Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 01.07.1993
CIRC 01.07.93/1
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 01.07.1993
Bull. nr. 730, pag. 2062
BELASTING VAN NIET-INWONERS
Belastingstelsel
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Belasting van niet-inwoners
INHOUDSTABEL Nrs. I. Inleiding................................................... III/1 II. Gewijzigde bepalingen inzake de Belasting van niet-inwoners/ natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) 1. Algemeen................................................. III/3 2. Grondslag van de belasting a) Belastbare inkomsten (art. 228, WIB 92) Wettekst.............................................. III/6 Commentaar............................................ III/7 b) Belgische inrichting (art. 229, § 3, WIB 92) Wettekst.............................................. III/23 Commentaar............................................ III/24 c) Vrijgestelde inkomsten (art. 230, WIB 92) Wettekst.............................................. III/28 Commentaar............................................ III/29 3. Samentelling van sommige inkomsten a) Maatstaf van belastingheffing (art. 232, WIB 92) Wettekst.............................................. III/30 Commentaar............................................ III/31 b) Aftrekbare bestedingen (art. 242, WIB 92) Wettekst.............................................. III/43 Commentaar............................................ III/44 4. Berekening van de belasting (art. 243. 244 en 244bis, WIB 92) a) Voorafgaande opmerking................................ III/47 b) Wettekst.............................................. III/48 c) Commentaar............................................ III/49 5. Niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen inkomsten (art. 248, WIB 92) a) Wettekst.............................................. III/60 b) Commentaar............................................ III/61 I. INLEIDING
III/1 De art. 23 tot 32, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185 - Bull. 719) hebben betrekking op de belasting van niet-inwoners (BNI).
Hierna worden alleen de maatregelen die slaan op de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) besproken, met name de art. 23, 24, 25, 27, 30, 31 en 32, W 28.7.1992.
III/2 De commentaar m.b.t. de art. 26, 28 en 29, W 28.7.1992, die inzonderheid bepalingen inzake de belasting van niet-inwoners/ vennootschappen (BNI/ven.) betreffen, zal afzonderlijk worden verspreid.
II. GEWIJZIGDE BEPALINGEN INZAKE DE BELASTING VAN NIET-INWONERS/ NATUURLIJKE PERSONEN (BNI/nat.pers.)
1. Algemeen
III/3 De wijzigingen die door de W 28.7.1992 inzake BNI/nat.pers. in het WIB 92 zijn gebracht betreffen :
III/4 Voor een goed begrip van de draagwijdte van de voormelde wijzigingen, wordt bij de bespreking van elk artikel vooreerst een beknopt overzicht gegeven van het stelsel van de BNI/nat.pers. zoals dat van toepassing is met ingang van het aj. 1991.
Nadat de BNI/nat.pers. immers fundamenteel is gewijzigd door art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V 2019, Bull. 692), dat de art. 139 tot 152, WIB (thans art. 227 tot 248, WIB 92) volledig heeft herschreven, zijn er achtereenvolgens nog verschillende wijzigingen aan het belastingstelsel van de niet-inwoners gekomen door :
III/5 De wijzigingen aan het stelsel van de BNI/nat.pers. door de W 28.7.1992 zijn voornamelijk "reparatiemaatregelen" die ertoe strekken bepaalde onvolkomenheden van de W 22.12.1989 recht te zetten of praktische verbeteringen door te voeren.
De commentaar verwijst naar de nieuwe nummering en terminologie van het WIB 92. Alleen wanneer dit voor de duidelijkheid noodzakelijk is, wordt (tussen haakjes) naar het WIB verwezen.
2. Grondslag van de belasting
a) Belastbare inkomsten (art. 228, WIB 92)
Wettekst
III/6 Art. 23, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen heeft in art. 228, § 2, WIB 92 vier wijzigingen aangebracht. Laatstbedoelde wetsbepaling luidt voortaan als volgt :
Art. 228, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De gewijzigde teksten zijn gewoon gedrukt)
§ 1. De belasting wordt uitsluitend geheven van in België verkregen inkomsten die aan de belasting zijn onderworpen.
§ 2. In die inkomsten zijn begrepen :
Commentaar
III/7 Art. 140 WIB, (thans art. 228, WIB 92), zoals ingevoegd door art. 314, W 22.12.1989, geeft een opsomming van de in de BNI belastbare inkomsten.
De nieuwe redactie van voormeld wetsartikel had hoofdzakelijk tot doel sommige inkomsten die voorheen - door een leemte in de wetgeving - ontsnapten aan de belastingheffing of die aanleiding gaven tot betwistingen i.v.m. de heffing, belastbaar te stellen, met name :
III/8 De wijzigingen in art. 228, § 2, WIB 92 door art. 23, W 28.7.1992 hebben betrekking op :
1. Winst opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen
III/9 De in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten omvatten de winst die wordt opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen. Het begrip "Belgische inrichting" wordt nader omschreven in art. 229, § 1, WIB 92.
III/10 De wijziging die door art. 23, 1°, W 28.7.1992 in art. 228, § 2, 3° (aanhef), WIB 92 wordt aangebracht, houdt verband met de omzetting in het Belgisch recht van het gedeelte "inbreng" van de richtlijn 90/434/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.7.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende Lid-Staten (zie ter zake commentaar op de art. 7 en 26, W 28.7.1992).
III/11 Die wijziging strekt ertoe de formulering van de bepalingen van de art. 228 en 231 WIB 92 (cf. art. 23, 1° en 26, W 28.7.1992) m.b.t. de Belgische inrichtingen gelijk te schakelen en te verduidelijken dat meerwaarden die worden vastgesteld of verwezenlijkt zowel op activabestanddelen van de Belgische inrichting als op de Belgische inrichting zelf, belastbaar zijn (zie Parl. Doc., Kamer, Stuk 444/9 - 91/92 (BZ), blz. 159).
2. Onroerende winst opgebracht zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen
III/12 Overeenkomstig art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92 worden de inkomsten die - zonder bemiddeling van een Belgische inrichting - voortkomen uit de vervreemding of de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten m.b.t. in België gelegen onroerende goederen, als winst gekwalificeerd (cf. art. 24, WIB 92) en als zodanig belast.
III/13 Die kwalificatie als beroepsinkomen geldt voor de inkomsten van in België gelegen onroerende goederen die in het vermogen van een nijverheids-, handels- of landbouwonderneming zijn belegd (inzonderheid worden hier de vastgoedhandelaars/natuurlijke personen beoogd).
III/14 De wijziging die art. 23, 2°, W 28.7.1992 in art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92 aanbrengt (invoeging van de woorden "of de overdracht") strekt er alleen toe een vergetelheid recht te zetten en zorgt voor de overeenstemming met de andere bepalingen van het WIB 92 die betrekking hebben op de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten (zie de art. 7, § 1, 3°, 222, 3° en 232, eerste lid, 1°, WIB 92).
3. Inkomsten uit een in België door een niet-inwonende podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid
III/15 Normaliter worden de inkomsten van niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars die in België werkzaamheden verrichten op fiscaal vlak aangemerkt als winst, baten, bezoldigingen of diverse inkomsten naargelang de omstandigheden waarin die werkzaamheden zijn verricht.
III/16 De innovatie van de W 22.12.1989 moest het mogelijk maken de inkomsten die - zonder bemiddeling van een Belgische inrichting - voortkomen uit een door een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar in België persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid als winst aan te merken (cf. art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92).
Het doel van die nieuwe bepaling was inzonderheid belastingvermijding te verhinderen wanneer die inkomsten niet aan de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar zelf, doch wel aan een derde (theaterbureau, stichting, produktiemaatschappij, artiestenvennootschap, impressario, manager, enz.) werden toegekend.
III/17 In de praktijk zijn er evenwel ernstige interpretatieproblemen gerezen i.v.m. de draagwijdte van de in nr. III/16 geciteerde wetsbepaling. De moeilijkheden betroffen zowel de regularisatie van die inkomsten in de BNI als de onderwerping ervan aan de BV.
Daarom werd het noodzakelijk geacht de inkomsten die - zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen - voortkomen uit door podiumkunstenaars of sportbeoefenaars (niet-inwoners) persoonlijk en in die hoedanigheid in België verrichte werkzaamheden, ongeacht de omstandigheden van de beroepsuitoefening (in dienstverband of zelfstandig, geregeld of toevallig) en ongeacht aan wie de inkomsten worden betaald of toegekend (aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf dan wel aan een andere natuurlijke of rechtspersoon) op te nemen in een afzonderlijke aan de BNI onderworpen categorie inkomsten.
Derhalve werd het bepaalde in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 opgeheven en ingevolge art. 23, W 28.7.1992 vervangen door een nieuw art. 228, § 2, 8°.
III/18 Die rangschikking in een afzonderlijke inkomstencategorie betekent een belangrijke vereenvoudiging en waarborgt tevens een éénvormige fiscale behandeling van die inkomsten, waarbij de omstandigheden waarin de werkzaamheden worden verricht niet moeten worden nagegaan en de uiteindelijke verkrijger van de inkomsten niet moet worden opgespoord.
III/19 Ter zake wordt benadrukt dat het invoeren van die nieuwe categorie van inkomsten tot gevolg heeft dat die inkomsten niet meer worden beoogd in art. 228, § 2, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, WIB 92; er is dus geen sprake meer van winst, baten, bezoldigingen of occasionele winst of baten wanneer vergoedingen of beloningen worden bedoeld die verband houden met door niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars in België persoonlijk en in die hoedanigheid geleverde prestaties.
III/20 Concreet kan worden gesteld dat er in de BNI belastbare inkomsten aanwezig zijn, wanneer een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar in België persoonlijk (in persoon zelf) en als zodanig (in de hoedanigheid van podiumkunstenaar of sportbeoefenaar) werkzaamheden verricht en dat daarvoor een vergoeding of beloning wordt betaald of toegekend.
Het feit dat die vergoedingen of beloningen niet aan de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar zelf worden betaald of toegekend heeft geen enkel belang meer. Daarom wordt dan ook niet meer gesproken van "inkomsten van podiumkunstenaars en sportbeoefenaars" maar wel van inkomsten (voortkomende) uit de werkzaamheden van podiumkunstenaars en sportbeoefenaars.
III/21 In art. 228, § 2, 8°, WIB 92 worden evenwel niet beoogd :
4. Diverse inkomsten
III/22 De rangschikking van de inkomsten die voortkomen uit een in België door niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid in art. 228, § 2, 8° WIB 92, heeft een vernummering meegebracht, derwijze dat de in de BNI belastbare diverse inkomsten voortaan in art. 228, § 2, 9°, WIB 92 terug te vinden zijn (cf. art. 23, 4°, in fine, W 28.7.1992).
b) Belgische inrichting (art. 229, § 3, WIB 92)
Wettekst
III/23 Art. 24, W 28.7.1992 heeft art. 229, § 3, WIB 92 vervangen door de volgende bepaling :
Art. 229, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993)
§ 1. ......... (onveranderd);
§ 2. ......... (onveranderd);
§ 3. Iedere vennoot of ieder lid van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft of die in de zin van artikel 228, § 2, 3° of 4°, in België inkomsten behaalt of verkrijgt, wordt geacht, volgens het geval, voor de toepassing van artikel 228, § 2, 3°, over een Belgische inrichting te beschikken of, voor de toepassing van artikel 228, § 2, 4°, persoonlijk in België werkzaamheden uit te oefenen.
Commentaar
III/24 Ingevolge de hervorming van de BNI door de W 22.12.1989 worden:
III/25 Vermits het begrip "Belgische inrichting" (cf. art. 229, §§ 1 en 2, WIB 92) zoals het voorkomt in de aanhef van art. 228, § 2, 3°, WIB 92 alleen nog op winst betrekking kon hebben, ontstond er een probleem van belastbaarheid in hoofde van de verkrijgers van baten, met name de leden van verenigingen van beoefenaars van vrije beroepen (maatschappen, partnerships) die in België werkzaam zijn.
III/26 Het nieuwe art. 229, § 3, WIB 92 (zoals gewijzigd door art. 24, W 28.7.1992) heeft dat probleem opgelost door te bepalen dat ieder(e) niet-inwonende vennoot of lid van een Belgische of buitenlandse burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die in België inkomsten behaalt of verkrijgt in de zin van art. 228, § 2, 4°, WIB 92 (baten die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid) wordt geacht persoonlijk in België werkzaamheden uit te oefenen voor de toepassing van diezelfde wetsbepaling.
Derhalve kunnen de niet-inwonende vennoten of leden van de beoogde vennootschappen en verenigingen in de BNI/nat.pers. worden belast op hun opnemingen en hun deel in de verdeelde en onverdeelde baten van de vennootschap of vereniging, die ingevolge de reeds vermelde fiscale transparantie als baten van de vennoten of leden zelf worden aangemerkt.
III/27 Wat betreft de niet-inwonende vennoten of leden van een Belgische burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België) of van een buitenlandse burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (die in België winst verwezenlijkt d.m.v. een Belgische inrichting als bedoeld in art. 228, § 2, 3°, WIB 92), worden die vennoten of leden - zoals vroeger - geacht zelf over een Belgische inrichting te beschikken voor de toepassing van die wetsbepaling.
c) Vrijgestelde inkomsten (art. 230, WIB 92)
Wettekst
III/28 Art. 25, W 28.7.1992 heeft in art. 230, 5°, WIB 92 de woorden "artikel 228, § 2, 8°, " vervangen door de woorden "artikel 228, § 2, 9°, "; voormeld artikel 230, 5°, luidt voortaan als volgt :
Vrijgesteld zijn :
Commentaar
III/29 De wijziging die in art. 230, 5°, WIB 92 is aangebracht (verwijzing naar art. 228, § 2, 9°, WIB 92 i.p.v. art. 228, § 2, 8°, WIB 92) is louter het gevolg van de rangschikking van de inkomsten uit de werkzaamheid van podiumkunstenaars en sportbeoefenaars in een afzonderlijke inkomstencategorie vermeld in art. 228, § 2, 8°, WIB 92, waardoor de diverse inkomsten opschuiven naar art. 228, § 2, 9°, WIB 92.
3. Samentelling van sommige inkomsten
a) Maatstaf van belastingheffing (art. 232, WIB 92)
Wettekst
III/30 Art. 27, W 28.7.1992 heeft 3 wijzigingen (zie III/32) aangebracht in art. 232, WIB 92; laatstbedoelde wetsbepaling luidt voortaan als volgt :
Art. 232, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De gewijzigde teksten zijn gewoon gedrukt)
Voor belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 1°, wordt de belasting gevestigd :
In de gevallen als vermeld in het eerste lid, 1°, wordt de belasting evenwel niet gevestigd wanneer het totale bedrag van de inkomsten van onroerende goederen lager is dan 100.000 frank.
Commentaar
III/31 Vanaf het aj. 1991 zijn er, met betrekking tot niet-inwoners/ natuurlijke personen, 3 mogelijke aanslagstelsels naargelang het soort inkomen dat in België wordt behaald of verkregen.
In alle andere gevallen is de belasting gelijk aan de geheven voorheffingen en aan de bijzondere aanslag waarvan sprake is in art. 301, WIB 92 (cf. art. 248, WIB 92).
III/32 De wijzigingen die art. 27, W 28.7.1992 in art. 232, WIB 92 heeft aangebracht betreffen :
1. Meerwaarden uit belangrijke deelnemingen
III/33 Ingevolge de hervorming van de BNI (W 22.12.1989) werden de meerwaarden uit belangrijke deelnemingen (cf. art. 90, 9°, 95, 96 en 102, WIB 92) belastbaar in de BNI/nat.pers., behoudens in zover zij niet belastbaar zijn ingevolge art. 95, WIB 92.
Die diverse inkomsten werden eveneens (in theorie) opgenomen in de belastbare grondslag van de BNI/nat.pers. (cf. art. 232, 2°, b, WIB 92), maar de belasting erop kon niet concreet worden gevorderd omdat de BNI moest gevestigd worden op het totale bedrag van de inkomsten van in België gelegen onroerende goederen en van de in België verkregen beroepsinkomsten (zie art. 232, eerste lid, 2°, in fine, WIB 92).
III/34 De thans doorgevoerde wijziging van art. 232, eerste lid, 2°, in fine, WIB 92 heeft deze anomalie verholpen en brengt mede dat de belasting in de in art. 232, eerste lid, 2°, WIB 92 bedoelde situatie wordt gevestigd op het totale bedrag van de Belgische onroerende inkomsten, de Belgische beroepsinkomsten en de in België behaalde (belastbare) meerwaarden bij de overdracht van belangrijke deelnemingen.
III/35 De in art. 232, 2°, b, WIB 92 aangebrachte wijziging is een loutere tekstwijziging die voortvloeit uit de verplaatsing van de diverse inkomsten (art. 228, § 2, 9°, h, i.p.v. art. 228, § 2, 8°, h, WIB 92).
III/36 Niet-inwoners (natuurlijke personen) die uitsluitend inkomsten behalen uit de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten m.b.t. in België gelegen onroerende goederen zijn aan en regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen op grond van het totale bedrag van hun in België verkregen onroerende inkomsten (cf. art. 232, eerste lid, 1°, WIB 92).
III/37 De vaststelling van het netto-bedrag van de belastbare inkomsten gebeurt volgens de (in de PB vigerende) regels van de art. 7 tot 16, WIB 92, rekening houdende met de bepalingen van art. 235, 1°, WIB 92 (waardoor in de regel de woningaftrek niet wordt toegepast).
III/38 Er wordt nog opgemerkt dat :
III/39 Rekening houdende met andere maatregelen die bij de hervorming van de BNI (W 22.12.1989) werden getroffen - inzonderheid de niet-toepassing van de woningaftrek, de depersonalisatie van de belasting m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis in België en de afschaffing van het forfaitaire minimuminkomen bij beschikking over een woning in België (oud art. 149, WIB) - was er evenwel een toestand ontstaan waarbij talrijke kleine aanslagen zouden moeten worden gevestigd, waarvan de opbrengst niet in verhouding staat tot de kosten voor de vestiging en de inning van de belasting (cf. Parl. Doc., Kamer, Stuk 444/9 - 91/92 (BZ), blz. 156).
III/40 Ingevolge de door art. 27, 3°, W 28.7.1992 gerealiseerde wijziging (toevoeging van een tweede lid aan art. 232, WIB 92) wordt er geen aanslag in de BNI/nat.pers. meer gevestigd ten name van niet-inwoners (natuurlijke personen) die in België uitsluitend onroerende inkomsten verkrijgen waarvan het totale bedrag lager is dan 100.000 F.
Om te beoordelen of het grensbedrag van 100.000 F is bereikt, moet het netto-inkomen van onroerende goederen in aanmerking worden genomen, d.w.z. het inkomen dat overblijft na toepassing van de art. 13 tot 16, WIB 92, met dien verstande dat de in art. 16, WIB 92 vermelde woningaftrek niet van toepassing is voor niet-inwoners zonder tehuis in België.
