde geval wordt de dienst geacht in het buitenland plaats te vinden, ongeacht overigens waar de eigenaar of de huurder zijn gevestigd (6).
(6) Vóór 1 januari 1978 werd de dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer de schuldenaar van het commissieloon hier te lande was gevestigd.(art. 3 van het kon. besl. nr. 5, van 6 februari 1970)
C. Het reisbureau handelt volgens het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van het Wetboek.
Dezelfde oplossing geldt als voor letter B.
De aftrekregeling.
10. Een onderscheid moet worden gemaakt naargelang van de wijze waarop het reisbureau handelt (z. nr. 3).
A. Het reisbureau verricht zelf met eigen middelen bepaalde diensten.
De nieuwe regeling heeft op het stuk van de aftrek van de voorbelasting geen wijzigingen ingevoerd. Wanneer een reisbureau met eigen autocar personenvervoer verricht is de BTW geheven van de aankoop van de autocar en van de erop betrekking hebbende leveringen en diensten betreffende onderhoud, brandstof, enz., bijgevolg volgens de gewone regels aftrekbaar, zonder onderscheid overigens naargelang het reisbureau het vervoer verricht in het kader van een geheel van gecombineerde prestaties dan wel ter uitvoering van een contract dat alleen vervoer tot onderwerp heeft (z. nrs. 7, 8 en 13).
B. Het reisbureau handelt als makelaar of lasthebber in opdracht van een vervoerder, hotelhouder, enz.
De nieuwe regeling heeft hier evenmin enige wijziging op het stuk van de aftrek ingevoerd.
C. Het reisbureau handelt volgens het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van het Wetboek.
Het volgende onderscheid moet worden gemaakt:
1° BTW geheven van diensten die rechtstreeks betrekking hebben op de organisatie van een reis.
Ingevolge artikel 45, § 4, van het Wetboek, kan een reisbureau de BTW niet in aftrek brengen die geheven is van:
- het vervoer, het logies, de ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en het vermaak, die aan het reisbureau op eigen naam zijn gefactureerd;
- de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van dezelfde diensten. Deze bepaling is het noodzakelijk gevolg van het wettelijk vermoeden vastgelegd in artikel 20, § 2, van het Wetboek, volgens hetwelk het reisbureau geacht wordt te handelen in naam en voor rekening van de reiziger en dus niet als medecontractant van de diverse dienstverrichters. Verder heeft deze bepaling een strikt beperkend karakter.
De BTW geheven van goederen en andere diensten dan die welke rechtstreeks betrekking hebben op de organisatie van een reis zijn volgens de gewone regels aftrekbaar. Het betreft andere diensten dan die welke opgesomd zijn in 1 ° hierboven. reisbureau (kantoorbenodigdheden, elektriciteit, verwarming, enz.).
Forfaitaire maatstaven van heffing.
11. Artikel 29, § 2, van het Wetboek bepaalt hoe de maatstaf met betrekking tot de heffing van de BTW op de winstmarge van reisbureaus in principe wordt berekend. De in die bepaling gegeven regel is echter theoretisch, aangezien artikel 35, 2de lid, van het Wetboek in de mogelijkheid voorziet de maatstaf van heffing te berekenen op een vast percentage van de prijs. Ter uitvoering van deze laatste bepaling werd het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977, genomen (z. nr. 4, 6°).
In sommige gevallen wordt het vaste percentage berekend over de publieke prijs waartegen de reizen aan de reizigers worden aangeboden; in andere gevallen wordt het vaste percentage berekend over de werkelijke prijs die de reiziger aan het reisbureau moet betalen. Deze maatstaven van heffing moeten verplicht worden toegepast, zelfs wanneer de door het reisbureau toegepaste winstmarges beneden de bovenbedoelde winstmarges liggen of zelfs wanneer het reisbureau handelt tegen kostprijs.
Buiten de bovenbedoelde vaste maatstaven van heffing werden, in overleg met de betrokken beroepsorganisaties, nog andere vaste maatstaven van heffing ingevoerd ten aanzien van gecombineerde reizen die een internationaal vervoer per autocar omvatten. Deze maatstaven van heffing werden om praktische redenen ingevoerd en hebben ten doel tegelijk de wegens het vervoer verschuldigde BTW en deze op de winstmarge van reisbureaus te berekenen. Deze regeling wordt uiteengezet in de nrs. 29, 47 en 48.
Hoofdstuk II. Reisbureau belast zich met personenvervoer.
Reisbureau alleen belast met personenvervoer, of met personenvervoer en andere diensten maar ingevolge afzonderlijke contracten.
12. In de nrs. 7 en 8 werd uiteengezet dat een reisbureau dat zich bij een afzonderlijk contract met personenvervoer belast, ongeacht of het dit vervoer zelf verricht dan wel door een andere persoon voor zijn rekening laat uitvoeren, niet handelt als reisbureau maar als vervoerder. Dit heeft tot gevolg dat in dit geval alleen de regels betreffende vervoer van toepassing zijn.
Reisbureau belast zich voor een globale som met een geheel van gecombineerde prestaties.
13. Wanneer een reisbureau zich voor een globale som belast met een geheel van gecombineerde prestaties bedoeld in artikel 18 van het Wetboek, die op een reis of verblijf betrekking hebben waaronder het vervoer dat het reisbureau met eigen vervoermiddel verricht, dan handelt het reisbureau in de mate dat het zelf met eigen vervoermiddel het vervoer verricht als vervoerder. Ingevolge artikel 20, § 2, van het Wetboek, dient de prijs te worden gesplitst in vervoer en andere prestaties. Het vervoer is onderworpen aan de regeling die geldt voor vervoer en de andere prestaties aan de regeling van de BTW op de winstmarge van reisbureaus.
14. Wanneer het reisbureau zich voor een globale som belast met een geheel van gecombineerde prestaties die op een reis of verblijf betrekking hebben waaronder personenvervoer, maar in tegenstelling tot het geval uiteengezet in nr. 13 dit vervoer voor zijn rekening laat uitvoeren door een ander persoon, dan is de overeenkomst onderworpen aan de BTW op de winstmarge (z. nr. 15).
15. Wanneer een reisbureau, in het geval bedoeld in nr. 14, gewoonlijk het vervoer met eigen vervoermiddelen verricht, maar bij gelegenheid een beroep moet doen op een andere vervoerder, dan wordt in de relatie van het reisbureau tot de reiziger echter gehandeld zoals vermeld in nr. 13 hierboven. Er wordt namelijk van uitgegaan dat het reisbureau, dat ten aanzien van het vervoer geregeld als vervoerder handelt, voor dat vervoer niet als reisbureau wordt aangemerkt (verg. nrs. 7 en 12).
Aftrek.
16. Voor de aftrek van de BTW geheven van het vervoermiddel en van de erop betrekking hebbende leveringen en diensten wordt verwezen naar nr. 10, A. Opgemerkt wordt dat in het geval bedoeld in nr. 15, waarin het reisbureau geacht wordt zelf het vervoer te verrichten, het de door de vervoerder aangerekende BTW mag aftrekken.
Personenvervoer.
