Circulaire nr. Ci.RH.421/629.923 (AAFisc Nr. 52/2013) van 12.12.2013

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Vennootschapsbelasting

Afzonderlijke aanslag Ven.B

Anti-misbruikbepaling

Dividend

Belastbare grondslag

Overgangsmaatregel

Commentaar op art. 537, 2e tot 4e lid, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 6, PW 28.6.2013: verlaagd tarief in de Ven.B en afzonderlijke aanslag van 15%.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C, sector DB

INHOUDSTAFEL

Nrs.

I. INLEIDING

1

II. WETTELIJKE BEPALINGEN

3

III. VERLAAGD TARIEF in de VEN.B.: dividenduitkering hoger dan 13% van het gestorte kapitaal

4

IV. AFZONDERLIJKE AANSLAG in de VEN.B

1. Doel van de maatregel

7

2. Voorwaarden voor de toepassing van de aanslag

9

3. Vaststelling van de belastbare grondslag

13

3.1. Boekhoudkundig resultaat van het belastbare tijdperk

16

3.2. Dividenden die zijn verleend of toegekend in de loop van de vijf belastbare tijdperken voorafgaand aan die van de Verrichting

17

3.3. Dividenden die effectief zijn verleend of toegekend als winst van het belastbare tijdperk van de Verrichting

20

4. Tarief van de afzonderlijke aanslag

22

5. Verworpen uitgave

23

6. Voorbeelden

24

V. ALGEMENE ANTI-MISBRUIKBEPALING - ART. 344, WIB 92

28

VI. INWERKINGTREDING

29

I. INLEIDING

1. Deze circulaire bevat een gedeeltelijke commentaar op art. 537, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 6, PW 28.6.2013 (zie BS 1.7.2013, Ed. 2, blz. 41480 e.v.).

Die bepaling moet worden gezien in het kader van een verhoging van de RV en van het afzonderlijke tarief van de PB op liquidatieboni (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 8). Ze voert overgangsmaatregelen in op het vlak van de RV en de Ven.B.

2. Hierna volgt de commentaar op art. 537, 2e tot 4e lid, WIB 92, die betrekking heeft op de toepassing van de Ven.B en, meer bepaald, op enerzijds het naleven van de voorwaarde inzake de toepassing van de verlaagde aanslagvoet zoals bedoeld in art. 215, 3e lid, 3°, WIB 92, en anderzijds de invoering van een afzonderlijke aanslag.

De maatregelen die bedoeld zijn in art. 537, WIB 92, met betrekking tot de RV maken het voorwerp uit van een afzonderlijke circulaire (1).

----------

[(1) Art. 537, 1e lid, WIB 92, dat een verlaagde aanslagvoet van de RV van 10% invoert op bepaalde dividenden, werd besproken in de admin. circ. van 1.10.2013 (ref. Ci.RH.233/629.295, AAFisc Nr. 35/2013).]

----------

II. WETTELIJKE BEPALINGEN

3. Hierna volgen de art. 6 en 7, PW 28.6.2013.

Art. 6, PW 28.6.2013

In titel X van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 537 ingevoegd, luidende:

"Art. 537. In afwijking van de artikelen 171, 3°, en 269, § 1, 1°, wordt het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing vastgesteld op 10 pct. voor de dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 zijn goedgekeurd door de Algemene Vergadering op voorwaarde dat en in de mate dat minstens het verkregen bedrag onmiddellijk wordt opgenomen in het kapitaal en dat deze opneming plaatsvindt tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014.

De uitgekeerde dividenden die aan deze voorwaarden voldoen, komen niet in aanmerking voor de berekening van de grens als bedoeld in artikel 215, derde lid, 3°.