III/41 Vermits het in art. 232, tweede lid, WIB 92 vermelde bedrag van 100.000 F alleen betrekking heeft op de BNI en niet uitdrukkelijk naar art. 178, WIB 92 wordt verwezen, wordt dat bedrag niet geïndexeerd.
III/42 Wanneer er geen aanslag in de BNI/nat.pers. moet worden gevestigd omdat het bedrag van de onroerende inkomsten lager is dan 100.000 F, is de belasting gelijk aan de OV (zie III/76 tot 81).
b) Aftrekbare bestedingen (art. 242, WIB 92)
Wettekst
III/43 Art. 30, W 28.7.1992 heeft art. 242, WIB 92 aangevuld met een § 2, luidend als volgt :
"§ 2. De in artikel 241 en § 1 vermelde uitgaven zijn slechts aftrekbaar onder de in artikelen 104 tot 125 bepaalde voorwaarden en grenzen". (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De art. 117 tot 125, WIB 92 (betalingen in het kader van het pensioensparen) zijn evenwel opgeheven met ingang van het aj. 1993 (cf. art. 85, W 28.12.1992)).
Commentaar
III/44 Overeenkomstig art. 241, WIB 92 (m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis in België) en art. 242, § 1, WIB 92 (m.b.t. niet-inwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden) kunnen sommige bestedingen van het totale netto-inkomen worden afgetrokken. De verschillende aftrekbare bestedingen zijn opgesomd in de voormelde wetsbepalingen.
III/45 De meeste inzake PB aftrekbare bestedingen zijn het ook in de BNI/nat.pers. (althans voor de niet-inwoners met tehuis in België). Voor de overige niet-inwoners zijn de aftrekmogelijkheden heel wat beperkter.
III/46 Om elke twijfel uit te sluiten nopens de voorwaarden en grenzen die gelden inzake de aftrek van die bestedingen, verduidelijkt art. 242, § 2, WIB 92 (De art. 117 tot 125, WIB 92 (betalingen in het kader van het pensioensparen) zijn evenwel opgeheven met ingang van het aj. 1993 (cf. art. 85, W 28.12.1992)) vastgestelde voorwaarden en grenzen, d.w.z. de inzake PB van toepassing zijnde voorwaarden en grenzen voor de aftrek van de in de voormelde wetsbepalingen vermelde bestedingen.
4. Berekening van de belasting (art. 243, 244 en 244bis, WIB 92)
a) Voorafgaande opmerking
III/47 De wijzigingen die de W 28.7.1992 heeft aangebracht in de berekeningsregels van de BNI/nat.pers. golden aanvankelijk met ingang van het aj. 1993. Evenwel zijn die regels later, nl. bij W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, andermaal gewijzigd. Die wijzigingen werken terug tot het aj. 1991.
Om elke verwarring te vermijden en om de toestand voor het aj. 1993 correct weer te geven, worden hierna de wetteksten opgenomen zoals die voor het aj. 1993 gelden (d.w.z. rekening houdende met de W 28.12.1992).
De commentaar m.b.t. de berekening van de BNI/nat.pers. bevat :
De volledige bespreking van de art. 11, 12, 13, 27, 28 en 29 van de W 28.12.1992 zal echter in een latere circulaire gebeuren.
b) Wettekst
III/48 Art. 31, W 28.7.1992 heeft art. 243, WIB 92 gewijzigd; de voormelde bepaling van het WIB 92 luidt voortaan als volgt :
Art. 243, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De gewijzigde tekst is gewoon gedrukt) (Art. 243, WIB 92 is niet gewijzigd door de W 28.12.1992; die laatste wet bevat wel bepalingen die afwijken van art. 150, § 1, WIB en art. 243, WIB 92, met name de art. 28, § 2 en 29, W 28.12.1992 die respectievelijk gelden voor het aj. 1991 en het aj. 1992. Het enige inhoudelijke verschil tussen die bepalingen en art. 243, WIB 92 zoals gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992, is dat de bepalingen m.b.t. de vermeerdering wegens gebrek aan voorafbetaling (art. 89 tot 91, WIB - art. 157 tot 168, WIB 92) en de bonificatie wegens voorafbetaling (art. 93bis, WIB - art. 175 tot 177, WIB 92) slechts van toepassing zijn vanaf het aj. 1993.)
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de bepalingen van de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
Op de overeenkomstig het vorige lid berekende belasting worden de verminderingen ingevolge de artikelen 146 tot 154 verleend binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in die artikelen en met inachtneming van het geheel van de binnenlandse en de buitenlandse inkomsten, met dien verstande dat de ermede overeenstemmende belasting eveneens overeenkomstig het vorige lid wordt vastgesteld. Die verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend.
De artikelen 126 tot 129, 157 tot 166, 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.
Art. 244, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1992) (Art. 244, WIB 92 is niet gewijzigd door de W 28.7.1992, doch wel door art. 12, W 28.12.1992 (Inwerkingtreding : aj. 1992) Voor het aj. 1991 is een van art. 150, § 2, WIB afwijkende bepaling van toepassing (zie art. 28, § 3, W 28.12.1992)) (De tekst die verschilt van het oorspronkelijke art. 244, WIB 92, (KB van 10.4.1992) is gewoon gedrukt).
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154 het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op de niet-inwoners die geen tehuis in België hebben behouden en gedurende ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in België een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend waaruit bezoldigingen als vermeld in artikel 228, § 2, 6° en 7°, voortvloeien of over dezelfde periode pensioenen als vermeld in artikel 228, § 2, 6°, hebben verkregen en in zoverre die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
Art. 244bis, WIB 92 (Art. 244bis, WIB 92 is ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en is van toepassing met ingang van het aj. 1992. Voor het aj. 1991 geldt art. 28, § 4, W 28.12.1992.)
Voor de toepassing van de artikelen 243 en 244 worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot bij overeenkomst vrijgestelde binnenlandse beroepsinkomsten of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 frank.
De toeslagen voor personen ten laste die vermeld zijn in de artikelen 132 en 133, worden slechts verleend wanneer de aan de belasting onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomsten heeft.
c) Commentaar
III/49 De wettelijke bepalingen m.b.t. de berekening van de BNI/nat. pers. (art. 150, WIB - thans de art. 243, 244 en 244bis, WIB 92) zijn achtereenvolgens gewijzigd, vervangen of ingevoegd door :
III/50 Voor een goed begrip van de opeenvolgende wijzigingen, wordt hierna een beknopt overzicht gegeven van de in die verschillende wetten opgenomen bepalingen m.b.t. de berekening van de belasting.
III/51 Art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V 2019, Bull. 691), dat de art. 139 tot 152, WIB (thans art. 227 tot 248, WIB 92) heeft gewijzigd, heeft het belastingstelsel van de niet-inwoners met ingang van het aj. 1991 grondig aangepast.
III/52 De krachtlijnen van die hervorming kunnen als volgt worden samengevat.
III/53 Art. 10, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V 2073, Bull. 702) heeft art. 150, § 1, WIB (thans art. 243, WIB 92) gewijzigd met ingang van het aj. 1991, in die zin dat :
3. Rechtspraak van het Arbitragehof
III/54 Het arrest nr. 34/91 dd. 21.11.1991 (BS 14.12.1991) van het Arbitragehof heeft de art. 149 en 150, WIB zoals gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen vernietigd "in zoverre de niet-verblijfhoudende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden belast worden conform de paragrafen 1 van die twee artikelen".
Ingevolge dat arrest van het Arbitragehof, dat de facto terugwerkt tot de inwerkingtreding van de (gedeeltelijk) vernietigde bepalingen (m.a.w. tot het aj. 1991) worden niet-verblijfhoudende gerechtigden op Belgische pensioenen zonder tehuis in België vanaf het aj. 1991 voor de berekening van de belastingen (en de aftrekbare bestedingen) gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis in België.
Opgemerkt zij dat er bij het Arbitragehof eveneens een beroep werd ingediend tot vernietiging van de art. 10 en 32, § 1, W 28.12.1990 betreffende fiscale en niet-fiscale bepalingen (BS 29.12.1990).
Bij arrest nr. 46/92 van 18.6.1992 (BS 17.7.1992) heeft het Arbitragehof beslist dat dit beroep zonder voorwerp is (wegens de terugwerkende kracht van de vernietiging van de art. 149 en 150, WIB).
4. WIB 92, gecoördineerd bij KB van 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992
III/55 Ingevolge de invoering van het WIB 92, gelden vanaf het aj. 1992 voor de berekening van de BNI/nat.pers. de volgende artikelen van het WIB 92 :
5. Wet van 28.7.1992
III/56 Art. 31, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185, Bull. 719), vult art. 243, WIB 92 aan met een derde lid, dat bepaalt dat de art. 126 tot 129, 157 tot 166, 169 en 171 tot 178 WIB 92 eveneens van toepassing zijn m.b.t. de berekening van de BNI/nat.pers. ten name van niet-inwoners zonder tehuis in België.
III/57 Die bepaling is van toepassing met ingang van het aj. 1993 en betekent dat in vergelijking met de aj. 1991 en 1992, thans de hiernavolgende bepalingen eveneens gelden voor niet-inwoners zonder tehuis in België :
III/58 De W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212, Bull. 725) heeft het belastingstelsel van de aan de BNI/nat.pers. onderworpen belastingplichtigen andermaal fundamenteel gewijzigd.
Wat de berekening van de belasting betreft, hebben die wijzigingen inzonderheid betrekking op de volgende punten :
III/59 De hiernavolgende tabel geeft de wettelijke bepalingen aan die thans (d.w.z. na de W 28.12.1992) van toepassing zijn betreffende de berekening van de BNI/nat.pers. voor de aj. 1991 tot 1993 :
+ --------------------------------------------------------------------+ ¦ Categorie van ¦ Aj. 1991 ¦ Aj. 1992 ¦ Aj. 1993 ¦ ¦-------------------+--------------+----------------+----------------¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ 1. Niet-inwoners ¦ Art. 28, §§ ¦ - Art. 29, W ¦ - Art. 243, ¦ ¦ zonder tehuis ¦ 1, 2, en 4 ¦ 28.12.1992 ¦ WIB 92 ¦ ¦ in België ¦ tot 7, W ¦ (afwijking ¦ (zoals ¦ ¦ ¦ 28.12.1992 ¦ van art. ¦ gewijzigd ¦ ¦ ¦ (afwijking ¦ 243, WIB 92) ¦ door art. 31, ¦ ¦ ¦ van art. 150, ¦ ¦ W 28.7.1992) ¦ ¦ ¦ WIB) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ - Art. 244bis, ¦ - Art. 244bis, ¦ ¦ ¦ ¦ WIB 92 ¦ WIB 92 ¦ ¦ ¦ ¦ (ingevoegd ¦ (ingevoegd ¦ ¦ ¦ ¦ bij art. 13, ¦ bij art. 13, ¦ ¦ ¦ ¦ W 28.12.1992)¦ W 28.12.1992)¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ - Art. 245, ¦ - Art. 245, ¦ ¦ ¦ ¦ WIB 92 ¦ WIB 92 ¦ ¦-------------------+--------------+----------------+----------------¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ 2. Niet-inwoners ¦ Art. 28, ¦ - Art. 244, ¦ - Art. 244, ¦ ¦ met tehuis in ¦ §§ 3 tot 7 ¦ WIB 92, zoals¦ WIB 92, zoals¦ ¦ België en ¦ W 28.12.1992 ¦ gewijzigd ¦ gewijzigd ¦ ¦ ermede ¦ (afwijking ¦ art. 12, ¦ art. 12 ¦ ¦ gelijkgestelden¦ van art. 150, ¦ W 28.12.1992 ¦ W 28.12.1992 ¦ ¦ ¦ § 2, WIB) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ - Art. 244bis, ¦ - Art. 244bis ¦ ¦ ¦ ¦ WIB 92, zoals¦ WIB 92, zoals¦ ¦ ¦ ¦ ingevoegd ¦ ingevoegd ¦ ¦ ¦ ¦ door art. 13, ¦ door art. 13, ¦ ¦ ¦ ¦ W 28.12.1992 ¦ W 28.12.1992 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ - Art. 245, ¦ - Art. 245, ¦ ¦ ¦ ¦ WIB 92 ¦ WIB 92 ¦ +--------------------------------------------------------------------+
III/60 Om duidelijk het onderscheid te kunnen maken tussen de bepalingen van de BNI/nat.pers. die van toepassing zijn op niet-inwoners met tehuis, niet-inwoners zonder tehuis en bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis is hierna een vergelijkende tabel opgenomen.
Die tabel bevat voor het aj. 1993 geldende toestand; behoudens wanneer dit uitdrukkelijk anders is vermeld geldt de tabel - mutatis mutandis - eveneens voor de aj. 1991 en 1992.
De categorie van de met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelde bezoldigden en gepensioneerden (9 m/75 %) is opgenomen in de kolom van de niet-inwoners met tehuis. Het enige verschil in de fiscale behandeling tussen die 2 categorieën van niet-inwoners betreft het niet-toepassen van de woningaftrek voor die gelijkgestelden.
VERGELIJKENDE TABEL
BNI/nat.pers. (aj. 1993) ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ I. Belastbare ¦ II. Vaststelling van ¦ inkomsten ¦ het nettobedrag van ------------------- ¦ (art. 228, WIB 92) ¦ van de samen te ¦ ¦ voegen inkomsten HOEDANIGHEID VAN DE ¦ ¦ (art. 235 tot 238 BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ WIB 92) ----------------------+------------------------+------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Inkomsten die in ¦ Toepassing regels PB TEHUIS en ermede ¦ België zijn behaald of ¦ (art. 7 tot 103, WIB 92) gelijkgestelde ¦ verkregen (art. 228, ¦ + toepassing art. : bezoldigde en ¦ § 1, WIB 92) ¦ 236 WIB 92 gepensioneerde ¦ ¦ (vrijstelling (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ stopzettingsmeer- ¦ ¦ waarden bij ¦ ¦ inbreng van 1 of ¦ ¦ meer bedrijfsaf- ¦ ¦ delingen of takken ¦ ¦ van werkzaamheid) ¦ ¦ 237 WIB 92 (alleen ¦ ¦ aftrek van ¦ ¦ beroepskosten ¦ ¦ i.v.m. in België ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ beroepsinkomsten) ¦ ¦ 238 WIB 92 (BNI is geen ¦ ¦ beroepskost) ¦ ¦ Met niet-inwoner met ¦ ¦ tehuis gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde : ¦ ¦ idem, uitgezonderd ¦ ¦ art. 16, WIB 92 ¦ ¦ (GEEN WONINGAFTREK) ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Idem, uitgezonderd art. TEHUIS ¦ ¦ 16, WIB 92 (GEEN ¦ ¦ WONINGAFTREK) ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem, uitgezonderd art. WONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ 16, WIB 92 (GEEN (bv. inwoner van ¦ ¦ WONINGAFTREK) Nederland) ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ III. Aftrekbare ¦ IV. Toekenning ------------------ ¦ bestedingen ¦ medewerkende ¦ (art. 241 en 242 ¦ echtgenoot (art. 243 HOEDANIGHEID VAN DE ¦ WIB 92) ¦ en 244 WIB 92) BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+------------------------+------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ 104 tot 116, WIB 92 ¦ 86 en 89 WIB 92. gelijkgestelde ¦ zoals beperkt in art. ¦ Grens van 350.000 F bezoldigde en ¦ 242, WIB 92; d.w.z. ¦ (geïndexeerd) : alle gepensioneerde ¦ aftrek van : ¦ beroepsinkomsten komen (9 maanden + 75 %) ¦ - onderhoudsuitkeringen¦ in aanmerking ¦ (verkrijger = ¦ (belastbare Belgische, ¦ rijksinwoner); ¦ bij verdrag vrijgestelde ¦ - giften; ¦ Belgische en ¦ - erfpacht en opstal ¦ buitenlandse). ¦ (in België gelegen ¦ ¦ onroerende goederen);¦ ¦ - bezoldigingen ¦ ¦ huisbediende; ¦ ¦ - uitgaven onderhoud ¦ ¦ en restauratie; ¦ ¦ - bijkomende interest- ¦ ¦ aftrek voor nieuw- ¦ ¦ bouw en vernieuwbouw;¦ ¦ - uitgaven voor ¦ ¦ kinderoppas. ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Toepassing van de art. ¦ Geen toepassing van de TEHUIS ¦ 104 tot 116 WIB 92, ¦ art. 86 en 89 WIB 92 ¦ zoals beperkt in art. ¦ (cf. art. 243, eerste ¦ 241, WIB 92; d.w.z. ¦ lid, WIB 92) ¦ aftrek van : ¦ Opgelet : De toekenning ¦ - onderhoudsuitkeringen¦ aan de medewerkende ¦ (verkrijger = ¦ echtgenoot werd door de ¦ rijksinwoner); ¦ administratie ¦ - giften aan Belgische ¦ toegestaan voor het aj. ¦ instellingen; ¦ 1991. ¦ - erfpacht en opstal ¦ ¦ (in België gelegen ¦ ¦ onroerende goederen ¦ ¦ NIET aftrekbaar zijn ¦ ¦ uitgaven m.b.t. : ¦ ¦ - kinderoppas; ¦ ¦ - bezoldigingen ¦ ¦ huisbediende; ¦ ¦ - uitgaven onderhoud ¦ ¦ en restauratie; ¦ ¦ - bijkomende ¦ ¦ interestaftrek. ¦ ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ zonder tehuis ¦ zonder tehuis (bv. inwoner van ¦ NIET aftrekbaar : idem ¦ Nederland) ¦ als niet-inwoner ¦ ¦ zonder tehuis ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ V. Huwelijksquotiënt ¦ VI. Aanslag van ------------------- ¦ (art. 243 en 244 WIB ¦ echtgenoten en hun HOEDANIGHEID VAN DE ¦ 92) ¦ kinderen (art. 243 en BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ 244 WIB 92) ----------------------+------------------------+------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ 87, 88 en 89 WIB 92. ¦ 126 (principiële gelijkgestelde ¦ (toerekening van een ¦ samenvoeging), 127 bezoldigde en ¦ deel van de ¦ (decumul beroepsinkomen) gepensioneerde ¦ beroepsinkomsten) ¦ 128 (geen samenvoeging (9 maanden + 75 %) ¦ Grens van 270.000 F ¦ jaar huwelijk, enz.) en ¦ (geïndexeerd) : ¦ 129 (overdracht ¦ (alle beroepsinkomsten ¦ verliezen echtgenoten) ¦ komen in aanmerking, ¦ WIB 92. ¦ d.w.z. belastbare ¦ Toepassing art. 244bis, ¦ Belgische, bij verdrag ¦ WIB 92 d.w.z. taxatie ¦ vrijgestelde Belgische ¦ als alleenstaanden ¦ en buitenlandse). ¦ wanneer slechts 1 der ¦ ¦ echtgenoten in de BNI ¦ ¦ belastbare inkomsten ¦ ¦ behaald heeft en de ¦ ¦ andere niet in België ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ beroepsinkomsten heeft ¦ ¦ voor meer dan 270.000 ¦ ¦ F. Toeslag voor ¦ ¦ personen ten laste ¦ ¦ wordt enkel verleend ¦ ¦ wanneer de in België ¦ ¦ belastbare echtgenoot ¦ ¦ de hoogste ¦ ¦ beroepsinkomsten heeft. ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Geen toepassing van de ¦ idem TEHUIS ¦ van de art. 87, 88 en ¦ ¦ 89 WIB 92 (cf. art. 243¦ Opgelet : ¦ eerste lid, WIB 92) ¦ Voor aj. 1991 : ¦ ¦ Geen overdracht van ¦ ¦ verliezen tussen ¦ ¦ echtgenoten : art. 76, ¦ ¦ WIB is niet van ¦ ¦ toepassing ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem INWONER ZONDER TEHUIS ¦ met tehuis ¦ (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- ¦ VII. Berekening van de belasting (art. 243 en ¦ 244 WIB 92) WETTELIJKE BEPALINGEN ¦-------------------------------------------------- ¦ 1. Tarief ¦ 2. Belastingvrije ------------------- ¦ ¦ sommen en toeslagen HOEDANIGHEID VAN DE ¦ ¦ wegens gezinslasten BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van art. 130, ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ WIB 92 ¦ 131 tot 145 WIB 92 gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Geen toepassing van TEHUIS ¦ ¦ art. 131 tot 145 WIB ¦ ¦ 92 - d.w.z. geen ¦ ¦ belastingvrije sommen ¦ ¦ noch toeslagen ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 3. Belastingvermindering ¦ 4. Belasting- ¦ voor het lange ¦ vermindering voor ------------------- ¦ termijnsparen en het ¦ pensioenen en HOEDANIGHEID VAN DE ¦ bouwsparen ¦ vervangings- BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ inkomsten ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de TEHUIS en ermede ¦ 145/1, 2° tot 5°, 145/2, ¦ regels die gelden gelijkgestelde ¦ 145/4 tot 145/20 WIB 92 ¦ inzake PB (cf. art. bezoldigde en ¦ (alleen vermindering ¦ 146 tot 154 WIB 92) gepensioneerde ¦ m.b.t. betalingen ¦ Grenzen van 600.000 (9 maanden + 75 %) ¦ pensioensparen mits ¦ F, 750.000 F enz. ¦ rijksinwoner bij de ¦ (geïndexeerd) : ¦ opening van de rekening ¦ Alle inkomsten van ¦ of afsluiten van de ¦ beide echtgenoten ¦ verzekering) ¦ (belastbare ¦ ¦ Belgische, bij verdrag ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ Belgische en ¦ ¦ buitenlandse) worden ¦ ¦ ter zake in aanmerking ¦ ¦ genomen ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de art. TEHUIS ¦ 145/1, 2° tot 4°, 145/2, ¦ 146 tot 154 WIB 92, ¦ 145/4 tot 145/7, 145/17 ¦ volgens de regels van ¦ tot 145/20, WIB 92 ¦ art. 243, tweede lid, ¦ (geen vermindering m.b.t.¦ WIB 92 d.w.z. ¦ betalingen pensioen- ¦ bijzondere ¦ sparen) (administratieve ¦ belastingvermindering ¦ regeling in afwachting ¦ Alle inkomsten van ¦ van de wijziging van ¦ beide echtgenoten ¦ art. 243, WIB 92) ¦ (belastbare ¦ ¦ Belgische, bij verdrag ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ Belgische en ¦ ¦ buitenlandse) worden ¦ ¦ ter zake in aanmerking ¦ ¦ genomen ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ met tehuis ¦ met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Alle inkomsten van Nederland) ¦ ¦ van beide echtgenoten ¦ ¦ (belastbare Belgische ¦ ¦ bij verdrag ¦ ¦ vrijgestelde Belgische ¦ ¦ en buitenlandse) ¦ ¦ worden ter zake in ¦ ¦ aanmerking genomen ----------------------+--------------------------+----------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 5. Vermindering voor ¦ 6. Vermeerdering voor ------------------ ¦ inkomsten uit het ¦ gebrek aan VA HOEDANIGHEID VAN DE ¦ buitenland ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Geen toepassing van de ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ art. 155 en 156, WIB 92. ¦ 157 tot 168, WIB 92 gelijkgestelde ¦ De bij verdrag vrijge- ¦ (d.w.z. wel bezoldigde en ¦ gestelde Belgische en ¦ vermeerdering) gepensioneerde ¦ buitenlandse inkomsten ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ komen uitsluitend in ¦ ¦ aanmerking voor het ¦ ¦ vaststellen van de ¦ ¦ grenzen inzake : ¦ ¦ - toekenning medewerkende¦ ¦ echtgenoot; ¦ ¦ - huwelijksquotiënt; ¦ ¦ - verminderingen voor ¦ ¦ pensioenen en ¦ ¦ vervangingsinkomsten. ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Geen vermeerdering TEHUIS ¦ ¦ voor de aj. 1991 en ¦ ¦ 1992. (Geen toepassing ¦ ¦ art. 89-91 WIB voor ¦ ¦ aj. 1991/geen toepas- ¦ ¦ sing art. 157-166 WIB ¦ ¦ 92 voor aj. 1992) ¦ ¦ Toepassing van de art. ¦ ¦ 157 tot 166, WIB (De ¦ ¦ verwijzing naar de ¦ ¦ art. 167, WIB 92 ¦ ¦ ontbreekt in art. 243, ¦ ¦ derde lid, WIB 92) ¦ ¦ (d.w.z. wel ¦ ¦ vermeerdering) vanaf ¦ ¦ het aj. 1993. ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ met tehuis vanaf aj. (bv. inwoner van ¦ ¦ 1993. Geen Nederland) ¦ ¦ vermeerdering voor de ¦ ¦ aj. 1991 en 1992. ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 7. Bijzondere stelsels van aanslag ------------------ ¦-------------------------------------------------- HOEDANIGHEID VAN DE ¦ a) Omzetting van sommige kapitalen in lijfrente BELASTINGPLICHTIGE ¦-------------------------------------------------- ¦ - art. 169, WIB 92 ¦ - art. 170, WIB 92 ¦ (verzekeringscontracten) ¦ (kapitaal i.p.v. ¦ ¦ onderhoudsuitkering) ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van art. 169, ¦ Toepassing van art. TEHUIS en ermede ¦ WIB 92 ¦ 170, WIB 92 gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Geen toepassing van TEHUIS ¦ ¦ art. 170, WIB 92 ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ b) Afzonderlijke aanslag ----------------- ¦ HOEDANIGHEID VAN DE ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. 171 tot 174, WIB 92 TEHUIS en ermede ¦ gelijkgestelde ¦ bezoldigde en ¦ gepensioneerde ¦ (9 maanden + 75 % ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem TEHUIS ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem WONER ZONDER TEHUIS ¦ (bv. inwoner van ¦ Nederland) ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 8. Bonificatie voor VA ¦ 9. Jaarlijkse ----------------- ¦ ¦ indexatie HOEDANIGHEID VAN DE ¦ ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van art. TEHUIS en ermede ¦ 175 tot 177 WIB 92 ¦ 178, WIB 92 gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Geen bonificatie voor de ¦ Idem TEHUIS ¦ aj. 1991 en 1992 ¦ ¦ (Geen toepassing art. ¦ ¦ 93bis WIB voor aj. 1991/ ¦ ¦ geen toepassing art. 175-¦ ¦ 177 WIB 92 voor aj. 1992)¦ ¦ Toepassing art. 175-177 ¦ ¦ WIB 92 voor aj. 1993 ¦ ¦ (wel bonificatie) ¦ ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem INWONER ZONDER TEHUIS ¦ met tehuis, vanaf aj. ¦ (bv. inwoner van ¦ 1993. Geen bonificatie ¦ Nederland) ¦ voor de aj. 1991 en 1992 ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 9. Jaarlijkse indexatie ------------------ ¦ HOEDANIGHEID VAN DE ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van art. 178, WIB 92 TEHUIS en ermede ¦ gelijkgestelde ¦ bezoldigde en ¦ gepensioneerde ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem TEHUIS ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem WONER ZONDER TEHUIS ¦ (bv. inwoner van ¦ Nederland) ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ VIII. Aanvullende ¦ IX. Bedrijfs- ----------------- ¦ belasting ¦ voorheffing HOEDANIGHEID VAN DE ¦ (art. 245, WIB 92) ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ 6 opcentiemen ten bate ¦ Toepassing schaal I TEHUIS en ermede ¦ van de staat berekend op ¦ of schaal II. Bijlage gelijkgestelde ¦ de wijze als bepaald in ¦ III, KB/WIB bezoldigde en ¦ art. 466, WIB 92 ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Toepassing schaal III. TEHUIS ¦ ¦ Bijlage III, KB/WIB ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- 5. Niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen inkomsten (art. 248, WIB 92)
a) Wettekst
III/61 Art. 32, W 28.7.1992 heeft art. 248, WIB 92 vervangen door een nieuwe bepaling, die als volgt luidt :
De belasting betreffende de in artikel 228, § 2, 8°, vermelde inkomsten, alsmede die betreffende de niet in de artikelen 232 en 234 vermelde inkomsten, is gelijk aan de verschillende voorheffingen en aan de in artikel 301 vermelde bijzondere aanslag, die op die inkomsten betrekking hebben.
Met betrekking tot belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 1°, is het eerste lid, in afwijking van artikel 232, eveneens van toepassing :
b) Commentaar
Algemeen
III/62 Art. 248, WIB 92 regelt de wijze waarop de in België behaalde of verkregen inkomsten van niet-inwoners die niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. zijn onderworpen (met name de niet in art. 232, WIB 92 vermelde inkomsten), moeten worden belast.
Ter zake bepaalt dat wetsartikel dat de in dit geval verschuldigde belasting gelijk is aan de verschillende voorheffingen en aan de in art. 301, WIB 92 vermelde bijzondere aanslag die op die inkomsten betrekking hebben.
III/63 De soorten inkomsten die - vanaf het aj. 1991 - niet geregulariseerd worden in de BNI/nat.pers. zijn :
III/64 Die inkomsten worden op volgende wijze belast :
III/65 Art. 32, W 28.7.1992 heeft het toepassingsgebied van art. 248, WIB 92 vanaf het aj. 1993 uitgebreid met 3 soorten inkomsten, die dus ten name van niet-inwoners (natuurlijke personen) ook niet meer aan een regularisatie worden onderworpen :
III/66 Opgemerkt zij nog dat vanaf het aj. 1993 :
Inkomsten van welke aard ook die voortkomen uit een in België door een podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid.
III/67 Om het even welke inkomsten die - zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen - voortkomen uit een in België door een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zelfs indien de inkomsten niet worden toegepast aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon (cf. art. 228, § 2, 8°, WIB 92 - zie III/15 tot 21), vormen voortaan een afzonderlijke categorie van inkomsten die op grond van art. 248, eerste lid, in fine, WIB 92 worden uitgesloten van een regularisatie in de BNI/nat.pers.
III/68 De belasting m.b.t. de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 vermelde inkomsten is dus gelijk aan de voorheffing (BV) die op die inkomsten betrekking heeft.
Vermits de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 bedoelde inkomsten niet vermeld worden in art. 232, eerste lid, WIB 92 (opsomming van de regulariseerbare inkomsten), is die bedrijfsvoorheffing "bevrijdend", zelfs wanneer de verkrijger nog andere - regulariseerbare - inkomsten in België heeft behaald of verkregen.
III/69 De bedrijfsvoorheffing m.b.t. die inkomsten is vastgesteld in het KB van 1.10.1992 - BS 8.10.1992 (V 2203, Bull. 722).
Dit KB bepaalt dat :
III/70 De hiernavolgende tabellen geven een overzicht van de regels i.v.m. de vestiging van de aanslag in de BNI/nat.pers. voor de aj. 1991, 1992 en 1993 enerzijds en de verschuldigdheid en het tarief van de BV voor de jaren 1990, 1991 en 1992 anderzijds m.b.t. de inkomsten uit werkzaamheden van niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars.
TABEL I
BNI/nat.pers. : Aj. 1991 (inkomstenjaar 1990)
BV : jaar 1991
Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigd- Tarief van de BNI/nat/pers. heid van de BV BV (Bijlage (cf. art. 143, (cf. art. 113, III, KB/WIB) 2° en 152 WIB) KB/WIB) 1. Winst d.b.v. ja neen - Belgische (geen uitvoe- inrichtingen ringsbepaling) (art. 140, § 2, 3°, WIB) 2. Winst zonder neen neen - bemiddeling van (geen uitvoe- Belgische ringsbepaling) inrichtingen (beloningen betaald aan andere natuurlijke persoon of rechtspersoon) (art. 140, § 2, 3°, c, WIB) 3. Baten (beloningen ja ja 17 tot 37 % rechtstreeks betaald (art. 113, 5°, (cf. nr. 46, aan zelfstandige b, KB/WIB) b, Bijlage podiumkunstenaar of III, KB/WIB sportbeoefenaar) zoals (art. 140, § 2, 4°, vervangen door WIB) bijlage KB 18.12.1989) 4. Bezoldigingen ja ja volgens de (beloningen (art. 113, 1°, algemene regel rechtstreeks KB/WIB) of bijzondere betaald aan regels (cf. bezoldigde nrs. 7 tot 13, podiumkunstenaar of 20 en 22, sportbeoefenaar) Bijlage III, (art. 140, § 2, KB/WIB zoals 6° en 7°, WIB) vervangen door bijlage KB 18.12.1989) 5. Diverse inkomsten neen ja 30 % (beloningen betaald art. 113, 5°, (cf. nr. 46, voor toevallige a, KB/WIB) a, Bijlage prestaties) (art. III, KB/WIB, 140, § 2, 8°, a, zoals WIB) vervangen door bijlage KB 18.12.1989) TABEL II
BNI/nat.pers. : Aj. 1992 (inkomstenjaar 1991)
BV : jaar 1991
Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigdheid Tarief van de BNI/nat.pers. van de BV (cf. BV (Bijlage (cf. art. art. 113, III, KB/WIB) 232, 2° en KB/WIB) 248 WIB 92) 1. Winst d.b.v. ja neen Belgische (geen uitvoe- inrichtingen (art. ringsbepaling) 228, § 2, 3°, WIB 92) 2. Winst zonder neen ja nihil (1) bemiddeling van (art. 113, 5°, Belgische inrichtingen d, KB/WIB zoals (beloningen betaald gewijzigd door aan andere natuurlijke art. 1, 2°, KB persoon of rechtsper- 2.1.1991) soon) (art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92) 3. Baten (beloningen ja ja 18 % (op rechtstreeks betaald (art. 113, 5°, bruto) (cf. aan zelfstandige b, KB/WIB, zoals nr. 64, podiumkunstenaar of gewijzigd door Bijlage III, sportbeoefenaar) art. 1, 2°, KB KB/WIB zoals (art. 228, § 2, 4°, 2.1.1991) vervangen door WIB 92) bijlage KB 2.1.1991) 4. Bezoldigingen ja ja 18 % (op (beloningen (art. 113, 1°, bruto) rechtstreeks betaald KB/WIB zoals (cf. nr. 64, aan bezoldigde gewijzigd door Bijlage III, podiumkunstenaar of art. 1, 1°, KB KB/WIB zoals sportbeoefenaar) 2.1.1991) vervangen door (art. 228, § 2, 6° bijlage KB en 7°, WIB 92) 2.1.1991) 5. Diverse inkomsten neen ja 18 % (op (beloningen betaald (art. 113, 5°, bruto) (cf. voor toevallige a, KB/WIB zoals nr. 64, prestaties) gewijzigd door Bijlage III, (art. 228, § 2, 8°, art. 1, 2°, KB KB/WIB zoals a, WIB 92) 2.1.1991) vervangen door bijlage KB 2.1.1991) (1) Hoewel op grond van art. 113, 5°, d, KB/WIB, zoals gewijzigd door art. 1, 2°, KB 2.1.1991 de BV in principe verschuldigd is op in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 (art. 140, § 2, 3°, c, WIB) bedoelde inkomsten is de tekst van nr. 64, Bijlage III, KB/WIB zoals vervangen door de bijlage KB 2.1.1991 niet duidelijk. Derhalve heeft de Minister van Financiën beslist dat de in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 bedoelde inkomsten van het jaar 1991 niet onderworpen zijn aan de BV. TABEL III
BNI/nat.pers. : Aj. 1993 (inkomstenjaar 1992)
BV : jaar 1992
A. Van 1.1.1992 tot 7.10.1992 betaalde of toegekende inkomsten Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigdheid Tarief van de BNI/nat.pers. van de BV (cf. BV (Bijlage (cf. art. 232 art. 113, III, KB/WIB) en 248 WIB KB/WIB) 92) 1. Winst d.b.v. ja neen - Belgische (cf. art. (geen uitvoe- inrichtingen 232, eerste ringsbepaling) (art. 228, § 2, 3° lid, 2°, a, WIB 92) WIB 92) 2. Inkomsten uit een in neen ja 18 % (op België door een (cf. art. (cf. art. 113, bruto) (cf. podiumkunstenaar of 248, eerste 1° en 5°, a, nr. 64, een sportbeoefenaar lid, in fine, b en d, KB/WIB) Bijlage III, persoonlijk en als WIB 92, zoals KB/WIB zoals zodanig verrichte gewijzigd door vervangen door werkzaamheid ongeacht art. 32, W bijlage KB de aard en de 28.7.1992) 19.12.1991) verkrijger van de (1) inkomsten (art. 228, § 2, 8°, WIB 92, ingevoegd door art. 23, 4°, W 28.7.1992) (1) Hoewel op grond van art. 113, 5°, d, KB/WIB, zoals gewijzigd door art. 1, 2°, KB 2.1.1991 de BV in principe verschuldigd is op in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 bedoelde inkomsten, is de tekst van nr. 64, Bijlage III, KB/WIB zoals vervangen door de bijlage KB 19.12.1991 niet duidelijk. Derhalve heeft de Minister van Financiën beslist dat de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 bedoelde inkomsten voor de periode 1.1.1992 - 7.10.1992 niet onderworpen zijn aan de BV, voor zover die inkomsten niet aan de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar zelf, maar aan andere natuurlijke persoon of rechtspersoon worden betaald of toegekend.B. Met ingang van 8.10.1992 betaalde of toegekende inkomsten Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigdheid Tarief van de BNI/nat.pers. van de BV BV (cf. art. 232 en 248 WIB 92) 1. Winst d.b.v. ja neen - Belgische (cf. art. (geen uitvoe- inrichtingen (art. 232, eerste ringsbepaling) 228, § 2, 3°, WIB lid, 2°, a, 92) WIB 92) 2. Inkomsten uit een in neen ja 18 % (op België door een (cf. art. (cf. art. 3, bruto) (cf. podiumkunstenaar of 248, eerste eerste lid, KB art. 3, tweede een sportbeoefenaar lid, in fine, 1.10.1992) lid, KB persoonlijk en als zoals 1.10.1992) zodanig verrichte gewijzigd werkzaamheid, door art. ongeacht de aard en 32, W de verkrijger van de 28.7.1992) inkomsten (art. 228, § 2, 8°, WIB 92, ingevoegd door art. 23, 4°, W 28.7.1992) Winsten en baten van niet-inwonende vennoten of leden van burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid III/71 De niet-inwonende vennoten of leden van Belgische of buitenlandse burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid (vennootschappen en verenigingen die respectievelijk ofwel hun zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België hebben ofwel in België winst behalen d.m.v. een Belgische inrichting of baten behalen die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid), zijn onderworpen aan de BNI/nat.pers. op grond van art. 228, § 2, 3° en 4°, WIB 92 en worden geacht in België een inrichting te hebben of in België persoonlijk werkzaamheden uit te oefenen (cf. art. 229, § 3, WIB 92 - zie III/24 tot 27).
