Pakistan - Circulaire Ci.R.9 Pak/357.139 d.d. 05.09.1984

Bulletin nr. 632/10.84, p. 2398-2410

Dubbelbelastingenverdragen. – Pakistan.

Onderrichtingen voor de toepassing van de Belgisch-Pakistaanse overeenkomst van 17 maart 1980 tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, en van het Protocol.

Circ. 5.9.1984, nr. Ci.R9.Pak./357.139.

I. BELANGRIJKE DATA

Ondertekening van de overeenkomst : 17 maart 1980.

Goedkeuring: W. 24 augustus 1982.

Publicatie : B.S. 5 oktober 1983 (V. 1694 – B. 623).

Uitwisseling van de akten van bekrachtiging : 18 augustus 1983.

Inwerkingtreding: 2 september 1983.

Toepassing in België :

- op bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn verkregen op of na 1 juli 1983 ;

- op andere dan bij de bron verschuldigde belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen op of na 1 juli 1983 (aanslagjaren 1983 en volgende of aanslagjaren 1984 en volgende, naar het geval (1).

------

(1) De begrippen “belastingjaar” en “belastbaar tijdperk” die voorkomen in de art. 5, § 2, i, 14, § 1, b, 15, §2, a, 21, § 1, c, ii, § 2, ii en § 3, ii, betekenen, in België, een tijdperk dat met het aanslagjaar overeenstemt.

II. ALGEMENE KENMERKEN

De overeenkomst beoogt voornamelijk het voorkomen van dubbele belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen. Zij is evenwel niet van toepassing op de belasting naar het vermogen van natuurlijke personen die in Pakistan met betrekking tot bestanddelen van het vermogen waarover niet-inwoners in dat land beschikken, tegen de helft van haar normaal bedrag wordt geheven.

De overeenkomst stelt bovendien, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone voorzorgsmaatregelen, de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven niet alleen aan de bepalingen van de overeenkomst maar ook aan die van de interne wetten betreffende de belastingen waarop de overeenkomst van toepassing is en inzonderheid om het ontduiken en het ontgaan van belastingen te voorkomen (art. 26). Zij voorziet niet in een wederzijdse administratieve bijstand voor de invordering van die belastingen.

Aan de Belgisch-Pakistaanse overeenkomst is een Protocol toegevoegd dat de draagwijdte van de artikelen 7, § 1, en 8, § 1, preciseert. Aangezien de overeenkomst voor het overige een vrij grote gelijkenis met de voorheen door België gesloten overeenkomsten vertoont, worden hierna alleen haar voornaamste bepalingen en haar bijzonderheden besproken.

III. HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTING

A. ONDERNEMINGSWINST

Toewijzing van het recht van belastingheffing

a) Algemene regel

Winsten van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat, niet zijnde een lucht- of zeevaartonderneming bedoeld in nr. 5° hierna, of niet zijnde een landbouw- of bosbedrijf waarvan de winsten onder de toepassing van art. 6 van de overeenkomst vallen, mogen in de andere overeenkomstsluitende Staat slechts worden belast in zoverre als zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kunnen worden toegerekend (art. 7, § 1).

b) Bijzondere regel

Winsten die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat, waar zij een vaste inrichting heeft, behaalt uit de verkoop van goederen van dezelfde of soortgelijke aard als die welke door de vaste inrichting worden verkocht, of uit andere handelsverrichtingen van dezelfde of van soortgelijke aard als die welke door de vaste inrichting worden uitgeoefend, mogen eveneens zonder beperking in die andere Staat worden belast, indien die vaste inrichting op enige wijze bij die verkoop of bij die verrichtingen is opgetreden (art. 7, § 1, en Protocol, punt 1).

Dit is een geval van weliswaar erg beperkte toepassing, van het beginsel van de zgn. aantrekkingskracht van de vaste inrichting, zoals door tal van ontwikkelingslanden wordt bedongen.

Definitie van de vaste inrichting

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op de volgende gevallen waarin een vaste inrichting waarin een vaste inrichting in de zin van de Belgisch-Pakistaanse overeenkomst aanwezig wordt geacht :

- een opslagplaats, behalve indien daarvan alleen gebruik wordt gemaakt voor de opslag, uitstalling of aflevering van goederen die toebehoren aan de onderneming die over de opslagplaats beschikt (art. 5, § 2, € en art. 5, § 3, (a) en (b)) ;

- een duurzame tentoonstelling van goederen met het oog op de verkoop (art. 5, § 2, (g), -) ;

- een plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of montagewerkzaamheden of werkzaamheden van toezicht daarop, indien de duur van dat werk of van die werkzaamheden zes maanden overschrijdt (art. 5, § 2, (h)) ;

- het verstrekken van diensten, daaronder begrepen adviezen, door een onderneming door middel van werknemers indien de duur van die diensten of adviezen (voor hetzelfde of voor een daarmede verband houdend project) in het totaal drie maanden in het belastingjaar overschrijdt (art. 5, § 2, (i)) ;

- een niet-onafhankelijke vertegenwoordiger die over een voorraad goederen beschikt waaruit hij regelmatig bestellingen uitvoert voor rekening van de onderneming (art. 5, § 4, (b)) ;

- een onafhankelijke vertegenwoordiger die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend voor rekening van één onderneming optreedt (art. 5, §5, 2de zin).

