Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 21.06.1993
CIRC 21.06.93/1
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 21.06.1993
Bull. nr. 730, pag. 1977
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Investeringsaftrek
INVESTERINGSAFTREK
Energiebesparende investering
Gespreide investeringsaftrek
Gewone investering
Investering voor onderzoek en ontwikkeling
Percentage van de investeringsaftrek
Toekenningsvoorwaarden
Uitgesloten investering
Vast activum waarvan het gebruik aan derden is afgestaan
Verhoging van de percentages
Verhoogde investeringsaftrek
15e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op de art. 11 en 12, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, aangevuld met de commentaar op art. 3, W. 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (investeringsaftrek).
Inhoudstafel I. WETTEKSTEN I/751 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/753 III. PERCENTAGES A. Basispercentage (gewone investeringsaftrek) 1. Algemeen I/757 2. Vanaf 01.01.1992 gedane investeringen die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk I/759 3. Investeringen die gedaan zijn tijdens een aan het aj. 1994 verbonden belastbaar tijdperk I/760 B. Verhoogde en gespreide investeringsaftrek I/761 C. Overzicht van de percentages I/763 D. Verhoging van het basispercentage bij KB I/764 IV. VASTE ACTIVA WAARVAN HET GEBRUIK AAN DERDEN IS AFGESTAAN (art. 75, 3°, WIB 92) A. Algemeen I/765 B. W. 28.07.1992 (art. 12) I/766 C. W. 28.12.1992 (art. 3) I/768 V. AFSLUITING VAN DE JAARREKENING I/768 I. WETTEKSTEN
Wet van 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V. 2185 - Bull. 719)
Art. 11
I/751
Artikel 69 van hetzelfde Wetboek (*), wordt vervangen door de volgende bepaling :
(*) Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
"Art. 69 - De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en wordt als volgt bepaald :
1° als basispercentage van de aftrek geldt de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 % bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3,5 % noch meer dan 10,5 % bedragen;
2° het basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten ingeval de activa worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe produkten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken, of ingeval de activa dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie.
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit het basispercentage verhogen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid genomen besluiten."
Art. 12
In artikel 75, 3°, van hetzelfde Wetboek (*), worden de woorden "aan een andere belastingplichtige is overgedragen, tenzij de overdracht ten goede komt aan een onderneming" en "haar" respectievelijk vervangen door de woorden "aan een andere belastingplichtige is overgedragen dan degene die de winst of baten behaalt en" en "zijn".
Art. 47
....
§ 2. De artikelen ....., 12, ....., treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993.
....
§ 8. Artikel 11, ....., zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 1993, in zover de vaste activa vanaf 1 januari 1992 zij verkregen of tot stand gebracht.
....
§ 10. Elke wijziging die vanaf 27 maart 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen ....., 11, .....
....
Wet van 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V. 2212 - Bull. 725)
Art. 3
I/752
Artikel 75, 3°, van hetzelfde Wetboek (*), gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 28 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"3° vaste activa indien het recht van gebruik ervan anders dan op de wijze als vermeld sub 2° is overgedragen aan andere belastingplichtige, tenzij de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht ven gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt".
Art. 30
.....
§ 9. De artikelen ..... en 3 zijn van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 1 januari 1992.
§ 10. Elke wijziging die vanaf 4 augustus 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 3 en .....
.....
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
I/753
Vóór de W. 28.07.1992 werd het basispercentage van de investeringsaftrek per kalenderjaar berekend.
Dit percentage was gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het jaar dat het jaar van de investering voorafging ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet vijftig honderdsten bedroeg, en werd dan met een bepaald aantal percentpunten verhoogd (*).
(*) Zie nrs. II/160 tot 173 van de commentaar op de hervormingswet 1988 (12e aflevering en nrs. I/317 tot 322 van de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 (23e aflevering).
De vaststelling van het basispercentage per kalenderjaar zorgde voor nogal wat problemen bij belastingplichtigen (inzonderheid vennootschappen) die anders dan per kalenderjaar boekhielden, ook al omdat het percentage van de investeringsaftrek betreffende investeringen van een bepaald jaar slechts kon berekend worden na bekendmaking van het indexcijfer van de maand december van het vorige jaar.