III/72 Vanaf het aj. 1993 (inkomstenjaar 1992) zijn de bedoelde vennoten of leden, wanneer het natuurlijke personen betreft, evenwel niet meer onderworpen aan een regularisatie in de BNI/nat. pers., maar is de belasting m.b.t. de door hen behaalde winst of baten gelijk aan de voorheffing die op die inkomsten betrekking heeft (cf. art. 248, tweede lid, 1°, WIB 92). Het doel van de wetswijziging was te vermijden dat vele duizenden aanslagen (soms voor heel geringe bedragen) in de BNI/nat.pers. zouden moeten worden gevestigd op naam van de betrokken belastingplichtigen.
III/73 De desbetreffende voorheffing is de bedrijfsvoorheffing, die zal worden geheven op het aandeel van iedere vennoot of lid in de verdeelde en onverdeelde winst of baten van de vennootschap of vereniging.
III/74 De berekeningsregels en het tarief van de BV m.b.t. de beoogde inkomsten, zomede de wijze van aangifte en storting van de BV, moeten evenwel nog bij KB worden geregeld.
Die regels zullen later worden toegelicht.
III/75 Deze bedrijfsvoorheffing is evenwel alleen "bevrijdend", wanneer de betrokken belastingplichtigen geen andere "regulariseerbare" inkomsten in België behalen of verkrijgen.
In het tegenovergestelde geval zijn zij onderworpen aan een regularisatie op het totale bedrag van hun in art. 232, eerste lid, 2°, WIB 92 bedoelde inkomsten, met inbegrip van de winst of de baten die zij als vennoot of lid van een burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid in België hebben behaald of verkregen.
"Bescheiden" onroerende inkomsten
III/76 Niet-inwoners die in België alleen inkomsten verkrijgen uit verhuurde onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten worden in principe in de BNI/nat.pers. belast op het totale bedrag van hun inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen (cf. art. 232, eerste lid, 1°, WIB 92), uitgezonderd wanneer dat bedrag lager is dan 100.000 F (cf. art. 232, tweede lid, WIB 92 - zie III/36 tot 42).
III/77 De in art. 232, tweede lid, WIB 92 vermelde uitzonderingsbepaling wordt hernomen in art. 248, tweede lid, 2°, WIB 92, dat in feite bepaalt dat de belasting betreffende de inkomsten van onroerende goederen waarvan het totale bedrag per belastingplichtige (natuurlijke persoon) lager is dan 100.000 F gelijk is aan de voorheffing die op die inkomsten betrekking heeft (met name de OV).
III/78 Uit de samenlezing van de art. 232, tweede lid, WIB 92 en 248, tweede lid, 2°, WIB 92 volgt derhalve dat de onroerende inkomsten die lager zijn dan 100.000 F niet aan een aanslag in de BNI/nat. pers. worden onderworpen en dat de belasting gelijk is aan de geheven OV, mits de belastingplichtige geen andere "regulariseerbare" Belgische inkomsten heeft behaald of verkregen.
III/79 Voor de duidelijkheid worden de verschillende gevallen die zich ter zake kunnen voordoen, opgenomen in de hiernavolgende samenvattende tabel.
Inkomsten Regularisatie BNI/nat.pers. = OV (toepassing (toepassing art. art. 232, 232, tweede lid en eerste lid, art. 248, tweede WIB 92) lid, 2°, WIB 92) 1. Niet-inwoner die in België alleen inkomsten van niet-verhuurde en niet in erfpacht of opstal gegeven onroerende goederen behaalt (ongeacht het bedrag van de onroerende inkomsten). neen ja 2. Niet-inwoner die in België alleen inkomsten van verhuurde of in erfpacht of opstal gegeven onroerende goederen behaalt, waarvan het bedrag : a) lager is dan 100.000 F; neen ja b) gelijk is aan of hoger dan 100.000 F. ja neen 3. Niet-inwoner die in België alleen inkomsten van niet-verhuurde en van verhuurde of in erfpacht of opstal gegeven onroerende goederen behaalt, waarvan het totale bedrag : a) lager is dan 100.000 F; neen ja b) gelijk is aan of hoger dan 100.000 F. ja neen 4. Niet-inwoner die in België onroerende inkomsten behaalt (ongeacht de aard en het bedrag ervan) en daarnaast in België nog andere "regulariseerbare" inkomsten behaalt of verkrijgt. ja neen III/80 Voorbeeld (aj. 1993)
Gegevens
Een niet-inwoner zonder tehuis in België heeft in 1992 in
België de volgende inkomsten behaald :
Daarnaast beschikt hij over een appartement met een
geïndexeerd KI van 60.000 F dat hij ter beschikking houdt en
tijdens de vakantie zelf betrekt. Regulariseerbare inkomsten : KI verhuurd onroerend goed : 90.000 F KI landbouwgrond : 4.000 F KI niet verhuurd onroerend goed : 60.000 F (geen woningaftrek - cf. art. 235, 1°, WIB 1992) --------- Gezamenlijk belastbaar inkomen : 154.000 F Opmerking : De onroerende inkomsten zijn niet aan regularisatie onderworpen Berekening BNI/nat.pers. (aj. 1993) : Basisbelasting op 154.000 F : (154.000 F x 25 %) 38.500 F Verrekenbare OV (154.000 F x 12,5 %) - 19.750 F ---------- 18.750 F Opcentiemen (38.500 F x 6%) 2.310 F ---------- Verschuldigde belasting : 21.060 F III/81 Wanneer blijkt dat op grond van de art. 232, tweede lid, WIB 92 en 248, tweede lid, 2°, WIB 92 geen aanslag in de BNI/nat.pers. zal moeten worden gevestigd, moet aan de belastingplichtige geen aangifte in de BNI/nat.pers. worden toegezonden.
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 01.07.1993
Bull. nr. 730, pag. 2062
BELASTING VAN NIET-INWONERS
Belastingstelsel
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Belasting van niet-inwoners
INHOUDSTABEL Nrs. I. Inleiding................................................... III/1 II. Gewijzigde bepalingen inzake de Belasting van niet-inwoners/ natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) 1. Algemeen................................................. III/3 2. Grondslag van de belasting a) Belastbare inkomsten (art. 228, WIB 92) Wettekst.............................................. III/6 Commentaar............................................ III/7 b) Belgische inrichting (art. 229, § 3, WIB 92) Wettekst.............................................. III/23 Commentaar............................................ III/24 c) Vrijgestelde inkomsten (art. 230, WIB 92) Wettekst.............................................. III/28 Commentaar............................................ III/29 3. Samentelling van sommige inkomsten a) Maatstaf van belastingheffing (art. 232, WIB 92) Wettekst.............................................. III/30 Commentaar............................................ III/31 b) Aftrekbare bestedingen (art. 242, WIB 92) Wettekst.............................................. III/43 Commentaar............................................ III/44 4. Berekening van de belasting (art. 243. 244 en 244bis, WIB 92) a) Voorafgaande opmerking................................ III/47 b) Wettekst.............................................. III/48 c) Commentaar............................................ III/49 5. Niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen inkomsten (art. 248, WIB 92) a) Wettekst.............................................. III/60 b) Commentaar............................................ III/61 I. INLEIDING
III/1 De art. 23 tot 32, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185 - Bull. 719) hebben betrekking op de belasting van niet-inwoners (BNI).
Hierna worden alleen de maatregelen die slaan op de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) besproken, met name de art. 23, 24, 25, 27, 30, 31 en 32, W 28.7.1992.
III/2 De commentaar m.b.t. de art. 26, 28 en 29, W 28.7.1992, die inzonderheid bepalingen inzake de belasting van niet-inwoners/ vennootschappen (BNI/ven.) betreffen, zal afzonderlijk worden verspreid.
II. GEWIJZIGDE BEPALINGEN INZAKE DE BELASTING VAN NIET-INWONERS/ NATUURLIJKE PERSONEN (BNI/nat.pers.)
1. Algemeen
III/3 De wijzigingen die door de W 28.7.1992 inzake BNI/nat.pers. in het WIB 92 zijn gebracht betreffen :
- de belastbare inkomsten (art. 228 en 229, WIB 92, respectievelijk gewijzigd door de art. 23 en 24, W 28.7.1992);
- de vrijgestelde inkomsten (art. 230, WIB 92, gewijzigd door art. 25, W 28.7.1992);
- de maatstaf van belastingheffing (art. 232, WIB 92, gewijzigd door art. 27, W 28.7.1992);
- de aftrekbare bestedingen (art. 242, WIB 92, gewijzigd door art. 30, W 28.7.1992);
- de berekening van de belasting (art. 243, WIB 92, gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992);
- de niet aan een regularisatie onderworpen inkomsten (art. 248, WIB 92, gewijzigd door art. 32, W 28.7.1992).
III/4 Voor een goed begrip van de draagwijdte van de voormelde wijzigingen, wordt bij de bespreking van elk artikel vooreerst een beknopt overzicht gegeven van het stelsel van de BNI/nat.pers. zoals dat van toepassing is met ingang van het aj. 1991.
Nadat de BNI/nat.pers. immers fundamenteel is gewijzigd door art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (V 2019, Bull. 692), dat de art. 139 tot 152, WIB (thans art. 227 tot 248, WIB 92) volledig heeft herschreven, zijn er achtereenvolgens nog verschillende wijzigingen aan het belastingstelsel van de niet-inwoners gekomen door :
- de W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V 2073, Bull. 702);
- het arrest van het Arbitragehof van 21.11.1991;
- het WIB 92, gecoördineerd bij het KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992;
- de W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185, Bull. 719);
- en zelfs de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212, Bull. 725) die, wat de berekening van de belasting betreft, terugwerkt tot het aj. 1991.
III/5 De wijzigingen aan het stelsel van de BNI/nat.pers. door de W 28.7.1992 zijn voornamelijk "reparatiemaatregelen" die ertoe strekken bepaalde onvolkomenheden van de W 22.12.1989 recht te zetten of praktische verbeteringen door te voeren.
De commentaar verwijst naar de nieuwe nummering en terminologie van het WIB 92. Alleen wanneer dit voor de duidelijkheid noodzakelijk is, wordt (tussen haakjes) naar het WIB verwezen.
2. Grondslag van de belasting
a) Belastbare inkomsten (art. 228, WIB 92)
Wettekst
III/6 Art. 23, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen heeft in art. 228, § 2, WIB 92 vier wijzigingen aangebracht. Laatstbedoelde wetsbepaling luidt voortaan als volgt :
Art. 228, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De gewijzigde teksten zijn gewoon gedrukt)
§ 1. De belasting wordt uitsluitend geheven van in België verkregen inkomsten die aan de belasting zijn onderworpen.
§ 2. In die inkomsten zijn begrepen :
| 1° | de inkomsten van in België gelegen onroerende goederen; |
| 2° | de inkomsten van roerende goederen en kapitalen ten laste van een rijksinwoner, van een vennootschap, vereniging, instelling of lichaam met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België, van de Belgische Staat of de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan, van een inrichting waarover een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner in België beschikt, zomede de inkomsten van dezelfde aard ten laste van een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner wanneer zij in België worden verkregen; |
| 3° | winst opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen als vermeld in artikel 229, met inbegrip van de vastgestelde of verwezenlijkte meerwaarden op zulke inrichtingen of op hun activabestanddelen alsmede winst die zelfs zonder bemiddeling van zulke inrichtingen voorkomt : |
| a) | uit de vervreemding of de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten; |
| b) | uit in België gedane verrichtingen van buitenlandse verzekeraars die er gewoonlijk andere contracten dan herverzekeringscontracten inzamelen; |
| c) | ......... (Opgeheven met ingang van het aj. 1993); |
| d) | uit het uitoefenen van een mandaat van bestuurder of vereffenaar in een kapitaalvennootschap door een niet- inwoner als bedoeld in artikel 227, 2°, zomede uit werkzaamheden die zulke niet-inwoner uitoefent in een personenvennootschap of in een inrichting waarover een in artikel 227, 2°, bedoelde niet-inwoner in België beschikt; |
| e) | uit de hoedanigheid van vennoot in een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 29; |
| 4° | de baten als vermeld in artikel 23, § 1, 2°, die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid; |
| 5° | winst en baten die betrekking hebben op een vorige zelfstandige beroepswerkzaamheid die in België werd uitgeoefend door de verkrijger of door de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is; |
| 6° | de in artikel 23, § 1, 4° en 5°, vermelde bezoldigingen, pensioenen, renten en toelagen, ten laste : |
| a) | van een rijksinwoner: |
| b) | van een binnenlandse vennootschap of van een vereniging, instelling of lichaam met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België; |
| c) | van de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten en gemeenten; |
| d) | van een inrichting waarover een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner in België beschikt; |
| 7° | bezoldigingen als vermeld in artikel 23, § 1, 4°, ten laste van een in artikel 227 bedoelde niet-inwoner uit hoofde van een in België uitgeoefende werkzaamheid door een verkrijger die er in een belastbaar tijdperk gedurende meer dan 183 dagen verblijft; |
| 8° | inkomsten van welke aard ook, uit een in België door een podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zelfs indien de inkomsten niet worden toegekend aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon; |
| 9° | diverse inkomsten als vermeld in artikel 90, 1° tot 9°, in geval het betreft : |
| a) | in België behaalde of verkregen winst of baten; |
| b) | prijzen, subsidies, renten of pensioenen ten laste van Belgische openbare machten of openbare instellingen; |
| c) | onderhoudsuitkeringen ten laste van rijksinwoners; |
| d) | inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen of plaatsen; |
| e) | loten betreffende in België uitgegeven effecten van leningen; |
| f) | opbrengsten uit de verhuring in België van het jacht-, vis-, of vogelvangstrecht; |
| g) | meerwaarden verwezenlijkt op in België gelegen ongebouwde onroerende goederen of op zakelijke rechten met betrekking tot zulke onroerende goederen; |
| h) | meerwaarden verwezenlijkt op aandelen in binnenlandse vennootschappen, behalve in zover de meerwaarden niet belastbaar zijn ingevolge artikel 95. |
III/7 Art. 140 WIB, (thans art. 228, WIB 92), zoals ingevoegd door art. 314, W 22.12.1989, geeft een opsomming van de in de BNI belastbare inkomsten.
De nieuwe redactie van voormeld wetsartikel had hoofdzakelijk tot doel sommige inkomsten die voorheen - door een leemte in de wetgeving - ontsnapten aan de belastingheffing of die aanleiding gaven tot betwistingen i.v.m. de heffing, belastbaar te stellen, met name :
- de winst die een onderneming zonder Belgische inrichting behaalt uit de verhuring of de vervreemding van onroerende goederen en de vestiging van een recht van erfpacht, een recht van opstal of gelijkaardige onroerende rechten (art. 228, § 2, 3, a, WIB 92);
- de honoraria ter vergoeding van prestaties geleverd door podiumkunstenaars of sportbeoefenaars die worden betaald aan een derde die niet over een Belgische inrichting beschikt (art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92);
- de winst van vennoten uit sommige vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid (art. 228, § 2, 3°, e, WIB 92);
- de winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid (art. 228, § 2, 5°, WIB 92);
- de bezoldigingen ten laste van een niet-inwoner zonder Belgische inrichting betaald aan een niet-inwoner die in België een bezoldigd beroep uitoefent en er in het belastbare tijdperk gedurende meer dan 183 dagen verblijft (art. 228, § 2, 7°, WIB 92);
- de diverse inkomsten bestaande uit meerwaarden uit belangrijke deelnemingen (art. 228, § 2, 8°, h, WIB 92).
III/8 De wijzigingen in art. 228, § 2, WIB 92 door art. 23, W 28.7.1992 hebben betrekking op :
- winst opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen (art. 228, § 2, 3° (aanhef), WIB 92);
- onroerende winst opgebracht zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen (art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92);
- inkomsten uit een in België door een niet-inwonende podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid (art. 228, § 2, 8°, WIB 92);
- meerwaarden uit belangrijke deelnemingen (art. 228, § 2, 9°, WIB 92).
1. Winst opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen
III/9 De in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten omvatten de winst die wordt opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen. Het begrip "Belgische inrichting" wordt nader omschreven in art. 229, § 1, WIB 92.
III/10 De wijziging die door art. 23, 1°, W 28.7.1992 in art. 228, § 2, 3° (aanhef), WIB 92 wordt aangebracht, houdt verband met de omzetting in het Belgisch recht van het gedeelte "inbreng" van de richtlijn 90/434/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.7.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende Lid-Staten (zie ter zake commentaar op de art. 7 en 26, W 28.7.1992).
III/11 Die wijziging strekt ertoe de formulering van de bepalingen van de art. 228 en 231 WIB 92 (cf. art. 23, 1° en 26, W 28.7.1992) m.b.t. de Belgische inrichtingen gelijk te schakelen en te verduidelijken dat meerwaarden die worden vastgesteld of verwezenlijkt zowel op activabestanddelen van de Belgische inrichting als op de Belgische inrichting zelf, belastbaar zijn (zie Parl. Doc., Kamer, Stuk 444/9 - 91/92 (BZ), blz. 159).
2. Onroerende winst opgebracht zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen
III/12 Overeenkomstig art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92 worden de inkomsten die - zonder bemiddeling van een Belgische inrichting - voortkomen uit de vervreemding of de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten m.b.t. in België gelegen onroerende goederen, als winst gekwalificeerd (cf. art. 24, WIB 92) en als zodanig belast.
III/13 Die kwalificatie als beroepsinkomen geldt voor de inkomsten van in België gelegen onroerende goederen die in het vermogen van een nijverheids-, handels- of landbouwonderneming zijn belegd (inzonderheid worden hier de vastgoedhandelaars/natuurlijke personen beoogd).
III/14 De wijziging die art. 23, 2°, W 28.7.1992 in art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92 aanbrengt (invoeging van de woorden "of de overdracht") strekt er alleen toe een vergetelheid recht te zetten en zorgt voor de overeenstemming met de andere bepalingen van het WIB 92 die betrekking hebben op de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten (zie de art. 7, § 1, 3°, 222, 3° en 232, eerste lid, 1°, WIB 92).
3. Inkomsten uit een in België door een niet-inwonende podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid
III/15 Normaliter worden de inkomsten van niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars die in België werkzaamheden verrichten op fiscaal vlak aangemerkt als winst, baten, bezoldigingen of diverse inkomsten naargelang de omstandigheden waarin die werkzaamheden zijn verricht.
III/16 De innovatie van de W 22.12.1989 moest het mogelijk maken de inkomsten die - zonder bemiddeling van een Belgische inrichting - voortkomen uit een door een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar in België persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid als winst aan te merken (cf. art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92).
Het doel van die nieuwe bepaling was inzonderheid belastingvermijding te verhinderen wanneer die inkomsten niet aan de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar zelf, doch wel aan een derde (theaterbureau, stichting, produktiemaatschappij, artiestenvennootschap, impressario, manager, enz.) werden toegekend.
III/17 In de praktijk zijn er evenwel ernstige interpretatieproblemen gerezen i.v.m. de draagwijdte van de in nr. III/16 geciteerde wetsbepaling. De moeilijkheden betroffen zowel de regularisatie van die inkomsten in de BNI als de onderwerping ervan aan de BV.
Daarom werd het noodzakelijk geacht de inkomsten die - zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen - voortkomen uit door podiumkunstenaars of sportbeoefenaars (niet-inwoners) persoonlijk en in die hoedanigheid in België verrichte werkzaamheden, ongeacht de omstandigheden van de beroepsuitoefening (in dienstverband of zelfstandig, geregeld of toevallig) en ongeacht aan wie de inkomsten worden betaald of toegekend (aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf dan wel aan een andere natuurlijke of rechtspersoon) op te nemen in een afzonderlijke aan de BNI onderworpen categorie inkomsten.
Derhalve werd het bepaalde in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 opgeheven en ingevolge art. 23, W 28.7.1992 vervangen door een nieuw art. 228, § 2, 8°.
III/18 Die rangschikking in een afzonderlijke inkomstencategorie betekent een belangrijke vereenvoudiging en waarborgt tevens een éénvormige fiscale behandeling van die inkomsten, waarbij de omstandigheden waarin de werkzaamheden worden verricht niet moeten worden nagegaan en de uiteindelijke verkrijger van de inkomsten niet moet worden opgespoord.
III/19 Ter zake wordt benadrukt dat het invoeren van die nieuwe categorie van inkomsten tot gevolg heeft dat die inkomsten niet meer worden beoogd in art. 228, § 2, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, WIB 92; er is dus geen sprake meer van winst, baten, bezoldigingen of occasionele winst of baten wanneer vergoedingen of beloningen worden bedoeld die verband houden met door niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars in België persoonlijk en in die hoedanigheid geleverde prestaties.
III/20 Concreet kan worden gesteld dat er in de BNI belastbare inkomsten aanwezig zijn, wanneer een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar in België persoonlijk (in persoon zelf) en als zodanig (in de hoedanigheid van podiumkunstenaar of sportbeoefenaar) werkzaamheden verricht en dat daarvoor een vergoeding of beloning wordt betaald of toegekend.
Het feit dat die vergoedingen of beloningen niet aan de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar zelf worden betaald of toegekend heeft geen enkel belang meer. Daarom wordt dan ook niet meer gesproken van "inkomsten van podiumkunstenaars en sportbeoefenaars" maar wel van inkomsten (voortkomende) uit de werkzaamheden van podiumkunstenaars en sportbeoefenaars.
III/21 In art. 228, § 2, 8°, WIB 92 worden evenwel niet beoogd :
- de winst opgebracht door bemiddeling van een Belgische inrichting van een niet in België verblijvende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar of van een buitenlandse onderneming die diensten van podiumkunstenaars of sportbeoefenaars verstrekt (die inkomsten zijn bedoeld in de aanhef van art. 228, § 2, 3°, WIB 92);
- de vergoedingen of beloningen die door de organisatoren rechtstreeks worden betaald of toegekend voor bepaalde diensten of werken die geen direct verband hebben met de artistieke of sportieve prestaties (bv. het bouwen van decors, het installeren van de tribunes, het bedienen van de licht- en geluidsinstallatie, enz.) voor zover dit tot de normale gangbare praktijk behoort en geen manoeuver is om te ontsnappen aan de belasting ten name van de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar (die inkomsten blijven belastbaar op grond van art. 228, § 2, 4°, 6°, 7° of 9°, a, WIB 92);
- de inkomsten die een podiumkunstenaar in België behaalt of verkrijgt uit verkoop van platen, CD's, cassettes, enz. en van auteursrechten op tekst of muziek (die inkomsten worden in de regel als baten aangemerkt).
4. Diverse inkomsten
III/22 De rangschikking van de inkomsten die voortkomen uit een in België door niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid in art. 228, § 2, 8° WIB 92, heeft een vernummering meegebracht, derwijze dat de in de BNI belastbare diverse inkomsten voortaan in art. 228, § 2, 9°, WIB 92 terug te vinden zijn (cf. art. 23, 4°, in fine, W 28.7.1992).
b) Belgische inrichting (art. 229, § 3, WIB 92)
Wettekst
III/23 Art. 24, W 28.7.1992 heeft art. 229, § 3, WIB 92 vervangen door de volgende bepaling :
Art. 229, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993)
§ 1. ......... (onveranderd);
§ 2. ......... (onveranderd);
§ 3. Iedere vennoot of ieder lid van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft of die in de zin van artikel 228, § 2, 3° of 4°, in België inkomsten behaalt of verkrijgt, wordt geacht, volgens het geval, voor de toepassing van artikel 228, § 2, 3°, over een Belgische inrichting te beschikken of, voor de toepassing van artikel 228, § 2, 4°, persoonlijk in België werkzaamheden uit te oefenen.
Commentaar
III/24 Ingevolge de hervorming van de BNI door de W 22.12.1989 worden:
- buitenlandse verenigingen, instellingen of lichamen zonder rechtspersoonlijkheid die niet zijn opgericht in een rechtsvorm die vergelijkbaar is met de rechtsvorm van een kapitaalvennootschap of met een personenvennootschap en hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer niet in België hebben, niet meer aan de BNI/ven. onderworpen, maar de inkomsten van die verenigingen, enz. worden belast ten name van hun vennoten of leden in de BNI/nat.pers. (fiscale transparantie zoals die ook in de PB bestaat - cf. art. 29, WIB 92);
- alle niet-inwonende vennoten of leden van een Belgische burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid of van een dergelijke buitenlandse vennootschap of vereniging die over een Belgische inrichting beschikt, geacht eveneens over een Belgische inrichting te beschikken.
III/25 Vermits het begrip "Belgische inrichting" (cf. art. 229, §§ 1 en 2, WIB 92) zoals het voorkomt in de aanhef van art. 228, § 2, 3°, WIB 92 alleen nog op winst betrekking kon hebben, ontstond er een probleem van belastbaarheid in hoofde van de verkrijgers van baten, met name de leden van verenigingen van beoefenaars van vrije beroepen (maatschappen, partnerships) die in België werkzaam zijn.
III/26 Het nieuwe art. 229, § 3, WIB 92 (zoals gewijzigd door art. 24, W 28.7.1992) heeft dat probleem opgelost door te bepalen dat ieder(e) niet-inwonende vennoot of lid van een Belgische of buitenlandse burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die in België inkomsten behaalt of verkrijgt in de zin van art. 228, § 2, 4°, WIB 92 (baten die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid) wordt geacht persoonlijk in België werkzaamheden uit te oefenen voor de toepassing van diezelfde wetsbepaling.
Derhalve kunnen de niet-inwonende vennoten of leden van de beoogde vennootschappen en verenigingen in de BNI/nat.pers. worden belast op hun opnemingen en hun deel in de verdeelde en onverdeelde baten van de vennootschap of vereniging, die ingevolge de reeds vermelde fiscale transparantie als baten van de vennoten of leden zelf worden aangemerkt.
III/27 Wat betreft de niet-inwonende vennoten of leden van een Belgische burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België) of van een buitenlandse burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (die in België winst verwezenlijkt d.m.v. een Belgische inrichting als bedoeld in art. 228, § 2, 3°, WIB 92), worden die vennoten of leden - zoals vroeger - geacht zelf over een Belgische inrichting te beschikken voor de toepassing van die wetsbepaling.
c) Vrijgestelde inkomsten (art. 230, WIB 92)
Wettekst
III/28 Art. 25, W 28.7.1992 heeft in art. 230, 5°, WIB 92 de woorden "artikel 228, § 2, 8°, " vervangen door de woorden "artikel 228, § 2, 9°, "; voormeld artikel 230, 5°, luidt voortaan als volgt :
| Art. | 230, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) |
| 1° | ........ (onveranderd) |
| 2° | ........ (onveranderd) |
| 3° | ........ (onveranderd) |
| 4° | ........ (onveranderd) |
| 5° | diverse inkomsten als vermeld in artikel 228, § 2, 9°, verkregen door vreemde Staten of door staatkundige onderdelen daarvan, zomede door inrichtingen, instellingen of andere rechtspersonen zonder winstoogmerk naar buitenlands publiek recht. |
III/29 De wijziging die in art. 230, 5°, WIB 92 is aangebracht (verwijzing naar art. 228, § 2, 9°, WIB 92 i.p.v. art. 228, § 2, 8°, WIB 92) is louter het gevolg van de rangschikking van de inkomsten uit de werkzaamheid van podiumkunstenaars en sportbeoefenaars in een afzonderlijke inkomstencategorie vermeld in art. 228, § 2, 8°, WIB 92, waardoor de diverse inkomsten opschuiven naar art. 228, § 2, 9°, WIB 92.
3. Samentelling van sommige inkomsten
a) Maatstaf van belastingheffing (art. 232, WIB 92)
Wettekst
III/30 Art. 27, W 28.7.1992 heeft 3 wijzigingen (zie III/32) aangebracht in art. 232, WIB 92; laatstbedoelde wetsbepaling luidt voortaan als volgt :
Art. 232, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De gewijzigde teksten zijn gewoon gedrukt)
Voor belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 1°, wordt de belasting gevestigd :
| 1° | op het totale bedrag van hun inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, wanneer die belastingplichtigen inkomsten verkrijgen uit verhuurde onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten; |
| 2° | op het totale bedrag van hun inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, van hun in België verkregen beroepsinkomsten en van de in artikel 228, § 2, 9°, h vermelde meerwaarden, wanneer zij : |
| a) | in België over één of meer inrichtingen beschikken vermeld in artikel 229; |
| b) | in België inkomsten verkrijgen als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, a en e, 4°, 5°, 6°, 7° en 9°, h. |
Commentaar
III/31 Vanaf het aj. 1991 zijn er, met betrekking tot niet-inwoners/ natuurlijke personen, 3 mogelijke aanslagstelsels naargelang het soort inkomen dat in België wordt behaald of verkregen.
| Krachtens |
art. 232, WIB 92 wordt de belasting gevestigd op : |
- het totale bedrag van de Belgische onroerende inkomsten, wanneer de belastingplichtige in België uitsluitend inkomsten uit verhuurde onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van erfpacht-, opstal- of gelijkaardige onroerende rechten verkrijgt;
- het totale bedrag van de Belgische onroerende inkomsten en de Belgische beroepsinkomsten, wanneer de belastingplichtige over één of meer Belgische inrichtingen (cf. art. 229, WIB 92) beschikt, of in België in art. 228, § 2, 3°, a en e, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, h, WIB 92 vermelde inkomsten verkrijgt.
In alle andere gevallen is de belasting gelijk aan de geheven voorheffingen en aan de bijzondere aanslag waarvan sprake is in art. 301, WIB 92 (cf. art. 248, WIB 92).
III/32 De wijzigingen die art. 27, W 28.7.1992 in art. 232, WIB 92 heeft aangebracht betreffen :
- de meerwaarden uit belangrijke deelnemingen (art. 27, 1°, W 28.7.1992);
- de verplaatsing van de diverse inkomsten (art. 27, 2°, W 28.7.1992);
- de onroerende inkomsten (art. 27, 3°, W 28.7.1992).
1. Meerwaarden uit belangrijke deelnemingen
III/33 Ingevolge de hervorming van de BNI (W 22.12.1989) werden de meerwaarden uit belangrijke deelnemingen (cf. art. 90, 9°, 95, 96 en 102, WIB 92) belastbaar in de BNI/nat.pers., behoudens in zover zij niet belastbaar zijn ingevolge art. 95, WIB 92.
Die diverse inkomsten werden eveneens (in theorie) opgenomen in de belastbare grondslag van de BNI/nat.pers. (cf. art. 232, 2°, b, WIB 92), maar de belasting erop kon niet concreet worden gevorderd omdat de BNI moest gevestigd worden op het totale bedrag van de inkomsten van in België gelegen onroerende goederen en van de in België verkregen beroepsinkomsten (zie art. 232, eerste lid, 2°, in fine, WIB 92).
III/34 De thans doorgevoerde wijziging van art. 232, eerste lid, 2°, in fine, WIB 92 heeft deze anomalie verholpen en brengt mede dat de belasting in de in art. 232, eerste lid, 2°, WIB 92 bedoelde situatie wordt gevestigd op het totale bedrag van de Belgische onroerende inkomsten, de Belgische beroepsinkomsten en de in België behaalde (belastbare) meerwaarden bij de overdracht van belangrijke deelnemingen.
| 2. | Diverse inkomsten |
| 3. | Onroerende inkomsten |
III/37 De vaststelling van het netto-bedrag van de belastbare inkomsten gebeurt volgens de (in de PB vigerende) regels van de art. 7 tot 16, WIB 92, rekening houdende met de bepalingen van art. 235, 1°, WIB 92 (waardoor in de regel de woningaftrek niet wordt toegepast).
III/38 Er wordt nog opgemerkt dat :
- de aftrekbare interesten alleen die zijn welke verband houden met schulden die specifiek aangegaan zijn om in België gelegen onroerende goederen te verkrijgen of te behouden;
- wanneer een niet-inwoner in België inkomsten verkrijgt uit verhuurde onroerende goederen en daarenboven nog eigenaar, vruchtgebruiker, enz. is van niet-verhuurde onroerende goederen, het KI van de niet-verhuurde onroerende goederen eveneens in de aanslagbasis wordt opgenomen;
- de regularisatie in de BNI/nat.pers. plaats vindt op grond van art. 232, eerste lid, 2°, WIB 92 m.b.t. de inkomsten van onroerende goederen die in het vermogen van een onderneming zijn belegd (zie art. 228, § 2, 3°, a, WIB 92).
III/39 Rekening houdende met andere maatregelen die bij de hervorming van de BNI (W 22.12.1989) werden getroffen - inzonderheid de niet-toepassing van de woningaftrek, de depersonalisatie van de belasting m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis in België en de afschaffing van het forfaitaire minimuminkomen bij beschikking over een woning in België (oud art. 149, WIB) - was er evenwel een toestand ontstaan waarbij talrijke kleine aanslagen zouden moeten worden gevestigd, waarvan de opbrengst niet in verhouding staat tot de kosten voor de vestiging en de inning van de belasting (cf. Parl. Doc., Kamer, Stuk 444/9 - 91/92 (BZ), blz. 156).
III/40 Ingevolge de door art. 27, 3°, W 28.7.1992 gerealiseerde wijziging (toevoeging van een tweede lid aan art. 232, WIB 92) wordt er geen aanslag in de BNI/nat.pers. meer gevestigd ten name van niet-inwoners (natuurlijke personen) die in België uitsluitend onroerende inkomsten verkrijgen waarvan het totale bedrag lager is dan 100.000 F.
Om te beoordelen of het grensbedrag van 100.000 F is bereikt, moet het netto-inkomen van onroerende goederen in aanmerking worden genomen, d.w.z. het inkomen dat overblijft na toepassing van de art. 13 tot 16, WIB 92, met dien verstande dat de in art. 16, WIB 92 vermelde woningaftrek niet van toepassing is voor niet-inwoners zonder tehuis in België.
III/41 Vermits het in art. 232, tweede lid, WIB 92 vermelde bedrag van 100.000 F alleen betrekking heeft op de BNI en niet uitdrukkelijk naar art. 178, WIB 92 wordt verwezen, wordt dat bedrag niet geïndexeerd.
III/42 Wanneer er geen aanslag in de BNI/nat.pers. moet worden gevestigd omdat het bedrag van de onroerende inkomsten lager is dan 100.000 F, is de belasting gelijk aan de OV (zie III/76 tot 81).
b) Aftrekbare bestedingen (art. 242, WIB 92)
Wettekst
III/43 Art. 30, W 28.7.1992 heeft art. 242, WIB 92 aangevuld met een § 2, luidend als volgt :
"§ 2. De in artikel 241 en § 1 vermelde uitgaven zijn slechts aftrekbaar onder de in artikelen 104 tot 125 bepaalde voorwaarden en grenzen". (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De art. 117 tot 125, WIB 92 (betalingen in het kader van het pensioensparen) zijn evenwel opgeheven met ingang van het aj. 1993 (cf. art. 85, W 28.12.1992)).
Commentaar
III/44 Overeenkomstig art. 241, WIB 92 (m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis in België) en art. 242, § 1, WIB 92 (m.b.t. niet-inwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden) kunnen sommige bestedingen van het totale netto-inkomen worden afgetrokken. De verschillende aftrekbare bestedingen zijn opgesomd in de voormelde wetsbepalingen.
III/45 De meeste inzake PB aftrekbare bestedingen zijn het ook in de BNI/nat.pers. (althans voor de niet-inwoners met tehuis in België). Voor de overige niet-inwoners zijn de aftrekmogelijkheden heel wat beperkter.
III/46 Om elke twijfel uit te sluiten nopens de voorwaarden en grenzen die gelden inzake de aftrek van die bestedingen, verduidelijkt art. 242, § 2, WIB 92 (De art. 117 tot 125, WIB 92 (betalingen in het kader van het pensioensparen) zijn evenwel opgeheven met ingang van het aj. 1993 (cf. art. 85, W 28.12.1992)) vastgestelde voorwaarden en grenzen, d.w.z. de inzake PB van toepassing zijnde voorwaarden en grenzen voor de aftrek van de in de voormelde wetsbepalingen vermelde bestedingen.
