Circulaire nr. Ci.RH.241/292.938 dd. 28.07.1978
CIRC 28.07.78/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/292.938 dd. 28.07.1978
Bull. nr. 566, pag. 1669
PENSIOENEN
Sociale pensioenen die worden teruggevorderd of vervangen door sociale
vergoedingen van een andere aard.
VERVANGINGSINKOMENS
Vervangingsinkomens die worden teruggevorderd of vervangen door sociale
vergoedingen van een andere aard.
Vervangingsinkomsten en sociale pensioenen die worden teruggevorderd of vervangen door sociale vergoedingen van een andere aard : regeling van de fiscale toestand van de betrokkenen voor de ajren. 1978 en vorige.
I. INLEIDING
1. Het Hoofdbestuur heeft begin 1978 met verscheidene instellingen die sociale vergoedingen uitbetalen besprekingen gevoerd over de fiscale problemen die ontstaan wanneer vervangingsinkomens en/of sociale pensioenen worden teruggevorderd of worden vervangen door sociale vergoedingen van een andere aard.
Deze besprekingen hebben geleid tot de hierna uiteengezette praktische regeling, welke sterk beïnvloed is door bestaande feitelijke toestanden, inzonderheid door de tot dusver in de betalingsinstellingen gevolgde werkmethodes en de onvolledigheid van de aldaar opgeslagen informatie. Deze regeling is dan ook nog vatbaar voor wijzigingen in de toekomst en geldt voorlopig alleen voor de terugvorderingen die voor de betrokkenen een weerslag hebben op hun fiscale toestand van het aj. 1978 en, gebeurlijk, op die van de vorige ajren.
II. WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN
a) Begripsbepaling.
2. Hier wordt de werkloosheidsuitkering bedoeld die zonder meer moet worden teruggegeven en derhalve niet retro-actief wordt vervangen door een andere sociale vergoeding.
b) Probleemstelling.
3. De meeste betalingsinstellingen zijn, om technische redenen, niet in staat geweest op de fiche 281.13 de compensatie te maken tussen de door eenzelfde rechthebbende tijdens hetzelfde jaar ontvangen en terugbetaalde sommen.
Indien de terugbetaling in een later jaar dan de betaling gebeurt en op verschillende jaren betrekking heeft, kunnen de betalingsinstellingen daarenboven niet steeds de splitsing per jaar verstrekken.
c) Getroffen regeling.
4. Aan de hand van de bewijzen van terugbetaling waarvan sprake in nrs. 7 tot 11, worden de terugbetalingen in de eerste instantie in mindering gebracht van de tijdens het jaar van terugbetaling genoten werkloosheidsuitkeringen. Het gebeurlijk saldo wordt naar het (de) meest recente vorige ja(a)r(en) overgebracht waarin dergelijke uitkeringen werden belast.
5. In de praktijk zal meestendeels slechts tot het jaar 1976 moeten worden teruggegaan daar de gewone werkloosheidsuitkering tot en met het jaar 1975 in de regel niet werd belast.
6. In voorkomend geval lokt de taxatieambtenaar de passende ontheffing van ambtswege uit. Het bewijs van terugbetaling (zie nrs. 7 tot 11) kan gebeurlijk als een nieuw bescheid in de zin van art. 277, § 1, WIB, worden aangezien.
d) Bewijs van de terugbetaling.
7. Naargelang de betalingsinstelling wordt het bewijs van de terugbetaling geleverd door middel van negatieve fiches, terugbetalingsattesten of kwijtingen.
8. Als principe geldt dat de> van de terug te vorderen bedragen, d.w.z. de instelling die rechtstreeks of door bemiddeling van de Ontvanger der Registratie en Domeinen de terugbetaling bekomt, de bedoelde documenten moet opstellen. Die documenten gaan dus uit, hetzij van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (R.V.A.), hetzij van de vakbonden of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen.
9. Voor de in het jaar 1977 gedane terugbetalingen hebben de belangrijkste instellingen, uitgezonderd het A.B.V.V. (zie nr. 12), negatieve fiches of attesten in dubbel opgemaakt (origineel voor de administratie en afschrift voor de betrokkene).
10. In de nrs. 12 tot 16 wordt een overzicht gegeven van de door de administratie aanvaarde praktische werkwijze (voornamelijk op het stuk van de opgestelde terugbetalingsbewijzen) die door de voornaamste betalingsinstellingen in 1977 werd gevolgd.