Kosten die in mindering mogen worden gebracht van de aan de vaste inrichting toe te rekenen winst

Al de voor de eigen behoeften van de vaste inrichting gemaakte kosten, ongeacht de plaats waar zij worden gemaakt, alsmede een passend aandeel in de kosten van leiding en in de algemene beheerskosten, mogen in mindering van de winsten van de vaste inrichting worden gebracht (art. 7, §3, 1ste alinea).

In dit verband wordt evenwel verduidelijkt dat, bij de vaststelling van de winst van de vaste inrichting buiten beschouwing worden gelaten de bedragen – niet zijnde bedragen die terugbetalingen van werkelijke kosten vertegenwoordigen – die door de vaste inrichting worden betaald ter vergoeding van diensten – in ruime zin – welke haar door de hoofdzetel of door andere zetels van de onderneming worden bewezen en, in omgekeerde zin, de bedragen die door de vaste inrichting worden ontvangen van de hoofdzetel of van de andere zetels ter vergoeding van diensten die hen door deze vaste inrichting worden bewezen (art. 7, § 3, 2de alinea).

Regeling voor Belgische vaste inrichtingen van Pakistaanse vennootschappen of verenigingen

Het tarief van de B.N.V./Ven., dat van toepassing is op de winsten van de hierboven vermelde vaste inrichtingen, wordt verminderd tot het maximumtarief van de Ven.B., d.i. op dit ogenblik 45 pct. (art. 24, §5, (b), (i)).

De regeling van het interne recht is van toepassing met betrekking tot de heffing van de R.V. op dividenden die door Belgische vaste inrichtingen worden verkregen en tot de niet-verrekening van de R.V. op inkomsten van vaste deelnemingen met de B.N.V./Ven. (art. 24, §5, (b), (ii)).

Zeevaart en luchtvaart

Winsten die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer, – daaronder begrepen, in afwijking van art. 11 van de overeenkomst, interest van fondsen die rechtstreeks verband houden met zulke exploitatie – worden in de andere Staat van belasting vrijgesteld (art. 8, §1, en Protocol, punt 2).

Aldus zijn Belgische scheepvaart- of luchtvaartondernemingen van Pakistaanse belasting vrijgesteld en zijn, omgekeerd, Pakistaanse scheepvaart- en luchtvaartondernemingen van Belgische belasting vrijgesteld.

B. BELASTINGHEFFING VAN ROERENDE INKOMSTEN IN DE BRONSTAAT

Algemeen

De artikelen 10, 11 en 12 bepalen als volgt, en onder de gewone voorwaarden, de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen.

a) Dividenden (daaronder begrepen inkomsten van in Belgische personenvennootschappen belegde kapitalen) :

(i) uit bronnen in België : de Belgische belasting wordt in alle gevallen en ongeacht of de Pakistaanse genieter een natuurlijke persoon of een vennootschap is, beperkt tot 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden ;

(ii) uit bronnen in Pakistan : de Pakistaanse belasting word beperkt tot :

- 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden indien de genieter een Belgische vennootschap is die tenminste 20 pct. van de stemgerechtigde aandelen van de uitdelende vennootschap bezit;

- 10 pct. van het brutobedrag van de dividenden indien, daarenboven, de vennootschap die de dividenden betaalt een industriële onderneming drijft, volgens de betekenis die aan deze uitdrukking wordt gegeven door art. 10, § 4, (b).

De overeenkomst voorziet dus niet in een beperking van de Pakistaanse belasting, indien de dividenden worden verkregen door een natuurlijke persoon of door een vennootschap die minder dan 20 pct. bezit van de stemgerechtigde aandelen van de Pakistaanse vennootschap die de dividenden betaalt.

b) Interest

De Belgische belasting of de Pakistaanse belasting, naar het geval, wordt in de regel beperkt tot 15 pct. van het normale brutobedrag van de interest.