Om die problemen op te lossen, wordt het basispercentage van de investeringsaftrek voortaan vastgesteld in functie van het aanslagjaar waaraan het belastbare tijdperk verbonden is waarin de investeringen gedaan zijn (art. 11, W. 28.07.1992).
Voor belastingplichtigen die anders dan per kalenderjaar boekhouden is dat percentage voortaan dus hetzelfde voor alle investeringen die tijdens eenzelfde boekjaar zijn gedaan, daar waar dit percentage voorheen verschillend kon zijn naargelang de investeringen tijdens dat boekjaar vóór of na de jaarwisseling plaatsvonden.
I/754
De investeringsaftrek kan nu eveneens worden verleend voor vaste activa waarvan het gebruik (anders dan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht, opstal of enig ander gelijkaardig recht) aan beoefenaars van vrije beroepen (en niet alleen aan ondernemingen) is afgestaan (art. 12, W. 28.07.1992).
Er bestond immers geen enkele objectieve reden om de in art. 75, 3°, WIB 92 vermelde uitzondering niet tot die personen uit te breiden (zie in dit verband PV nr. 290 dd. 19.08.1991 van Senator de Clippele, Bull. 713, blz. 663).
I/755
De vaststelling dat bepaalde vennootschappen gebruik maakten van art. 75, 3°, WIB 92 om het door art. 18, W. 28.07.1992 ingevoerde nultarief te omzeilen, noodzaakte een nieuwe aanpassing van de bestaande tekst (art. 3, W. 28.12.1992).
Dientengevolge kan de investeringsaftrek voor vaste activa waarvan het recht van gebruik (anders dan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht, opstal of enig ander gelijkaardig recht) is afgestaan, voortaan alleen nog worden verleend indien de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt.
Vaste activa waarvan dat gebruiksrecht aan een vennootschap wordt afgestaan, zijn nu dus automatisch uitgesloten voor de toekenning van de investeringsaftrek.
I/756
De hiernavolgende commentaar is hoofdzakelijk afgestemd op de PB; de bijzonderheden die voornamelijk aan de Ven.B onderworpen belastingplichtigen aanbelangen, zullen in een afzonderlijke circulaire besproken worden.
III. PERCENTAGES
A. Basispercentages (gewone investeringsaftrek)
1. Algemeen
I/757
Krachtens art. 69, eerste lid, 1°, WIB 92 is het basispercentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet vijftig honderdsten bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, zonder dat het aldus verkregen percentage minder dan 3,5 % of meer dan 10,5 % mag bedragen.
Deze bepaling geldt vanaf het aj. 1993, in zover de vaste activa vanaf 01.01.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht (art. 47, § 8, W. 28.07.1992).
I/758
De werkwijze om het basispercentage te bepalen ziet er schematisch als volgt uit (het aanslagjaar waaraan het belastbare tijdperk waarin de investeringen zijn verricht verbonden is, wordt voorgesteld door n) :
(*) In het tegenovergestelde geval zijn de volgende bewerkingen overbodig en bedraagt het basispercentage uiteraard 3,5 % (zijnde het wettelijk vastgelegde minimumpercentage).
Het sub 7° hierboven verkregen resultaat mag evenwel nooit minder dan 3,5 noch meer dan 10,5 bedragen.
In de hiernavolgende nrs. wordt de berekening gegeven van het basispercentage van de investeringsaftrek voor de ajren. 1993 (investeringen gedaan vanaf 01.01.1992) en 1994.
2. Vanaf 01.01.1992 gedane investeringen die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk (*)
(*) Wat de vóór 01.01.1992 gedane investeringen betreft die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk, wordt inzonderheid verwezen naar nr. I/319 van de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 (circ. Ci.D.19/416.334 - 23e aflevering van 06.02.1992).
