Circulaire nr. 7/2005 (AFZ 10/2005 - Dos. EE/L. 102) d.d. 23.06.2005

Controleschatting - Mogelijkheid van beroep tegen de door de deskundigen gedane schatting

In het Belgisch Staatsblad van 15 juli 2004, 2de editie, werd de programmawet van 9 juli 2004 bekendgemaakt.

Bij de artikelen 33 en 34 van deze programmawet werden respectievelijk de artikelen 199 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en 120 van het Wetboek der successierechten vervangen, teneinde de partijen bij een controleschatting de mogelijkheid te bieden de door de deskundigen gedane schatting voor de rechter te betwisten.

Deze artikelen zijn in werking getreden op 25 juli 2004.

Deze circulaire voorziet de nieuwe bepalingen van een korte commentaar. De bijlage bevat een uittreksel uit de programmawet.

Commentaar
I. Ratio legis van de wijzigingen
Bij arrest nr. 132/99 van 7 december 1999 heeft het Arbitragehof voor recht gezegd dat de artikelen 197 en 199 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten de artikelen 10 en 11 van de grondwet [De artikelen 10 en 11 van de grondwet bevatten respectievelijk het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van niet- discriminatie.] schenden om reden van:

"B.6.1. Het Hof stelt vast dat de controleschatting bepalend is voor het al dan niet verschuldigd zijn, niet alleen van een bijkomend registratierecht en van nalatigheidsinteresten, maar bovendien, wanneer het vastgestelde tekort gelijk is aan of hoger is dan het achtste van de opgegeven prijs of van de aangegeven waarde, van een boete gelijk aan het bedrag van de ontdoken rechten alsook van de kosten van de procedure, ook al is er van prijsbewimpeling of veinzing geen sprake (artikelen 200, 201 en 203 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten).

B.6.2. Uit de in het geding zijnde artikelen 197 en 199 blijkt dat de bevindingen van de deskundige(n) niet ter discussie kunnen worden gesteld en dat de rechter de waardebepaling van de deskundigen niet kan herzien. Hij kan enkel nog een nieuwe schatting bevelen indien hij vaststelt dat de wet werd overtreden, dat een materiële vergissing werd begaan of dat een substantieel vormvoorschrift werd miskend.

B.6.3. Doordat, in tegenstelling tot wat het geval is met een deskundig onderzoek zoals geregeld in het Gerechtelijk Wetboek, de rechter geen enkele toetsing kan uitoefenen over de waardebepaling door de deskundigen in de procedure bedoeld door de artikelen 189, 192, 197 en 199 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, worden bijgevolg de artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden.

Het feit dat de controleschatting beoogt de belangen van de Schatkist te vrijwaren is geen voldoende verantwoording om in een dergelijke van het gemeen recht afwijkende behandeling te voorzien.".

Gelet op deze uitspraak [*] en gezien het feit dat dezelfde procedure van controleschatting voorkomt in het Wetboek der successierechten [**], heeft de wetgever de artikelen 199 W. Reg. en 120 W. Succ. gewijzigd. De rechter zal voortaan de waardebepaling door de controleschatting kunnen toetsen indien daartoe aanleiding bestaat. Er bestaat natuurlijk maar aanleiding tot rechterlijke toetsing wanneer een van de partijen (ontvanger of belastingplichtige) het resultaat van de controleschatting betwist. Welnu, de gewijzigde artikelen 199 W. Reg. en 120 W. Succ., laten voortaan beide partijen toe de procedurele regelmatigheid of het resultaat van de schatting te betwisten door inleiding van een rechtsgeding.

[*] In het arrest nr. 79/2000 van 21 juni 2000 heeft het Arbitragehof op identieke wijze als in het reeds vermelde arrest nr. 132/99 voor recht gezegd dat de artikelen 197 en 199 W. Reg. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden.

[**] In het arrest nr. 141/2004 van 22 juli 2004 trekt het Arbitragehof zijn beslissing in de onder vorige voetnoot vermelde arresten door naar de artikelen 119 en 120-oude versie (d.w.z. vóór de wijziging ervan bij de hier besproken programmawet) van het W. Succ.

Opmerking: gelet op deze uitspraak en de latere arresten van het Arbitragehof over hetzelfde onderwerp, heeft de administratie sinds het eerste arrest (zie dienstbrief van 05.05.2000) niet meer de ontvankelijkheid betwist van rechtsvorderingen waarbij het resultaat van controleschattingen inzake registratie- en successierechten werd betwist.