Bijzondere regelingen:

- er is vrijstelling van belasting in de bronstaat voor interest die wordt verkregen door de Regering van de andere overeenkomstsluitende Staat, door de centrale bank of door financiële overheidsinstellingen daarvan (art. 11, § 3) ;

- er is eveneens vrijstelling van belasting in de bronstaat voor interest van fondsen die rechtstreeks verband houden met de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer (cfr. A, 5° hierboven).

c) Royalty’s

De Belgische belasting of de Pakistaanse belasting, naar het geval, wordt beperkt tot :

- 15 pct. van het normale brutobedrag van de royalty’s die voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap ;

- 20 pct. van het normale brutobedrag van de royalty’s die worden betaald als vergoeding voor het gebruik van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening, een model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze, of voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een nijverheids- of handelsuitrusting of een wetenschappelijke uitrusting, en van royalty’s voor bioscoopfilms en films of banden voor radio of televisie.

Bijzondere regeling: er is vrijstelling van belasting in de bronstaat voor auteursrechten en andere soortgelijke betalingen voor de productie of reproductie van een werk op het gebied van letterkunde, toneel, muziek of kunst : hieronder vallen niet bioscoopfilms en films of banden voor radio of televisie (art. 12, § 3 en § 4, (c)).

Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van Pakistan

De vermindering of de vrijstelling van Belgische belasting wordt verleend op grond van een aanvraag die wordt gedaan op een formulier 276 Div., 276 Int. Of 276 R., naar het geval : er wordt in dit verband verwezen naar de circ. Ci.R9 Div./325.546 van 5 augustus 1982.

Roerende inkomsten uit bronnen in Pakistan verkregen door inwoners van België

In afwachting dat de procedure tot het bekomen van de vermindering of van de vrijstelling van de Pakistaanse belasting ingevolge de overeenkomst definitief wordt vastgesteld, worden inwoners van België die roerende inkomsten uit bronnen in Pakistan verkrijgen, aangeraden een aanvraag tot het bekomen van deze voordelen ingevolge de overeenkomst in te dienen ofwel bij de schuldenaar van de inkomsten bij de betaling van die inkomsten, ofwel bij de Pakistaanse Administratie zo spoedig mogelijk na de betaling van die inkomsten.

Deze aanvraag moet door alle bewijsstukken worden gestaafd en inzonderheid door een woonplaatsattest dat door de Belgische belastingdienst waarvan de genieter van de inkomsten afhangt op een formulier 276 Conv. wordt afgeleverd.

C. VOORDELEN VERKREGEN UIT DE VERVREEMDING VAN GOEDEREN (art. 13)

De volgende bijzonderheid moet ter zake worden aangestipt: behalve de hiernavermelde uitzonderingen mogen de voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen, zo deze goederen geen deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting of niet toebehoren aan een vaste basis, in de beide overeenkomstsluitende Staten worden belast (art. 13, §5) ; dubbele belasting wordt verzacht zoals vermeld onder I hierna.

Die algemene regel geldt niet voor voordelen verkregen :

- uit de vervreemding van schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd en van roerende goederen die bij de exploitatie daarvan worden gebruikt : deze voorden zijn slechts belastbaar in de woonstaat van de onderneming (art. 13, § 3) ;

- uit de vervreemding van alle goederen of rechten uit hoofde waarvan royalty’s worden betaald : het recht van belastingheffing van deze voordelen is alleen toegekend aan de Staat waarvan de vervreemder inwoner is (art. 13, §4).

D. INKOMSTEN UIT ZELFSTANDIGE WERKZAAMHEDEN (art. 14)

Inkomsten uit vrije beroepen of andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard zijn in principe slechts in de woonstaat van de genieter belastbaar.

Deze inkomsten mogen evenwel in de bronstaat worden belast wanneer aan één van de volgende voorwaarden is voldaan :

1° de genieter verkrijgt zijn inkomsten door tussenkomst van een vaste basis waarover hij gewoonlijk in die Staat beschikt ;

2° de genieter verblijft in die Staat gedurende meer dan 183 dagen in de loop van het belastbare tijdperk ;

3° de genieter verkrijgt, voor diensten die hij in die Staat heeft bewezen en ten laste van een inwoner van die Staat, bruto-inkomsten, d.i. vóór welke aftrek ook, die in het belastbare tijdperk hoger zijn dan 50 000 Rs. Of de tegenwaarde daarvan in Belgische munt (zelfs indien hij in die Staat gedurende dat belastbare tijdperk minder dan 183 dagen verblijft).

In die gevallen is alleen belastbaar in de bronstaat het gedeelte van de inkomsten dat, naargelang van het geval, aan de vaste basis of aan de in die Staat uitgeoefende werkzaamheid is toe te rekenen.