11. Om de in nr. 3 aangehaalde redenen omvatten de voor het jaar 1977 afgeleverde fiches 281.13, behoudens andersluidende vermelding (zie nr. 14), het totaal van de in dat jaar betaalde werkloosheidsuitkeringen (dus zonder enige aftrek voor de in 1977 gedane terugbetalingen betreffende hetzelfde of betreffende vorige jaren).
e) Overzicht van de voor het jaar 1977 opgemaakte terugbetalingsbewijzen.
12. De gewestelijke verbonden hebben aan hun leden kwijtingen afgeleverd voor de in 1977 werkelijk gedane terugbetalingen. Indien de betrokkenen die kwijtingen niet bij hun aangifte hebben gevoegd maar toch aanspraak maken op de aftrek van de teruggevorderde uitkeringen, dan moeten de taxatiediensten hen uitnodigen ze voor te leggen ten einde er rekening mede te houden.
13. De in 1977 aan deze instelling gedane terugbetalingen werden vermeld op een speciaal, in dubbel opgemaakt fiche, getiteld>, dat volgens het schema van het fiche 281.13 werd opgesteld.
14. Door de gewestelijke administratieve diensten werden attesten in dubbel opgemaakt met vermelding van het totaal der in 1977 terugbetaalde bedragen.
Uitzondering : de gewestelijke diensten van Aalst, Eeklo en Gent hebben de terugbetalingen van 1977 op de fiches 281.14 in mindering gebracht van de in dat jaar gedane betalingen. Indien het saldo uitzonderlijk negatief was werd geen fiche 281.13 opgesteld; vraagt de belastingplichtige om aftrek van dat negatieve saldo, dan dient hij een gedetailleerde afrekening van de in 1977 gedane betalingen en terugbetalingen te verstrekken.
15. De H.V.W. heeft voor de in 1977 teruggevorderde bedragen negatieve fiches 281.13 (in dubbel) opgesteld.
16. Door de gewestelijke bureaus werden, voor het totaal bedrag van de in 1977 gedane terugbetalingen, attesten in dubbel opgesteld.
a) Begripsbepaling.
17. Het gaat om een als voorschot betaalde werkloosheidsuitkering voor een periode die normaal aanleiding geeft tot het betalen van een opzegvergoeding.
Provisionele werkloosheidsuitkeringen worden inzonderheid betaald wanneer werknemers getroffen worden door de sluiting van de onderneming en deze laatste de verschuldigde opzegvergoedingen niet betaalt (gevallen waarin gebeurlijk het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen na verloop van tijd zal optreden), of nog wanneer over de opzegvergoeding een geschil is ontstaan tussen werkgever en werknemer.
b) Getroffen regeling.
18. De betalingsinstellingen vermelden deze provisionele uitkeringen, als gewone werkloosheidsuitkeringen, op een fiche 281.13 en, de genieters worden er normaal op belast voor het jaar van de betaling.
19. Indien evenwel uit een attest (zie nr. 21) blijkt dat de provisionele werkloosheidsuitkeringen later werden terugbetaald, dan worden de terugbetaalde bedragen geacht ab initio te zijn vervangen door een opzegvergoeding en wordt er een regeling toegepast die gelijkaardig is aan die behandeld in de nrs. 4 tot 6, waarvan de regels mutatis mutandis van toepassing zijn.
Dit houdt dus in dat de taxatie van de later terugbetaalde werkloosheidsuitkeringen ongedaan moet gemaakt worden.
20. Anderzijds wordt de in de plaats komende opzegvergoeding volledig (met inbegrip dus van de aan de R.V.A. terugbetaalde voorschotten), overeenkomstig het voor die vergoedingen voorziene aanslagstelsel, belast als inkomen van het jaar van de>.
c) Bewijs van de terugbetaling.
21. Het bewijs van de terugbetaling van provisionele werkloosheidsuitkeringen wordt geleverd door een attest, in dubbel opgesteld door de R.V.A.
d) Overzicht van de voor het jaar 1977 opgemaakte documenten.
22. De volgende documenten zijn voorhanden :
III. ANDERE SOCIALE VERGOEDINGEN.
a) Begripsbepaling.
23. Hier worden de sociale uitkeringen bedoeld die uitbetaald zijn door de mutualiteiten, het Fonds voor Beroepsziekten, het Fonds voor Arbeidsongevallen en het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, maar welke naderhand zonder meer moeten worden teruggegeven, zonder te worden vervangen door een andere sociale uitkering.
b) Getroffen regeling.