I/759
Het basispercentage wordt als volgt berekend : 1° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1991 : 1319,8 : 12 = 109,98 2° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1990 : 1729,86 : 12 = 144,16, omgerekend naar het nieuwe indexcijfer dat vanaf 1 januari 1991 van toepassing is : 144,16 x 100/135,15 (*) = 106,67 3° verschil : 109,98 - 106,67 = 3,31 4° 3,31 : 106,67 = 0,0310 5° 0,0310 x 100 = 3,10 6° afronding : 3 7° verhoging met 1,5 percentpunten : 3 + 1,5 = 4,5 (*) Gemiddelde van het jaar 1988 (zie nr. I/318 van dezelfde commentaar). Daar het resultaat (4,5 %) begrepen is tussen de wettelijk vastgelegde minimum- en maximumpercentages (respectievelijk 3,5 % en 10,5 %), is het basispercentage voor de investeringen van een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk, in zover zij vanaf 01.01.1992 gedaan zijn (*), gelijk aan 4,5 %.
(*) Daar het basispercentage met betrekking tot vóór 01.01.1992 gedane investeringen die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk eveneens 4,5 % bedraagt (zie nr. I/319 van de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 - circ. Ci.D.19/416.334 - 23e aflevering van 06.02.1992), geldt inzake PB uiteindelijk eenzelfde basispercentage (nl. 4,5 %) voor alle investeringen die gedaan zijn tijdens een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk, ongeacht of die investeringen in 1991 dan wel in 1992 gedaan zijn.
I/760
Berekening van het basispercentage : 1° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1992 : 1351,87 : 12 = 112,66 2° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1991 : 1319,8 : 12 = 109,98 3° verschil : 112,66 - 109,98 = 2,68 4° 2,68 : 109,98 = 0,0243 5° 0,0243 x 100 = 2,43 6° afronding : 2 7° verhoging met 1,5 percentpunten : 2 + 1,5 = 3,5 Daar het resultaat (3,5 %) overeenstemt met het minimumpercentage dat in de wet bepaald is, is het basispercentage van de investeringsaftrek voor het aj. 1994 gelijk aan 3,5 %.
B. Verhoogde en gespreide investeringsaftrek
I/761
Het basispercentage van de investeringsaftrek wordt, zoals voorheen, verhoogd :
I/762
Voor energiebesparende investeringen en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling bedraagt de investeringsaftrek in de PB voor de ajren. 1993 en 1994 derhalve respectievelijk 14,5 % (4,5 + 10) en 13,5 % (3,5 + 10), terwijl de gespreide investeringsaftrek met betrekking tot investeringen die tijdens aan diezelfde ajren. verbonden belastbare tijdperken gedaan zijn, respectievelijk 11,5 % (4,5 + 7) en 10,5 % (3,5 + 7) bedraagt.
C. Overzicht van de percentages
I/763
In de hiernavolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de percentages die inzake investeringsaftrek gelden voor investeringen die door natuurlijke personen gedaan zijn in aan de ajren. 1993 en 1994 verbonden belastbare tijdperken.
Die percentages gelden voor alle natuurlijke personen, ongeacht of zij een boekhouding voeren of niet (inzonderheid handelaars en beoefenaars van vrije beroepen) dan wel een boekhouding voeren per kalenderjaar of anders (inzonderheid handelaars). ================================================================ | Investeringen gedaan in het belastbare | | | | tijdperk dat verbonden is aan het : | aj. 1993 | aj. 1994 | | ----------------------------------------|----------|----------| | - gewone investeringen : | 4,5 % | 3,5 % | | - energiebesparende investeringen : | 14,5 % | 13,5 % | | - milieuvriendelijke investeringen | | | | voor onderzoek en ontwikkeling : | 14,5 % | 13,5 % | | - gespreide aftrek : | 11,5 % | 10,5 % | ================================================================ D. Verhoging van het basispercentage bij KB
I/764
Op grond van art. 69, tweede en derde lid, WIB 92 kan de Koning het basispercentage van de investeringsaftrek verhogen wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen; een ontwerp van wet tot bekrachtiging van het genomen besluit moet alsdan bij het Parlement worden ingediend.
Van die mogelijkheid is tot hiertoe evenwel nog geen gebruik gemaakt.
IV. VASTE ACTIVA WAARVAN HET GEBRUIK AAN DERDEN IS AFGESTAAN
A. Algemeen
I/765
Deze rubriek betreft uitsluitend vaste activa waarvan het gebruik aan derden anders is afgestaan dan op de wijze als vermeld in art. 75, 2°, WIB 92, d.w.z. op een andere wijze dan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht of opstal of enig gelijkaardig onroerend recht, waardoor die vaste activa kunnen afgeschreven worden door diegene die het recht verkrijgt (*).