17. Het personenvervoer is een in artikel 18, § 1, 1°, van het Wetboek bedoelde dienst die in principe aan de BTW is onderworpen tegen het tarief van 6 pct. (z. tabel A, rubriek XXV, 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970). Ingevolge artikel 41, § 1, 1°, van het Wetboek, zijn echter het zeevervoer van personen en het internationaal luchtvervoer van personen van de belasting vrijgesteld. Het andere personenvervoer dan zeevervoer en internationaal luchtvervoer is slechts aan de BTW onderworpen in de mate dat het hier te lande plaatsvindt (z. nr. 9, A, a).
18. De dienst van personenvervoer doelt in de eerste plaats op een vervoer van personen. Aanvaard wordt echter dat een bepaalde dienst voor het geheel een dienst van personenvervoer blijft:
1° ten aanzien van niet geregistreerde bagage en van dieren welke de reizigers vergezellen;
2° wanneer de vervoerder zelf, zonder hiervoor een afzonderlijke prijs aan te rekenen, voeding en logies verschaft aan de reizigers, aan boord van het voertuig waarmede deze zich verplaatsen; uitzondering wordt echter gemaakt voor cruises (z. nr. 38);
3° wanneer de bestuurder van het voertuig aan de reizigers uitleg verschaft over de bezienswaardigheden onderweg; hetzelfde geldt wanneer die uitleg wordt verschaft door een bijrijder of door een gids.
Onderscheid tussen vervoer en verhuur van een vervoermiddel.
19. Het fundamentele onderscheid tussen vervoer en verhuur bestaat er normaal in dat vervoer de terbeschikkingstelling van een vervoermiddel (auto, boot, enz.) met bestuurder of bemanning inhoudt en dat verhuur slechts de terbeschikkingstelling van het vervoermiddel zonder bestuurder of bemanning omvat. Zelfs wanneer degene die het vervoermiddel met de bestuurder of bemanning ter beschikking stelt, de lonen van die bestuurder of bemanning afzonderlijk factureert aan de huurder betwist de administratie de interpretatie niet volgens welke de gesloten overeenkomst voor het geheel betrekking heeft op een vervoerdienst .
Voor het belang van dat onderscheid wat de plaats van de dienst betreft, wordt verwezen naar nr. 9, A, a en b.
Hoofdstuk III. Reisbureau handelt als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter.
Definitie.
20. Het vermoeden ingevoerd door artikel 20, § 2, van het Wetboek, volgens hetwelk een reisbureau wordt geacht te handelen in naam en voor rekening van de reiziger, geldt niet wanneer het reisbureau handelt in naam en voor rekening van de dienstverrichter (z. nr. 3, 2°). De tussenkomst van het reisbureau beperkt zich in dit geval tot het samenbrengen van reiziger en dienstverrichter, hetgeen meebrengt dat de dienstverrichter de prijs van de door hem verleende diensten normaal rechtstreeks aanrekent aan de reiziger. Het reisbureau mag echter, zonder hierdoor de hoedanigheid van makelaar of lasthebber te verliezen, de op naam van de reiziger opgemaakte factuur door de dienstverrichter ter betaling toegestuurd krijgen, op voorwaarde dat het aan de reiziger rekening aflegt van de gedane uitgaven, die het hierbij overigens tegenover hem dient te staven.
21. Ten aanzien van de nagenoemde diensten handelt het reisbureau, gelet op de bijzondere aard ervan, als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter zonder dat deze de prijs van de door hem verleende diensten rechtstreeks aan de reiziger hoeft te factureren:
1° de verkoop van reisbiljetten voor geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer, het bespreken van zit of ligplaatsen, slaaphutten m.b.t. hetzelfde vervoer, voor zover de reisbiljetten of andere bewijzen tegen tariefprijs aan de reiziger worden bezorgd;
2° de verkoop van toegangsbewijzen voor schouwspelen die een reisbureau voor de publieke prijs aan een reiziger verkoopt.
Regeling toepasselijk op de prestaties van makelaar of lasthebber van de dienstverrichter.
22. Wanneer een reisbureau als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter handelt, wordt de op de hoofdprestatie eventueel verschuldigde BTW geheven in de relatie van de dienstverrichter tot de reiziger omdat deze juist de medecontractant is van de dienstverrichter. Deze BTW is dan uiteraard niet aftrekbaar door het reisbureau. De door het reisbureau voor zijn tussenkomst ontvangen vergoeding is aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 16 pct. (7). Aangezien het commissieloon normaal wordt uitgekeerd door de dienstverrichter aan de makelaar, wordt de BTW in dezelfde relatie geheven .
(7) Voor 1 januari 1978 bedroeg het tarief 14% .
Daarentegen is ingevolge artikel 41, § 2, van het Wetboek de vergoeding die een reisbureau van een dienstverrichter ontvangt van de belasting vrijgesteld wanneer ze betrekking heeft op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvindt (z. nr. 9, A) (8).
(8) Voor 1 januari 1978 was dit commissieloon niet aan de BTW onderworpen bij toepassing van artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr.5, van 6 februari 1970, wanneer het betrekking had op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvond.
Het gebeurt echter dat het reisbureau aan de reiziger, buiten de juiste prijs van een vervoerbiljet, bijzondere kosten in rekening brengt voor telefoon, telex, dossierkosten, enz. Deze kosten zijn dan de prijs van door een in België gelegen reisbureau verstrekte prestaties die aan de BTW zijn onderworpen tegen het tarief van 16 pct. zelfs wanneer die kosten betrekking hebben op een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvindt (z. art. 41, § 2, laatste lid) (9).
(9) Voor 1 januari 1978 was dit commissieloon niet aan de BTW onderworpen, bij toepassing van artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr.5, van 6 februari 1970, wanneer het betrekking had op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvond. Volgens een administratieve interpretatie, werd die vrijstelling behouden tot 1 april 1978.
23. De vergoeding die het reisbureau ontvangt van de N.M.B.S. bij de verkoop van een internationaal vervoerbiljet of wegens het bespreken van een zit of ligplaats, is slechts aan de BTW onderworpen in verhouding tot het Belgische traject. Ingevolge artikel 41, § 2, van het Wetboek, wordt de dienst van makelarij inzake vervoer van de belasting vrijgesteld in de mate dat hij betrekking heeft op vervoer dat in het buitenland plaatsvindt, dit is ingevolge artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek, naar verhouding van de in België en in het buitenland afgelegde afstanden (z. nr. 9, A, a). Om praktische redenen moet de principieel verschuldigde BTW m.b.t. de dienst van makelarij die verband houdt met het Belgische traject, BTW die overigens volledig aftrekbaar is door de N.M.B.S., niet worden voldaan (10).
(10) Voor 1 januari 1978 werd ingevolge artikel 21, §2 (oud), van het Wetboek, en artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr.5, van 6 februari 1970, de dienst van makelarij geacht hier te lande verricht te zijn in de mate dat het vervoer in België werd gedaan. Om praktische redenen hoefde toen evenmin de principieel op een gedeelte van het commissieloon verschuldigde BTW te worden voldaan.
24. Wat ten slotte het commissieloon betreft dat het reisbureau ontvangt van luchtvaartmaatschappijen wegens de verkoop van reisbiljetten m.b.t. internationaal luchtvervoer, dit is ingevolge artikel 41, § 2, van het Wetboek, van de belasting vrijgesteld (11).
(11) Van 1 december 1977 tot 31 december 1977 was het commissieloon wegens de opheffing van de vrijstelling van artikel 41, §3 (oud), van het Wetboek, ten aanzien van diensten en makelaars en lasthebbers bij zeevervoer van personen en internationaal luchtvervoer van personen, aan de BTW onderworpen in de mate dat het betrekking had op het Belgische traject van het vervoer. Zoals voor het internationale spoorvervoer, werd hier eveneens aanvaard dat de bedoelde BTW niet voldaan hoefde te worden.
Hoofdstuk IV. Reisbureau handelt als organisator van een reis rechtstreeks en uitsluitend met de reiziger.
Beoogde gevallen.
25. In dit hoofdstuk worden de twee volgende gevallen behandeld:
1° het reisbureau belast zich, voor een globale prijs, met een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende prestaties (z. nr. 25);
2° het reisbureau belast zich met het verstrekken van één of meer diensten die op een reis betrekking hebben.
In beide gevallen handelt het reisbureau rechtstreeks met de reiziger. Het geval waarin een reisbureau, organisator van een reis, handelt door bemiddeling van een ander reisbureau of tegelijk rechtstreeks handelt met de reiziger en door bemiddeling van een ander reisbureau, wordt behandeld in hoofdstuk V.
Organisatie voor een globale prijs van een gecombineerde reis.
26. Op grond van de artikelen 20, § 2, en 29, § 2, van het Wetboek, is het verstrekken door een in België gelegen reisbureau, voor een globale prijs, van een geheel van gecombineerde prestaties bestaande uit vervoer, verblijf onderscheiden van vervoer of andere desbetreffende diensten bedoeld in artikel 18 van het Wetboek, onderworpen aan de BTW op de winstmarge. De gecombineerde prestaties moeten echter niet noodzakelijk van elkaar verschillen. Zo wordt als een geheel van gecombineerde prestaties aangemerkt, het verschaffen van logies in verschillende hotels voor een globale prijs. Ingevolge de bovengenoemde artikelen 20, § 2, en 29, § 2, van het Wetboek, wordt deze belasting echter niet geheven op het gedeelte van de globale prijs dat betrekking heeft op prestaties die het reisbureau zelf rechtstreeks met eigen middelen verricht; die prestaties zijn volgens hun eigen aard belastbaar.
27. Wanneer bijgevolg een reisbureau zich tegenover een reiziger, voor een globale prijs, belast heeft met een gecombineerde internationale reis en zelf het vervoer met eigen autocar verricht, dan moet de globale prijs worden gesplitst in, enerzijds, het gedeelte dat betrekking heeft op het vervoer waarop in principe (z. echter nr. 29) de in de nrs. 12 tot 19 bepaalde regeling toepasselijk is en, anderzijds, in het gedeelte dat betrekking heeft op de overige prestaties, dat onderworpen is aan de BTW op de winstmarge.
Maatstaf van heffing m.b.t. gecombineerde reizen.
28. Wanneer een reisbureau een gecombineerde reis organiseert zonder zelf rechtstreeks met eigen middelen diensten te verstrekken, wordt ingevolge artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977, de te belasten winstmarge geacht gelijk te zijn aan 13 pct. van de prijs waartegen het reisbureau dergelijke reizen aan de reizigers aanbiedt, dit is de publieke prijs vermeld in brochures, op aanplakbrieven, enz. Indien aan bepaalde groepen van reizigers, zoals aan kinderen, bejaarden, jonggehuwden, enz., kortingen op de publieke prijs worden toegestaan en het toekennen van die kortingen in de brochures vermeld wordt, dan wordt de winstmarge op de verminderde prijzen berekend.
29. Wanneer in het geval bedoeld in nr. 27, het reisbureau zelf rechtstreeks met eigen middelen een dienst verricht, is de BTW op de winstmarge, bepaald op 13 pct. van de publieke prijs, in principe slechts verschuldigd over het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op de andere prestaties dan die welke het reisbureau zelf verricht. Wanneer het reisbureau met eigen autocar het vervoer verricht of gewoonlijk verricht (z. nrs. 13 tot 15) en het een internationale reis betreft, werd in overleg met de betrokken beroepsfederaties aangenomen dat de BTW op het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het vervoer dat in België wordt verricht en de BTW op de winstmarge met betrekking tot de andere prestaties dan vervoer, tegelijk wordt berekend, tegen het tarief van 16 pct., over een maatstaf van heffing die gelijk is aan 9 pct. van de globale prijs waartegen het reisbureau dergelijke reizen aan de reizigers aanbiedt. Er wordt echter op gewezen dat deze regeling slechts geldt ten aanzien van gecombineerde reizen die buiten het vervoer één of meer andere diensten die op een reis betrekking hebben omvatten en bovendien voor zover het gaat om per autocar verricht internationaal vervoer.
Het reisbureau belast zich met één of meer prestaties tegen afzonderlijke prijzen.
30. Wanneer een reisbureau zich belast met één of meer diensten die betrekking hebben op de uitvoering van een reis (vervoer, verblijf, vermaak, enz.) en deze diensten tegen afzonderlijke prijzen aan de reiziger aanrekent, volgt elke dienst zijn eigen fiscale regeling.
31. Ten aanzien van het vervoer dat het reisbureau afzonderlijk in rekening brengt moet het volgende onderscheid worden gemaakt.
Ofwel handelt het reisbureau als makelaar of lasthebber, in welk geval de juist doorberekende prijs niet opnieuw belastbaar is (z. nrs. 20 tot 24), ofwel handelt het als vervoerder of wordt het geacht als zodanig te handelen, in welk geval de regeling m.b.t. vervoer toepasselijk is (z. nrs. 12 tot 19).
In dit laatste geval dient geen onderscheid te worden gemaakt naargelang het vervoer door het reisbureau zelf met eigen vervoermiddel wordt verricht dan wel door een andere vervoerder voor rekening van het reisbureau wordt gedaan (z. nr. 12). Wanneer, bijvoorbeeld, een reisbureau, voor een afzonderlijke prijs, een reisbiljet verkoopt voor een internationaal luchtvervoer dat niet wordt verricht door een luchtvaartmaatschappij die een geregelde luchtverbinding onderhoudt (z. nr. 21), dan wordt het reisbureau geacht te handelen als vervoerder (z. nrs. 7, 8 en 12), zodat op grond van artikel 41, § 1, 1°, van het Wetboek, de in rekening gebrachte prijs van de belasting is vrijgesteld. In dit geval dient uiteraard geen onderscheid te worden gemaakt naargelang het reisbureau aan de reiziger al of niet de juiste prijs van het reisbiljet doorberekent.
32. Voor de andere prestaties dan vervoer die betrekking hebben op de uitvoering van een reis, moet per prestatie die afzonderlijk in rekening wordt gebracht vooreerst een onderscheid worden gemaakt naargelang het reisbureau rechtstreeks zelf met eigen middelen de prestatie verricht dan wel ze voor eigen rekening door een derde laat uitvoeren.
In het eerste geval handelt het reisbureau als dienstverrichter en gelden al de regels die op die dienst toepasselijk zijn (tarief, plaats van de diensten). Zo is het bedrag dat een reisbureau in rekening brengt voor het verschaffen van logies in een hotel, dat het zelf in het buitenland exploiteert, niet aan de belasting onderworpen. Ingevolge artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977, genomen ter uitvoering van artikel 21 van het Wetboek, wordt deze dienst immers geacht in het buitenland plaats te vinden.