Wanneer de vennootschap een positief boekhoudkundig resultaat heeft behaald tijdens het belastbare tijdperk waarin een in het eerste lid bedoelde verrichting heeft plaatsgehad, naargelang het geval in 2013 of in 2014, en wanneer er door de algemene vergadering gedecreteerde dividenden zijn verleend of toegekend in de loop van minstens één van de vijf belastbare tijdperken voorafgaand aan deze verrichting, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd op het positieve verschil tussen:

1° het product:

- van het boekhoudkundig resultaat van het belastbare tijdperk waarin de verrichting heeft plaatsgevonden en

- van de verhouding tussen de som van de dividenden verleend of toegekend in de loop van de vijf voorafgaande belastbare tijdperken en de som van de resultaten van deze belastbare tijdperken;

en

2° de dividenden die effectief zijn verleend of toegekend aan de aandeelhouders als winst van het belastbare tijdperk waarin de hierboven vermelde verrichting heeft plaatsgevonden.

Deze aanslag is gelijk aan 15 pct. van het verschil berekend op basis van de hierboven beschreven formule en wordt niet beschouwd als een beroepskost.

Bij een latere kapitaalvermindering wordt die geacht eerst uit de volgens dit regime ingebrachte kapitalen voort te komen.

Wanneer deze kapitaalvermindering volgens dit regime tot stand komt binnen acht jaar na de laatste inbreng in kapitaal, wordt zij in afwijking van artikel 18, eerste lid, 2°, beschouwd als een dividend. Het tarief van de personenbelasting en van de roerende voorheffing bedraagt, voor de verleende of toegekende dividenden:

1° tijdens de eerste vier jaar volgend op de inbreng, 15 pct.;

2° tijdens het vijfde en zesde jaar volgend op de inbreng, 10 pct.;

3° tijdens het zevende en achtste jaar volgend op de inbreng, 5 pct.

In afwijking van het vorige lid wordt de voormelde termijn, voor de vennootschappen die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de kapitaalinbreng is gedaan, op vier jaar gebracht en het tarief van de personenbelasting, respectievelijk de roerende voorheffing, bedraagt voor de verleende of toegekende dividenden:

1° tijdens de eerste twee jaar volgend op de inbreng, 15 pct.;

2° tijdens het derde jaar volgend op de inbreng, 10 pct.;

3° tijdens het vierde jaar volgend op de inbreng, 5 pct.."

Art. 7, PW 28.6.2013

De artikelen 2 en 4 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.

De artikelen 3b et 5b zijn van toepassing op de inbrengen gedaan vanaf 1 juli 2013.

Artikel 6 treedt in werking vanaf 1 juli 2013 en kan slechts toegepast worden op de inbrengen die tot stand zijn gekomen in het boekjaar dat afgesloten wordt vóór 1 oktober 2014.

De artikelen 3a en 5a treden in werking op 1 oktober 2014.

Elke wijziging die vanaf 1 mei 2013 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 3b, 4, 5b en 6.

III. VERLAAGD TARIEF in de VEN.B: dividenduitkering hoger dan 13% van het gestorte kapitaal

4. Art. 215, 3e lid, 3°, WIB 92, bepaalt dat vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13% van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk uitgesloten zijn van het verlaagd progressief tarief in de Ven.B.

5. Overeenkomstig art. 537, 1e lid, WIB 92, is, met ingang van 1.7.2013, een verlaagde aanslagvoet van de RV van 10% van toepassing op de uitgekeerde dividenden die hun oorsprong vinden in de uitkering van belaste reserves en die worden aangewend voor de volstorting van een inbreng in kapitaal van de uitkerende vennootschap (zie de bespreking van die maatregel in de circ. van 1.10.2013).

6. Om te vermijden dat vennootschappen die dividenden uitkeren in het kader van de overgangsmaatregel zoals bedoeld in art. 537, 1e lid, WIB 92, zouden worden gepenaliseerd in het betreffende belastbare tijdperk bij de berekening van de 13% grens zoals bedoeld in nr. 4, en zouden worden uitgesloten van het verlaagd tarief in de Ven.B, bepaalt art. 537, 2e lid, WIB 92, dat die uitgekeerde dividenden niet in aanmerking komen voor de berekening van die grens (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 8 en 9).