(*) Wat de afstand van het gebruik aan derden bij leasingcontract, enz., betreft, zijn immers geen wijzigingen aangebracht. Ter zake blijven de in nr. 42ter/19.2 Com.IB uiteengezette richtlijnen van toepassing.
Hier worden dus alleen de vaste activa beoogd die ten name van de belastingplichtige afschrijfbaar zijn (met inbegrip dus van in leasing genomen activa), maar waarvan het gebruik (door huur, door een andere overeenkomst of zelfs kosteloos) aan een derde is afgestaan.
Dergelijke activa komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking, tenzij de overdracht gebeurt op de in art. 75, 3°, in fine WIB 92 vermelde wijze.
B. W. 28.07.1992 (art. 12)
I/766
Ingevolge de door art. 12, W. 28.07.1992 in art. 75, 3°, WIB 92 aangebrachte wijziging, komen de in nr. I/765 beoogde activa niet voor de investeringsaftrek in aanmerking, indien het recht van gebruik van die activa gebruikt voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid in België en het recht van gebruik daarvan geheel noch ten dele aan een derde overdraagt.
Die wijziging creëert de mogelijkheid de investeringsaftrek ook toe te staan voor activa waarvan het gebruik wordt afgestaan aan een beoefenaar van een vrij beroep, op voorwaarde dat hij de activa in België voor de uitoefening van zijn beroep gebruikt en het gebruiksrecht op zijn beurt niet aan een derde overdraagt. Voorheen was dit alleen het geval indien het gebruik onder dezelfde voorwaarden werd afgestaan aan een (nijverheids-, handels- of landbouw-) onderneming.
Die wijziging treedt in werking met ingang van het aj. 1993 (art. 47, § 2, W. 28.07.1992).
C. W. 28.12.1992 (art. 3)
I/767
De vorenbedoelde wetsbepaling (art. 75, 3°, WIB 92) werd door art. 3, W. 28.12.1992 evenwel opnieuw gewijzigd in die zin dat de activa waarvan het gebruik aan een derde wordt afgestaan nog slechts voor de investeringsaftrek in aanmerking komen wanneer dat gebruik is afgestaan aan een natuurlijke persoon die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten (d.w.z. ze gebruikt voor de exploitatie van een onderneming of voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende bezigheid), mits die persoon de activa op zijn beurt niet aan een derde afstaat.
Door die wetswijziging zijn activa waarvan het gebruik aan een rechtspersoon is afgestaan zonder meer uitgesloten van de investeringsaftrek.
Kortom, ingevolge de huidige tekst van art. 75, 3°, WIB 92 komen activa waarvan het gebruik aan een derde wordt afgestaan nooit voor de investeringsaftrek in aanmerking wanneer die afstand gebeurt aan :
Die tekst is van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 01.01.1992 (art. 30, § 9, W. 28.12.1992).
V. AFSLUITING VAN DE JAARREKENING
I/768
Zowel in de W. 28.07.1992 als in de W. 28.12.1992 is een bepaling opgenomen die stelt dat elke wijziging die vanaf een bepaalde datum aan de datum van afsluiting van de jaarrekening is aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van de hier besproken wetsartikelen.
Voor de art. 11 en 12, W. 28.07.1992 is die datum 27.03.1992 (art. 47, § 10, W. 28.07.1992).
Voor art. 3, W. 28.12.1992 is die datum vastgelegd op 04.08.1992 (art. 30, § 10, W. 28.12.1992).
Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 21.06.1993
Bull. nr. 730, pag. 1977
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Investeringsaftrek
INVESTERINGSAFTREK
Energiebesparende investering
Gespreide investeringsaftrek
Gewone investering
Investering voor onderzoek en ontwikkeling
Percentage van de investeringsaftrek
Toekenningsvoorwaarden
Uitgesloten investering
Vast activum waarvan het gebruik aan derden is afgestaan
Verhoging van de percentages
Verhoogde investeringsaftrek
15e aflevering FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Commentaar op de art. 11 en 12, W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, aangevuld met de commentaar op art. 3, W. 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (investeringsaftrek).