E. TANTIEMES (art. 16)

De overeenkomst maakt de regeling, op grond waarvan tantièmes ter vergoeding van het mandaat van beheerder van een vennootschap inwoner is, ook van toepassing op de beloningen die een bediende van de vennootschap verkrijgt uit hoofde van een bestuursfunctie op hoog niveau die in feite van soortgelijke aard is als de functie van beheerder.

F. PARTICULIERE PENSIOENEN EN LIJFRENTEN (art. 18)

Pensioenen (niet zijnde pensioenen van de openbare sector als bedoeld in art. 19, § 2) die worden uitgekeerd ter zake van bewezen diensten of als vergoeding voor opgelopen letsel, mogen slechts worden belast in de Staat waar de genieter zijn woonplaats heeft (art. 18, §§ 1 en 2).

Dezelfde regeling is van toepassing op lijfrenten. Deze uitdrukking betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, gedurende het leven of gedurende een vastgesteld of vaststelbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat (art. 18, §§ 1 en 3).

Pensioenen en lijfrenten die door ene inwoner van Pakistan in België worden behaald, zijn bijgevolg van elke Belgische belasting en met name van de B.V. vrijgesteld.

G. HOOGLERATEN EN LERAREN (art. 20)

Beloningen van hoogleraren en leraren die inwoner van België zijn en in Pakistan verblijven om aldaar gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar aan een universiteit, een hogeschool, school of andere onderwijsinrichting onderwijs te geven, zijn slechts in België belastbaar.

In het omgekeerde geval moet België vrijstelling verlenen voor beloningen van hoogleraren en leraren die inwoner van Pakistan zijn en met dezelfde oogmerken in België gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar verblijven.

H. STUDENTEN

Onder de in art. 21 bepaalde voorwaarden zijn in de Staat waar zij tijdelijk verblijven, vrijgesteld van belasting :

a) studenten, stagiairs en bursalen, ter zake van alle bedragen die zij uit het buitenland ten behoeve van hun onderhoud, studie of opleiding verkrijgen, evenals ter zake van de beloningen voor een dienstbetrekking indien deze per belastbaar tijdperk 120 000 F niet te boven gaan ;

b) werknemers van ondernemingen of van de regering van de andere Staat, die gedurende ten hoogste twee jaar, technische ervaring of beroeps- of bedrijfservaring wensen te verwerven, ter zake van alle bedragen zij uit het buitenland verkrijgen om hun onderhoud, studie of opleiding te bekostigen, evenals ter zake van de beloningen voor een dienstbetrekking die per belastbaar tijdperk 150 000 F niet te boven gaan, indien die diensten verband houden met de studie of opleiding van deze werknemers, of daaruit voortvloeien ;

c) personen waarvan het verblijf in een Staat met het oog op hun opleiding, studie of oriëntatie voortvloeit uit akkoorden met de Regering of met een inrichting of instelling van die Staat, ter zake van de beloningen verkregen uit bronnen in de andere Staat, evenals ter zake van beloningen verkregen uit bronnen in de Staat waar zij tijdelijk verblijven en die per belastbaar tijdperk 120 000 F niet te boven gaan.

I. VERMINDERING VAN DUBBELE BELASTING IN BELGIË (art. 23, § 2)

Dubbele belastingheffing van inkomsten die inwoners van België uit bronnen in Pakistan verkrijgen en die ingevolge de overeenkomst aldaar mogen worden belast, wordt op de volgende wijze vermeden :

- dividenden die Belgische vennootschappen verkrijgen uit vaste deelnemingen in Pakistaanse vennootschappen zijn ten belope van hun nettobedrag vrijgesteld van de vennootschapsbelasting ;

- andere dividenden, zomede interest en royalty’s worden in België belast maar de belasting wordt verminderd met het F.B.B. van 15 pct., ook wanneer die inkomsten in Pakistan op grond van speciale maatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van dat land tijdelijk vrijstelling of vermindering van belasting genieten ;

- inkomsten die zonder beperking in Pakistan mogen worden belast zijn vrijgesteld van Belgische belasting maar komen in aanmerking voor de bepaling van het tarief dat op de andere belastbare inkomsten van de genieters van toepassing is ; voordelen verkregen uit de vervreemding van een aantal roerende goederen en die overeenkomstig art. 13, § 5, van de overeenkomst (zie punt C hierboven) in de beide Staten mogen worden belast, genieten evenwel in België een vermindering van de belasting tot de helft of tot een vierde van het normale bedrag, naar gelang de genieter van de inkomsten een natuurlijke persoon of een vennootschap is en op voorwaarde dat die voordelen in Pakistan werkelijk werden belast.

Ten slotte bevat de overeenkomst de gebruikelijke bepaling ter voorkoming van dubbele compensatie van verliezen die een Belgische onderneming in een vaste inrichting in Pakistan mocht hebben geleden.