IV. AFZONDERLIJKE AANSLAG IN DE VEN.B

1. Doel van de maatregel

7. Art. 537, 3e en 4e lid, WIB 92, voert enkel voor de aj. 2013 en 2014 een afzonderlijke aanslag van 15% in de Ven.B in.

Die aanslag wordt ingevoerd om de vennootschappen te sanctioneren die hun uitkeringsbeleid aanpassen door het gedeelte van de "gewone" dividenduitkering te verminderen ten gunste van de dividenden die geïncorporeerd worden in het maatschappelijk kapitaal in het kader van de overgangsmaatregel van art. 537, 1e lid, WIB 92. Dat resulteert in het vermijden van een betaling van de RV op de uitgekeerde "gewone" dividenden aan 25% door deze te vervangen in een RV op de dividenden die onmiddellijk worden geïncorporeerd in het kapitaal aan 10% (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 9).

8. Hierna wordt herinnerd aan de recente wijzigingen die werden aangebracht of zullen worden aangebracht aan de aanslagvoet van de RV die op dividenden van toepassing is.

De volgende tabellen bevatten niet de overgangsmaatregel zoals bedoeld in art. 537, 1e lid, WIB 92.

a. Dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.1.2013

(zie art. 269, WIB 92, gewijzigd door art. 84, PW 27.12.2012, BS 31.12.2012, Ed. 2)

Inkomsten

Aanslagvoet van de RV

Verwijzing WIB 92

Basistarief

25%

Art. 269, 1°

Dividenden van bepaalde vastgoedBEVAKS "woning"

15%

Art. 269, 3°

Liquidatieboni (dividenden zoals bedoeld in de art. 187 en 209, WIB 92, in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap)

10%

Art. 269, 5°

b. Dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.7.2013

(zie art. 269, WIB 92, gewijzigd door art. 5b, PW 28.6.2013)

Inkomsten

Aanslagvoet van de RV

Verwijzing WIB 92

Basistarief

25%

Art. 269, § 1, 1°

Dividenden van bepaalde vastgoedBEVAKS "woning"

15%

Art. 269, § 1, 3°

Liquidatieboni (dividenden zoals bedoeld in de art. 187 en 209, WIB 92, in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap)

10%

Art. 269, § 1, 5°

Dividenden van bepaalde aandelen van KMO's (2)

20% daarna 15%

Art 269, § 2

c. Dividenden die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.10.2014

(zie art. 269, § 1, 5°, WIB 92, opgeheven door art. 5a, PW 28.6.2013)

Inkomsten

Aanslagvoet van de RV

Verwijzing WIB 92

Basistarief

25%

Art. 269, § 1, 1°

Dividenden van bepaalde vastgoedBEVAKS "woning"

15%

Art. 269, § 1, 3°

Dividenden van bepaalde aandelen van KMO's (2)

20% daarna 15%

Art 269, § 2

----------

[(2) Die maatregel zal in een afzonderlijke circulaire worden besproken.]

----------

2. Voorwaarden voor de toepassing van de aanslag

9. De afzonderlijke aanslag heeft enkel betrekking op vennootschappen die een uitkering van dividenden hebben verricht in het kader van art. 537, 1e lid, WIB 92 (3) (hierna, de Verrichting).

----------

[(3) Zie de circ. van 1.10.2013 en van 13.11.2013.]

----------

10. Zij heeft, in voorkomend geval, enkel betrekking op het belastbaar tijdperk (b.t.) waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden, hetzij in 2013 of in 2014 (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 9 en circ. van 13.11.2013).

Volgens art. 537, 1e lid, WIB 92, moet de inbreng in het kapitaal plaatsvinden tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit ten laatste op 30.9.2014.

Dit heeft als gevolg dat de afzonderlijke aanslag in principe kan worden gevestigd voor het aj. 2013 of het aj. 2014.