INVESTERINGSAFTREK
Inhoudstafel I. WETTEKSTEN I/751 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/753 III. PERCENTAGES A. Basispercentage (gewone investeringsaftrek) 1. Algemeen I/757 2. Vanaf 01.01.1992 gedane investeringen die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk I/759 3. Investeringen die gedaan zijn tijdens een aan het aj. 1994 verbonden belastbaar tijdperk I/760 B. Verhoogde en gespreide investeringsaftrek I/761 C. Overzicht van de percentages I/763 D. Verhoging van het basispercentage bij KB I/764 IV. VASTE ACTIVA WAARVAN HET GEBRUIK AAN DERDEN IS AFGESTAAN (art. 75, 3°, WIB 92) A. Algemeen I/765 B. W. 28.07.1992 (art. 12) I/766 C. W. 28.12.1992 (art. 3) I/768 V. AFSLUITING VAN DE JAARREKENING I/768 I. WETTEKSTEN
Wet van 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (V. 2185 - Bull. 719)
Art. 11
I/751
Artikel 69 van hetzelfde Wetboek (*), wordt vervangen door de volgende bepaling :
(*) Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
"Art. 69 - De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en wordt als volgt bepaald :
1° als basispercentage van de aftrek geldt de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 % bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3,5 % noch meer dan 10,5 % bedragen;
2° het basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten ingeval de activa worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe produkten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken, of ingeval de activa dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie.
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit het basispercentage verhogen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid genomen besluiten."
Art. 12
In artikel 75, 3°, van hetzelfde Wetboek (*), worden de woorden "aan een andere belastingplichtige is overgedragen, tenzij de overdracht ten goede komt aan een onderneming" en "haar" respectievelijk vervangen door de woorden "aan een andere belastingplichtige is overgedragen dan degene die de winst of baten behaalt en" en "zijn".
| (*) | Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. |
....
§ 2. De artikelen ....., 12, ....., treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993.
....
§ 8. Artikel 11, ....., zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 1993, in zover de vaste activa vanaf 1 januari 1992 zij verkregen of tot stand gebracht.
....
§ 10. Elke wijziging die vanaf 27 maart 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen ....., 11, .....
....
Wet van 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V. 2212 - Bull. 725)
Art. 3
I/752
Artikel 75, 3°, van hetzelfde Wetboek (*), gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 28 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
| (*) | Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. |
Art. 30
.....
§ 9. De artikelen ..... en 3 zijn van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 1 januari 1992.
§ 10. Elke wijziging die vanaf 4 augustus 1992 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 3 en .....
.....
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
I/753
Vóór de W. 28.07.1992 werd het basispercentage van de investeringsaftrek per kalenderjaar berekend.
Dit percentage was gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het jaar dat het jaar van de investering voorafging ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet vijftig honderdsten bedroeg, en werd dan met een bepaald aantal percentpunten verhoogd (*).
(*) Zie nrs. II/160 tot 173 van de commentaar op de hervormingswet 1988 (12e aflevering en nrs. I/317 tot 322 van de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 (23e aflevering).
De vaststelling van het basispercentage per kalenderjaar zorgde voor nogal wat problemen bij belastingplichtigen (inzonderheid vennootschappen) die anders dan per kalenderjaar boekhielden, ook al omdat het percentage van de investeringsaftrek betreffende investeringen van een bepaald jaar slechts kon berekend worden na bekendmaking van het indexcijfer van de maand december van het vorige jaar.
Om die problemen op te lossen, wordt het basispercentage van de investeringsaftrek voortaan vastgesteld in functie van het aanslagjaar waaraan het belastbare tijdperk verbonden is waarin de investeringen gedaan zijn (art. 11, W. 28.07.1992).
Voor belastingplichtigen die anders dan per kalenderjaar boekhouden is dat percentage voortaan dus hetzelfde voor alle investeringen die tijdens eenzelfde boekjaar zijn gedaan, daar waar dit percentage voorheen verschillend kon zijn naargelang de investeringen tijdens dat boekjaar vóór of na de jaarwisseling plaatsvonden.
I/754
De investeringsaftrek kan nu eveneens worden verleend voor vaste activa waarvan het gebruik (anders dan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht, opstal of enig ander gelijkaardig recht) aan beoefenaars van vrije beroepen (en niet alleen aan ondernemingen) is afgestaan (art. 12, W. 28.07.1992).
