Circulaire nr. 6/2000 dd. 25.05.2000

Circulaire nr. 6/2000 dd. 25.05.2000

Onteigeningsvergoeding
Interesten (wet van 6 april 2000)

In het Belgisch Staatsblad van 17 mei 2000 (blz.15.709) is de wet van 6 april 2000 verschenen tot wijziging, wat de interesten op het terug te betalen gedeelte van de onteigeningsvergoeding betreft, van artikel 18 van de wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemene nutte en artikel 21 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte.

Deze wet treedt in werking op: 1 JUNI 2000

De interestvoet voor de basis-herfinancieringstransacties van de Europese Centrale Bank waarvan sprake in de artikelen 2 en 3 van de wet bedraagt:

vanaf

5 januari 1999:

3 %

vanaf

13 april 1999:

2,5 %

vanaf

8november199:

3 %

vanaf

8 februari 2000:

3,25 %

vanaf

21maart 2000:

3,5 %

vanaf

4 mei 2000:

3,75 %

De evolutie van deze rentevoet kan geraadpleegd worden onder de noemer "voornaamste rentevoeten van de monetaire politiek van het ESCB" van Belgo-Stat., die kan geraadpleegd worden via de website van de Nationale Bank van België: http:// www.nbb.be, menu statistieken.

Voor de berekening van de interesten geldt de regel dat de nieuwe rentevoet geldt vanaf de dag die aangeduid wordt in de statistiek van de "voornaamste rentevoeten van het monetair beleid van het eurosysteem", zoals opgenomen in het Statistisch tijdschrift van de Nationale Bank van België (tabel 19.1.2).

De Directeur-generaal,

D. DE BRONE

BIJLAGE

6 APRIL 2000. - Wet tot wijziging, wat de interesten op het terug te betalen gedeelte van de onteigeningsvergoeding betreft, van artikel 18 van de wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemene nutte en artikel 21 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte (1)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.


De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

Art. 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Artikel 18 van de wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemene nutte, wordt aangevuld met het volgende lid:

« Indien het vonnis dat de vergoeding heeft vastgesteld, wordt veranderd en het arrest het bedrag ervan heeft verminderd en de onteigende dan ook heeft veroordeeld tot de terugbetaling van het bedrag dat hij teveel heeft ontvangen, is hij op dit bedrag de burgerlijke vruchten verschuldigd die hij heeft gewonnen of vermocht te winnen tot op datum van de veroordeling tot terugbetaling. Deze vruchten zijn steeds gelijk aan de interestvoet van de Deposito- en Consignatiekas voor de periode dat de gelden aldaar geconsigneerd bleven en aan de interestvoet voor de basisherfinancieringstransacties van de Europese Centrale Bank vanaf de afhaling ervan. Voor de periode voorafgaand aan 1 januari 1999 bedragen de vruchten, voor de periode vanaf de afhaling van de Deposito- en Consignatiekas, 3 pct. ».

Art. 3. Artikel 21 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte, wordt vervangen als volgt:

« Art. 21. Indien in de loop van de procedure, de onteigeningsvergoeding bij rechterlijke uitspraak wordt verminderd en de onteigende dan ook wordt veroordeeld tot de terugbetaling van het bedrag dat hij teveel heeft ontvangen, is hij op dit bedrag de burgerlijke vruchten verschuldigd die hij heeft gewonnen of vermocht te winnen tot op datum van de veroordeling tot terugbetaling. Deze vruchten zijn steeds gelijk aan de interestvoet van de Deposito- en Consignatiekas voor de periode dat de gelden aldaar geconsigneerd bleven en aan de interestvoet voor de basisherfinancieringstransacties van de Europese Centrale Bank vanaf de afhaling ervan. Voor de periode voorafgaand aan 1 januari 1999 bedragen de vruchten, voor de periode vanaf de afhaling van de Deposito- en Consignatiekas, 3 pct. ».

Art. 4. Deze wet treedt in werking de eerste dag van de maand na die waarin ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Zij is van toepassing op de gedingen die, op het ogenblik van de inwerkingtreding ervan, nog niet zijn beslecht door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 6 april 2000.

ALBERT


Van Koningswege:

De Minister van Financiën,

D. REYNDERS

Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,

M. VERWILGHEN

_______
Nota
(1) Parlementaire verwijzigingen:
Zitting 1999-2000
Kamer van volksvertegenwoordigers.
B.Z. 1999
Doc 50 0098:
001 : Wetsvoorstel ingediend door de heer S. Verherstraeten.
002 : Amendementen.
003 : Verslag namens de Commissie voor de Financiën en de Begroting.
004 : Tekst aangenomen door de commissie.
005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.
Handelingen : 17.02.2000
Senaat.
Zitting 1999/2000
Doc 2 - 344
Nr. 1: Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Nr. 2: Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.