Voor de volledigheid wordt nog onder de aandacht gebracht dat het Arbitragehof in dit verband ook gevat werd om zich uit te spreken over de verenigbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet van het ontbreken van de mogelijkheid voor de rechter (in casu de vrederechter) om de opportuniteit van de vordering tot controleschatting te beoordelen. Wat dat betreft heeft het Arbitragehof geoordeeld dat " het niet kennelijk onredelijk is dat de opportuniteit van de vordering tot controleschatting - in tegenstelling tot wat in de regel het geval is bij een gemeenrechtelijke vordering tot een deskundigenonderzoek - niet aan de beoordeling van de rechter staat [*]. Het Arbitragehof heeft dan ook voor recht gezegd dat de artikelen 192 W. Reg. en 114 W. Succ. niet de artikelen 10 en 11 van de grondwet schenden. Die artikelen werden dan ook niet gewijzigd bij de in deze circulaire besproken wet. Zoals in het verleden kan de (vrede)rechter dus niet beoordelen of de ontvanger al of niet aanvaardbare beweegredenen heeft om een controleschatting te vorderen

[*] Zie :- arrest 132/99 van 7 december 1999, punt B.5, derde alinea;
- arrest 79/2000 van 21 juni 2000, punt B.4.2., derde alinea;
- arrest 141/2004 van 22 juli 2004, punt B.4.2., derde alinea.
II. Draagwijdte van de wijzigingen
1. Voortaan zullen zowel de ontvanger die de procedure van controleschatting heeft ingeleid als de belastingplichtige de regelmatigheid en de uitkomst van de schatting kunnen betwisten door een rechtsvordering in te leiden. De regel dat de door de schatters gegeven begroting zowel ten opzichte van de administratie als ten opzichte van de belastingplichtige op definitieve wijze de voor de heffing van de belasting in aanmerking te nemen waarde bepaalt, komt dus te vervallen.

Opmerking. De vroegere redactie van de artikelen 199 W. Reg. en 120 W. Succ. lieten de ontvanger en de belastingplichtige enkel toe een rechtsvordering (tot vernietiging van de controleschatting) in te stellen op grond van een aantal beperkend opgesomde redenen, namelijk:

  • overtreding van de wet
  • feitelijke vergissing
  • schending van substantiële vormen.
Het is duidelijk dat de nieuwe redactie van de artikelen 199 W. Reg. en 120 W. Succ. de ontvanger en de partij nog steeds toelaten tegen de schatting op te komen op grond van de voormelde redenen. Het nieuwe is dat ze nu ook op andere gronden tegen de schatting kunnen opkomen, zoals bij voorbeeld de loutere betwisting van het resultaat van de schatting omdat bv. met bepaalde door de betwister relevant geachte vergelijkingspunten geen rekening werd gehouden.

2. De rechtsvordering moet op straffe van verval ingeleid worden binnen de termijn van één maand te rekenen van de betekening van het verslag.

3. In de oude redactie van de artikelen 199 W.Reg. en 120 W. Succ. werd de rechtbank die bevoegd was om kennis te nemen van de rechtsvordering tot vernietiging van de schatting wegens overtreding van de wet, wegens stoffelijke vergissing of wegens schending van substantiële vormen nader aangeduid [*] . In de nieuwe redactie van die artikelen ontbreekt de nadere aanduiding van de bevoegde rechtbank inzake betwistingen van de controleschatting.

[*] cf. - art. 199 W. Reg. oud: " zij (de rechtsvordering) wordt gebracht voor de volgens de gewone regelen bevoegde rechtbank van de in artikel 192 aangeduide plaats."
- art. 120 W. Succ. "zij wordt gebracht voor de rechtbank - bevoegd volgens de gewone regelen - van de in de eerste alinea van artikel 114 aangeduide plaats."

Bij gebrek aan nadere aanduiding wordt de bevoegde rechtbank inzake betwistingen van de controleschatting bepaald door de regels van het gemeen recht.