Er bestond immers geen enkele objectieve reden om de in art. 75, 3°, WIB 92 vermelde uitzondering niet tot die personen uit te breiden (zie in dit verband PV nr. 290 dd. 19.08.1991 van Senator de Clippele, Bull. 713, blz. 663).
I/755
De vaststelling dat bepaalde vennootschappen gebruik maakten van art. 75, 3°, WIB 92 om het door art. 18, W. 28.07.1992 ingevoerde nultarief te omzeilen, noodzaakte een nieuwe aanpassing van de bestaande tekst (art. 3, W. 28.12.1992).
Dientengevolge kan de investeringsaftrek voor vaste activa waarvan het recht van gebruik (anders dan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht, opstal of enig ander gelijkaardig recht) is afgestaan, voortaan alleen nog worden verleend indien de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt.
Vaste activa waarvan dat gebruiksrecht aan een vennootschap wordt afgestaan, zijn nu dus automatisch uitgesloten voor de toekenning van de investeringsaftrek.
I/756
De hiernavolgende commentaar is hoofdzakelijk afgestemd op de PB; de bijzonderheden die voornamelijk aan de Ven.B onderworpen belastingplichtigen aanbelangen, zullen in een afzonderlijke circulaire besproken worden.
III. PERCENTAGES
A. Basispercentages (gewone investeringsaftrek)
1. Algemeen
I/757
Krachtens art. 69, eerste lid, 1°, WIB 92 is het basispercentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet vijftig honderdsten bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, zonder dat het aldus verkregen percentage minder dan 3,5 % of meer dan 10,5 % mag bedragen.
Deze bepaling geldt vanaf het aj. 1993, in zover de vaste activa vanaf 01.01.1992 zijn verkregen of tot stand gebracht (art. 47, § 8, W. 28.07.1992).
I/758
De werkwijze om het basispercentage te bepalen ziet er schematisch als volgt uit (het aanslagjaar waaraan het belastbare tijdperk waarin de investeringen zijn verricht verbonden is, wordt voorgesteld door n) :
| 1° | het rekenkundig gemiddelde maken van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk over het jaar n - 2; |
| 2° | hetzelfde doen voor het jaar n - 3; |
| 3° | het verschil tussen de sub 1° en 2° verkregen gemiddelden bepalen; |
| 4° | het verschil door het sub 2° verkregen gemiddelde delen indien het positief is (*); |
| 5° | het sub 4° verkregen quotiënt met 100 vermenigvuldigen; |
| 6° | het sub 5° verkregen produkt afronden tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet vijftig honderdsten bedraagt; |
| 7° | tenslotte, het sub 6° verkregen resultaat verhogen met 1,5 percentpunten. |
Het sub 7° hierboven verkregen resultaat mag evenwel nooit minder dan 3,5 noch meer dan 10,5 bedragen.
In de hiernavolgende nrs. wordt de berekening gegeven van het basispercentage van de investeringsaftrek voor de ajren. 1993 (investeringen gedaan vanaf 01.01.1992) en 1994.
2. Vanaf 01.01.1992 gedane investeringen die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk (*)
(*) Wat de vóór 01.01.1992 gedane investeringen betreft die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk, wordt inzonderheid verwezen naar nr. I/319 van de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 (circ. Ci.D.19/416.334 - 23e aflevering van 06.02.1992).
I/759
Het basispercentage wordt als volgt berekend : 1° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1991 : 1319,8 : 12 = 109,98 2° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1990 : 1729,86 : 12 = 144,16, omgerekend naar het nieuwe indexcijfer dat vanaf 1 januari 1991 van toepassing is : 144,16 x 100/135,15 (*) = 106,67 3° verschil : 109,98 - 106,67 = 3,31 4° 3,31 : 106,67 = 0,0310 5° 0,0310 x 100 = 3,10 6° afronding : 3 7° verhoging met 1,5 percentpunten : 3 + 1,5 = 4,5 (*) Gemiddelde van het jaar 1988 (zie nr. I/318 van dezelfde commentaar). Daar het resultaat (4,5 %) begrepen is tussen de wettelijk vastgelegde minimum- en maximumpercentages (respectievelijk 3,5 % en 10,5 %), is het basispercentage voor de investeringen van een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk, in zover zij vanaf 01.01.1992 gedaan zijn (*), gelijk aan 4,5 %.