Rekening houdend met de versoepeling zoals bedoeld in de circ. van 13.11.2013 kan het voorkomen dat het formaliseren van de beslissingen zoals deze zijn genomen op 31.12.2013 pas in 2014 gerealiseerd wordt. Gezien de voorwaarden gesteld voor de toepassing van deze versoepeling van die aard zijn dat - behalve de formalisering - in de feiten aan alle wettelijke voorwaarden voor het toepassen van de verlaagde aanslagvoet van 10% uiterlijk op 31.12.2013 moet voldaan zijn, zal de toepassing van de afzonderlijke aanslag ook beperkt worden tot het daarmee verbonden b.t. Dit komt overeen met de bedoeling van de wetgever om die vennootschappen te sanctioneren die hun dividendpolitiek wijzigen om de verlaagde aanslagvoet van de RV van 10% te kunnen genieten voor de uitkering van de winst van het betrokken boekjaar. Er is geenszins sprake dat deze bepaling tot doel heeft om de niet inbreng in het kapitaal te sanctioneren. Immers, indien die inbreng in kapitaal met toepassing van de versoepeling zoals voorzien in het addendum van 13.11.2013 bij de circ. van 1.10.2013 niet geformaliseerd wordt binnen de vooropgestelde termijn, zal de aanslagvoet van 10% niet behouden kunnen worden en wordt de aanslagvoet van 25% van toepassing. De afzonderlijke aanslag is dan ook zonder voorwerp.

11. De afzonderlijke aanslag kan enkel worden gevestigd indien (zie art. 537, 3e lid, WIB 92):

1. de vennootschap een positief boekhoudkundig resultaat heeft behaald tijdens het b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden;

2. EN indien er door de Algemene Vergadering (AV) gedecreteerde dividenden zijn verleend of toegekend in de loop van minstens één van de vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting.

12. Voor wat betreft de tweede voorwaarde die is opgenomen onder nr. 11, moet worden opgemerkt dat het gaat om dividenden die zijn gedecreteerd door de AV. Ter zake wordt opgemerkt dat de dividenden zoals bedoeld in de art. 186, WIB 92, en 18, 1e lid, 2°, 2°bis en 4°, WIB 92, niet in aanmerking moeten worden genomen.

De liquidatieboni zoals bedoeld in art. 18, 1e lid, 2°ter, WIB 92, dienen niet in aanmerking te worden genomen omdat een vennootschap in vereffening buiten het toepassingsgebied van art. 537, WIB 92, valt. De vennootschap wordt immers vereffend en een eventuele uitkering zal per definitie onder het gewoon regime van de liquidatiebonus vallen.

3. Vaststelling van de belastbare grondslag

13. Overeenkomstig art. 537, 3e lid, WIB 92, en de bijbehorende Parl. St., wordt de afzonderlijke aanslag gevestigd op het positieve verschil tussen de volgende twee termen:

1ste term: het product

- van het positief boekhoudkundig resultaat van het b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsge-vonden en

- van de verhouding tussen de som van de dividenden verleend of toegekend in de loop van de vijf voorafgaande b.t. en de som van de positieve boekhoudkundige resultaten van die b.t.

2de term:

de dividenden die effectief zijn verleend of toegekend als winst van het b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden.

Bijgevolg wordt de belastbare grondslag van de afzonderlijke aanslag op de volgende manier geformuleerd:

∑ dividenden (bt-1 tot bt-5)

Belastbare grondslag = BW btVerrichting x _____________________ - dividenden btVerrichting

∑ BW (bt-1 tot bt-5)

Met:

- BW = boekhoudkundige winst;

- btVerrichting = b.t. waarin de Verrichting zich voordoet.

14. Indien de berekening van de belastbare grondslag een negatief resultaat geeft, zal de afzonderlijke aanslag niet worden gevestigd (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 11, voorbeeld C).