Wat de controleschatting in haar geheel betreft, moet dus voortaan onderscheid gemaakt worden tussen:

  • de administratieve fase of de fase van de eigenlijke controleschatting: deze fase blijft volledig beheerst door de procedurebepalingen van het W. Reg. of het W. Succ., dus ook wat betreft de aanduiding van de bevoegde vrederechter (artikelen 192 W. Reg. en 114 W. Succ.)
en

  • de gerechtelijke fase of de fase van de betwisting in rechte van de controleschatting: de rechtsvordering wordt beheerst door de in het Gerechtelijk Wetboek neergelegde regels van het gemeen procedurerecht. Dit brengt mee dat inzake bevoegdheid ratione materiae (welke soort van rechtbank is bevoegd) en ratione loci (de rechtbank van welk rechtsgebied is bevoegd) respectievelijk de artikel 569,32° en 632 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing zijn op de rechtsvordering [Zie aanschrijving nr. 16/1999 van 31 augustus 1999, punten 4 en 5, blz. 2.-3.].
De artikelen 569,32° en 632 van het Gerechtelijk Wetboek houden respectievelijk in dat de betwisting in rechte van de controleschatting:

  • moet gebracht worden voor de (fiscale kamer van de) rechtbank van eerste aanleg
= bevoegde rechtbank ratione materiae

  • die zitting houdt ter zetel van het Hof van beroep in wiens rechtsgebied het kantoor gelegen is waar de belasting is of moet worden geïnd [*]. Wanneer evenwel de procedure in het Duits wordt gevoerd, is alleen de rechtbank van eerste aanleg van Eupen bevoegd.
= bevoegde rechtbank ratione loci

[*] Bij K.B. van 25 maart 1999 werden ook de rechtbanken van eerste aanleg te Aarlen, Brugge, Hasselt, Leuven, Namen en Nijvel bevoegd verklaard respectievelijk voor de provincies Luxemburg, West-Vlaanderen, Limburg, Vlaams-Brabant, Namen en Waals-Brabant (z. bijlage 3 van vermelde aanschrijving nr. 16/1999). De andere rechtbanken van eerste aanleg zijn niet bevoegd.
Bij K.B. van 6 maart 2002 werd de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven beperkt tot het gerechtelijk arrondissement Leuven. Voor de rest van de provincie Vlaams-Brabant is de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd.

Het kantoor waar de belasting is of moet worden geïnd is:

  • wat de successierechten betreft, het kantoor waar de aangifte van nalatenschap werd ingediend;
  • wat de registratierechten betreft: het kantoor van de ligging van de goederen.
Inderdaad, de betrokken ontvanger is die welke de controleschatting heeft gevorderd en die de aanvullende rechten en boeten moet invorderen, te weten deze van het kantoor bevoegd voor de ligging inzake registratierechten, en deze van het kantoor waar de aangifte moet ingediend worden inzake successierechten.

Samenvattend kan dus gesteld worden dat de in deze circulaire van commentaar voorziene wet geen wijziging meebrengt van de regels die de rechtbank bepalen waarvoor een tegen een controleschatting ingestelde rechtsvordering (vroeger "tot vernietiging", nu tot "betwisting" - artikelen 199 W. Reg. en 120 W. Suc.) moet worden gebracht.

III. Inwerkingtreding.
De nieuwe bepalingen zijn in werking getreden de tiende dag na de datum van de bekendmaking van de programmawet in het Belgisch Staatsblad, dit wil zeggen op 25 juli 2004.

NAMENS DE MINISTER :
De adjunct-administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK

BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 juli 2004, editie 2
9 JULI 2004. - Programmawet
ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :



TITEL II. - Financiën



HOOFDSTUK VI. - Wijziging van artikel 199 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en artikel 120 van het Wetboek der Successierechten

Art. 33. Artikel 199 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt vervangen als volgt :

« Art. 199. - Zowel de ontvanger als de partij kunnen de schatting betwisten door inleiding van een rechtsvordering. Deze rechtsvordering dient ingeleid te worden, op straffe van verval, binnen de termijn van één maand te rekenen van de betekening van het verslag. ».

Art. 34. Artikel 120 van het Wetboek der successierechten wordt vervangen als volgt :

« Art. 120. - Zowel de ontvanger als de partij kunnen de schatting betwisten door inleiding van een rechtsvordering. Deze rechtsvordering dient ingeleid te worden, op straffe van verval, binnen de termijn van één maand te rekenen van de betekening van het verslag. ».



Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 9 juli 2004.

ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. Verhofstadt
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Werk en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN
De Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie en Gelijke Kansen,
Mevr. M. ARENA
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
De Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een Handicap,
Mevr. I. SIMONIS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX