Circulaire nr. Ci.RH.872/451.829 dd. 22.09.1993
Bull. nr. 732, pag. 3080
BEZWAARSCHRIFT
Moratoriuminterest.
Onderzoek van het bezwaarschrift.
Onroerende voorheffing.
MORATORIUMINTEREST
Terugbetaling met moratoriuminterest.
Terugbetaling van de onroerende voorheffing.
ONROERENDE VOORHEFFING
Terugbetaling van de onroerende voorheffing.
1. In recente arresten betreffende de toekenning van MI bij terugbetaling van OV had het Hof van Cassatie verwarring doen ontstaan door achtereenvolgens te beslissen:
De arresten van 14.05.1992 in de zaak CLAUS en van 18.12.1992 in de zaak ELECTRABEL zijn in dit Bull. gepubliceerd (zie rubriek "Rechtspraak", III en V).
2. In een arrest in de zaak GILISSEN-THONON, dat volledig identiek is aan het arrest van 18.12.1992, heeft het Hof van Cassatie op 21.01.1993 opnieuw geoordeeld dat de OV een belasting is, zodat bij terugbetaling MI verschuldigd is. Ook de cassatiearresten van 28.01.1993 inzake DELHALLE, 28.05.1993 inzake MAES en 28.05.1993 inzake MOMMENS oordelen eveneens in dezelfde zin.
3. Er is beslist deze rechtspraak te volgen en voortaan MI toe te kennen bij iedere gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een aanslag in de OV.
4. Aangezien de, thans herroepen, beslissing om geen MI meer toe te kennen bij terugbetalingen inzake OV eveneens gesteund was op rechtspraak van het Hof van Cassatie, heeft de administratie beslist dat de MI enkel worden toegekend op de terugbetalingen van OV ingevolge ontheffingen die na 21.01.1993 (datum van het arrest in de zaak GILISSEN-THONON) worden verleend.
5. Ook moet voortaan in iedere beslissing waarbij een ontheffing wordt verleend, uitdrukkelijk worden vermeld of de verleende ontheffing in principe aanleiding geeft tot de toekenning van MI. In de beslissing moet daarenboven ook verduidelijkt worden dat de MI slechts verschuldigd zijn wanneer de ontheffing een betaalde belasting betreft.
6. Gelet op de budgettaire weerslag moeten alle ter zake nog hangende betwistingen ten spoedigste worden behandeld.
BEZWAARSCHRIFT
Moratoriuminterest.
Onderzoek van het bezwaarschrift.
Onroerende voorheffing.
MORATORIUMINTEREST
Terugbetaling met moratoriuminterest.
Terugbetaling van de onroerende voorheffing.
ONROERENDE VOORHEFFING
Terugbetaling van de onroerende voorheffing.
1. In recente arresten betreffende de toekenning van MI bij terugbetaling van OV had het Hof van Cassatie verwarring doen ontstaan door achtereenvolgens te beslissen:
| 1. | dat bij gebrek aan inkohiering van een aanslag in de PB, het verrekenbaar gedeelte van de OV moet worden terugbetaald (Cass. 12.10.1989, inzake DESSALES, Arresten Hof van Cassatie 1989-1990, blz. 198, nr. 90); |
| 2. | dat het niet-verrekenbaar gedeelte van de OV een eindbelasting is en dat de terugbetaling van dat gedeelte aanleiding geeft tot de toekenning van MI (Cass. 13.03.1992, inzake JANSSENS, Rechtskundig Weekblad 1992-1993, blz. 157); |
| 3. | dat de OV geen belasting is, zodat de gehele of gedeeltelijke terugbetaling geen aanleiding geeft tot toekenning van MI (Cass. 14.05.1992, inzake CLAUS en Cass. 21.05.1992, inzake LEGENTIL); |
| 4. | dat de door middel van het kohier gevestigde OV, zoals de PB en de Ven.B, een belasting is in de zin van art. 418, WIB 92 en dat de terugbetaling ervan voor de totaliteit aanleiding geeft tot de toekenning van MI (Cass. 18.12.1992, inzake NV ELECTRABEL). |
2. In een arrest in de zaak GILISSEN-THONON, dat volledig identiek is aan het arrest van 18.12.1992, heeft het Hof van Cassatie op 21.01.1993 opnieuw geoordeeld dat de OV een belasting is, zodat bij terugbetaling MI verschuldigd is. Ook de cassatiearresten van 28.01.1993 inzake DELHALLE, 28.05.1993 inzake MAES en 28.05.1993 inzake MOMMENS oordelen eveneens in dezelfde zin.
3. Er is beslist deze rechtspraak te volgen en voortaan MI toe te kennen bij iedere gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een aanslag in de OV.
4. Aangezien de, thans herroepen, beslissing om geen MI meer toe te kennen bij terugbetalingen inzake OV eveneens gesteund was op rechtspraak van het Hof van Cassatie, heeft de administratie beslist dat de MI enkel worden toegekend op de terugbetalingen van OV ingevolge ontheffingen die na 21.01.1993 (datum van het arrest in de zaak GILISSEN-THONON) worden verleend.
5. Ook moet voortaan in iedere beslissing waarbij een ontheffing wordt verleend, uitdrukkelijk worden vermeld of de verleende ontheffing in principe aanleiding geeft tot de toekenning van MI. In de beslissing moet daarenboven ook verduidelijkt worden dat de MI slechts verschuldigd zijn wanneer de ontheffing een betaalde belasting betreft.
6. Gelet op de budgettaire weerslag moeten alle ter zake nog hangende betwistingen ten spoedigste worden behandeld.
Bron: FisconetPlus
