Circulaire AAFisc Nr. 5/2015 (nr. Ci.RH.233/634.435) dd. 02.02.2015
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting
Circulaire AAFisc Nr. 5/2015 (nr. Ci.RH.233/634.435) dd. 02.02.2015
Inkomstenbelastingen
Roerende voorheffing
Schuldenaar van de roerende voorheffing
Verkrijger van de inkomsten
Schuldenaar van de RV – Draagwijdte van art. 262, 4°, a), WIB 92.
1. Deze circulaire heeft als doel te herinneren aan de draagwijdte van art. 262, 4°, a), WIB 92, die, in afwijking van art. 261, WIB 92, een geval omschrijft waarbij de verkrijger van de inkomsten wordt aangeduid als de schuldenaar van de RV.
2. Als algemene regel en overeenkomstig art. 261, WIB 92, is de RV verschuldigd door:
- hetzij de schuldenaar van de inkomsten wanneer het gaat om inkomsten van Belgische oorsprong;
- hetzij door de eerste in België gevestigde tussenpersoon die op enige wijze tussen beide komt bij de uitbetaling van inkomsten wanneer het gaat om inkomsten van buitenlandse oorsprong die in België worden geïnd.
3. Art. 262, 4°, a), WIB 92, bepaalt: "In afwijking van artikel 261 is de roerende voorheffing over de volgende inkomsten verschuldigd door de verkrijger daarvan: inkomsten van roerende goederen en kapitalen, loten van effecten van leningen en de in artikel 90, 11°, bedoelde inkomsten, die onrechtmatig met vrijstelling van voorheffing zijn verkregen:
a) op grond van een onjuiste verklaring;".
4. Voor een juiste interpretatie van de draagwijdte van die bepaling, wordt eraan herinnerd dat zij haar oorsprong vindt in art. 164, tweede lid, c), WIB, waarvan art. 262, 4°, a), WIB 92, de gecoördineerde versie is (1).
(1) Als gevolg van de coördinatie in 1992 van de teksten inzake inkomstenbelastingen, komt de tekst van de bepalingen van de art. 164, eerste lid; 164, tweede lid en 170, WIB, voor in de art. 261, 262 en 266, WIB 92 (opm.: die bepalingen hebben sinds 1992 wijzigingen ondergaan).
Art. 164, tweede lid, c), WIB, voorzag dat, - in afwijking van het eerste lid van die bepaling op basis waarvan de schuldenaar van de inkomsten of de eerste in België gevestigde tussenpersoon die tussen beide kwam bij de uitbetaling van de inkomsten als schuldenaar van de RV was aangeduid -, de RV verschuldigd was door de genieters wanneer het ging om belastingplichtigen die roerende inkomsten hadden geïnd of verkregen en daartoe aan de schuldenaar of aan de eerste voormelde tussenpersoon een onjuiste verklaring hadden overgelegd ten gevolge waarvan de heffing bij de bron van de RV op onrechtmatige wijze geheel of gedeeltelijk achterwege was gebleven.
5. Art. 262, 4°, a), WIB 92, beoogt uitdrukkelijk de gevallen waarbij er onvoldoende RV werd geïnd ten gevolge van onjuiste inlichtingen die aan de schuldenaar van de inkomsten (of aan de eerste financiële tussenpersoon) werden verstrekt door de verkrijger ervan in het kader van de toepassing van de gehele of gedeeltelijke verzakingen van de inning van de RV zoals inzonderheid voorzien is in uitvoering van art. 266, WIB 92 (zie de art. 105 e.v., KB/WIB 92, en in het bijzonder art. 117).
6. Het woord "verklaring" dat gebruikt wordt in art. 262, 4°, a), WIB 92 ("déclaration" in de Franse versie van de tekst) verwijst naar het attest waarmee de verkrijger van de inkomsten zijn statuut bevestigt ten opzichte van de schuldenaar van de RV zoals bedoeld in art. 261, WIB 92, met het oog op het vervullen van een vormvoorwaarde die vereist is voor de toepassing van één of andere vrijstelling van de RV aan de bron.
7. Ten slotte wordt benadrukt dat voor de toepassing van art. 262, 4°, a), WIB 92, de afwezigheid van een attest op geen enkele manier te vergelijken is met de voorlegging van een onjuist attest door de verkrijger van de inkomsten aan de schuldenaar van de RV waardoor onrechtmatig een vrijstelling van die voorheffing wordt verkregen.
Het feit dat het vereiste attest door de verkrijger niet wordt voorgelegd, heeft gewoon tot gevolg dat de eraan verbonden verzaking van de inning van de RV aan de bron niet kan worden toegepast door de schuldenaar van de RV. Dat doet geenszins afbreuk aan de toepassing van art. 261, WIB 92, de voorwaarden die voorzien zijn met betrekking tot de afwijking zoals bedoeld in art. 262, 4°, a), WIB 92, zijn niet vervuld.
Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
R. ROSOUX
Adviseur-generaal dd. – Auditeur-generaal van financiën dd.