In het tweede geval, waarin de prestatie door een derde voor rekening van het reisbureau wordt verricht, is de BTW op de winstmarge toepasselijk. De BTW tegen het tarief van 16 pct. dient in dit geval normaal te worden berekend over 13 pct. van de publieke prijs (z. nr. 28).
Wanneer het evenwel gaat om het verschaffen van logies (met inbegrip van ontbijt, volledig of half pension) moet die BTW worden berekend over 8 pct. van de prijs die van de medecontractant wordt gevorderd en niet over de publieke prijs (verg. nr. 28). Onder werkelijke prijs gevorderd van de medecontractant wordt verstaan de nettoprijs die het reisbureau in rekening brengt aan de reiziger. Dezelfde regeling mag worden toegepast wanneer het reisbureau slechts tussenkomst verleent bij het verschaffen van spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt.
Hier wordt evenwel eraan herinnerd dat wanneer het reisbureau bij het bespreken van een hotelkamer of een eetmaal slechts tussenkomst verleent als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter (hotel, restaurant), de bovengenoemde vaste winstmarge niet toepasselijk is. In dit geval is het de werkelijke vergoeding welke het reisbureau van de hotelhouder of restauranthouder ontvangt die, behoudens vrijstelling, aan de BTW is onderworpen tegen 16 pct. Dit is bij voorbeeld het geval wanneer de reiziger rechtstreeks afrekent met de hotelhouder of de restauranthouder. Deze vergoeding is verder op grond van artikel 41, § 2, van het Wetboek van de belasting vrijgesteld wanneer het hotel of het restaurant in het buitenland zijn gelegen (z. nr. 22). Overigens wordt erop gewezen dat wanneer een reisbureau zich belast met het verschaffen van logies in verschillende hotels voor een globale prijs, deze prestatie als een geheel van gecombineerde prestaties wordt aangemerkt waarop niet de vaste maatstaf van heffing van 8 pct. maar wel die van 13 pct. of 18 pct. toepasselijk is (z. nr. 26).
Kosten die een reisbureau afzonderlijk in rekening brengt aan de reiziger.
33. Volgende regelen zijn van toepassing op de telefoon, telex, telegram, briefwisseling, dossierkosten, enz., die een reisbureau afzonderlijk in rekening brengt.
Wanneer het reisbureau duidelijk op de factuur vermeldt dat die kosten bij een bepaalde prestatie behoren, waarvoor het reisbureau nietals makelaar of lasthebber van de dienstverrichter handelt, dienen zij als een element van de prijs van die prestatie te worden aangemerkt. Is die prestatie onderworpen aan de BTW op de winstmarge dan dienen deze kosten bij de prijs van deze prestatie te worden gevoegd voor de berekening van de vaste winstmarge. Wanneer het reisbureau daarentegen niet duidelijk op de factuur vermeldt bij welke prestaties de bedoelde kosten behoren, moeten deze over de prijzen van de diverse diensten evenredig worden omgeslagen en dienen zij in die mate als een element van de prijs van de diverse diensten te worden aangemerkt. Als het reisbureau deze omslag niet wenst te doen, dienen de bedoelde kosten te worden aangemerkt als een supplementaire winstmarge van het reisbureau die integraal belastbaar is tegen het tarief van 16 pct.
Wanneer de bedoelde kosten aan de reiziger worden aangerekend naar aanleiding van een handeling waarvoor het reisbureau als makelaar of lasthebber van de dienstverrichter is opgetreden, dan dienen deze kosten als prijs van prestaties van een in België gelegen reisbureau in alle gevallen aan de BTW te worden onderworpen tegen het tarief van 16 pct.(12)
(12) Voor 1 januari 1978 was dit commissieloon niet aan de BTW onderworpen, bij toepassing van atrikel 1, 9°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 6 februari 1970, wanneer het betrekking had op een tussenkomst bij een dienstverrichting die in het buitenland plaatsvond. Volgens en administratieve interpretatie werd die vrijstelling behouden tot 1 april 1978.
Voorschotten die een reisbureau afzonderlijk in rekening brengt.
34. Wanneer een reisbureau aan de reiziger, afzonderlijk en voor een juist bedrag, sommen in rekening brengt die het in naam en voor rekening van de reiziger heeft betaald, zijn deze sommen voorschotten die in de relatie van het reisbureau tot de reiziger niet aan de BTW zijn onderworpen.
Dit veronderstelt normaal dat het gaat om diensten die door de dienstverrichter rechtstreeks aan de reiziger worden gefactureerd, maar waarvan de prijs door het reisbureau aan de dienstverrichter wordt betaald.
Buiten de gevallen genoemd in nr. 21, worden in ieder geval als voorschotten aangemerkt:
- kosten voor visa, inschepingstaks geheven op de luchthavens en andere door de reizigers aan de overheid verschuldigde sommen;
- kosten van verzekering wanneer de polis door de reiziger zelf onderschreven is.
Hoofdstuk V. Reisbureau handelt als organisator van een reis, maar verkoopt ze door bemiddeling van andere reisbureaus of tegelijk rechtstreeks aan de reizigers en door bemiddeling van andere reisbureaus.
Beoogde gevallen.
35. In dit hoofdstuk gaat het om gecombineerde reizen die voor een globale prijs georganiseerd worden door een reisbureau, die ze hetzij uitsluitend verkoopt door bemiddeling van andere reisbureaus, hetzij ze zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reizigers verkoopt.
Toepasselijke regeling.
36. Het bepaalde in de nrs. 26 tot 29 is ter zake eveneens toepasselijk, met dien verstande dat de vaste percentages van de winstmarges verschillend kunnen zijn en dat ingevolge het laatste lid van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35, van 12 december 1977 (z. nr. 4), de belasting over de winstmarge slechts éénmaal wordt geheven door het eerste in België gelegen reisbureau dat zich tot het verstrekken van het geheel van de gecombineerde prestaties verbindt.
37. Gelet op het forfaitair karakter van de door het eerste reisbureau gedane heffing, is de bijkomende som die het reisbureau, dat met de reiziger handelt, in sommige gevallen van deze laatste vordert (bvb. wegens extra telefoonkosten voor een reis die op het laatste ogenblik gekocht wordt) niet aan de BTW onderworpen.
Cruises.
38. Een cruise is een zeereis van bijzondere aard welke onder die benaming aan het publiek wordt aangeboden. Zij wordt verricht aan boord van een uitsluitend voor het vervoer en verblijf van passagiers ingericht schip. Zij verschilt met overtochten per lijndienst en met overvaarten per ferry doordat die handelingen zuiver het vervoer beogen terwijl cruises buiten het vervoer een geheel van prestaties omvatten in verband met het verblijf aan boord van het schip en het bezichtigen van bezienswaardigheden in of vanuit iedere haven die wordt aangedaan. Zelfs wanneer de kosten van de uitstappen in de prijs van de cruises niet zijn begrepen, dan nog zal de organisator inlichtingen verschaffen over de bezienswaardigheden te land en alle service verlenen om aan de reizigers de mogelijkheid te bieden deze bezienswaardigheden te bezoeken.
Een cruise dient dan ook te worden aangemerkt als een geheel van gecombineerde prestaties. De tussenkomst van een reisbureau geeft dan ook aanleiding tot heffing van de BTW over de winstmarge (13).
(13) De administratie oefent geen kritiek uit wanneer de contracten voor cruises gesloten voor 1 juli 1978 door het organiserend reisbureau werden geïnterpreteerd als zeevervoer eerder dan als een geheel van gecombineerde prestaties van een reisbureau.