24. Ter zake kunnen bijna alle bovenbedoelde betalingsinstellingen de compensatie doorvoeren tussen de in hetzelfde jaar aan de gerechtigde betaalde en van hem teruggevorderde bedragen.
25. Derhalve wijkt de getroffen regeling, in zijn praktische uitvoering, enigszins af van die welke geldt inzake werkloosheidsuitkeringen (zie nrs. 4 tot 6).
26. Daar de passende compensaties voor het jaar 1977 werden uitgevoerd, hebben de betalingsinstellingen enkel negatieve fiches opgemaakt wanneer de tijdens dat jaar gedane terugbetalingen de in datzelfde jaar gedane uitkeringen (gewone plus eventuele achterstallen), overtroffen. Bij de compensaties werden de terugvorderingen betreffende vorige jaren bij voorrang aangerekend op eventuele achterstallen.
27. Indien de belastingplichtige de bedragen die op een negatieve fiche vermeld zijn niet kan aftrekken van inkomsten van dezelfde aard die tijdens hetzelfde jaar werden verkregen, moet de taxatieambtenaar ambtshalve de passende ontheffing uitlokken voor één of meer vorige jaren (cf. nr. 6).
28. De aandacht wordt er op gevestigd dat de betalingsinstellingen :
c) Bewijs van de terugbetaling.
29. Voor het jaar 1977 gelden als normaal bewijsmiddel negatieve fiches, die met een aparte samenvattende opgave aan de Doc. d. werden toegezonden.
d) Afwijkingen.
30. De socialistische mutualiteiten en het Fonds voor Arbeidsongevallen hebben voor het jaar 1977 de voornoemde werkwijze (d.w.z. compensatie op de fiches) niet gevolgd.
De socialistische mutualiteiten hebben (ook voor 1976) attesten afgeleverd i.v.m. de terugbetalingen, zowel van sommen betaald tijdens hetzelfde jaar, als van sommen betaald tijdens vorige jaren (de terugbetalingen van in de jaren 1975 en vorige betaalde sommen werden terecht niet vermeld).
De attesten werden door de gewestelijke diensten van de socialistische mutualiteiten opgemaakt; de originelen ervan werden onmiddellijk aan de betrokkenen overhandigd, terwijl de afschriften aan de administratie werden toegezonden.
Ook door het Fonds voor Arbeidsongevallen (F.A.O.) werden attesten opgemaakt i.p.v. negatieve fiches.
a) Begripsbepaling.
31. Het betreft hier de ziekte- en/of invaliditeitsvergoedingen (in sommige gevallen sociale pensioenen) die worden toegekend in afwachting dat andere vervangingsinkomens (vergoeding arbeidsongeval, beroepsziekte, ongeval gemeen recht, enz.) zullen worden betaald, waardoor de eerstbedoelde uitkeringen met terugwerkende kracht worden vervangen.
b) Getroffen regeling.
32. De terugbetaalde bedragen worden geacht ab initio te zijn vervangen door een vergoeding van een andere aard.
Eigenlijk leidt dit retro-activiteitsbeginsel dus tot een regeling die gelijkaardig is aan die voorzien inzake provisionele werkloosheidsuitkeringen (zie nrs. 18 tot 20).
33. Dit houdt dus in dat de mutualiteiten voor het jaar van betaling van de ziekte- en/of invaliditeitsvergoedingen steeds een fiche 281.12 opmaken dat er als basis dient of heeft gediend voor de taxatie van de genieters.
34. Wanneer een latere beslissing met terugwerkende kracht een andere vergoeding toekent, maakt de instelling die deze vergoeding draagt, voor het totale bedrag ervan (met inbegrip van de door het ziekenfonds terug te vorderen som), het passende fiche op (de eventuele achterstallen worden hierop afzonderlijk vermeld). Deze instelling lichten dan de mutualiteit van de getroffen beslissing in en betaalt haar doorgaans rechtstreeks de tegenwaarde van de terug te vorderen Z.I.V.-vergoeding door; de mutualiteit legt voor het jaar waarin ze van deze beslissing op de hoogte wordt gebracht, een negatieve fiche aan voor het bedrag dat haar werd terugbetaald (of moet worden terugbetaald).
35. De taxatiediensten behandelen die negatieve fiches vervolgens op de wijze uiteengezet in de nrs. 4 tot 6, waarvan de regels mutatis mutandis van toepassing zijn.
