Circulaire 2017/C/37 betreffende het fiscaal statuut van asielzoekers
Commentaar op de wet van 25.12.2016 tot wijziging van de artikelen 4 en 243/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen ; onderworpenheid ; fiscaal regime van asielzoekers ; belastingkrediet voor kind ten laste
FOD Financiën, 14.06.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
Inhoudstafel
III. Bedoelde belastingplichtigen
IV. Fiscaal statuut van asielzoekers
I. Inleiding
1. De wet van 25.12.2016 tot wijziging van de artikelen 4 en 243/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (W 25.12.2016) past het belastingregime van bepaalde asielzoekers die zijn ingeschreven in het wachtregister aan, door ze aan de belasting van niet-inwoners natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) te onderwerpen en niet langer aan de personenbelasting (PB).
2. Deze wet voert het regeerakkoord uit. Dit regeerakkoord voorziet de invoering van een regeling die de mogelijkheid tot het verkrijgen van een belastingkrediet voor bepaalde asielzoekers zonder beroepsinkomsten beperkt.
II. Wetswijzigingen
3. De artikelen 2, 3 en 4, W 25.12.2016 (BS 30.12.2016) bepalen het volgende:
Art. 2
Artikel 4 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende:
'4° de natuurlijke personen ingeschreven in het wachtregister overeenkomstig artikel 1, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met uitzondering van de personen die vóór hun inschrijving in het wachtregister hun zetel van fortuin reeds in België hadden gevestigd en van de echtgenoten van belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting voor zover die echtgenoten zich niet in één van de in artikel 126, § 2, eerste lid, 1° tot 3° vermelde gevallen bevinden.'.
Art. 3
In artikel 243/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, wordt een bepaling onder 1°bis ingevoegd, luidende:
'1°bis het in artikel 134, § 3, vermelde belastingkrediet niet wordt verleend aan een in artikel 4, 4°, bedoelde persoon voor wie de gronden van belastbaarheid in de belasting van niet-inwoners om een andere reden dan overlijden vóór 31 december zijn weggevallen of voor wie die gronden van belastbaarheid na 1 januari zijn ontstaan;'.
Art. 4
Deze wet is van toepassing met ingang van het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk dat aanvangt op 1 januari 2017.
III. Bedoelde belastingplichtigen
4. Art. 2, W 25.12.2016 voegt aan art. 4, WIB 92, een nieuwe categorie van niet aan de PB onderworpen personen toe. Het betreft dus een nieuwe categorie van personen die volgens art. 227, 1°, WIB 92, onderworpen zijn aan de BNI/nat.pers.
Deze nieuwe categorie beoogt bepaalde natuurlijke personen die zijn ingeschreven in het wachtregister overeenkomstig artikel 1, § 1, eerstelid, 2°, van de wet van 19.07.1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 08.08.1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen (W 19.07.1991).
Het betreft dus bepaalde asielzoekers die zijn ingeschreven in het wachtregister.