Maatstaf van heffing.
39. Voor de berekening van de te belasten winstmarge moet een onderscheid worden gemaakt naargelang het reisbureau, organisator van de reis, al dan niet hier te lande is gevestigd.
40. Wanneer het reisbureau, organisator van de reis, hier te lande is gevestigd, bedraagt de vaste winstmarge 18 pct. van de publieke prijs. Dit geldt eveneens wanneer de dienst wordt verleend door een in België gelegen bijkantoor van een buitenlands reisbureau.
41. Wanneer het reisbureau, organisator van de reis, in het buitenland is gevestigd, kan zijn winstmarge niet in België aan de BTW onderworpen worden, aangezien de door hem verleende dienst in het buitenland is verricht. Alleen de winstmarges van de in België gevestigde reisbureaus die tussenkomst verlenen bij de verkoop van de door het buitenlandse reisbureau georganiseerde reis zijn aan de BTW onderworpen. Daarom bedraagt de te belasten winstmarge in dit geval slechts 13 pct. van de publieke prijs.
42. Wanneer een in België gevestigd reisbureau een gecombineerde reis organiseert en die verkoopt door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau bedraagt de te belasten winstmarge 6 pct. Er wordt op gewezen dat deze vaste winstmarge wordt berekend over de werkelijke prijs die door het Belgische reisbureau aan het buitenlandse reisbureau wordt aangerekend.
Het reisbureau verricht zelf het vervoer.
43. De regeling vermeld in nr. 29 is ter zake eveneens toepasselijk, met dien verstande dat wanneer een in België gevestigd reisbureau, organisator van een reis, met eigen autocar zelf het internationaal vervoer verricht, de BTW op het vervoer en deze op de winstmarge van de overige prestaties tegelijk worden berekend tegen het tarief van 16 pct., over een vaste maatstaf van heffing van 13 pct. van de globale prijs waartegen het reisbureau dergelijke reizen aan de reizigers aanbiedt.
44. Het in nr. 43 bedoelde percentage van 13 pct. wordt gebracht op 6 pct. wanneer de prestaties worden verricht door een in België gelegen reisbureau maar aan de reizigers worden verstrekt door bemiddeling van een in het buitenland gelegen reisbureau.
Hoofdstuk VI. Gemeenschappelijke bepalingen.
Reis die niet verwezenlijkt wordt.
45. Het gebeurt dat een reisbureau zich tegenover een reiziger belast heeft met het organiseren van een bepaalde reis en dat, wegens oorzaken die vreemd zijn aan het reisbureau en aan de reiziger, de geplande reis niet kan plaatshebben (geen plaats meer in het hotel, uitbreken van oorlog in het te bezoeken land, enz.). De kosten voor het opmaken van een reisplan, de telefoon, telex, telegram, briefwisseling, dossierkosten, die het reisbureau gemaakt heeft, zijn de prijs van door een reisbureau verrichte diensten die, wanneer ze aan de reiziger worden aangerekend door een in België gevestigd reisbureau, aan de BTW zijn onderworpen tegen het tarief van 16 pct.
46. Wanneer echter een reisbureau van zijn cliënt kosten vordert in geval van opzeg door deze laatste van een reis of een deel van een reis die door het reisbureau of door diens bemiddeling werd georganiseerd, hebben deze kosten de aard van een schadeloosstelling die als zodanig niet aan de belasting onderworpen is. Deze regeling is met name toepasselijk op het geval waarin een cliënt zijn reis opzegt wegens overlijden van een familielid.
Betaling van een voorschot.
47. Ingevolge artikel 22, § 2, van het Wetboek is een gedeeltelijke betaling een oorzaak van verschuldigdheid van BTW. Wanneer die betaling uitsluitend betrekking heeft op vervoer dan is de BTW tegen 6 pct. op dit voorschot verschuldigd in de mate dat dit vervoer in België wordt verricht. Bij internationaal vervoer wordt op dit voorschot, voor de berekening van de maatstaf van heffing, dezelfde verhouding toegepast als op het saldo.
48. Wanneer een voorschot betrekking heeft op een gecombineerde reis, is het dikwijls moeilijk uit te maken welk gedeelte van dit voorschot betrekking heeft op het vervoer en welk gedeelte op de overige prestaties. Bovendien is gebleken dat voor zulke reizen de door het reisbureau als voorschot ontvangen som bijna uitsluitend bestemd is om de kosten te dekken die verband houden met de organisatie van prestaties die door andere dienstverrichters worden uitgevoerd en waarop het reisbureau slechts bij de eindafrekening een winst zal nemen. Daarom werd aanvaard dat het bedoelde voorschot niet moet worden aangemerkt als een gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 22, § 2, van het Wetboek, zodat de BTW hierover niet verschuldigd is. Bij betaling van het saldo of op het ogenblik van de facturering, en uiterlijk bij de voltooiing van de dienst, is de BTW uiteraard over de volledige maatstaf van heffing verschuldigd.
Niet in artikel 18 van het Wetboek bedoelde diensten.
49. Wanneer een reisbureau tussenkomst verleent in het sluiten van huurcontracten van al of niet gemeubelde woningen (flats, chalets, enz.) gelden hiervoor dezelfde regelen als die welke door woningbureaus moeten worden toegepast (z. nr. 6).
In dit verband dient het volgende onderscheid te worden gemaakt .
1° Verhuur of onderverhuur van gemeubileerde chalets of appartementen.
Wanneer het reisbureau gemeubileerde chalets of appartementen, waarvan het eigenaar is, verhuurt, dan komt het bedrag van de aangerekende huur volledig aan dit reisbureau toe.
Wanneer daarentegen het reisbureau deze chalets of appartementen onderverhuurt, dan komt de door de huurder betaalde prijs dit reisbureau uiteindelijk slechts toe voor het verschil tussen het bedrag van de geïnde huur en de huurprijs die het moet betalen aan de eigenaar van het gebouw.
Aangezien de onroerende verhuur en de onroerende onderverhuur handelingen zijn die buiten de werkingssfeer van de BTW vallen, zijn de reisbureaus die zulke handelingen verrichten voor deze werkzaamheid geen belastingplichtige en kunnen zij bijgevolg de hun met betrekking tot deze werkzaamheid aangerekende BTW niet in aftrek brengen.
Maar aangezien deze reisbureaus meestal nog een andere werkzaamheid uitoefenen die wel binnen de werkingssfeer van de BTW valt, verkrijgen ze hierdoor de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige.
Zij dienen dan het recht op aftrek uit te oefenen volgens de regel van het werkelijke gebruik, bedoeld in artikel 46, § 2, van het Wetboek.
2° Makelaars en lasthebbers bij onroerende verhuur.
Het reisbureau verleent tussenkomst bij de verhuur in de hoedanigheid van makelaar of lasthebber, wanneer het door de eigenaar of door een bemiddelaar belast is met het zoeken van huurders voor de gemeubileerde chalets of appartementen en met het sluiten van huurcontracten met de toekomstige huurders, in naam en voor rekening van de eigenaar of bemidddelaar. Het reisbureau kan ook belast zijn met het innen van de huur. Als prijs voor de tussenkomst ontvangt het reisbureau een commissieloon, dat veelal wordt afgehouden van de huur, wanneer het reisbureau met de inning ervan belast is.