36. N.B. : het Fonds voor Beroepsziekten (F.B.Z.) en het Fonds voor Arbeidsongevallen (F.A.O.) duiden op een bijvoegsel aan de fiches 281.14 het bedrag aan hetwelk door andere betalingsinstellingen (meestal de mutualiteiten) voor dezelfde periode werd betaald en waarvoor deze laatste negatieve fiches moeten aanleggen.
c) Bewijs van de terugbetaling.
37. Dit bewijs wordt geleverd door de negatieve fiches waarvan sprake in nr. 34.
d) Afwijkingen.
38. Inzake de door het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers (N.P.M.) toegekende invaliditeitspensioenen die met terugwerkende kracht worden vervangen door andere sociale uitkeringen, werden volgende praktische regelingen getroffen :
1e eventualiteit : het invaliditeitspensioen N.P.M. wordt vervangen door een ouderdomspensioen, toegekend door de Rijksdienst voor Rust- en Overlevingspensioenen (R.R.O.P.) :
2e eventualiteit : het invaliditeitspensioen N.P.M. wordt vervangen door een vergoeding vanwege het Fonds voor Beroepsziekten (F.B.Z.) :
Om dubbele taxatie te vermijden dient de taxatieambtenaar in dit geval evenwel zelf het verschil te maken tussen de totale vergoeding en de aan het N.P.M. teruggestorte sommen : immers enkel dit verschil - d.w.z. het eigenlijk supplement dat door het F.B.Z. rechtstreeks aan de genieter werd betaald - mag als vergoeding voor beroepsziekte worden belast.
Indien de terugvordering niet uitsluitend op het jaar 1977 slaat, wordt het in het vorenstaand lid bedoelde verschil slechts volgens het gewoon stelsel van aanslag als een vergoeding beroepsziekte belast in de mate dat het niet meer bedraagt dan het verschil tussen de op het jaar 1977 betrekking hebbende vergoeding F.B.Z. en invaliditeitspensioen N.P.M.; het saldo moet als een achterstallige vergoeding voor beroepsziekte worden belast.
Voorbeeld : - Fiche 281.12 van het N.P.M. met voor het jaar 1977 een totaal bedrag van 80.000 F. - Fiche 281.14 van het F.B.Z. dat de volgende gegevens vermeldt : - totale vergoeding betaald in 1977 (volledig herstel) : 525.000 - hierin begrepen achterstallen : 225.000 - totaal van 525.000 F begrijpt 260.000 F voorschot vanwege het Nationaal Fonds voor Mijnwerkerspensioenen. Te belasten voor het aj. 1978 : Invaliditeitspensioen N.P.M. : 80.000 (*) Vergoeding beroepsziekte : 525.000 - 260.000 = 265.000 waarvan gewoon stelsel : (525.000 - 225.000): 300.000 (FBZ) - 80.000 (NPM) = 220.000 waarvan als achterstal (265.000 - 220.000) : 45.000 (*) Te verminderen met 10 pct. (vrijstelling bedoeld in art. 41, § 3, WIB). 39. De taxatieambtenaren worden verzocht bij de toepassing van de voorgaande richtlijnen de nodige soepelheid te betonen en betwistingen zonder veel praktische nut (inzonderheid betreffende het jaar van aanrekening der terugbetalingen) te vermijden.
Circulaire nr. Ci.RH.241/292.938 dd. 28.07.1978
Bull. nr. 566, pag. 1669
PENSIOENEN
Sociale pensioenen die worden teruggevorderd of vervangen door sociale
vergoedingen van een andere aard.
VERVANGINGSINKOMENS
Vervangingsinkomens die worden teruggevorderd of vervangen door sociale
vergoedingen van een andere aard.
Vervangingsinkomsten en sociale pensioenen die worden teruggevorderd of vervangen door sociale vergoedingen van een andere aard : regeling van de fiscale toestand van de betrokkenen voor de ajren. 1978 en vorige.
I. INLEIDING
1. Het Hoofdbestuur heeft begin 1978 met verscheidene instellingen die sociale vergoedingen uitbetalen besprekingen gevoerd over de fiscale problemen die ontstaan wanneer vervangingsinkomens en/of sociale pensioenen worden teruggevorderd of worden vervangen door sociale vergoedingen van een andere aard.
