Circulaire nr. Ci.R.9F/472.898 dd. 16.09.1996

CIRC 16.09.96/1

Circulaire nr. Ci.R.9F/472.898 dd. 16.09.1996


Bull. nr. 765, pag. 2181

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Frankrijk.
Grensarbeider.
Heffingsbevoegdheid.

GRENSARBEIDER
Belgische grensarbeider in Frankrijk.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

Het Hof van Cassatie heeft op 27.10.1994 een arrest gewezen met betrekking tot de bepalingen van art. 11, § 2, c van de op 10.3.1964 tussen België en Frankrijk gesloten overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting (bepalingen betreffende de grensarbeidersregeling).

Dit arrest leidt tot grote verwarring aangezien het de toepassingsmodaliteiten van bovenvermelde regeling met betrekking tot de Belgische grensarbeiders tewerkgesteld in Frankrijk in vraag blijkt te stellen.

Om enige klaarheid te scheppen dienaangaande, wordt als bijlage de tekst medegedeeld van het antwoord verstrekt door de h. Minister van Financiën op de parlementaire vraag nr. 488 gesteld op 4.7.1996 door de heer Volksvertegenwoordiger BREYNE.

Overeenkomstig dit antwoord moeten, tot nader order, de bestaande, instructies ter zake worden gevolgd (Com.Ov., Hfst. 15).

Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal,


J. MASSON


BIJLAGE

Vraag nr. 488 van de heer Paul BREYNE van 4.7.1996 (N.) (Kamer van Volksvertegenwoordigers, Document N 46 van 12.8.1996).



Inkomstenbelastingen.- Dubbelbelastingverdrag. - Frankrijk.
Het belastingsregime voor Belgische werknemers tewerkgesteld in Frankrijk wordt bepaald in het bilateraal akkoord van 15 oktober 1964. Hierin is onder meer voor de grensarbeiders een uitzonderingsregel opgenomen op het principe van belastbaarheid in het land van tewerkstelling. Hierdoor bestaan er momenteel twee categorieën Belgische werknemers in Frankrijk : de traditionele grensarbeiders die in België belastbaar zijn en de zogenaamde niet-verblijfhouders die in Frankrijk belast worden onder een voordeliger regime.

Door een arrest van het Hof van Cassatie zouden de grensarbeiders de mogelijkheid hebben te kiezen tussen belastbaarheid in het land van woonst en het land van tewerkstelling. Bovendien zijn er ook heel wat problemen in verband met de fiscaliteit voor Franse werknemers in België. Een actualisering van dit bilateraal akkoord dringt zich op.



1.Welke initiatieven heeft U al genomen ?
2.In welke richting gaat de voorgestelde oplossing ?
Antwoord : Overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, § 2, c, van de overeenkomst van 10 maart 1964 (Belgisch Staatsblad van 25 juni 1965) tussen België en Frankrijk tot voorkoming van dubbele belasting, zijn de grensarbeiders die hun hoedanigheid aantonen door het overleggen van de grenskaart welke door de tussen de verdragsluitende Staten gesloten bijzondere overeenkomsten werd ingesteld, op hun beloningen die zij in die hoedanigheid ontvangen slechts belastbaar in de Staat waarvan zij inwoner zijn.

Omdat ingevolge een EEG-verordening van 1968 aan de uitgifte van de grenskaart een einde werd gesteld, was het nodig het begrip grensarbeider opnieuw te definiëren. Met het oog daarop heeft een gemengde Frans- Belgische Commissie, die in juni 1971 is samengekomen en die overeenkomstig de bepalingen van artikel 24 van de hierboven vermelde overeenkomst heeft gehandeld, verduidelijkt dat elke loontrekker die, ongeacht zijn nationaliteit, in de grensstreek van een van beide verdragsluitende Staten werkt en zijn woonplaats in de grensstreek van de andere Staat heeft, waar hij in beginsel dagelijks terugkeert, als een grensarbeider in de zin van artikel 11, § 2, c, moet worden aangemerkt.

Formulieren werden speciaal opgesteld om de betrokkenen in staat te stellen te genieten van de belastingvrijstelling in de Staat waar zij hun activiteit uitoefenen, namelijk het formulier nr. 5206 voor Frankrijk en het formulier nr. 276 Grens (F) voor België.

Volgens het arrest in Cassatie waarnaar het geacht lid verwijst (arrest van 27 oktober 1994), zou een loontrekker die zijn woonplaats in de Belgische grensstreek heeft en die in de Franse grensstreek werkt in feite mogen kiezen om eerder in Frankrijk dan in België te worden belast, heel eenvoudig door geen formulier nr. 5206 in te dienen.

De administratie is, wat haar betreft, altijd van oordeel geweest dat het stelsel van grensarbeider geen enkel optioneel karakter heeft en dat het van rechtswege van toepassing is zodra de belastingplichtige voldoet aan de vereiste voorwaarden inzake zijn woonplaats, zijn plaats van tewerkstelling en de regelmatig terugkeer naar zijn woonplaats.

Aldus en gelet op het feit dat het arrest in kwestie het voorwerp uitmaakt van een verwijzing voor het Hof van beroep te Luik zodat het arrest nog geen definitief karakter heeft, is de administratie van oordeel dat zij zich moet houden aan de hierboven vermelde precisering die is overeengekomen met de bevoegde Franse autoriteiten.

Overigens zijn er onderhandelingen tussen de Belgische en de Franse belastingadministraties aan de gang met het oog op het sluiten van een nieuwe overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting. De verdeling van het recht tot belastingheffing van de beloningen van grensarbeiders tussen de woonplaatsstaat en de werkstaat is nog ter discussie. Welke ook de oplossing is die tot stand komt, zij zal de betrokken loontrekker niet de mogelijkheid laten hun belastingstelsel te kiezen.