4. Berekening van de belasting (art. 243, 244 en 244bis, WIB 92)
a) Voorafgaande opmerking
III/47 De wijzigingen die de W 28.7.1992 heeft aangebracht in de berekeningsregels van de BNI/nat.pers. golden aanvankelijk met ingang van het aj. 1993. Evenwel zijn die regels later, nl. bij W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, andermaal gewijzigd. Die wijzigingen werken terug tot het aj. 1991.
Om elke verwarring te vermijden en om de toestand voor het aj. 1993 correct weer te geven, worden hierna de wetteksten opgenomen zoals die voor het aj. 1993 gelden (d.w.z. rekening houdende met de W 28.12.1992).
De commentaar m.b.t. de berekening van de BNI/nat.pers. bevat :
- een chronologisch overzicht van de opeenvolgende wijzigingen;
- een tabel met de van toepassing zijnde bepalingen voor de aj. 1991, 1992 en 1993;
- een vergelijkende tabel - zoals van toepassing voor het aj. 1993 - met de diverse bepalingen die inzake de berekening van de belasting gelden voor niet-inwoners met tehuis in België, niet-inwoners zonder tehuis in België en bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis in België (de afwijkingen voor de aj. 1991 en 1992 zijn uitdrukkelijk vermeld).
De volledige bespreking van de art. 11, 12, 13, 27, 28 en 29 van de W 28.12.1992 zal echter in een latere circulaire gebeuren.
b) Wettekst
III/48 Art. 31, W 28.7.1992 heeft art. 243, WIB 92 gewijzigd; de voormelde bepaling van het WIB 92 luidt voortaan als volgt :
Art. 243, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) (De gewijzigde tekst is gewoon gedrukt) (Art. 243, WIB 92 is niet gewijzigd door de W 28.12.1992; die laatste wet bevat wel bepalingen die afwijken van art. 150, § 1, WIB en art. 243, WIB 92, met name de art. 28, § 2 en 29, W 28.12.1992 die respectievelijk gelden voor het aj. 1991 en het aj. 1992. Het enige inhoudelijke verschil tussen die bepalingen en art. 243, WIB 92 zoals gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992, is dat de bepalingen m.b.t. de vermeerdering wegens gebrek aan voorafbetaling (art. 89 tot 91, WIB - art. 157 tot 168, WIB 92) en de bonificatie wegens voorafbetaling (art. 93bis, WIB - art. 175 tot 177, WIB 92) slechts van toepassing zijn vanaf het aj. 1993.)
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de bepalingen van de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
Op de overeenkomstig het vorige lid berekende belasting worden de verminderingen ingevolge de artikelen 146 tot 154 verleend binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in die artikelen en met inachtneming van het geheel van de binnenlandse en de buitenlandse inkomsten, met dien verstande dat de ermede overeenstemmende belasting eveneens overeenkomstig het vorige lid wordt vastgesteld. Die verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend.
De artikelen 126 tot 129, 157 tot 166, 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.
Art. 244, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1992) (Art. 244, WIB 92 is niet gewijzigd door de W 28.7.1992, doch wel door art. 12, W 28.12.1992 (Inwerkingtreding : aj. 1992) Voor het aj. 1991 is een van art. 150, § 2, WIB afwijkende bepaling van toepassing (zie art. 28, § 3, W 28.12.1992)) (De tekst die verschilt van het oorspronkelijke art. 244, WIB 92, (KB van 10.4.1992) is gewoon gedrukt).
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154 het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op de niet-inwoners die geen tehuis in België hebben behouden en gedurende ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in België een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend waaruit bezoldigingen als vermeld in artikel 228, § 2, 6° en 7°, voortvloeien of over dezelfde periode pensioenen als vermeld in artikel 228, § 2, 6°, hebben verkregen en in zoverre die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
Art. 244bis, WIB 92 (Art. 244bis, WIB 92 is ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en is van toepassing met ingang van het aj. 1992. Voor het aj. 1991 geldt art. 28, § 4, W 28.12.1992.)
Voor de toepassing van de artikelen 243 en 244 worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot bij overeenkomst vrijgestelde binnenlandse beroepsinkomsten of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 frank.
De toeslagen voor personen ten laste die vermeld zijn in de artikelen 132 en 133, worden slechts verleend wanneer de aan de belasting onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomsten heeft.
c) Commentaar
III/49 De wettelijke bepalingen m.b.t. de berekening van de BNI/nat. pers. (art. 150, WIB - thans de art. 243, 244 en 244bis, WIB 92) zijn achtereenvolgens gewijzigd, vervangen of ingevoegd door :
- art. 314, W 22.12.1989 (van toepassing vanaf het aj. 1991);
- art. 10, W 28.12.1990 (van toepassing vanaf het aj. 1991);
- het arrest nr. 34/91 van het Arbitragehof van 21.11.1991 (van toepassing vanaf het aj. 1991);
- het WIB 92, gecoördineerd bij het KB van 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992 (van toepassing vanaf het aj. 1992);
- art. 31, W 28.7.1992 (van toepassing vanaf het aj. 1993);
- de art. 12 en 13, 28 en 29, W 28.12.1992 (de art. 12 en 13 zijn van toepassing vanaf het aj. 1992, art. 28 geldt voor het aj. 1991 en art. 29 geldt voor het aj. 1992).
III/50 Voor een goed begrip van de opeenvolgende wijzigingen, wordt hierna een beknopt overzicht gegeven van de in die verschillende wetten opgenomen bepalingen m.b.t. de berekening van de belasting.
| 1. | De hervorming van de BNI (W 22.12.1989) |
III/52 De krachtlijnen van die hervorming kunnen als volgt worden samengevat.
| 1° | Niet-inwoners worden ingedeeld in twee categorieën, met name niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden (niet-inwoners met tehuis) en de overige niet-inwoners (niet-inwoners zonder tehuis). Het begrip "een tehuis in België hebben behouden" houdt in dat de niet-inwoner zich - in voorkomend geval met zijn gezin - in België heeft gevestigd, doch in omstandigheden die erop wijzen dat hij zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin niet naar België heeft overgebracht. Het moet met andere woorden gaan om een werkelijke (gezins)vestiging in België, met name de plaats in België waar de betrokkene gedurende het volledige belastbare tijdperk gewoonlijk en samen met zijn gezin verblijft, maar toch zodanig dat nog kan worden beschouwd dat het verblijf in België niet van duurzame aard is (zie PV nr. 317 van 4.3.1991, Sen. VANDERBORGHT, Bull. 709, blz. 2.364). |
| 2° | Het aanslagstelsel van niet-inwoners zonder tehuis in België (art. 150, § 1, WIB - thans art. 243, WIB 92) wordt gekenmerkt door een verregaand depersonaliseren (of verzakelijken) van de belasting, in die zin dat de betrokken belastingplichtigen geen aanspraak hebben op belastingvrije sommen en de toeslagen erop wegens gezinslasten (art. 6, W 7.12.1988 - thans art. 131 tot 145, WIB 92) noch op het huwelijksquotiënt (art. 4, W 7.12.1988 - thans art. 87 tot 89, WIB 92), noch op de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten (art. 87ter, WIB - thans art. 146 tot 154, WIB 92). |
| 3° | Voor niet-inwoners met tehuis in België (ter zake zij inzonderheid bedoeld : de in België woonachtige buitenlandse kaderleden en vorsers die als niet-inwoners worden aangemerkt, de in art. 4, WIB (92) bedoelde personen - buitenlands diplomatiek en consulair personeel, enz. - zomede de buitenlandse ambtenaren, met exceptie van fiscale woonplaats, van in België gevestigde internationale organisaties), en daarmede gelijkgestelden, zijn dezelfde berekeningsregels van toepassing als die welke gelden voor de (aan de PB onderworpen) rijksinwoners (cf. art. 150, § 2, WIB - thans art. 244, WIB 92). |
| 4° | Niet-inwoners zonder tehuis in België die op grond van een non-discriminatiebepaling uit een door België gesloten dubbelbelastingverdrag aanspraak hebben op alle regels m.b.t. persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en belastingverminderingen uit hoofde van hun gezinstoestand of gezinslasten, worden voor de berekening van de belasting echter gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis in België; tot die "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis in België behoren inzonderheid de inwoners van Nederland, Griekenland, Marokko, Canada en van de vroegere Sovjet-Unie, voor zover zij beantwoorden aan de voorwaarden die in het desbetreffende dubbelbelastingverdrag zijn gesteld (Com.Ov. 24/31 en 24/33). |
| 2. | Wet van 28.12.1990 |
- de art. 73 en 75 WIB en de art. 1 en 2, W 7.12.1988 (thans art. 126 tot 128, WIB 92) eveneens van toepassing zijn op niet- inwoners zonder tehuis in België; dit houdt m.a.w. in dat de in de PB geldende regels i.v.m. de samenvoeging van andere inkomsten dan beroepsinkomsten van echtgenoten en hun kinderen en de vestiging van de aanslag op naam van beide echtgenoten (art. 126, WIB 92), de niet-samenvoeging van beroepsinkomsten van echtgenoten (art. 127, WIB 92) en de kwalificatie van gehuwde personen als alleenstaanden voor het jaar van huwelijk, ontbinding van het huwelijk, enz. (art. 128, WIB 92) eveneens gelden voor de berekening van de BNI/nat.pers. van niet-inwoners zonder tehuis in België;
- de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten eveneens worden verleend aan niet-inwoners zonder tehuis in België, doch berekend worden volgens bijzondere regels die afwijken van die welke gelden inzake PB (zie ter zake de nrs. 5 tot 22 van de circ. 7.7.1992, nr. Ci.RH.331/438.115, Bull. 719, blz. 2.155).
3. Rechtspraak van het Arbitragehof
III/54 Het arrest nr. 34/91 dd. 21.11.1991 (BS 14.12.1991) van het Arbitragehof heeft de art. 149 en 150, WIB zoals gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen vernietigd "in zoverre de niet-verblijfhoudende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden belast worden conform de paragrafen 1 van die twee artikelen".
Ingevolge dat arrest van het Arbitragehof, dat de facto terugwerkt tot de inwerkingtreding van de (gedeeltelijk) vernietigde bepalingen (m.a.w. tot het aj. 1991) worden niet-verblijfhoudende gerechtigden op Belgische pensioenen zonder tehuis in België vanaf het aj. 1991 voor de berekening van de belastingen (en de aftrekbare bestedingen) gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis in België.
Opgemerkt zij dat er bij het Arbitragehof eveneens een beroep werd ingediend tot vernietiging van de art. 10 en 32, § 1, W 28.12.1990 betreffende fiscale en niet-fiscale bepalingen (BS 29.12.1990).
Bij arrest nr. 46/92 van 18.6.1992 (BS 17.7.1992) heeft het Arbitragehof beslist dat dit beroep zonder voorwerp is (wegens de terugwerkende kracht van de vernietiging van de art. 149 en 150, WIB).
4. WIB 92, gecoördineerd bij KB van 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992
III/55 Ingevolge de invoering van het WIB 92, gelden vanaf het aj. 1992 voor de berekening van de BNI/nat.pers. de volgende artikelen van het WIB 92 :
-
art. 243, WIB 92
(oorsprong : art. 150, § 1, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989 en bij art. 10, W 28.12.1990);
-
art. 244, lid 1, WIB 92
(oorsprong : art. 150, § 2, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989);
-
art. 244, lid 2, WIB 92
(oorsprong : arrest Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 - BS 14.12.1991).
5. Wet van 28.7.1992
III/56 Art. 31, W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2185, Bull. 719), vult art. 243, WIB 92 aan met een derde lid, dat bepaalt dat de art. 126 tot 129, 157 tot 166, 169 en 171 tot 178 WIB 92 eveneens van toepassing zijn m.b.t. de berekening van de BNI/nat.pers. ten name van niet-inwoners zonder tehuis in België.
III/57 Die bepaling is van toepassing met ingang van het aj. 1993 en betekent dat in vergelijking met de aj. 1991 en 1992, thans de hiernavolgende bepalingen eveneens gelden voor niet-inwoners zonder tehuis in België :
- de aanrekening van de verliezen van de ene echtgenoot op de inkomsten van de andere echtgenoot (art. 129, WIB 92) (zie evenwel punt 6 hierna);
- de omzetting van sommige kapitalen, afkoopwaarden, enz. in lijfrente (art. 169, WIB 92) (zie evenwel punt 6 hierna);
- de afzonderlijke aanslag van sommige inkomsten (art. 171 tot 174, WIB 92) (zie evenwel punt 6 hierna);
| 6. | Wet van 28.12.1992 |
Wat de berekening van de belasting betreft, hebben die wijzigingen inzonderheid betrekking op de volgende punten :
| 1° | Er is vooreerst de gelijkstelling van sommige niet-inwoners zonder tehuis in België met niet-inwoners met tehuis in België, met name diegenen die gedurende ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in België een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend die in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen van werknemer, bestuurder of werkend vennoot oplevert (art. 140, § 2, 6° en 7°, WIB - thans art. 228, § 2, 6° en 7°, WIB 92) of die gedurende ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in de BNI/nat.pers. belastbare pensioenen hebben verkregen (art. 140, § 2, 6° WIB - thans art. 228, § 2, 6° WIB 92), mits die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten. Die regeling is van toepassing vanaf het aj. 1991 (cf. art. 28, § 3, tweede lid, W 28.12.1992 voor het aj. 1991 en art. 244, tweede lid, WIB 92, zoals vervangen door art. 12, W 28.12.1992, voor de volgende aj.). De aldus bewerkstelligde gelijkstelling maakt het arrest van het Arbitragehof van 21.11.1991 zonder voorwerp. De niet- inwonende gerechtigden op Belgische pensioenen die geen tehuis in België hebben behouden, behoren tot de nieuwe categorie van gelijkgestelden voor zover zij de ter zake gestelde nieuwe voorwaarden vervullen. |
| 2° | Als tweede wijziging is er de taxatie als alleenstaande van de gehuwde niet-inwoner (met tehuis of zonder tehuis in België) wanneer alleen hij (zij) in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkrijgt en zijn (haar) echtgenoot bij verdrag vrijgestelde Belgische en/of buitenlandse beroepsinkomsten heeft die meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag) bedragen. De aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot zal slechts aanspraak kunnen maken op de toeslagen op de belastingvrije som (als alleenstaande) wegens gezinslasten, wanneer zijn (haar) beroepsinkomsten hoger zijn dan die van zijn (haar) echtgenoot). Die regel is van toepassing vanaf het aj. 1991 (cf. art. 28, § 4, W 28.12.1992 voor het aj. 1991 en art. 244bis, WIB 92, ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992, voor de volgende aj.). |
| 3° | De derde nieuwigheid betreft het toepassen van de bijzondere stelsels van aanslag waarvan sprake in art. 92, WIB - thans art. 169, WIB 92 (omzetting van sommige kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden in lijfrente) en art. 92, WIB - thans de art. 171 tot 174, WIB 92 (afzonderlijke aanslag van sommige inkomsten) bij niet-inwoners zonder tehuis in België voor de aj. 1991 en 1992 (cf. art. 28, § 2, vierde lid, W 28.12.1992, voor het aj. 1991 en art. 29, vierde lid, W 28.12.1992 voor het aj. 1992). Met ingang van het aj. 1993 vloeit de toepassing van de voormelde bijzondere aanslagstelsels voort uit art. 243, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992 (zie III/56 en 57). |
| 4° | De administratieve praktijk wordt bevestigd dat voor niet- inwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden, zowel de binnenlandse als de buitenlandse inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) in aanmerking worden genomen om het huwelijksquotiënt te berekenen, om te bepalen of het grensbedrag van de toegelaten eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot waarboven geen meewerkinkomen mag worden toegekend is overschreden en om de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten te bepalen (cf. art. 244, eerste lid, in fine, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 12, W 28.12.1992 - van toepassing met ingang van het aj. 1992). |
| 5° | Verder wordt in het WIB 92, (KB van 10.4.1992) een vergetelheid rechtgezet door uitdrukkelijk te bepalen dat de art. 126 tot 129, WIB 92 (betreffende de aanslag van echtgenoten en hun kinderen) van toepassing zijn bij de berekening van de belasting in hoofde van niet-inwoners met tehuis in België en ermede gelijkgestelden (cf. art. 244, eerste lid, in fine, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 12, W 28.12.1992 - van toepassing met ingang van het aj. 1992). |
| 6° | Tenslotte wordt een bijzondere termijn ingesteld voor bezwaar en ambtshalve ontheffing m.b.t. de aanslagen die voor het aj. 1991 zijn gevestigd in strijd met de bepalingen van art. 28, § 1, W 28.12.1992 (cf. art. 28, § 6, W 28.12.1992). |
Die tabel bevat voor het aj. 1993 geldende toestand; behoudens wanneer dit uitdrukkelijk anders is vermeld geldt de tabel - mutatis mutandis - eveneens voor de aj. 1991 en 1992.
De categorie van de met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelde bezoldigden en gepensioneerden (9 m/75 %) is opgenomen in de kolom van de niet-inwoners met tehuis. Het enige verschil in de fiscale behandeling tussen die 2 categorieën van niet-inwoners betreft het niet-toepassen van de woningaftrek voor die gelijkgestelden.