Deze besprekingen hebben geleid tot de hierna uiteengezette praktische regeling, welke sterk beïnvloed is door bestaande feitelijke toestanden, inzonderheid door de tot dusver in de betalingsinstellingen gevolgde werkmethodes en de onvolledigheid van de aldaar opgeslagen informatie. Deze regeling is dan ook nog vatbaar voor wijzigingen in de toekomst en geldt voorlopig alleen voor de terugvorderingen die voor de betrokkenen een weerslag hebben op hun fiscale toestand van het aj. 1978 en, gebeurlijk, op die van de vorige ajren.
II. WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN
| 1° | Zonder meer ten onrechte betaalde werkloosheidsuitkeringen. |
2. Hier wordt de werkloosheidsuitkering bedoeld die zonder meer moet worden teruggegeven en derhalve niet retro-actief wordt vervangen door een andere sociale vergoeding.
b) Probleemstelling.
3. De meeste betalingsinstellingen zijn, om technische redenen, niet in staat geweest op de fiche 281.13 de compensatie te maken tussen de door eenzelfde rechthebbende tijdens hetzelfde jaar ontvangen en terugbetaalde sommen.
Indien de terugbetaling in een later jaar dan de betaling gebeurt en op verschillende jaren betrekking heeft, kunnen de betalingsinstellingen daarenboven niet steeds de splitsing per jaar verstrekken.
c) Getroffen regeling.
4. Aan de hand van de bewijzen van terugbetaling waarvan sprake in nrs. 7 tot 11, worden de terugbetalingen in de eerste instantie in mindering gebracht van de tijdens het jaar van terugbetaling genoten werkloosheidsuitkeringen. Het gebeurlijk saldo wordt naar het (de) meest recente vorige ja(a)r(en) overgebracht waarin dergelijke uitkeringen werden belast.
5. In de praktijk zal meestendeels slechts tot het jaar 1976 moeten worden teruggegaan daar de gewone werkloosheidsuitkering tot en met het jaar 1975 in de regel niet werd belast.
6. In voorkomend geval lokt de taxatieambtenaar de passende ontheffing van ambtswege uit. Het bewijs van terugbetaling (zie nrs. 7 tot 11) kan gebeurlijk als een nieuw bescheid in de zin van art. 277, § 1, WIB, worden aangezien.
d) Bewijs van de terugbetaling.
7. Naargelang de betalingsinstelling wordt het bewijs van de terugbetaling geleverd door middel van negatieve fiches, terugbetalingsattesten of kwijtingen.
8. Als principe geldt dat de
9. Voor de in het jaar 1977 gedane terugbetalingen hebben de belangrijkste instellingen, uitgezonderd het A.B.V.V. (zie nr. 12), negatieve fiches of attesten in dubbel opgemaakt (origineel voor de administratie en afschrift voor de betrokkene).
10. In de nrs. 12 tot 16 wordt een overzicht gegeven van de door de administratie aanvaarde praktische werkwijze (voornamelijk op het stuk van de opgestelde terugbetalingsbewijzen) die door de voornaamste betalingsinstellingen in 1977 werd gevolgd.
11. Om de in nr. 3 aangehaalde redenen omvatten de voor het jaar 1977 afgeleverde fiches 281.13, behoudens andersluidende vermelding (zie nr. 14), het totaal van de in dat jaar betaalde werkloosheidsuitkeringen (dus zonder enige aftrek voor de in 1977 gedane terugbetalingen betreffende hetzelfde of betreffende vorige jaren).
e) Overzicht van de voor het jaar 1977 opgemaakte terugbetalingsbewijzen.
- Algemeen Belgisch Vakverbond (A.B.V.V.).
12. De gewestelijke verbonden hebben aan hun leden kwijtingen afgeleverd voor de in 1977 werkelijk gedane terugbetalingen. Indien de betrokkenen die kwijtingen niet bij hun aangifte hebben gevoegd maar toch aanspraak maken op de aftrek van de teruggevorderde uitkeringen, dan moeten de taxatiediensten hen uitnodigen ze voor te leggen ten einde er rekening mede te houden.
- Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (A.C.L.V.B.).
13. De in 1977 aan deze instelling gedane terugbetalingen werden vermeld op een speciaal, in dubbel opgemaakt fiche, getiteld
- Algemeen Christelijk Vakverbond (A.C.V.).
14. Door de gewestelijke administratieve diensten werden attesten in dubbel opgemaakt met vermelding van het totaal der in 1977 terugbetaalde bedragen.