5. Worden niet beoogd:
- de asielzoekers die reeds hun zetel van fortuin (1) in België gevestigd hadden, en dus vóór hun inschrijving in het wachtregister als rijksinwoner werden beschouwd
- de asielzoekers waarvan de echtgenoot (of wettelijk samenwonende partner) onderworpen is aan de PB, als deze echtgenoten niet als alleenstaanden worden belast, op basis van art. 126, § 2, eerste lid, 1° tot 3°, WIB 92 (een dergelijke aanslag als alleenstaande vindt plaats voor het jaar van het huwelijk, het jaar van de wettelijke samenwoning, het jaar van de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed alsook voor het jaar dat volgt na dat van de feitelijke scheiding)
- de asielzoekers waarvan de echtgenoot (of wettelijk samenwonende partner) onderworpen is aan de PB en deze echtgenoten uitsluitend op basis van art. 126, § 2, eerste lid, 4°, WIB 92, als alleenstaanden worden belast (een dergelijke aanslag als alleenstaande vindt plaats wanneer de echtgenoot beroepsinkomsten verkrijgt van meer dan 6.700 euro (te indexeren) die zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud)
- de asielzoekers die in een andere hoedanigheid in de bevolkingsregisters zijn ingeschreven
- de personen die in het wachtregister zijn ingeschreven op basis van de door artikel 1, § 1, 3de lid, W 19.07.1991 verleende machtiging aan de Koning om de inschrijving in het wachtregister voor te schrijven van andere vreemde onderdanen die zich in een onzekere administratieve toestand van verblijf in België bevinden, die hun inschrijving of het behoud ervan in de bevolkingsregisters niet mogelijk maakt. Het gaat bijvoorbeeld om de burgers van de Europese Unie die bij de gemeente een verklaring van inschrijving aanvragen en door de gemeente onmiddellijk worden ingeschreven, in het wachtregister in afwachting van de uitvoering van de woonstcontrole
- de personen die in het vreemdelingenregister zijn ingeschreven. Het gaat om vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden in België, zoals vb. buitenlandse studenten en buitenlandse werknemers met een verblijfsvergunning.
(1) De plaats van waaruit het fortuin wordt beheerd en die uiteraard door een bepaalde eenheid wordt gekenmerkt (Cass., 7.2.1979, Prade G., Bull. 611, blz. 2713).
De plaats van het vermogen van de belastingschuldige, met dien verstande dat die uitdrukking niet de plaats bedoelt waar de goederen die het vermogen uitmaken gelegen zijn, doch wel de plaats van waaruit de eigenaar die ze beheert of toezicht houdt over hun beheer de zetel heeft van zijn zaken of van zijn bezigheden (Antwerpen, 18.2.1982, S.S., Fiscale Jurisprudentie, 82/71).
IV. Fiscaal statuut van asielzoekers
6. De niet-rijksinwoners, met inbegrip van de in artikel 4, WIB 92, vermelde personen, zijn volgens art. 227, 1°, WIB 92, onderworpen aan de BNI/nat.pers. De asielzoekers vermeld in artikel 4, 4°, WIB 92, zijn dus onderworpen aan de BNI/nat.pers.
7. De verankering om ze uit te sluiten van de personenbelasting heeft in de meeste gevallen tot gevolg dat de betrokken personen geen aangifte moeten indienen, noch een aangifte in de PB, noch een aangifte in de BNI/nat.pers., tenzij ze in België inkomsten verwerven die bij toepassing van art. 232, WIB 92, moeten worden aangegeven in een aangifte BNI/nat.pers.
a. Niet-inwoners bedoeld in art. 243, WIB 92
8. Voor in art. 4, 4°, WIB 92, bedoelde asielzoekers die niet voldoen aan de 75 %-regel (zij hebben tijdens het ganse belastbaar tijdperk in België belastbare beroepsinkomsten verkregen die minder dan 75 % bedragen van het geheel van hun in dat belastbaar tijdperk verkregen beroepsinkomsten van Belgische en buitenlandse oorsprong), wordt de belasting berekend volgens art. 243, WIB 92.
9. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat deze personen zijn uitgesloten van het belastingkrediet voor kinderen ten laste, bedoeld in art. 134, § 3, WIB 92.
b. Niet-inwoners bedoeld in art. 243/1, WIB 92
10. Voor asielzoekers, bedoeld in art. 4, 4°, WIB 92, die voldoen aan de 75%-regel (zij hebben tijdens het ganse belastbaar tijdperk in België belastbare beroepsinkomsten verkregen die ten minste 75% bedragen van het geheel van hun in dat belastbaar tijdperk verkregen beroepsinkomsten van Belgische en buitenlandse oorsprong), wordt de belasting berekend volgens art. 243/1, WIB 92.