VERGELIJKENDE TABEL
BNI/nat.pers. (aj. 1993) ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ I. Belastbare ¦ II. Vaststelling van ¦ inkomsten ¦ het nettobedrag van ------------------- ¦ (art. 228, WIB 92) ¦ van de samen te ¦ ¦ voegen inkomsten HOEDANIGHEID VAN DE ¦ ¦ (art. 235 tot 238 BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ WIB 92) ----------------------+------------------------+------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Inkomsten die in ¦ Toepassing regels PB TEHUIS en ermede ¦ België zijn behaald of ¦ (art. 7 tot 103, WIB 92) gelijkgestelde ¦ verkregen (art. 228, ¦ + toepassing art. : bezoldigde en ¦ § 1, WIB 92) ¦ 236 WIB 92 gepensioneerde ¦ ¦ (vrijstelling (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ stopzettingsmeer- ¦ ¦ waarden bij ¦ ¦ inbreng van 1 of ¦ ¦ meer bedrijfsaf- ¦ ¦ delingen of takken ¦ ¦ van werkzaamheid) ¦ ¦ 237 WIB 92 (alleen ¦ ¦ aftrek van ¦ ¦ beroepskosten ¦ ¦ i.v.m. in België ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ beroepsinkomsten) ¦ ¦ 238 WIB 92 (BNI is geen ¦ ¦ beroepskost) ¦ ¦ Met niet-inwoner met ¦ ¦ tehuis gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde : ¦ ¦ idem, uitgezonderd ¦ ¦ art. 16, WIB 92 ¦ ¦ (GEEN WONINGAFTREK) ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Idem, uitgezonderd art. TEHUIS ¦ ¦ 16, WIB 92 (GEEN ¦ ¦ WONINGAFTREK) ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem, uitgezonderd art. WONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ 16, WIB 92 (GEEN (bv. inwoner van ¦ ¦ WONINGAFTREK) Nederland) ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ III. Aftrekbare ¦ IV. Toekenning ------------------ ¦ bestedingen ¦ medewerkende ¦ (art. 241 en 242 ¦ echtgenoot (art. 243 HOEDANIGHEID VAN DE ¦ WIB 92) ¦ en 244 WIB 92) BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+------------------------+------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ 104 tot 116, WIB 92 ¦ 86 en 89 WIB 92. gelijkgestelde ¦ zoals beperkt in art. ¦ Grens van 350.000 F bezoldigde en ¦ 242, WIB 92; d.w.z. ¦ (geïndexeerd) : alle gepensioneerde ¦ aftrek van : ¦ beroepsinkomsten komen (9 maanden + 75 %) ¦ - onderhoudsuitkeringen¦ in aanmerking ¦ (verkrijger = ¦ (belastbare Belgische, ¦ rijksinwoner); ¦ bij verdrag vrijgestelde ¦ - giften; ¦ Belgische en ¦ - erfpacht en opstal ¦ buitenlandse). ¦ (in België gelegen ¦ ¦ onroerende goederen);¦ ¦ - bezoldigingen ¦ ¦ huisbediende; ¦ ¦ - uitgaven onderhoud ¦ ¦ en restauratie; ¦ ¦ - bijkomende interest- ¦ ¦ aftrek voor nieuw- ¦ ¦ bouw en vernieuwbouw;¦ ¦ - uitgaven voor ¦ ¦ kinderoppas. ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Toepassing van de art. ¦ Geen toepassing van de TEHUIS ¦ 104 tot 116 WIB 92, ¦ art. 86 en 89 WIB 92 ¦ zoals beperkt in art. ¦ (cf. art. 243, eerste ¦ 241, WIB 92; d.w.z. ¦ lid, WIB 92) ¦ aftrek van : ¦ Opgelet : De toekenning ¦ - onderhoudsuitkeringen¦ aan de medewerkende ¦ (verkrijger = ¦ echtgenoot werd door de ¦ rijksinwoner); ¦ administratie ¦ - giften aan Belgische ¦ toegestaan voor het aj. ¦ instellingen; ¦ 1991. ¦ - erfpacht en opstal ¦ ¦ (in België gelegen ¦ ¦ onroerende goederen ¦ ¦ NIET aftrekbaar zijn ¦ ¦ uitgaven m.b.t. : ¦ ¦ - kinderoppas; ¦ ¦ - bezoldigingen ¦ ¦ huisbediende; ¦ ¦ - uitgaven onderhoud ¦ ¦ en restauratie; ¦ ¦ - bijkomende ¦ ¦ interestaftrek. ¦ ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ zonder tehuis ¦ zonder tehuis (bv. inwoner van ¦ NIET aftrekbaar : idem ¦ Nederland) ¦ als niet-inwoner ¦ ¦ zonder tehuis ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ V. Huwelijksquotiënt ¦ VI. Aanslag van ------------------- ¦ (art. 243 en 244 WIB ¦ echtgenoten en hun HOEDANIGHEID VAN DE ¦ 92) ¦ kinderen (art. 243 en BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ 244 WIB 92) ----------------------+------------------------+------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ 87, 88 en 89 WIB 92. ¦ 126 (principiële gelijkgestelde ¦ (toerekening van een ¦ samenvoeging), 127 bezoldigde en ¦ deel van de ¦ (decumul beroepsinkomen) gepensioneerde ¦ beroepsinkomsten) ¦ 128 (geen samenvoeging (9 maanden + 75 %) ¦ Grens van 270.000 F ¦ jaar huwelijk, enz.) en ¦ (geïndexeerd) : ¦ 129 (overdracht ¦ (alle beroepsinkomsten ¦ verliezen echtgenoten) ¦ komen in aanmerking, ¦ WIB 92. ¦ d.w.z. belastbare ¦ Toepassing art. 244bis, ¦ Belgische, bij verdrag ¦ WIB 92 d.w.z. taxatie ¦ vrijgestelde Belgische ¦ als alleenstaanden ¦ en buitenlandse). ¦ wanneer slechts 1 der ¦ ¦ echtgenoten in de BNI ¦ ¦ belastbare inkomsten ¦ ¦ behaald heeft en de ¦ ¦ andere niet in België ¦ ¦ belastbare ¦ ¦ beroepsinkomsten heeft ¦ ¦ voor meer dan 270.000 ¦ ¦ F. Toeslag voor ¦ ¦ personen ten laste ¦ ¦ wordt enkel verleend ¦ ¦ wanneer de in België ¦ ¦ belastbare echtgenoot ¦ ¦ de hoogste ¦ ¦ beroepsinkomsten heeft. ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Geen toepassing van de ¦ idem TEHUIS ¦ van de art. 87, 88 en ¦ ¦ 89 WIB 92 (cf. art. 243¦ Opgelet : ¦ eerste lid, WIB 92) ¦ Voor aj. 1991 : ¦ ¦ Geen overdracht van ¦ ¦ verliezen tussen ¦ ¦ echtgenoten : art. 76, ¦ ¦ WIB is niet van ¦ ¦ toepassing ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem INWONER ZONDER TEHUIS ¦ met tehuis ¦ (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- ¦ VII. Berekening van de belasting (art. 243 en ¦ 244 WIB 92) WETTELIJKE BEPALINGEN ¦-------------------------------------------------- ¦ 1. Tarief ¦ 2. Belastingvrije ------------------- ¦ ¦ sommen en toeslagen HOEDANIGHEID VAN DE ¦ ¦ wegens gezinslasten BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van art. 130, ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ WIB 92 ¦ 131 tot 145 WIB 92 gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Geen toepassing van TEHUIS ¦ ¦ art. 131 tot 145 WIB ¦ ¦ 92 - d.w.z. geen ¦ ¦ belastingvrije sommen ¦ ¦ noch toeslagen ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 3. Belastingvermindering ¦ 4. Belasting- ¦ voor het lange ¦ vermindering voor ------------------- ¦ termijnsparen en het ¦ pensioenen en HOEDANIGHEID VAN DE ¦ bouwsparen ¦ vervangings- BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ inkomsten ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de TEHUIS en ermede ¦ 145/1, 2° tot 5°, 145/2, ¦ regels die gelden gelijkgestelde ¦ 145/4 tot 145/20 WIB 92 ¦ inzake PB (cf. art. bezoldigde en ¦ (alleen vermindering ¦ 146 tot 154 WIB 92) gepensioneerde ¦ m.b.t. betalingen ¦ Grenzen van 600.000 (9 maanden + 75 %) ¦ pensioensparen mits ¦ F, 750.000 F enz. ¦ rijksinwoner bij de ¦ (geïndexeerd) : ¦ opening van de rekening ¦ Alle inkomsten van ¦ of afsluiten van de ¦ beide echtgenoten ¦ verzekering) ¦ (belastbare ¦ ¦ Belgische, bij verdrag ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ Belgische en ¦ ¦ buitenlandse) worden ¦ ¦ ter zake in aanmerking ¦ ¦ genomen ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van de art. TEHUIS ¦ 145/1, 2° tot 4°, 145/2, ¦ 146 tot 154 WIB 92, ¦ 145/4 tot 145/7, 145/17 ¦ volgens de regels van ¦ tot 145/20, WIB 92 ¦ art. 243, tweede lid, ¦ (geen vermindering m.b.t.¦ WIB 92 d.w.z. ¦ betalingen pensioen- ¦ bijzondere ¦ sparen) (administratieve ¦ belastingvermindering ¦ regeling in afwachting ¦ Alle inkomsten van ¦ van de wijziging van ¦ beide echtgenoten ¦ art. 243, WIB 92) ¦ (belastbare ¦ ¦ Belgische, bij verdrag ¦ ¦ vrijgestelde ¦ ¦ Belgische en ¦ ¦ buitenlandse) worden ¦ ¦ ter zake in aanmerking ¦ ¦ genomen ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ met tehuis ¦ met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Alle inkomsten van Nederland) ¦ ¦ van beide echtgenoten ¦ ¦ (belastbare Belgische ¦ ¦ bij verdrag ¦ ¦ vrijgestelde Belgische ¦ ¦ en buitenlandse) ¦ ¦ worden ter zake in ¦ ¦ aanmerking genomen ----------------------+--------------------------+----------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 5. Vermindering voor ¦ 6. Vermeerdering voor ------------------ ¦ inkomsten uit het ¦ gebrek aan VA HOEDANIGHEID VAN DE ¦ buitenland ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Geen toepassing van de ¦ Toepassing van de art. TEHUIS en ermede ¦ art. 155 en 156, WIB 92. ¦ 157 tot 168, WIB 92 gelijkgestelde ¦ De bij verdrag vrijge- ¦ (d.w.z. wel bezoldigde en ¦ gestelde Belgische en ¦ vermeerdering) gepensioneerde ¦ buitenlandse inkomsten ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ komen uitsluitend in ¦ ¦ aanmerking voor het ¦ ¦ vaststellen van de ¦ ¦ grenzen inzake : ¦ ¦ - toekenning medewerkende¦ ¦ echtgenoot; ¦ ¦ - huwelijksquotiënt; ¦ ¦ - verminderingen voor ¦ ¦ pensioenen en ¦ ¦ vervangingsinkomsten. ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Geen vermeerdering TEHUIS ¦ ¦ voor de aj. 1991 en ¦ ¦ 1992. (Geen toepassing ¦ ¦ art. 89-91 WIB voor ¦ ¦ aj. 1991/geen toepas- ¦ ¦ sing art. 157-166 WIB ¦ ¦ 92 voor aj. 1992) ¦ ¦ Toepassing van de art. ¦ ¦ 157 tot 166, WIB (De ¦ ¦ verwijzing naar de ¦ ¦ art. 167, WIB 92 ¦ ¦ ontbreekt in art. 243, ¦ ¦ derde lid, WIB 92) ¦ ¦ (d.w.z. wel ¦ ¦ vermeerdering) vanaf ¦ ¦ het aj. 1993. ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ met tehuis vanaf aj. (bv. inwoner van ¦ ¦ 1993. Geen Nederland) ¦ ¦ vermeerdering voor de ¦ ¦ aj. 1991 en 1992. ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 7. Bijzondere stelsels van aanslag ------------------ ¦-------------------------------------------------- HOEDANIGHEID VAN DE ¦ a) Omzetting van sommige kapitalen in lijfrente BELASTINGPLICHTIGE ¦-------------------------------------------------- ¦ - art. 169, WIB 92 ¦ - art. 170, WIB 92 ¦ (verzekeringscontracten) ¦ (kapitaal i.p.v. ¦ ¦ onderhoudsuitkering) ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van art. 169, ¦ Toepassing van art. TEHUIS en ermede ¦ WIB 92 ¦ 170, WIB 92 gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Geen toepassing van TEHUIS ¦ ¦ art. 170, WIB 92 ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ b) Afzonderlijke aanslag ----------------- ¦ HOEDANIGHEID VAN DE ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. 171 tot 174, WIB 92 TEHUIS en ermede ¦ gelijkgestelde ¦ bezoldigde en ¦ gepensioneerde ¦ (9 maanden + 75 % ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem TEHUIS ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem WONER ZONDER TEHUIS ¦ (bv. inwoner van ¦ Nederland) ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 8. Bonificatie voor VA ¦ 9. Jaarlijkse ----------------- ¦ ¦ indexatie HOEDANIGHEID VAN DE ¦ ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van de art. ¦ Toepassing van art. TEHUIS en ermede ¦ 175 tot 177 WIB 92 ¦ 178, WIB 92 gelijkgestelde ¦ ¦ bezoldigde en ¦ ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Geen bonificatie voor de ¦ Idem TEHUIS ¦ aj. 1991 en 1992 ¦ ¦ (Geen toepassing art. ¦ ¦ 93bis WIB voor aj. 1991/ ¦ ¦ geen toepassing art. 175-¦ ¦ 177 WIB 92 voor aj. 1992)¦ ¦ Toepassing art. 175-177 ¦ ¦ WIB 92 voor aj. 1993 ¦ ¦ (wel bonificatie) ¦ ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem als niet-inwoner ¦ Idem INWONER ZONDER TEHUIS ¦ met tehuis, vanaf aj. ¦ (bv. inwoner van ¦ 1993. Geen bonificatie ¦ Nederland) ¦ voor de aj. 1991 en 1992 ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ 9. Jaarlijkse indexatie ------------------ ¦ HOEDANIGHEID VAN DE ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ----------------------+-------------------------------------------------- NIET-INWONER MET ¦ Toepassing van art. 178, WIB 92 TEHUIS en ermede ¦ gelijkgestelde ¦ bezoldigde en ¦ gepensioneerde ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem TEHUIS ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem WONER ZONDER TEHUIS ¦ (bv. inwoner van ¦ Nederland) ¦ ------------------------------------------------------------------------- ------------------------------------------------------------------------- WETTELIJKE BEPALINGEN ¦ VIII. Aanvullende ¦ IX. Bedrijfs- ----------------- ¦ belasting ¦ voorheffing HOEDANIGHEID VAN DE ¦ (art. 245, WIB 92) ¦ BELASTINGPLICHTIGE ¦ ¦ ----------------------+--------------------------+----------------------- NIET-INWONER MET ¦ 6 opcentiemen ten bate ¦ Toepassing schaal I TEHUIS en ermede ¦ van de staat berekend op ¦ of schaal II. Bijlage gelijkgestelde ¦ de wijze als bepaald in ¦ III, KB/WIB bezoldigde en ¦ art. 466, WIB 92 ¦ gepensioneerde ¦ ¦ (9 maanden + 75 %) ¦ ¦ ¦ ¦ NIET-INWONER ZONDER ¦ Idem ¦ Toepassing schaal III. TEHUIS ¦ ¦ Bijlage III, KB/WIB ¦ ¦ BEVOORRECHTE NIET- ¦ Idem ¦ Idem als niet-inwoner INWONER ZONDER TEHUIS ¦ ¦ met tehuis (bv. inwoner van ¦ ¦ Nederland) ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- 5. Niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen inkomsten (art. 248, WIB 92)
a) Wettekst
III/61 Art. 32, W 28.7.1992 heeft art. 248, WIB 92 vervangen door een nieuwe bepaling, die als volgt luidt :
| Art. | 248, WIB 92 (Tekst van toepassing met ingang van het aj. 1993) |
Met betrekking tot belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 1°, is het eerste lid, in afwijking van artikel 232, eveneens van toepassing :
| 1° | op de winst of de baten behaald of verkregen door vennoten of leden van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 229, § 3; |
| 2° | op de inkomsten van onroerende goederen waarvan het totale bedrag per belastingplichtige lager is dan 100.000 frank. |
Algemeen
III/62 Art. 248, WIB 92 regelt de wijze waarop de in België behaalde of verkregen inkomsten van niet-inwoners die niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. zijn onderworpen (met name de niet in art. 232, WIB 92 vermelde inkomsten), moeten worden belast.
Ter zake bepaalt dat wetsartikel dat de in dit geval verschuldigde belasting gelijk is aan de verschillende voorheffingen en aan de in art. 301, WIB 92 vermelde bijzondere aanslag die op die inkomsten betrekking hebben.
III/63 De soorten inkomsten die - vanaf het aj. 1991 - niet geregulariseerd worden in de BNI/nat.pers. zijn :
- de inkomsten van niet-verhuurde (en niet in erfpacht of in opstal gegeven) in België gelegen onroerende goederen, voor zover die inkomsten de enige inkomsten zijn voor de belastingplichtige (zie ter zake III/36 tot 38);
- roerende inkomsten;
- winst die zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen voortkomt :
| a) | uit in België gedane verrichtingen van buitenlandse verzekeraars die er gewoonlijk andere contracten dan herverzekeringscontracten inzamelen; |
| b) | uit in België door een podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zelfs indien de inkomsten niet worden toegekend aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon; |
- diverse inkomsten als vermeld in art. 228, § 2, 8°, a tot g, WIB 92 - thans art. 228, § 2, 9°, a tot g, WIB 92.
III/64 Die inkomsten worden op volgende wijze belast :
| 1. | Inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen : zijn in principe (behoudens wettelijke of reglementaire afwijkingen) aan de OV onderworpen. |
| 2. | Roerende inkomsten : zijn in principe (behoudens wettelijke of reglementaire afwijkingen) aan de RV onderworpen. |
| 3. | Winst van buitenlandse verzekeraars : is aan de BV onderworpen op het brutobedrag van de premies betreffende de in België gedane verrichtingen tegen een tarief van 4,3 % (cf. art. 113, 5°, c, KB/WIB en nr. 63, c, Bijlage III van het KB/WIB) (De tarieven van de BV zijn die welke van toepassing zijn voor de in 1991 en 1992 behaalde of verkregen inkomsten (cf. respectievelijk KB 2.1.1991 (V 2075) en KB 19.12.1991 (V 2149)). |
| 4. | Winst die voortkomt uit door niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars in België verrichte werkzaamheden : is aan de BV onderworpen op het brutobedrag van de inkomsten tegen een éénvormig tarief van 18 % (cf. art. 113, 5°, d, KB/WIB en nr. 64, Bijlage III van het KB/WIB). Zie evenwel de tabel opgenomen in III/69). |
| 5. | Diverse inkomsten : |
- in België behaalde of verkregen toevallige winst of baten (art. 228, § 2, 8°, a, WIB 92 - thans art. 228, § 2, 9°, a, WIB 92) : zijn aan de BV onderworpen op het brutobedrag van de inkomsten tegen een tarief van 30 % (cf. art. 113, 5°, a, KB/WIB en nr. 63, a, Bijlage III, KB/WIB) (De tarieven van de BV zijn die welke van toepassing zijn voor de in 1991 en 1992 behaalde of verkregen inkomsten (cf. respectievelijk KB 2.1.1991 (V 2075) en KB 19.12.1991 (V 2149));
- prijzen, subsidies, renten of pensioenen ten laste van Belgische openbare machten of openbare instellingen (art. 228, § 2, 8°, b, WIB 92 - thans art. 228, § 2, 9°, b, WIB 92) : zijn aan de BV onderworpen op het brutobedrag van de inkomsten tegen een tarief van 26,5 % (cf. art. 113, 3°, KB/WIB en nr. 59, tweede lid, Bijlage III, KB/WIB) (De tarieven van de BV zijn die welke van toepassing zijn voor de in 1991 en 1992 behaalde of verkregen inkomsten (cf. respectievelijk KB 2.1.1991 (V 2075) en KB 19.12.1991 (V 2149));
- onderhoudsuitkeringen ten laste van rijksinwoners (art. 228, § 2, 8°, c, WIB 92 - thans art. 228, § 2, 9°, c, WIB 92): zijn aan de BV onderworpen tegen een tarief van 26,5 % op 80 % van het bedrag van de uitkeringen (cf. art. 113, 4°, KB/WIB en nrs. 61 en 62, Bijlage III, KB/WIB) (De tarieven van de BV zijn die welke van toepassing zijn voor de in 1991 en 1992 behaalde of verkregen inkomsten (cf. respectievelijk KB 2.1.1991 (V 2075) en KB 19.12.1991 (V 2149));
- diverse inkomsten van roerende aard (art. 228, § 2, 8°, d, e en f, WIB 92 - thans art. 228, § 2, 9°, d, e en f, WIB 92): zijn in principe (behoudens wettelijke of reglementaire afwijkingen) onderworpen aan de RV (zie art. 261 tot 269, WIB 92);
- meerwaarden op in België gelegen ongebouwde onroerende goederen of op zakelijke rechten m.b.t. zulke onroerende goederen (art. 228, § 2, 8°, g, WIB 92 - thans art. 228, § 2, 9°, g, WIB 92) : zijn onderworpen aan de bijzondere aanslag gevestigd en ingevorderd door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen (zie art. 301, WIB 92).