Uitzondering : de gewestelijke diensten van Aalst, Eeklo en Gent hebben de terugbetalingen van 1977 op de fiches 281.14 in mindering gebracht van de in dat jaar gedane betalingen. Indien het saldo uitzonderlijk negatief was werd geen fiche 281.13 opgesteld; vraagt de belastingplichtige om aftrek van dat negatieve saldo, dan dient hij een gedetailleerde afrekening van de in 1977 gedane betalingen en terugbetalingen te verstrekken.
- Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (H.V.W.).
15. De H.V.W. heeft voor de in 1977 teruggevorderde bedragen negatieve fiches 281.13 (in dubbel) opgesteld.
- Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (R.V.A.).
16. Door de gewestelijke bureaus werden, voor het totaal bedrag van de in 1977 gedane terugbetalingen, attesten in dubbel opgesteld.
| 2° | Provisionele werkloosheidsuitkeringen. |
17. Het gaat om een als voorschot betaalde werkloosheidsuitkering voor een periode die normaal aanleiding geeft tot het betalen van een opzegvergoeding.
Provisionele werkloosheidsuitkeringen worden inzonderheid betaald wanneer werknemers getroffen worden door de sluiting van de onderneming en deze laatste de verschuldigde opzegvergoedingen niet betaalt (gevallen waarin gebeurlijk het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen na verloop van tijd zal optreden), of nog wanneer over de opzegvergoeding een geschil is ontstaan tussen werkgever en werknemer.
b) Getroffen regeling.
18. De betalingsinstellingen vermelden deze provisionele uitkeringen, als gewone werkloosheidsuitkeringen, op een fiche 281.13 en, de genieters worden er normaal op belast voor het jaar van de betaling.
19. Indien evenwel uit een attest (zie nr. 21) blijkt dat de provisionele werkloosheidsuitkeringen later werden terugbetaald, dan worden de terugbetaalde bedragen geacht ab initio te zijn vervangen door een opzegvergoeding en wordt er een regeling toegepast die gelijkaardig is aan die behandeld in de nrs. 4 tot 6, waarvan de regels mutatis mutandis van toepassing zijn.
Dit houdt dus in dat de taxatie van de later terugbetaalde werkloosheidsuitkeringen ongedaan moet gemaakt worden.
20. Anderzijds wordt de in de plaats komende opzegvergoeding volledig (met inbegrip dus van de aan de R.V.A. terugbetaalde voorschotten), overeenkomstig het voor die vergoedingen voorziene aanslagstelsel, belast als inkomen van het jaar van de
c) Bewijs van de terugbetaling.
21. Het bewijs van de terugbetaling van provisionele werkloosheidsuitkeringen wordt geleverd door een attest, in dubbel opgesteld door de R.V.A.
d) Overzicht van de voor het jaar 1977 opgemaakte documenten.
22. De volgende documenten zijn voorhanden :
- fiches 281.13 opgemaakt door de betalingsinstellingen voor de in 1977 (en eventueel in 1976) betaalde provisionele werkloosheidsuitkeringen;
- fiches 281.10 opgemaakt door de werkgever of door het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen : het totaal bedrag van de opzegvergoeding van het jaar 1977, met inbegrip van die welke betrekking heeft op de periode waarvoor provisionele werkloosheidsuitkeringen werden betaald, werd ingeschreven onder de rubriek Y;
- attesten opgemaakt door de R.V.A. voor de in 1977 gedane recuperaties van provisionele werkloosheidsuitkeringen.
III. ANDERE SOCIALE VERGOEDINGEN.
| 1° | Zonder meer ten onrechte betaalde sociale uitkeringen. |
23. Hier worden de sociale uitkeringen bedoeld die uitbetaald zijn door de mutualiteiten, het Fonds voor Beroepsziekten, het Fonds voor Arbeidsongevallen en het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers, maar welke naderhand zonder meer moeten worden teruggegeven, zonder te worden vervangen door een andere sociale uitkering.
b) Getroffen regeling.
24. Ter zake kunnen bijna alle bovenbedoelde betalingsinstellingen de compensatie doorvoeren tussen de in hetzelfde jaar aan de gerechtigde betaalde en van hem teruggevorderde bedragen.
25. Derhalve wijkt de getroffen regeling, in zijn praktische uitvoering, enigszins af van die welke geldt inzake werkloosheidsuitkeringen (zie nrs. 4 tot 6).