In dit geval verleent het reisbureau een dienst als bedoelt in artikel 18, § 1, 1° of 3°, van het Wetboek, en heeft het wegens deze werkzaamheid de hoedanigheid van belastingplichtige.
De aldus verleende dienst is aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 16 pct. (14) indien hij hier te lande plaatsvindt (z. nr. 9).
(14) Voor 1 januari 1978: 14 pct.
Wanneer het reisbureau dat tussenkomst verleent in de hoedanigheid van makelaar of lasthebber hier te lande is gevestigd, wordt de door hem verstrekte dienst ingevolge artikel 21, § 2, van het BTWWetboek geacht hier te lande plaats te vinden. De BTW is niet verschuldigd indien het reisbureau aantoont dat de tussenkomst betrekking heeft op de verhuur van een in het buitenland gelegen onroerend goed (15).
(15) Voor 1 januari 1978 werd de dienst geacht hier te lande plaats te vinden wanneer de schuldenaar van het commissieloon hier te lande was gevestigd (art. 3 van het kon. besl. nr. 5, van 6 februari 1970).
3° Commissiecontract op het stuk van onroerende verhuur.
Het reisbureau dat ingevolge een commissiecontract tussenkomst verleent bij de totstandkoming van de verhuur, handelt gewoonlijk op de volgende wijze.
Het legt aan de gegadigden een lijst voor van de gemeubileerde chalets of appartementen die te huur zijn samen met een korte beschrijving van de te huur gestelde goederen en met de opgave van de huurprijs. In geval van akkoord sluit het reisbureau met de toekomstige huurder een huurcontract in eigen naam zonder de identiteit van de eigenaar of van de bemiddelaar, voor wiens rekening het handelt, kenbaar te maken. Het overhandigt aan de toekomstige huurder een bon waarmede deze op de overeengekomen datum en voor de overeengekomen duur bezit kan nemen van het chalet of het appartement. In de meeste gevallen int het reisbureau de huur en houdt het van deze huur een zekere som af welke de vergoeding is die de eigenaar of bemiddelaar voor de tussenkomst van het reisbureau verschuldigd is.
Het reisbureau dat op deze wijze zijn tussenkomst verleent bij de totstandkoming van de verhuur van gemeubileerde chalets of appartementen, verleent een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 1° of 3°, van het BTWWetboek . Het kan niet worden gelijkgesteld met een verhuurder, aangezien het de tussenkomst verleent bij een handeling die buiten de werkingssfeer van de BTW valt, zodat de gelijkstelling bepaald in de artikelen 13 en 20, § 1, van het BTWWetboek niet op het reisbureau toepasselijk is (z. BTWCommentaar, 123, nr. 45).
Deze dienst is onderworpen aan de belasting tegen het tarief van 16 pct.(16), indien hij hier te lande plaatsvindt, dit is zoals wanneer het reisbureau tussenkomst verleent als makelaar of lasthebber (z. 2°) (16).
(16) (Voor 1 januari 1978: 14 pct.)
50. Wanneer een reisbureau de bedoelde tussenkomst verleent in het kader van een gecombineerde reis, moet de prijs noodzakelijk worden gesplitst tussen, enerzijds, het gedeelte dat betrekking heeft op de onroerende verhuur (huurgeld, commissieloon) en, anderzijds, het gedeelte dat slaat op de andere in artikel 18 bedoelde prestaties die met een reis verband houden. Op het eerste gedeelte van de prijs zijn de in nr. 49 bedoelde regelen toepasselijk en voor het overige gedeelte van de prijs gelden de regelen m.b.t. de prestaties van reisbureaus. De vaste winstmarges en de bijzondere vaste percentages worden eventueel alleen over dit laatste gedeelte van de prijs toegepast. In dit verband wordt erop gewezen dat om uit te maken of het al dan niet gaat om een gecombineerde reis, slechts rekening moet worden gehouden met het gedeelte van de prijs dat verband houdt met in artikel 18 van het Wetboek bedoelde diensten die betrekking hebben op een vervoer of verblijf.
51. Hetgeen voorafgaat in nr. 50 geldt voor alle prestaties die niet aan de BTW zijn onderworpen of ervan zijn vrijgesteld ingevolge artikel 44 van het Wetboek (b.v. verzekeringsverrichtingen, financiële verrichtingen).
Overgangsmaatregelen.
52. Wanneer een reisbureau voor de organisatie van een al of niet gecombineerde reis de eindfactuur aan de reiziger heeft uitgereikt voor 1 december 1977 was, bij toepassing van artikel 22 (oud) van het Wetboek, de oude regeling toepasselijk. Wanneer een door een reisbureau georganiseerde reis aan de reiziger werd verkocht door een ander reisbureau, was de oude regeling slechts toepasselijk voor zover de eindfactuur aan de reiziger werd uitgereikt voor 1 december 1977 en bovendien het reis, bureau dat de reis werkelijk heeft georganiseerd zijn factuur aan het bemiddelend reisbureau uiterlijk op 31 december 1977 heeft uitgereikt. Op gevaar af aan de nieuwe regeling onderworpen te zijn, moest het reisbureau, organisator van de reis, in het bezit zijn van een hem door het bemiddelend reisbureau ter hand gesteld duplicaat van de door dit laatste aan de reiziger voor 1 december 1977 uitgereikte factuur.
Dezelfde regeling werd toegepast wanneer met ingang van 1 januari 1978 het tarief van 14 pct. op 16 pct. werd gebracht, met dien verstande dat de bovengenoemde uiterste data dan respectievelijk 31 december 1977 en 31 januari 1978 waren.
* * *
Als bijlage gaan:
1° een tabel van de vaste winstmarges van reisbureaus (bijlage l);
2° een reeks voorbeelden (bijlage 2).
Bijlage 1
Tabel van de vaste winstmarges van reisbureaus.
| I. Reizen, georganiseerd door: | Alle reizen, behalve internationale gecombineerde reizen met eigen autocar | Internationale gecombineerde reizen met eigen autocar | Bedrag waarover de vaste winstmarge wordt berekend |
| 1. Belgische reisbureau's handelend als tour-operator (1), door bemiddeling van: a) Belgisch reisbureau b) Buitenlands reisbureau | 18 6 | 13 6 | Publieke prijs (3) werkelijke prijs, betaald door mede-contractant (4) |
| 2. Buitenlands reisbureau handelend als tour-operator (1), door bemiddeling van Belgisch reisbureau | 13 | Publieke prijs (3) | |
| 3. Reisbureau handelend als reisorganisator (2) | 13 | 9 | Publieke prijs (3) |
| II. Bespreken van hotel en/of eetmalen | ||
| 1. wanneer het geen globale prijs betreft | 8pct. | Werkelijke prijs (4) |
| 2. Wanneer het een globale prijs betreft en het reisbureau handelt als tour-operator (1) | 18pct. | Publieke prijs (3)(5) |
| 3. wanneer het een globale prijs betreft en het reisbureau handelt als reisorganisator (2) | 13pct. | Publieke prijs (3)(5) |
(1) Onder tour-operator wordt hier verstaan het reisbureau dat handelt als organisator van een gecombineerde reis, door bemiddeling van andere reisbureaus of tegelijk rechtstreeks met de reizigers en door bemiddeling van andere reisbureaus (z. hoofdstuk V).
(2) Onder reisorganisator wordt hier verstaan het reisbureau dat handelt als organisator van een reis rechtstreeks en uitsluitend met de reizigers (z. hoofdstuk IV).