(*) Daar het basispercentage met betrekking tot vóór 01.01.1992 gedane investeringen die verband houden met een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk eveneens 4,5 % bedraagt (zie nr. I/319 van de commentaar op de fiscale bepalingen 1989 - circ. Ci.D.19/416.334 - 23e aflevering van 06.02.1992), geldt inzake PB uiteindelijk eenzelfde basispercentage (nl. 4,5 %) voor alle investeringen die gedaan zijn tijdens een aan het aj. 1993 verbonden belastbaar tijdperk, ongeacht of die investeringen in 1991 dan wel in 1992 gedaan zijn.
| 3. | Investeringen die gedaan zijn tijdens een aan het aj 1994 verbonden belastbaar tijdperk |
Berekening van het basispercentage : 1° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1992 : 1351,87 : 12 = 112,66 2° gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen over het jaar 1991 : 1319,8 : 12 = 109,98 3° verschil : 112,66 - 109,98 = 2,68 4° 2,68 : 109,98 = 0,0243 5° 0,0243 x 100 = 2,43 6° afronding : 2 7° verhoging met 1,5 percentpunten : 2 + 1,5 = 3,5 Daar het resultaat (3,5 %) overeenstemt met het minimumpercentage dat in de wet bepaald is, is het basispercentage van de investeringsaftrek voor het aj. 1994 gelijk aan 3,5 %.
B. Verhoogde en gespreide investeringsaftrek
I/761
Het basispercentage van de investeringsaftrek wordt, zoals voorheen, verhoogd :
- met 10 percentpunten voor energiebesparende investeringen en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling (art. 69, eerste lid, 2°, WIB 92);
- met 7 percentpunten ingeval de gespreide aftrek wordt toegepast (art. 70, WIB 92).
I/762
Voor energiebesparende investeringen en milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling bedraagt de investeringsaftrek in de PB voor de ajren. 1993 en 1994 derhalve respectievelijk 14,5 % (4,5 + 10) en 13,5 % (3,5 + 10), terwijl de gespreide investeringsaftrek met betrekking tot investeringen die tijdens aan diezelfde ajren. verbonden belastbare tijdperken gedaan zijn, respectievelijk 11,5 % (4,5 + 7) en 10,5 % (3,5 + 7) bedraagt.
C. Overzicht van de percentages
I/763
In de hiernavolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de percentages die inzake investeringsaftrek gelden voor investeringen die door natuurlijke personen gedaan zijn in aan de ajren. 1993 en 1994 verbonden belastbare tijdperken.
Die percentages gelden voor alle natuurlijke personen, ongeacht of zij een boekhouding voeren of niet (inzonderheid handelaars en beoefenaars van vrije beroepen) dan wel een boekhouding voeren per kalenderjaar of anders (inzonderheid handelaars). ================================================================ | Investeringen gedaan in het belastbare | | | | tijdperk dat verbonden is aan het : | aj. 1993 | aj. 1994 | | ----------------------------------------|----------|----------| | - gewone investeringen : | 4,5 % | 3,5 % | | - energiebesparende investeringen : | 14,5 % | 13,5 % | | - milieuvriendelijke investeringen | | | | voor onderzoek en ontwikkeling : | 14,5 % | 13,5 % | | - gespreide aftrek : | 11,5 % | 10,5 % | ================================================================ D. Verhoging van het basispercentage bij KB
I/764
Op grond van art. 69, tweede en derde lid, WIB 92 kan de Koning het basispercentage van de investeringsaftrek verhogen wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen; een ontwerp van wet tot bekrachtiging van het genomen besluit moet alsdan bij het Parlement worden ingediend.
Van die mogelijkheid is tot hiertoe evenwel nog geen gebruik gemaakt.
IV. VASTE ACTIVA WAARVAN HET GEBRUIK AAN DERDEN IS AFGESTAAN
| (art. | 75, 3°, WIB 92) |
I/765
Deze rubriek betreft uitsluitend vaste activa waarvan het gebruik aan derden anders is afgestaan dan op de wijze als vermeld in art. 75, 2°, WIB 92, d.w.z. op een andere wijze dan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht of opstal of enig gelijkaardig onroerend recht, waardoor die vaste activa kunnen afgeschreven worden door diegene die het recht verkrijgt (*).