26. Daar de passende compensaties voor het jaar 1977 werden uitgevoerd, hebben de betalingsinstellingen enkel negatieve fiches opgemaakt wanneer de tijdens dat jaar gedane terugbetalingen de in datzelfde jaar gedane uitkeringen (gewone plus eventuele achterstallen), overtroffen. Bij de compensaties werden de terugvorderingen betreffende vorige jaren bij voorrang aangerekend op eventuele achterstallen.
27. Indien de belastingplichtige de bedragen die op een negatieve fiche vermeld zijn niet kan aftrekken van inkomsten van dezelfde aard die tijdens hetzelfde jaar werden verkregen, moet de taxatieambtenaar ambtshalve de passende ontheffing uitlokken voor één of meer vorige jaren (cf. nr. 6).
28. De aandacht wordt er op gevestigd dat de betalingsinstellingen :
- bij het opmaken van de fiches 281.12 de terugbetalingen van vergoedingen die betrekking hebben op de jaren 1975 en vorige buiten beschouwing hebben gelaten, daar de vergoedingen Z.I.V. destijds in de regel niet belastbaar waren;
- in geval van betwisting de uitsplitsing kunnen geven van de terugbetalingen over de jaren waarop ze betrekking hebben.
c) Bewijs van de terugbetaling.
29. Voor het jaar 1977 gelden als normaal bewijsmiddel negatieve fiches, die met een aparte samenvattende opgave aan de Doc. d. werden toegezonden.
d) Afwijkingen.
30. De socialistische mutualiteiten en het Fonds voor Arbeidsongevallen hebben voor het jaar 1977 de voornoemde werkwijze (d.w.z. compensatie op de fiches) niet gevolgd.
De socialistische mutualiteiten hebben (ook voor 1976) attesten afgeleverd i.v.m. de terugbetalingen, zowel van sommen betaald tijdens hetzelfde jaar, als van sommen betaald tijdens vorige jaren (de terugbetalingen van in de jaren 1975 en vorige betaalde sommen werden terecht niet vermeld).
De attesten werden door de gewestelijke diensten van de socialistische mutualiteiten opgemaakt; de originelen ervan werden onmiddellijk aan de betrokkenen overhandigd, terwijl de afschriften aan de administratie werden toegezonden.
Ook door het Fonds voor Arbeidsongevallen (F.A.O.) werden attesten opgemaakt i.p.v. negatieve fiches.
| 2° | Retro-actieve vervanging van een sociale uitkering door een andere. |
31. Het betreft hier de ziekte- en/of invaliditeitsvergoedingen (in sommige gevallen sociale pensioenen) die worden toegekend in afwachting dat andere vervangingsinkomens (vergoeding arbeidsongeval, beroepsziekte, ongeval gemeen recht, enz.) zullen worden betaald, waardoor de eerstbedoelde uitkeringen met terugwerkende kracht worden vervangen.
b) Getroffen regeling.
32. De terugbetaalde bedragen worden geacht ab initio te zijn vervangen door een vergoeding van een andere aard.
Eigenlijk leidt dit retro-activiteitsbeginsel dus tot een regeling die gelijkaardig is aan die voorzien inzake provisionele werkloosheidsuitkeringen (zie nrs. 18 tot 20).
33. Dit houdt dus in dat de mutualiteiten voor het jaar van betaling van de ziekte- en/of invaliditeitsvergoedingen steeds een fiche 281.12 opmaken dat er als basis dient of heeft gediend voor de taxatie van de genieters.
34. Wanneer een latere beslissing met terugwerkende kracht een andere vergoeding toekent, maakt de instelling die deze vergoeding draagt, voor het totale bedrag ervan (met inbegrip van de door het ziekenfonds terug te vorderen som), het passende fiche op (de eventuele achterstallen worden hierop afzonderlijk vermeld). Deze instelling lichten dan de mutualiteit van de getroffen beslissing in en betaalt haar doorgaans rechtstreeks de tegenwaarde van de terug te vorderen Z.I.V.-vergoeding door; de mutualiteit legt voor het jaar waarin ze van deze beslissing op de hoogte wordt gebracht, een negatieve fiche aan voor het bedrag dat haar werd terugbetaald (of moet worden terugbetaald).
35. De taxatiediensten behandelen die negatieve fiches vervolgens op de wijze uiteengezet in de nrs. 4 tot 6, waarvan de regels mutatis mutandis van toepassing zijn.