11. Dit betekent dat deze personen het in art. 134, § 3, WIB 92, bedoelde belastingkrediet voor kinderen ten laste kunnen krijgen.
12. Het belastingkrediet voor kinderen ten laste mag echter niet worden toegekend wanneer de gronden van belastbaarheid in de BNI/nat.pers. om een andere reden dan overlijden vóór 31 december zijn weggevallen of wanneer die gronden van belastbaarheid na 1 januari zijn ontstaan.
13. Deze bepaling vermijdt de dubbele toekenning van een belastingkrediet voor eenzelfde kalenderjaar dat in twee belastbare tijdperken wordt opgesplitst.
De gronden van belastbaarheid in de BNI/nat.pers. zijn vóór 31 december weggevallen
14. Het kalenderjaar waarin de asielzoeker, met de hoedanigheid van niet-inwoner, wordt erkend als vluchteling wordt gesplitst in twee belastbare tijdperken:
- een belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige als asielzoeker onderworpen is aan de BNI/nat.pers.
en
- een belastbaar tijdperk, dat aanvangt van zodra hij de status van vluchteling verkrijgt en gedurende hetwelk hij onderworpen is aan de PB.
In die situatie kan het belastingkrediet voor kinderen ten laste niet worden toegekend voor het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige onderworpen is aan de BNI/nat.pers. Hij zal echter het belastingkrediet kunnen verkrijgen in de PB, indien aan alle voorwaarden is voldaan.
15. Als de asielzoeker huwt of wettelijk gaat samenwonen met een rijksinwoner, dan blijft de asielzoeker voor het volledige jaar (het ganse belastbaar tijdperk) onderworpen aan de BNI/nat.pers. Voor dat jaar worden de echtgenoten immers volgens art. 126, § 2, 1°, WIB 92, als alleenstaanden belast. Hij zal het belastingkrediet kunnen verkrijgen, als hij voldoet aan de 75 %-regel.
16. Als de asielzoeker huwt of wettelijk gaat samenwonen met een rijksinwoner die beroepsinkomsten verkrijgt van meer dan 6.700 euro (te indexeren) die zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud, dan zal hij vanaf zijn huwelijk (of zijn wettelijke samenwoning) onderworpen zijn aan de PB en belast worden als alleenstaande. Als hij belastbare en regulariseerbare inkomsten verkrijgt, zal hij als alleenstaande een aangifte in de BNI/nat.pers. moeten indienen (aanslagjaar speciaal) en er de verkregen inkomsten van 1 januari tot de datum van zijn huwelijk in vermelden. Hij zal het belastingkrediet niet kunnen verkrijgen voor dat aanslagjaar.
De gronden van belastbaarheid in de BNI/nat.pers. zijn pas na 1 januari ontstaan
17. De asielzoeker die gehuwd is (of wettelijk samenwoont) met een rijksinwoner is onderworpen aan de PB, als een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd (met uitzondering van nr. 16).
18. Voor het jaar van echtscheiding (of ontbinding van de wettelijke samenwoning) is de asielzoeker vanaf de echtscheiding onderworpen aan de BNI/nat.pers. Hij zal als alleenstaande een aangifte in de PB indienen (aanslagjaar speciaal) en er de verkregen inkomsten van 1 januari tot de datum van de echtscheiding in vermelden. In voorkomend geval kan hij het belastingkrediet voor kinderen ten laste verkrijgen. De inkomsten verkregen vanaf de echtscheiding tot 31 december moeten worden vermeld in een aangifte BNI/nat.pers. (normaal aanslagjaar). De asielzoeker kan voor dat aanslagjaar geen belastingkrediet verkrijgen, ook al voldoet hij aan de 75 %-regel.
Deze bepalingen gelden mutatis mutandis bij overlijden van de echtgenoot van de asielzoeker.
V. Inwerkingtreding
19. De wetswijzigingen zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbaar tijdperk dat aanvangt op 01.01.2017.
Interne ref.: 709.729