15. In het geval een vennootschap in het verleden dividenden heeft uitgekeerd waarvan de bedragen de boekhoudkundige resultaten overschrijden, is het niet uitgesloten dat de eerste term van de formule een hoger bedrag geeft dan de boekhoudkundige winst van het b.t. waarin de Verrichting zich voordoet.

3.1. Boekhoudkundig resultaat van het belastbare tijdperk

16. De Parl. St. van de PW 28.6.2013 verduidelijken dat onder "boekhoudkundig resultaat van het belastbare tijdperk" wordt verstaan het positief resultaat zoals dit blijkt uit de jaarrekeningen opgesteld volgens de art. 92 en 93 van het W.Venn. (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 10).

Het gaat hier om het bedrag dat is opgenomen onder de boekhoudkundige post "Te bestemmen winst van het boekjaar".

De voorbeelden die zijn opgenomen in de Parl. St. bevestigen dat om de verhouding dividenden/winst met betrekking tot de referte b.t. te bepalen, er enkel rekening wordt gehouden met de positieve boekhoudkundige resultaten. Wanneer het boekhoudkundig resultaat negatief is, wordt er geen rekening mee gehouden (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 11 en de voorbeelden opgenomen onder de nrs. 24 e.v.).

3.2. Dividenden die zijn verleend of toegekend in de loop van de vijf belastbare tijdperken voorafgaand aan die van de Verrichting

17. Voor de berekening van de verhouding die gebruikt wordt in de 1ste term van de formule, worden de dividenden in aanmerking genomen die zijn verleend of toegekend in de loop van de 5 b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting (zie de bewoordingen van art. 537, 3e lid, WIB 92, en Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 10 en 11, voorbeelden).

18. Er dient dus enkel rekening gehouden te worden met de door de AV gedecreteerde dividenden zoals bedoeld in art. 18, 1e lid, 1°, WIB 92, waarvan de toekenning gebeurt in de loop van de referteperiode. Dit zijn dus de gewone dividenden, ongeacht hun oorsprong, maar niet de uitkeringen die worden beschouwd als dividenden als gevolg van bijzondere verrichtingen zoals de inkoop van eigen aandelen, de terugbetaling van kapitaal of als gevolg van de herkwalificatie van interesten van voorschotten. Deze behoren immers niet tot de dividendpolitiek van de vennootschap.

Voor het begrip toekenning wordt verwezen naar de nrs. 261/28 e.v., Com.IB 92.

19. Voor een vennootschap die haar jaarrekening afsluit op 31.12 en die de Verrichting in de loop van het boekjaar 2013 heeft uitgevoerd, zal het totaal bedrag van de dividenden die in de loop van de jaren 2008 tot en met 2012 zijn verleend of toegekend in aanmerking worden genomen.

Het feit dat, door de toepassing van de versoepeling zoals bepaald in de circ. van 13.11.2013, de formalisering van de inbreng in kapitaal pas na 31.12 gebeurt, wijzigt niets aan die regel.

3.3. Dividenden die effectief zijn verleend of toegekend als winst van het belastbare tijdperk van de Verrichting

20. Wat betreft de omschrijving van "de dividenden die effectief zijn verleend of toegekend aan de aandeelhouders als winst van het b.t. waarin de bedoelde verrichting heeft plaatsgevonden", kan er worden verwezen naar de dividenden die door de vennootschap zijn verleend of toegekend met betrekking tot het boekjaar waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden, maar andere dan de dividenden die worden bedoeld in art. 537, 1e lid, WIB 92 (dividenden die onderworpen zijn aan een RV van 10% overeenkomstig het voormeld art. 537; zie circ. van 1.10.2013).

Bijgevolg moeten, voor een vennootschap die haar jaarrekening afsluit op 31.12 en die de Verrichting heeft uitgevoerd in de loop van het boekjaar 2013, de dividenden die in aanmerking worden genomen voor de 2de term van de formule de dividenden zijn die zijn verleend of toegekend en die betrekking hebben op het boekjaar 2013. Die dividenden zullen begrepen zijn in de winst die voor het aj. 2014 belastbaar is in de Ven.B.