36. N.B. : het Fonds voor Beroepsziekten (F.B.Z.) en het Fonds voor Arbeidsongevallen (F.A.O.) duiden op een bijvoegsel aan de fiches 281.14 het bedrag aan hetwelk door andere betalingsinstellingen (meestal de mutualiteiten) voor dezelfde periode werd betaald en waarvoor deze laatste negatieve fiches moeten aanleggen.
c) Bewijs van de terugbetaling.
37. Dit bewijs wordt geleverd door de negatieve fiches waarvan sprake in nr. 34.
d) Afwijkingen.
38. Inzake de door het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers (N.P.M.) toegekende invaliditeitspensioenen die met terugwerkende kracht worden vervangen door andere sociale uitkeringen, werden volgende praktische regelingen getroffen :
1e eventualiteit : het invaliditeitspensioen N.P.M. wordt vervangen door een ouderdomspensioen, toegekend door de Rijksdienst voor Rust- en Overlevingspensioenen (R.R.O.P.) :
- het N.P.M. heeft geen negatieve fiches opgemaakt voor de via de R.R.O.P. gedane terugvorderingen;
- de R.R.O.P. heeft enkel fiches 281.11 opgemaakt voor de aan de genieters werkelijk betaalde supplementen;
- voor de regularisatie van de fiscale toestand van de betrokkenen wordt gehandeld alsof hij geen terugbetalingen van invaliditeitspensioen (N.P.M.) had gedaan en enkel een supplement als ouderdomspensioen had verkregen.
2e eventualiteit : het invaliditeitspensioen N.P.M. wordt vervangen door een vergoeding vanwege het Fonds voor Beroepsziekten (F.B.Z.) :
- het N.P.M. heeft geen negatieve fiches opgemaakt voor de via het F.B.Z. gedane terugvorderingen;
- het F.B.Z. vermeldt het totale bedrag van de vergoeding (inclusief de aan het N.P.M. teruggestorte bedragen) op een fiche 281.14, doch voegt er een verklaring bij met het totaal van de aan het N.P.M. terugbetaalde sommen;
- voor de regularisatie van de fiscale toestand van de betrokkene wordt gehandeld alsof hij geen terugbetalingen van invaliditeitspensioen had gedaan en enkel een supplement als vergoeding F.B.Z. had verkregen.
Om dubbele taxatie te vermijden dient de taxatieambtenaar in dit geval evenwel zelf het verschil te maken tussen de totale vergoeding en de aan het N.P.M. teruggestorte sommen : immers enkel dit verschil - d.w.z. het eigenlijk supplement dat door het F.B.Z. rechtstreeks aan de genieter werd betaald - mag als vergoeding voor beroepsziekte worden belast.
Indien de terugvordering niet uitsluitend op het jaar 1977 slaat, wordt het in het vorenstaand lid bedoelde verschil slechts volgens het gewoon stelsel van aanslag als een vergoeding beroepsziekte belast in de mate dat het niet meer bedraagt dan het verschil tussen de op het jaar 1977 betrekking hebbende vergoeding F.B.Z. en invaliditeitspensioen N.P.M.; het saldo moet als een achterstallige vergoeding voor beroepsziekte worden belast.
Voorbeeld : - Fiche 281.12 van het N.P.M. met voor het jaar 1977 een totaal bedrag van 80.000 F. - Fiche 281.14 van het F.B.Z. dat de volgende gegevens vermeldt : - totale vergoeding betaald in 1977 (volledig herstel) : 525.000 - hierin begrepen achterstallen : 225.000 - totaal van 525.000 F begrijpt 260.000 F voorschot vanwege het Nationaal Fonds voor Mijnwerkerspensioenen. Te belasten voor het aj. 1978 : Invaliditeitspensioen N.P.M. : 80.000 (*) Vergoeding beroepsziekte : 525.000 - 260.000 = 265.000 waarvan gewoon stelsel : (525.000 - 225.000): 300.000 (FBZ) - 80.000 (NPM) = 220.000 waarvan als achterstal (265.000 - 220.000) : 45.000 (*) Te verminderen met 10 pct. (vrijstelling bedoeld in art. 41, § 3, WIB). 39. De taxatieambtenaren worden verzocht bij de toepassing van de voorgaande richtlijnen de nodige soepelheid te betonen en betwistingen zonder veel praktische nut (inzonderheid betreffende het jaar van aanrekening der terugbetalingen) te vermijden.
Bron: FisconetPlus
