Aanschrijving nr. 1 dd. 16.02.1977

AANSCHRIJVING 77/001

Aanschrijving nr. 1 dd. 16.02.1977


Wet van 24 december 1976
Wijziging van artikel 91 van het BTW-wetboek


1. In het Belgisch Staatsblad van 28 december 1976 werd de wet van 24 december 1976 gepubliceerd met betrekking tot de budgettaire voorstellen 19761977.

2. De artikelen 12 en 14, 3°, van deze wet waarvan de tekst hierbij gaat, vervangen vanaf 1 januari 1977 de eerste drie paragrafen van artikel 91 van het BTW-Wetboek.

3. Deze aanschrijving heeft tot doel deze nieuwe bepalingen toe te lichten.

Artikel 91, § 1.

4. Artikel 91, § 1 (nieuw), van het Wetboek bevat drie wijzigingen.

5. In de eerste plaats wordt van 0,60 pct. op 1 pct. gebracht, het percentage van de maandelijkse interest die van rechtswege opeisbaar is wegens niet tijdige betaling van de belasting verschuldigd door belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van periodieke aangiften, met inbegrip van de niet tijdig verrichte herzieningen door die belastingplichtigen (z. aanschrijving van 13 december 1972, nr. 115, §§ 38 en 39) evenals wegens niet tijdige betaling van de bij invoer verschuldigde belasting.

6. In de tweede plaats voorziet de nieuwe tekst in de betaling van een interest van 1 pct. per maand vertraging door toevallige belastingplichtigen bedoeld in artikel 8, §§ 2 en 3, van het Wetboek die, bij gehele of gedeeltelijke vervreemding onder bezwarende titel van een nieuw gebouw als bedoeld in artikel 9, § 3, van het Wetboek, de belasting niet hebben voldaan binnen de in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 14, van 3 juni 1970 bepaalde termijn (Belgisch Staatsblad van 5 juni 1970).

Vroeger was in dit geval de verwijlinterest niet van rechtswege verschuldigd; een moratolre interest was slechts verschuldigd voLgens de regels en tegen de rentevoet die gelden in burgerlijke zaken (z. nr. 16).

7. Tenslotte wordt het bedrag beneden hetwelk de interest van een maand niet wordt gevorderd, van 50 F op 100 F gebracht.

Artikel 91, § 2.

8. Door de wijziging van artikel 91, § 2, van het Wetboek wordt eveneens van 0,60 pct. op 1 pct. gebracht, het percentage van de maandelijkse interest die van rechtswege verschuldigd is over het supplement van de belasting, dat gevorderd wordt wanneer de in artikel 59, § 2, van het Wetboek bedoelde procedure uitwijst dat de belasting werd voldaan over een maatstaf die lager is dan de normale waarde van een gebouw of van werk in onroerende staat met betrekking tot een op te richten gebouw (z. ook het koninklijk besluit nr. 15, van 3 juni 1970, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 juni 1970).

9. Het bedrag beneden hetwelk de interest bedoeld in nr. 8 niet wordt gevorderd, beloopt voortaan ook 100 F per maand.

Artikel 91, § 3.

10. Artikel 91, § 3, van het Wetboek betreft de interest verschuldigd door de Staat over het belastingkrediet dat op het einde van een kalenderjaar bestaat in het voordeel van een belastingplichtige en dat niet werd terugbetaald op 31 maart van het volgend jaar (z. art. 76, eerste lid, van het Wetboek).

11. De volgende wijzigingen zijn door de nieuwe tekst ingevoerd:

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 28 december 1976

DIENSTEN VAN DE EERSTE MINISTER

24 december 1976 - Wet betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977.

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

HOOFDSTUK I. - Fiscale maatregelen

Afdeling 6. - Wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

Art. 12. In artikel 91 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, worden de §§ 1, 2 en 3 vervangen door de volgende bepalingen:

"Artikel 91. § 1. Een interest van 1 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd wanneer de belasting niet voldaan is:

1° binnen de termijn die ter uitvoering van de artikelen 50 en 51 is gesteld;

2° binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 52 is gesteld, voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 8, §§ 2 en 3.

"De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde belasting, afgerond op het duizendtal naar beneden. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.

"De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 100 F bereikt.

"§ 2. Wanneer de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting werdvoldaan over een ontoereikende maatstaf, is van rechtswege een interest van 1 pct. per maand verschuldigd te rekenen vanaf de inleidende daad van de procedure; die interest wordt op de in § 1 bepaalde wijze berekend.

"§ 3. Een interest van 1 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven met toepassing van artikel 76, eerste lid, te rekenen van het verstrijken van de in dat artikel bepaalde termijn.

De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het duizendtal naar beneden. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.

De interest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 100 F bereikt."

...

Afdeling7. - Slotbepalingen

Art. 14. De beschikking van :

...

...

3° de artikelen 4, 10, 11 en 12 van 1 januari 1977 af;

...

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 24 december 1976.

Boudewijn
Van Koningswege :

De Eerste Minister,
L. Tindemans

De Minister van Financiën,
W. De Clercq

De Minister voor Begroting,
G. Geens

Gezien en met 's Lands zegel gezegeld :

De Minister van Justitie,
H. Vanderpoorten

a) het percentage van de maandelijkse interest dat vroeger 0,50 pct. bedroeg, wordt verhoogd tot 1 pct.,

b) het bedrag beneden hetwelk de interest van een maand aan de betrokken belastingplichtige niet wordt toegekend wordt van 50 F op 100 F gebracht.

Inwerkingtreding.

12. Deze nieuwe bepalingen treden in werking op 1 januari 1977.

13. Zij brengen echter geen enkele wijziging teweeg aan de wijze waarop de interest wordt berekend.

Die wordt immers nog steeds per maand berekend, waarbij ieder begonnen tijdvak van een maand voor een gehele maand wordt berekend.

14. Het nieuwe percentage van 1 pct. moet bijgevoig worden toegepast vanaf de eerste periode van een maand die aanvangt na 31 december 1976 en dat voor alle gevallen waarin op grond van de nieuwe bepalingen deinterest van rechtswege na die datum opeisbaar wordt.

Wanneer de interest reeds ambtshalve liep voor 1 januari 1977, blijft hij ten aanzien van de voor die datum verlopen of begonnen maandelijkse perioden verschuldigd tegen het oude tarief (0,6 pct.).

15. Voor zover als nodig wordt erop gewezen dat voor de in artikel 91, b 1, eerste lid, 2° (nieuw) van het Wetboek (z. nr. 6) genoemde gevallen, de door de bedoelde belastingplichtigen op 31 december 1976 verschuldigde sommen slechts van rechtswege interest opbrengen vanaf 1 januari 1977.

De beslissing van 29 januari 1974, nr. E.T. 17.497, gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 15, blz. 211- 212, nr. 464, vervalt vanaf 1 januari 1977, in zover ze betrekking heeft op de interesten die krachtens artikel 91 van het Wetboek opeisbaar zijn.

16. Tenslotte wordt de aandacht erop gevestigd dat bij ontstentenis van wijziging van artikel 91, § 4, van het Wetboek, steeds de rentevoet die geldt in burgerlijke zaken (thans 8 pct.) van toepassing is wanneer de Staat, in andere gevallen dan die bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van het Wetboek, vervolgingen inzake BTW instelt.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
A. BARBE