21. Worden eveneens bedoeld, in voorkomend geval, de dividenden die hun oorsprong vinden in de uitkering van belaste reserves maar die niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een inbreng in kapitaal in het kader van art. 537, 1e lid, WIB 92 (zie hiervoor, circ. van 1.10.2013, nrs. 13 en 14).

De toekenning van een interimdividend wordt in voorkomend geval eveneens bedoeld.

In de huidige stand van de wetgeving zijn die dividenden in principe onderworpen aan een RV van 25% (zie art. 269, § 1, 1°, WIB 92 - en nr. 8).

4. Tarief van de afzonderlijke aanslag

22. Overeenkomstig art. 537, 4e lid, WIB 92, is de afzonderlijke aanslag gelijk aan 15% van de belastbare grondslag zoals bedoeld in nr. 13.

5. Verworpen uitgave

23. Die aanslag wordt niet beschouwd als een beroepskost (zie art. 537, 4e lid, WIB 92). Zij wordt bijgevolg opgenomen onder de belastbare winst als verworpen uitgave.

6. Voorbeelden

24. Deze voorbeelden komen uit de voorbereidende werkzaamheden van de PW 28.6.2013 (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 10 en 11).

Voorbeeld 1 (in EUR)

25. Een vennootschap sluit haar rekeningen af per kalenderjaar.

In 2013 voert zij de Verrichting zoals bedoeld in art. 537, 1e lid, WIB 92, uit door een dividend van 15.000 uit te keren afkomstig van haar belaste reserves en dat dividend onmiddellijk in te brengen in het maatschappelijk kapitaal voor een netto-bedrag van 13.500 (toepassing van de verlaagde aanslagvoet van de RV van 10%) (4).

----------

[(4) Zie de circ. van 1.10.2013.]

----------

Het boekhoudkundig resultaat van de vennootschap en de uitgekeerde dividenden voor de b.t. 2008 tot en met 2012 zijn de volgende:

b.t.

Boekhoudkundig resultaat

Uitgekeerde dividenden

1.1. tot 31.12.2008

+ 2.000

200

1.1. tot 31.12.2009

+ 1.000

100

1.1. tot 31.12.2010

+ 2.500

200

1.1. tot 31.12.2011

+ 1.500

100

1.1. tot 31.12.2012

+ 3.000

400

Het boekhoudkundig resultaat voor het b.t. 2013 bedraagt 4.000 en de "gewone" dividenden die zijn verleend met betrekking tot het boekjaar 2013 bedragen 300.

- de boekhoudkundige winst van het jaar 2013 (b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden): 4.000

- de som van de dividenden die zijn verleend in de loop van de jaren 2008 tot en met 2012 (vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting): (200 + 100 + 200 + 100 + 400) = 1.000

- de som van de boekhoudkundige winst van de jaren 2008 tot en met 2012 (vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting): (2.000 + 1.000 + 2.500 + 1.500 + 3.000) = 10.000

- de "gewone" dividenden met betrekking tot de winst van het b.t. 2013 (b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden): 300

De belastbare grondslag van de afzonderlijke aanslag bedraagt 100, hetzij

[(4.000 x 1.000/10.000) - 300].

Voorbeeld 2

26. De gegevens zijn identiek met die van voorbeeld 1, behalve het boekhoudkundig resultaat en de uitgekeerde dividenden voor de b.t. 2008 en 2009:

b.t.

Boekhoudkundig resultaat

Uitgekeerde dividenden

1.1. tot 31.12.2008

+ 3.000

300

1.1. tot 31.12.2009

- 1.000

0

1.1. tot 31.12.2010

+ 2.500

200

1.1. tot 31.12.2011

+ 1.500

100

1.1. tot 31.12.2012

+ 3.000

400

Het boekhoudkundig resultaat voor het b.t. 2013 bedraagt 4.000 en de "gewone" dividenden die zijn verleend met betrekking tot het boekjaar 2013 bedragen 300.

