Circulaire Ci.R.14/382.994 dd. 06.02.1989
Dubbelbelastingverdragen - Duitsland (Bondsrepubliek)
Invorderingsbijstand.
Betekening van exploten
Dubbelbelastingverdragen
Internationale bijstand
06.02.1989.- Circ. nr. Ci.R.14/382.994.- Wijze van betekening van exploten aan in de Bondsrepubliek Duitsland verblijvende personen
1. In de Handl. Inv., deel X, titel IV, nrs. 297, 1 en volgende, wordt voor de betekening van exploten aan in de Bondsrepubliek Duitsland wonende of verblijvende belastingschuldigen, een onderscheid gemaakt tussen gerechtelijke en buitengerechtelijke akten (zie ook deel X, titel 1 nrs. 29 en volgende).
1.1. In de nrs. 243 en 243.1 wordt voorgeschreven dat gerechtelijke akten moeten berekend worden op de wijze bepaald in de bilaterale overeenkomst van 25 april 1959; d.w.z. betekening aan de Procureur des Konings van het gebied waarin de deurwaarder bevoegd is waarna eerstgenoemde zorgt voor de verzending aan de voorzitter van het " Landsgericht" of het "Ambtsgericht" van het gebied waarin de bestemmeling zich bevindt.
1.2. uit de nrs. 240 en 240.1 kan worden afgeleid dat de betekening in de Duitse Bondsrepubliek van buitengerechtelijke akten kan gebeuren op de wijze bepaald in art. 40, 1e lid, Ger.W.
2. Na grondig onderzoek van de verschillende verdragen en wetteksten die ter zake van toepassing kunnen zijn, thans evenwel vastgesteld dat de betekening overeenkomstig art. 40, 1e lid, Ger. W., niet verenigbaar is met de interne rechtsregels van de Duitse Bondsrepubliek en dat de bilaterale overeenkomst van 25 april 1959 enkel van toepassing is op de betekening van in burgerlijke zaken en in handelszaken opgemaakt gerechtelijke en buitengerechtelijke akten.
3. Voor de betekening van exploten in verband met fiscale schuldvorderingen aan inwoners van de Bondsrepubliek Duitsland kan derhalve uitsluitend gesteund worden op de Duits-Belgische overeenkomst van 11 april 1967 tot voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen van inkomen en van vermogen.
3.1. Telkens als tot de betekening van een exploot aan een inwoner van de Bondsrepubliek Duitsland moet worden overgegaan (bijv. : om de verjaring te stuiten, betekening van akten betreffende een in België ingesteld procedure van gedwongen tenuitvoerlegging …), moet de Ontv. dus een verzoek om invorderingsbijstand opmaken. In voorkomend geval dient in de kolom opmerkingen van het verzoek te verwezen worden naar de aanvullende nota waarin de juiste omvang van de te verlenen invorderingsbijstand wordt omschreven en waarin ook alle nuttige inlichtingen in verband met de te betekenen akte verstrekt worden. Indien de verjaring moet worden gestuit moet de Ontv. het verzoek tenminste twee maanden voor de datum waarop de verjaring intreedt aan het hoofdbestuur, directie IV/4, toezenden.
4. Vermits uitsluitend op het verdrag van 11 april 1967 kan worden gesteund, moet de Ontv. evenwel ook steeds rekening houden met de beperkingen die hetzij uit bedoeld verdrag zelf hetzij uit de administratieve onderrichtingen ter zake voortvloeien.
4.1. Bijgevolg kan de Ontv. slechts een verzoek om invorderingsbijstand opmaken voor de belastingen waarop voormeld verdrag van toepassing is (zie Handl. Inv., deel IV, 3de onderdeel, hoofdstuk II, nrs. 26 en 27 en hoofdstuk III, nr. D/5) en voor zover het totale bedrag van alle aanslagen op naam van een zelfde belastingschuldige tenminste 30.000 F in hoofdsom bedraagt.
4.2. Inzonderheid voor aanslagen inzake belastingen op spelen en weddenschappen, belasting op automatische ontspanningstoestellen, verkeersbelasting zomede voor andere aanslagen wanneer de totale schuld van dezelfde belastingschuldige in hoofdsom minder dan 30.000 F bedraagt, moet de Ontv. zich ervan onthouden invorderingsmaatregelen te treffen die een betekening in de Bondsrepubliek Duitsland vereisen.
4.3. Zodra op grond van één van voormelde redenen de verjaring is ingetreden, kunnen die aanslagen in een vraag 180 worden opgenomen met een verwijzing naar onderhavige circulaire.
5. Voor alle aanslagen die ten laste van in de Bondsrepubliek Duitsland verblijvende belastingschuldigen moeten worden ingevorderd en die nog niet in een verzoek om invorderingsbijstand zijn opgenomen moet zo spoedig mogelijk worden nagegaan of er betekeningen gedaan zijn overeenkomstig art. 40, 1e lid, Ger. W, en of het bilateraal akkoord van 25 april 1959.
5.1. Vermits die betekeningen niet rechtsgeldig zijn, moet de Ontv., zo nodig en voor zover er nog geen verjaring is ingetreden, een verzoek om invorderingsbijstand opmaken om aldus de verjaring te doen stuiten.
5.2. Is er evenwel reeds verjaring ingetreden ingevolge de ongeldigheid van de stuitende handelingen, dan dient de Ontv. te handelen overeenkomstig hetgeen sub 4.3 is voorgeschreven.