(*) Wat de afstand van het gebruik aan derden bij leasingcontract, enz., betreft, zijn immers geen wijzigingen aangebracht. Ter zake blijven de in nr. 42ter/19.2 Com.IB uiteengezette richtlijnen van toepassing.
Hier worden dus alleen de vaste activa beoogd die ten name van de belastingplichtige afschrijfbaar zijn (met inbegrip dus van in leasing genomen activa), maar waarvan het gebruik (door huur, door een andere overeenkomst of zelfs kosteloos) aan een derde is afgestaan.
Dergelijke activa komen niet voor de investeringsaftrek in aanmerking, tenzij de overdracht gebeurt op de in art. 75, 3°, in fine WIB 92 vermelde wijze.
B. W. 28.07.1992 (art. 12)
I/766
Ingevolge de door art. 12, W. 28.07.1992 in art. 75, 3°, WIB 92 aangebrachte wijziging, komen de in nr. I/765 beoogde activa niet voor de investeringsaftrek in aanmerking, indien het recht van gebruik van die activa gebruikt voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid in België en het recht van gebruik daarvan geheel noch ten dele aan een derde overdraagt.
Die wijziging creëert de mogelijkheid de investeringsaftrek ook toe te staan voor activa waarvan het gebruik wordt afgestaan aan een beoefenaar van een vrij beroep, op voorwaarde dat hij de activa in België voor de uitoefening van zijn beroep gebruikt en het gebruiksrecht op zijn beurt niet aan een derde overdraagt. Voorheen was dit alleen het geval indien het gebruik onder dezelfde voorwaarden werd afgestaan aan een (nijverheids-, handels- of landbouw-) onderneming.
Die wijziging treedt in werking met ingang van het aj. 1993 (art. 47, § 2, W. 28.07.1992).
C. W. 28.12.1992 (art. 3)
I/767
De vorenbedoelde wetsbepaling (art. 75, 3°, WIB 92) werd door art. 3, W. 28.12.1992 evenwel opnieuw gewijzigd in die zin dat de activa waarvan het gebruik aan een derde wordt afgestaan nog slechts voor de investeringsaftrek in aanmerking komen wanneer dat gebruik is afgestaan aan een natuurlijke persoon die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten (d.w.z. ze gebruikt voor de exploitatie van een onderneming of voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende bezigheid), mits die persoon de activa op zijn beurt niet aan een derde afstaat.
Door die wetswijziging zijn activa waarvan het gebruik aan een rechtspersoon is afgestaan zonder meer uitgesloten van de investeringsaftrek.
Kortom, ingevolge de huidige tekst van art. 75, 3°, WIB 92 komen activa waarvan het gebruik aan een derde wordt afgestaan nooit voor de investeringsaftrek in aanmerking wanneer die afstand gebeurt aan :
- een aan de PB of BNI/nat.pers. onderworpen belastingplichtige die :
- de activa niet gebruikt in een onderneming of in het raam van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende bezigheid;
- de activa in het buitenland gebruikt (zelfs als zelfstandige);
- een vennootschap, rechtspersoon of eender welke andere belastingplichtige die aan de Ven.B., de RPB of de BNI/ven. onderworpen is;
- iemand die het gebruik van de activa op zijn beurt aan een derde afstaat.
Die tekst is van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met ingang van 01.01.1992 (art. 30, § 9, W. 28.12.1992).
V. AFSLUITING VAN DE JAARREKENING
I/768
Zowel in de W. 28.07.1992 als in de W. 28.12.1992 is een bepaling opgenomen die stelt dat elke wijziging die vanaf een bepaalde datum aan de datum van afsluiting van de jaarrekening is aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van de hier besproken wetsartikelen.
Voor de art. 11 en 12, W. 28.07.1992 is die datum 27.03.1992 (art. 47, § 10, W. 28.07.1992).
Voor art. 3, W. 28.12.1992 is die datum vastgelegd op 04.08.1992 (art. 30, § 10, W. 28.12.1992).
Bron: FisconetPlus