- de boekhoudkundige winst van het jaar 2013 (b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden): 4.000

- de som van de dividenden die zijn verleend in de loop van de jaren 2008 tot en met 2012 (vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting): (300 + 0 + 200 + 100 + 400) = 1.000

- de som van de boekhoudkundige winst van de jaren 2008 tot en met 2012 (vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting):

(3.000 + 0 + 2.500 + 1.500 + 3.000) = 10.000

Opm.: het negatief boekhoudkundig resultaat voor het b.t. 2009 wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de 1ste term (zie nr. 16).

- de "gewone" dividenden met betrekking tot de winst van het b.t. 2013 (b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden): 300

De belastbare grondslag van de afzonderlijke aanslag bedraagt 100, hetzij

[(4.000 x 1.000/10.000) - 300].

Voorbeeld 3

27. De gegevens zijn identiek met die van voorbeeld 1, behalve het boekhoudkundig resultaat en de uitgekeerde dividenden voor de b.t. 2008 en 2009:

b.t.

Boekhoudkundig resultaat

Uitgekeerde dividenden

1.1. tot 31.12.2008

+ 3.000

300

1.1. tot 31.12.2009

- 1.000

0

1.1. tot 31.12.2010

+ 2.500

200

1.1. tot 31.12.2011

+ 1.500

100

1.1. tot 31.12.2012

+ 3.000

400

Het boekhoudkundig resultaat voor het b.t. 2013 bedraagt 4.000 en de "gewone" dividenden die zijn verleend met betrekking tot het boekjaar 2013 bedragen 500.

- de boekhoudkundige winst van het jaar 2013 (b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden) : 4.000

- de som van de dividenden die zijn verleend in de loop van de jaren 2008 tot en met 2012 (vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting): (300 + 0 + 200 + 100 + 400) = 1.000

- de som van de boekhoudkundige winst van de jaren 2008 tot en met 2012 (vijf b.t. voorafgaand aan die van de Verrichting):

(3.000 + 0 + 2.500 + 1.500 + 3.000) = 10.000

Opm.: het negatief boekhoudkundig resultaat voor het b.t. 2009 wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de 1ste term (zie nr. 16).

- de "gewone" dividenden met betrekking tot de winst van het b.t. 2013 (b.t. waarin de Verrichting heeft plaatsgevonden): 500

Het verschil dat wordt berekend overeenkomstig art. 537, 3e lid, WIB 92, is negatief (gelijk aan -100, hetzij [(4.000 x 1.000/10.000) - 500]).

Bijgevolg zal de vennootschap niet onderworpen worden aan de afzonderlijke aanslag (zie nr. 14).

V. ALGEMENE ANTI-MISBRUIKBEPALING - ART. 344, WIB 92

28. De vermelding van anti-misbruikbepalingen voor specifieke toekenningen in de bepalingen van art. 537, WIB 92, zelf, verhindert niet dat de administratie kan teruggrijpen naar de algemene anti-misbruikbepaling van art. 344, WIB 92, om andere vastgestelde anomalieën te bestrijden (zie Parl. St., Kamer, DOC 53 2853/001, blz. 13 en 2853/014, blz. 11).

VI. INWERKINGTREDING

29. Overeenkomstig art. 7, 3e lid, PW 28.6.2013, treedt art. 537, WIB 92, in werking vanaf 1.7.2013 en kan slechts worden toegepast op de inbrengen die tot stand zijn gekomen in het boekjaar dat afgesloten wordt vóór 1.10.2014.

Elke wijziging die vanaf 1.5.2013 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van art. 537, WIB 92 (zie art. 7, 5e lid, PW 28.6.2013).

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit:

Roland ROSOUX

Adviseur-generaal dd. - Auditeur-generaal van financiën dd.