III/65 Art. 32, W 28.7.1992 heeft het toepassingsgebied van art. 248, WIB 92 vanaf het aj. 1993 uitgebreid met 3 soorten inkomsten, die dus ten name van niet-inwoners (natuurlijke personen) ook niet meer aan een regularisatie worden onderworpen :
- inkomsten van welke aard ook die voortkomen uit een in België door een podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid zelfs indien de inkomsten niet worden toegekend aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon (cf. art. 228, § 2, 8°, WIB 92 - zie III/15 tot 21);
- de winst of de baten behaald of verkregen door vennoten of leden (natuurlijke personen) van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (cf. art. 229, § 3, WIB 92 - zie III/24 tot 27);
- de inkomsten van onroerende goederen waarvan het totale bedrag per belastingplichtige (natuurlijke persoon) lager is dan 100.000 F (cf. art. 232, tweede lid, WIB 92 - zie III/36 tot 42).
III/66 Opgemerkt zij nog dat vanaf het aj. 1993 :
- art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 is opgeheven (zie III/19);
- de diverse inkomsten opgenomen zijn in art. 228, § 2, 9°, WIB 92 (zie III/22).
Inkomsten van welke aard ook die voortkomen uit een in België door een podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid.
III/67 Om het even welke inkomsten die - zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen - voortkomen uit een in België door een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zelfs indien de inkomsten niet worden toegepast aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon (cf. art. 228, § 2, 8°, WIB 92 - zie III/15 tot 21), vormen voortaan een afzonderlijke categorie van inkomsten die op grond van art. 248, eerste lid, in fine, WIB 92 worden uitgesloten van een regularisatie in de BNI/nat.pers.
III/68 De belasting m.b.t. de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 vermelde inkomsten is dus gelijk aan de voorheffing (BV) die op die inkomsten betrekking heeft.
Vermits de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 bedoelde inkomsten niet vermeld worden in art. 232, eerste lid, WIB 92 (opsomming van de regulariseerbare inkomsten), is die bedrijfsvoorheffing "bevrijdend", zelfs wanneer de verkrijger nog andere - regulariseerbare - inkomsten in België heeft behaald of verkregen.
III/69 De bedrijfsvoorheffing m.b.t. die inkomsten is vastgesteld in het KB van 1.10.1992 - BS 8.10.1992 (V 2203, Bull. 722).
Dit KB bepaalt dat :
- art. 113, 5°, d, KB/WIB is opgeheven (met ingang van 8.10.1992);
- hoofdstuk X (dat nr. 64 bevat) van bijlage III van het KB/WIB is opgeheven (met ingang van 8.10.1992);
- de BV aan de bron verschuldigd is op de inkomsten vermeld in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 (behoudens de door de wet en door internationale overeenkomsten bepaalde vrijstellingen);
- het éénvormig tarief van de BV op diezelfde inkomsten gelijk is aan 18 % van het brutobedrag van die inkomsten (die met ingang van 8.10.1992 worden betaald of toegekend).
III/70 De hiernavolgende tabellen geven een overzicht van de regels i.v.m. de vestiging van de aanslag in de BNI/nat.pers. voor de aj. 1991, 1992 en 1993 enerzijds en de verschuldigdheid en het tarief van de BV voor de jaren 1990, 1991 en 1992 anderzijds m.b.t. de inkomsten uit werkzaamheden van niet-inwonende podiumkunstenaars en sportbeoefenaars.
TABEL I
BNI/nat.pers. : Aj. 1991 (inkomstenjaar 1990)
BV : jaar 1991
Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigd- Tarief van de BNI/nat/pers. heid van de BV BV (Bijlage (cf. art. 143, (cf. art. 113, III, KB/WIB) 2° en 152 WIB) KB/WIB) 1. Winst d.b.v. ja neen - Belgische (geen uitvoe- inrichtingen ringsbepaling) (art. 140, § 2, 3°, WIB) 2. Winst zonder neen neen - bemiddeling van (geen uitvoe- Belgische ringsbepaling) inrichtingen (beloningen betaald aan andere natuurlijke persoon of rechtspersoon) (art. 140, § 2, 3°, c, WIB) 3. Baten (beloningen ja ja 17 tot 37 % rechtstreeks betaald (art. 113, 5°, (cf. nr. 46, aan zelfstandige b, KB/WIB) b, Bijlage podiumkunstenaar of III, KB/WIB sportbeoefenaar) zoals (art. 140, § 2, 4°, vervangen door WIB) bijlage KB 18.12.1989) 4. Bezoldigingen ja ja volgens de (beloningen (art. 113, 1°, algemene regel rechtstreeks KB/WIB) of bijzondere betaald aan regels (cf. bezoldigde nrs. 7 tot 13, podiumkunstenaar of 20 en 22, sportbeoefenaar) Bijlage III, (art. 140, § 2, KB/WIB zoals 6° en 7°, WIB) vervangen door bijlage KB 18.12.1989) 5. Diverse inkomsten neen ja 30 % (beloningen betaald art. 113, 5°, (cf. nr. 46, voor toevallige a, KB/WIB) a, Bijlage prestaties) (art. III, KB/WIB, 140, § 2, 8°, a, zoals WIB) vervangen door bijlage KB 18.12.1989) TABEL II
BNI/nat.pers. : Aj. 1992 (inkomstenjaar 1991)
BV : jaar 1991
Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigdheid Tarief van de BNI/nat.pers. van de BV (cf. BV (Bijlage (cf. art. art. 113, III, KB/WIB) 232, 2° en KB/WIB) 248 WIB 92) 1. Winst d.b.v. ja neen Belgische (geen uitvoe- inrichtingen (art. ringsbepaling) 228, § 2, 3°, WIB 92) 2. Winst zonder neen ja nihil (1) bemiddeling van (art. 113, 5°, Belgische inrichtingen d, KB/WIB zoals (beloningen betaald gewijzigd door aan andere natuurlijke art. 1, 2°, KB persoon of rechtsper- 2.1.1991) soon) (art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92) 3. Baten (beloningen ja ja 18 % (op rechtstreeks betaald (art. 113, 5°, bruto) (cf. aan zelfstandige b, KB/WIB, zoals nr. 64, podiumkunstenaar of gewijzigd door Bijlage III, sportbeoefenaar) art. 1, 2°, KB KB/WIB zoals (art. 228, § 2, 4°, 2.1.1991) vervangen door WIB 92) bijlage KB 2.1.1991) 4. Bezoldigingen ja ja 18 % (op (beloningen (art. 113, 1°, bruto) rechtstreeks betaald KB/WIB zoals (cf. nr. 64, aan bezoldigde gewijzigd door Bijlage III, podiumkunstenaar of art. 1, 1°, KB KB/WIB zoals sportbeoefenaar) 2.1.1991) vervangen door (art. 228, § 2, 6° bijlage KB en 7°, WIB 92) 2.1.1991) 5. Diverse inkomsten neen ja 18 % (op (beloningen betaald (art. 113, 5°, bruto) (cf. voor toevallige a, KB/WIB zoals nr. 64, prestaties) gewijzigd door Bijlage III, (art. 228, § 2, 8°, art. 1, 2°, KB KB/WIB zoals a, WIB 92) 2.1.1991) vervangen door bijlage KB 2.1.1991) (1) Hoewel op grond van art. 113, 5°, d, KB/WIB, zoals gewijzigd door art. 1, 2°, KB 2.1.1991 de BV in principe verschuldigd is op in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 (art. 140, § 2, 3°, c, WIB) bedoelde inkomsten is de tekst van nr. 64, Bijlage III, KB/WIB zoals vervangen door de bijlage KB 2.1.1991 niet duidelijk. Derhalve heeft de Minister van Financiën beslist dat de in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92 bedoelde inkomsten van het jaar 1991 niet onderworpen zijn aan de BV. TABEL III
BNI/nat.pers. : Aj. 1993 (inkomstenjaar 1992)
BV : jaar 1992
A. Van 1.1.1992 tot 7.10.1992 betaalde of toegekende inkomsten Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigdheid Tarief van de BNI/nat.pers. van de BV (cf. BV (Bijlage (cf. art. 232 art. 113, III, KB/WIB) en 248 WIB KB/WIB) 92) 1. Winst d.b.v. ja neen - Belgische (cf. art. (geen uitvoe- inrichtingen 232, eerste ringsbepaling) (art. 228, § 2, 3° lid, 2°, a, WIB 92) WIB 92) 2. Inkomsten uit een in neen ja 18 % (op België door een (cf. art. (cf. art. 113, bruto) (cf. podiumkunstenaar of 248, eerste 1° en 5°, a, nr. 64, een sportbeoefenaar lid, in fine, b en d, KB/WIB) Bijlage III, persoonlijk en als WIB 92, zoals KB/WIB zoals zodanig verrichte gewijzigd door vervangen door werkzaamheid ongeacht art. 32, W bijlage KB de aard en de 28.7.1992) 19.12.1991) verkrijger van de (1) inkomsten (art. 228, § 2, 8°, WIB 92, ingevoegd door art. 23, 4°, W 28.7.1992) (1) Hoewel op grond van art. 113, 5°, d, KB/WIB, zoals gewijzigd door art. 1, 2°, KB 2.1.1991 de BV in principe verschuldigd is op in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 bedoelde inkomsten, is de tekst van nr. 64, Bijlage III, KB/WIB zoals vervangen door de bijlage KB 19.12.1991 niet duidelijk. Derhalve heeft de Minister van Financiën beslist dat de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92 bedoelde inkomsten voor de periode 1.1.1992 - 7.10.1992 niet onderworpen zijn aan de BV, voor zover die inkomsten niet aan de podiumkunstenaar of sportbeoefenaar zelf, maar aan andere natuurlijke persoon of rechtspersoon worden betaald of toegekend.B. Met ingang van 8.10.1992 betaalde of toegekende inkomsten Aard van de inkomsten Aanslag in de Verschuldigdheid Tarief van de BNI/nat.pers. van de BV BV (cf. art. 232 en 248 WIB 92) 1. Winst d.b.v. ja neen - Belgische (cf. art. (geen uitvoe- inrichtingen (art. 232, eerste ringsbepaling) 228, § 2, 3°, WIB lid, 2°, a, 92) WIB 92) 2. Inkomsten uit een in neen ja 18 % (op België door een (cf. art. (cf. art. 3, bruto) (cf. podiumkunstenaar of 248, eerste eerste lid, KB art. 3, tweede een sportbeoefenaar lid, in fine, 1.10.1992) lid, KB persoonlijk en als zoals 1.10.1992) zodanig verrichte gewijzigd werkzaamheid, door art. ongeacht de aard en 32, W de verkrijger van de 28.7.1992) inkomsten (art. 228, § 2, 8°, WIB 92, ingevoegd door art. 23, 4°, W 28.7.1992) Winsten en baten van niet-inwonende vennoten of leden van burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid III/71 De niet-inwonende vennoten of leden van Belgische of buitenlandse burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid (vennootschappen en verenigingen die respectievelijk ofwel hun zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België hebben ofwel in België winst behalen d.m.v. een Belgische inrichting of baten behalen die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid), zijn onderworpen aan de BNI/nat.pers. op grond van art. 228, § 2, 3° en 4°, WIB 92 en worden geacht in België een inrichting te hebben of in België persoonlijk werkzaamheden uit te oefenen (cf. art. 229, § 3, WIB 92 - zie III/24 tot 27).
III/72 Vanaf het aj. 1993 (inkomstenjaar 1992) zijn de bedoelde vennoten of leden, wanneer het natuurlijke personen betreft, evenwel niet meer onderworpen aan een regularisatie in de BNI/nat. pers., maar is de belasting m.b.t. de door hen behaalde winst of baten gelijk aan de voorheffing die op die inkomsten betrekking heeft (cf. art. 248, tweede lid, 1°, WIB 92). Het doel van de wetswijziging was te vermijden dat vele duizenden aanslagen (soms voor heel geringe bedragen) in de BNI/nat.pers. zouden moeten worden gevestigd op naam van de betrokken belastingplichtigen.
III/73 De desbetreffende voorheffing is de bedrijfsvoorheffing, die zal worden geheven op het aandeel van iedere vennoot of lid in de verdeelde en onverdeelde winst of baten van de vennootschap of vereniging.
III/74 De berekeningsregels en het tarief van de BV m.b.t. de beoogde inkomsten, zomede de wijze van aangifte en storting van de BV, moeten evenwel nog bij KB worden geregeld.
Die regels zullen later worden toegelicht.
III/75 Deze bedrijfsvoorheffing is evenwel alleen "bevrijdend", wanneer de betrokken belastingplichtigen geen andere "regulariseerbare" inkomsten in België behalen of verkrijgen.
In het tegenovergestelde geval zijn zij onderworpen aan een regularisatie op het totale bedrag van hun in art. 232, eerste lid, 2°, WIB 92 bedoelde inkomsten, met inbegrip van de winst of de baten die zij als vennoot of lid van een burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid in België hebben behaald of verkregen.
"Bescheiden" onroerende inkomsten
III/76 Niet-inwoners die in België alleen inkomsten verkrijgen uit verhuurde onroerende goederen of uit de vestiging of de overdracht van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten worden in principe in de BNI/nat.pers. belast op het totale bedrag van hun inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen (cf. art. 232, eerste lid, 1°, WIB 92), uitgezonderd wanneer dat bedrag lager is dan 100.000 F (cf. art. 232, tweede lid, WIB 92 - zie III/36 tot 42).
III/77 De in art. 232, tweede lid, WIB 92 vermelde uitzonderingsbepaling wordt hernomen in art. 248, tweede lid, 2°, WIB 92, dat in feite bepaalt dat de belasting betreffende de inkomsten van onroerende goederen waarvan het totale bedrag per belastingplichtige (natuurlijke persoon) lager is dan 100.000 F gelijk is aan de voorheffing die op die inkomsten betrekking heeft (met name de OV).
III/78 Uit de samenlezing van de art. 232, tweede lid, WIB 92 en 248, tweede lid, 2°, WIB 92 volgt derhalve dat de onroerende inkomsten die lager zijn dan 100.000 F niet aan een aanslag in de BNI/nat. pers. worden onderworpen en dat de belasting gelijk is aan de geheven OV, mits de belastingplichtige geen andere "regulariseerbare" Belgische inkomsten heeft behaald of verkregen.
III/79 Voor de duidelijkheid worden de verschillende gevallen die zich ter zake kunnen voordoen, opgenomen in de hiernavolgende samenvattende tabel.
Inkomsten Regularisatie BNI/nat.pers. = OV (toepassing (toepassing art. art. 232, 232, tweede lid en eerste lid, art. 248, tweede WIB 92) lid, 2°, WIB 92) 1. Niet-inwoner die in België alleen inkomsten van niet-verhuurde en niet in erfpacht of opstal gegeven onroerende goederen behaalt (ongeacht het bedrag van de onroerende inkomsten). neen ja 2. Niet-inwoner die in België alleen inkomsten van verhuurde of in erfpacht of opstal gegeven onroerende goederen behaalt, waarvan het bedrag : a) lager is dan 100.000 F; neen ja b) gelijk is aan of hoger dan 100.000 F. ja neen 3. Niet-inwoner die in België alleen inkomsten van niet-verhuurde en van verhuurde of in erfpacht of opstal gegeven onroerende goederen behaalt, waarvan het totale bedrag : a) lager is dan 100.000 F; neen ja b) gelijk is aan of hoger dan 100.000 F. ja neen 4. Niet-inwoner die in België onroerende inkomsten behaalt (ongeacht de aard en het bedrag ervan) en daarnaast in België nog andere "regulariseerbare" inkomsten behaalt of verkrijgt. ja neen III/80 Voorbeeld (aj. 1993)
Gegevens
Een niet-inwoner zonder tehuis in België heeft in 1992 in
België de volgende inkomsten behaald :
- huurinkomsten van een aan een bediende verhuurd onroerend goed (geïndexeerd KI = 90.000 F) : 240.000 F
- huurinkomsten van een perceel landbouwgrond (door de huurder gebruikt voor landbouwdoeleinden en verhuurd overeenkomstig de pachtwetgeving) (geïndexeerd KI = 4.000 F) : 9.600 F
- dividenden van Belgische aandelen : 60.000 F
Daarnaast beschikt hij over een appartement met een
geïndexeerd KI van 60.000 F dat hij ter beschikking houdt en
tijdens de vakantie zelf betrekt. Regulariseerbare inkomsten : KI verhuurd onroerend goed : 90.000 F KI landbouwgrond : 4.000 F KI niet verhuurd onroerend goed : 60.000 F (geen woningaftrek - cf. art. 235, 1°, WIB 1992) --------- Gezamenlijk belastbaar inkomen : 154.000 F Opmerking : De onroerende inkomsten zijn niet aan regularisatie onderworpen Berekening BNI/nat.pers. (aj. 1993) : Basisbelasting op 154.000 F : (154.000 F x 25 %) 38.500 F Verrekenbare OV (154.000 F x 12,5 %) - 19.750 F ---------- 18.750 F Opcentiemen (38.500 F x 6%) 2.310 F ---------- Verschuldigde belasting : 21.060 F III/81 Wanneer blijkt dat op grond van de art. 232, tweede lid, WIB 92 en 248, tweede lid, 2°, WIB 92 geen aanslag in de BNI/nat.pers. zal moeten worden gevestigd, moet aan de belastingplichtige geen aangifte in de BNI/nat.pers. worden toegezonden.
Bron: FisconetPlus