(3) Onder publieke prijs wordt verstaan de prijs vermeld in brochures, aanplakbrieven enz.
(4) Onder werkelijke prijs, betaald door de medecontractant, wordt verstaan de nettoprijs die het reisbureau of het eerste tussenkomend reisbureau in rekening brengt aan de reiziger of aan een tweede reisbureau.
(5) Wanneer een enige prijs betrekking krijgt op het verschaffen van logies en/of eetmalen in verscheidene hotels of restaurants dan gaat het om een globale prijs.
Opmerking.
De BTW die over de bovengenoemde vaste maatstaven van heffing wordt berekend, wordt slechts eenmaal geheven, door het eerste, in België gelegen reisbureau, dat zich tot het verstrekken van de bovengenoemde prestaties verbindt, zelfs wanneer andere reisbureaus tussenkomst verlenen bij het verstrekken van die prestaties.
Bijlage 2
54. Voorbeelden [Voor de in deze voorbeelden vermelde prijzen moet de dubbele veronderstelling worden gemaakt dat ze al dan niet de BTW omvatten.] .
1. Reisbureau X te Bergen organiseert, uitsluitend rechtstreeks met de reizigers, met eigen autocar een uitstap naar Antwerpen, omvattende buiten het vervoer: een lunch in een restaurant, bezoek aan haven, musea en dierentuin. Prijs te betalen door de reiziger: 600 F.
Berekening van de door het reisbureau verschuldigde BTW:
- de prijs moet worden gesplitst tussen het vervoer en de overige prestaties; voor het vervoer bedraagt de prijs 200 F en voor de andere diensten 400 F.
- BTW verschuldigd op het vervoer:
a) de prijs is exclusief BTW: 200 F à 6 pct. = 12 F.
b) de prijs is inclusief BTW:
- prijs exclusief BTW: (200 F x 100)/106 = 188,6 F
- verschuldigde belasting: 188,6 F à 6 pct. = 11,31 F;
- BTW verschuldigd op de winstmarge:
a) de prijs is exclusief BTW:Reisbureau X mag de door de restauranthouder, ... aangerekende BTW niet in aftrek brengen. Het mag wel de BTW aftrekken die betrekking heeft op het vervoer dat het zelf verricht (kosten voor de autocar, benzine, ...) (z. nr. 10, A en C). Aangezien het gaat om vervoer dat uitsluitend hier te lande plaatsvindt, is het bijzondere vast percentage van 9, bedoeld in nr. 29, niet toepasselijk.
b) de prijs is inclusief BTW:
- maatstaf van heffing: 400 F à 13 pct. = 52 F
- verschuldigde belasting: 52 F à 16 pct. = 8,32 F
Totaal verschuldigd:
- percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
- prijs exclusief BTW: (400 F x 100)/102,08 = 391,84 F
- maatstaf van heffing: 391,84 F à 13 pct. = 50,93 F
- verschuldigde belasting: 50,93 F à 16 pct. = 8,14 F
a) de prijs is exclusief BTW: 12 F + 8,32 F = 20,32 F of afgerond 20 F
b) de prijs is inclusief BTW: 11,31 F + 8,14 F = 19,45 F of afgerond 19 F.
2. Idem als in nr. 1, maar X belast zich alleen met het vervoer en met het verschaffen van uitleg, door de bestuurder of een gids, over de bezienswaardigheden onderweg. De reizigers rekenen in Antwerpen persoonlijk af met de diverse dienstverrichters.
Prijs te betalen door de reiziger: 200 F.
Verschuldigd door X:
a) de prijs is exclusief BTW 200 F à 6 pct. = 12 F
b) de prijs is inclusief BTW (200 F x 100)/106 = 188,6 F;
verschuldigd: 188,6 F à 6 pct. = 11 F.
Het betreft ter zake uitsluitend vervoer, waarop de BTW op de winstmarge niet toepasselijk is (z. nrs. 7 en 8).
3. Reisbureau X organiseert een gecombineerde reis naar het buitenland en handelt hiervoor uitsluitend rechtstreeks met de reizigers. Facturen uitgereikt aan reisbureau X door vervoerders, hotelhouders..., voor 8.000 F, BTW (Belgische of buitenlandse) inbegrepen. Prijs te betalen door de reiziger, vastgesteld in reclamefolders: 10.000 F.
De door het reisbureau X verschuldigde BTW beloopt:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 13 pct. = 1.300 F
verschuldigde belasting: 1.300 F à 16 pct. = 208 F
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
prijs exclusief BTW: (10.000 F x 100)/102,08 = 9.796,23 F
maatstaf van heffing: 9.796,23 F à 13 pct. = 1.273,50 F
verschuldigde belasting: 1.273,50 F à 16 pct. = 203,76 of afgerond 204 F.
Reisbureau X mag de door vervoerders, hotelhouders, .... aangerekende BTW, niet in aftrek brengen (z. nrs. 10, C, en 28).
4. Idem als in nr. 3, maar het vervoer heeft plaats per autocar en wordt door het reisbureau X zelf met eigen autocar verricht.
a. De prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 9 pct. = 900 F
verschuldigde belasting: 900 F à 16 pct. = 144 F
b. De prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 9 pct. = I,44 pct.
prijs exclusief BTW: (10.000 F x 100)/101,44 = 9.858,04 F
maatstaf van heffing: 9.858,04 F à 9 pct. = 887,22 F
verschuldigde BTW: 887,22 F à 16 pct. = 141,95 of afgerond 142 F.
Reisbureau X mag de door hotelhouders, ..., aangerekende BTW niet in aftrek brengen. Het mag wel de BTW in aftrek brengen die betrekking heeft op het vervoer dat het zelf verricht (kosten voor de autocar, benzine, ...) (z. nrs. 10, C, en 29).
5. Idem als in nr. 4, maar reisbureau X dat gewoonlijk zelf met eigen autocar het vervoer doet, ziet zich bij gebrek aan beschikbare autocars verplicht uitzonderlijk een beroep te doen op een autocarondernemer Y. Deze factureert aan X het vervoer voor 3.000 F (waarvan 1/3 in België plaatsvindt).
Zelfde oplossing als in nr. 4.
Reisbureau X mag de door hotelhouders, ..., aangerekende BTW niet in aftrek brengen. Het mag wel de Belgische BTW aftrekken die hem door Y werd aangerekend en die als volgt berekend werd: 1.000 F tegen 6 pct. = 60 F (z. nrs. 10, C, 15, 16, 29).
6. Idem als in nr. 4, maar X verricht het vervoer met eigen vliegtuig.
Het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op het luchtvervoer (3.000 F) is van de belasting vrijgesteld. Voor het overige is er verschuldigd:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 7.000 F à 13 pct. = 910 F
verschuldigde belasting: 910 F à 16 pct. = 145,6 of afgerond 146 F.
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
prijs exclusief BTW: (7.000 F x 100)/102,08 = 6.857,36 F
maatstaf van heffing: 6.857,36 F à 13 pct. = 891,45 F
verschuldigde belasting: 891,45 F à 16 pct. = 142,63 of afgerond 143 F
(z. nrs. 10, C, 13, 17, 29).
7. Idem als in nr. 6, maar het luchtvervoer wordt voor rekening van X verricht door Y (met een zogenaamd gecharterd vliegtuig).
Zelfde oplossingen als in nr. 3.
(Z. nrs. 10, C, en 28). De oplossing zou dezelfde blijven indien X gewoonlijk zelf het vervoer met eigen vliegtuig verricht, maar slechts bij gelegenheid een beroep moet doen op een andere ondernemer. De bijzondere regeling voor het autocarvervoer is ter zake niet toepasselijk (z. nr. 29).
8. Idem als in nr. 3, maar X is een zogenaamde touroperator, dit is een reisbureau dat reizen organiseert, die het in de regel uitsluitend door bemiddeling van andere reisbureaus maar ook vaak zowel door bemiddeling van andere reisbureaus als rechtstreeks aan de reiziger verkoopt.
De door het reisbureau X verschuldigde BTW beloopt:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 18 pct. = 1.800 F
verschuldigde belasting: 1.800 F à 16 pct. = 288 F
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 18 pct. = 2,88 pct.
prijs exclusief BTW; (10.000 F x 100)/102,08 = 9.720,06 F
maatstaf van heffing: 9.720,06 F à 18 pct. = 1.749,61 F
verschuldigde belasting: 1.749,61 F à 16 pct. = 279,93 of afgerond 280 F.
In de relatie van het bemiddelend reisbureau tot de reiziger is er niets verschuldigd (z. nrs. 36 en 40).
9. Idem als in nr. 4, maar X is een touroperator.
Verschuldigd door X:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 13 pct. = 1.300 F
verschuldigde belasting: 1.300 F à 16 pct. = 208 F
b. de prijs is inclusief BTW:
percentage van de in de prijs begrepen BTW: 16 pct. van 13 pct. = 2,08 pct.
prijs exclusief BTW: (10.000 F x 100)/102,08 = 9.796,23 F
maatstaf van heffing: 9.796,23 F à 13 pct. = 1..273,50 F
verschuldigde belasting: 1.273,50 F à 16 pct. = 203,76 of afgerond 204 F.
In de relatie van het bemiddelend reisbureau tot de reiziger is er niets verschuldigd (z. nrs. 36 en 43).
10. Idem als in nr. 9. Wegens rechtstreekse verkoop aan een reiziger, die overigens een vaste cliënt is van de zaak, wordt evenwel een korting van 10 pct. toegestaan.
Zelfde oplossing als in nr. 9. De winstmarge wordt berekend over de publieke prijs en niet over de werkelijk met de cliënt overeengekomen prijs (z. nrs. 28 en 36).
11. Idem als in nr. 8, maar X is in het buitenland gevestigd en verkoopt zijn reizen via het reisbureau Y, gevestigd in België.
Verschuldigd door Y:
a. de prijs is exclusief BTW:
maatstaf van heffing: 10.000 F à 13 pct.300 F
verschuldigde belasting: 1.300 F à 16 pct.= 208 F
b. de prijs is inclusief BTW:
prijs exclusief BTW: 10.000 F x 100 = 9.796,23 F 102,08
maatstaf van heffing: 9.796,23 F à 13 pct. = 1.273,50 F
verschuldigde belasting: 1.273,50 F a 16 pct. = 203,76 of afgerond 204 F (z. nr. 41).
12. Idem als in nr. 8, maar X die in België is gevestigd verkoopt zijn reis via het in NewYork gevestigd reisbureau Y, aan Amerikaanse reizigers die België wensen te bezoeken. X verkoopt zijn reis aan Y voor de nettoprijs van 9.000 F. Dit laatste verkoopt de reis door aan de reizigers voor 9.900 F.
Verschuldigd door X: maatstaf van heffing: 9.000 F à 6 pct. = 540 F
verschuldigde belasting: 540 F à 16 pct. = 86,4 of afgerond 86 F (z. nr. 42).
De werkelijk tussen X en Y overeengekomen prijs (9.000 F) is belastbaar en dus niet de publieke prijs (10.000 F), noch de werkelijk door de reiziger betaalde prijs (9.900 F).
13. Idem als in nr. 12, maar het betreft een internationale reis per autocar die X met eigen autocar verricht.
Verschuldigd als in nr. 12 (z. nr. 44).
14. Reisbureau X organiseert een individuele reis en factureert aan de reiziger:
- een vervoerbiljet voor een internationaal luchtvervoer per geregelde dienst 20.000 F
- hotelkosten in het buitenland (verblijf in één hotel) 30.000 F
- dossierkosten, telex (waarvan 250 F m.b.t. de verkoop van het vervoerbiljet en 1.000 F voor het bespreken van het hotel) 1.500 F
Verschuldigd door X:
- voor het luchtvervoer handelt X als makelaar van de luchtvaartmaatschappij. Overigens is het bedoelde luchtvervoer ingevolge artikel 41, § 1, van het Wetboek van de belasting vrijgesteld. Deze post (20.000 F) is dus niet belastbaar. Het commissieloon van 10 pct. (2.000 F) dat X van de luchtvaartmaatschappij ontvangt is vrijgesteld van BTW (z. nr. 24);
- ten aanzien van het bespreken van het hotel is er verschuldigd: uiteindelijke prijs: 30.000 F + 1.000 F = 31.000 F (z. nr. 32, vierde lid)
maatstaf van heffing: 31.000 F à 8 pct. = 2.480 F
verschuldigde belasting: 2.480 F à 16 pct. = 396,8 of afgerond 397 F.
- wat de dossier en telexkosten m.b.t. de verkoop van het vervoerbiljet betreft, dit bedrag is te belasten tegen 16 pct.: 250 F à 16 pct. = 40 F;
- het gedeelte van de dossier en telexkosten dat niet bij een bepaalde prestatie behoort (250 F) wordt door het reisbureau niet omgeslagen over de verscheidene posten van de facturen en is dus integraal belastbaar.
In totaal is er dus verschuldigd: 397 F + 40 F + 40 F = 477 F (z. nrs. 24, 31, 32, vierde lid, 33 en 34).
15. Reisbureau X organiseert een reis naar het buitenland en handelt hiervoor uitsluitend rechtstreeks met de reizigers. De reis omvat een verblijf in een flat alsmede het vervoer per spoor. Bovendien is de reiziger verzekerd tegen ongevallen en diefstal ingevolge een polis die alleen door het reisbureau is onderschreven. Globale prijs te betalen door de reizigers, vastgesteld in reclamefolders: 20.000 F.
De prijs moet vooreerst worden gesplitst tussen, enerzijds, het gedeelte dat betrekking heeft op de onroerende verhuur (huurprijs) en verzekering en, anderzijds, het gedeelte dat slaat op de andere in artikel 18 van het Wetboek bedoelde diensten. Laten wij veronderstellen dat het reisbureau de volgende uitsplitsing toepast: 4.500 F voor het spoorvervoer (tariefprijs) 500 F voor verzekering 15.000 F als huurprijs.
Aangezien alleen het bedrag van 4.500 F overblijft als de prijs van een in het BTWWetboek bedoelde dienst, gaat het niet om een geheel van gecombineerde prestaties maar om een alleenstaande handeling die bovendien geacht wordt een makelarijverrichting te zijn.
Er is bijgevolg geen BTW verschuldigd in de relatie van het reisbureau tot de reiziger. Op het commissieloon dat het reisbureau ontvangt van de N.M.B.S. wordt evenmin een BTW geheven (z. nrs. 21, 23, 50 en 51).
Bron: FisconetPlus
