Griekenland - Circulaire Ci. 961 d.d. 20.03.1972
Bulletin nr. 496, p. 747-760
Dubbelbelastingverdragen. - Griekenland
Overeenkomst met Griekenland en slotprotocol van 24.5.1968
Circ. 961 van 20 maart 1972
Onderrichtingen betreffende de toepassingen van de Belgisch-Griekse overeenkomst van 24 mei 1968 tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen, en van het desbetreffende slotprotocol (V. 1283)
KORTE INHOUD
II. Nadere toelichting en wijze van uitvoering van sommige bepalingen
A. Belastingheffing van in België gelegen onroerende goederen – Geen A.O.V
B. Winsten van ondernemingen in het algemeen – lucht- en zeescheepvaart-ondernemingen
C. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat
R.V. op dividenden van Belgische afkomst toegekend aan verblijfhouders van Griekenland
R.V. op interest van Belgische afkomst toegekend aan verblijfhouders van Griekenland
R.V. op royalty's van Belgische afkomst toegekend aan verblijfhouders van Griekenland
Roerende inkomsten van Griekse afkomst, verkregen door verblijfhouders van Griekenland
D. Beroepsartiesten, sportbeoefenaars en medewerkers
E. Wettelijke sociale pensioenen en uitkeringen
F. Vermijden van dubbele belasting in België
Algemene regel: vrijstelling met progressiebehoud
Inperking tot vermijding van dubbele verliescompensatie
1° Dividenden verkregen door een natuurlijke persoon, interest en royalty's
2° Dividenden verkregen door een vennootschap
G. Regeling voor onderling overleg
H. Wederzijdse bijstand voor de invordering van de belasting
I. – Algemene beschouwingen
Belangrijke data.
1. Ondertekening van de overeenkomst : 24 mei 1968
Goedkeuring : wet van 27 februari 1970.
Publicatie : Belgisch Staatsblad van 29 mei 1970.
Uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden : 12 mei 1970.
Inwerkingtreding : 27 mei 1970.
Toepassing :
op belastingen bij de bron op inkomsten die met ingang van 1 januari 1967 zijn toegekend of betaalbaar gesteld ;
op andere belastingen naar inkomsten van belastbare tijdperken die vanaf 31 december 1966 eindigen (aanslagjaar 1967).
Ontheffing van ambtswege
2. Uit hoofde van de terugwerkende kracht van de overeenkomst opent art. 2 van de goedkeuringswet een bijzondere termijn voor de ontheffing van ambtswege van aanslagen die in strijd met de bepalingen van de overeenkomst zijn gevestigd of gekweten en waarvan geen teruggave of vermindering op grond van de art. 272 en 277, W.I.B., kan worden verleend, doordat de aldaar gestelde termijn is vereist dat de overbelasting ten laatste op 28 mei 1971 of wel door de administratie werd vastgesteld, of wel door de belastingplichtige aan de administratie kenbaar werd gemaakt.
Algemeen kenmerk van de overeenkomst
3. De overeenkomst met Griekenland vertoont in het algemeen een merkelijke gelijkenis met het modelverdrag van de OESO en met de overeenkomsten met Zweden (2.7.1965), Duitsland (11.4.1967), Noorwegen (30.6.1967), het Verenigd Koninkrijk (29.8.1967) en Japan (28.3.1968). Tal van bepalingen van de Belgisch-Griekse overeenkomst vergen derhalve geen bijzondere toelichting.
II. – Nadere toelichting en wijze van uitvoering van sommige bepalingen.
A. Belastingheffing van in België gelegen onroerende goederen – Geen A.O.V.
4. volgend art. 6, ov. zijn de inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, die aan verblijfhouders van Griekenland toebehoren, in België belastbaar. Op grond van art. 23. § 1, mogen die inkomsten ook worden opgenomen in de belastbare grondslag voor de heffing van de Griekse belasting (mits verrekening van de Belgische belasting). België beschikt derhalve niet over uitsluitend recht van belastingheffing ter zake van de inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, zodat de A.O.V. niet is verschuldigd door verblijfhouders van Griekenland (art. 163, W.I.B.)
B. Winsten van ondernemingen in ’t algemeen – Lucht- en zeescheepvaartondernemingen
5. Art. 7, ov. stelt als regel dat winsten van ondernemingen belastbaar zijn in de Staat waarin een vaste inrichting is gelegen die de winsten voortbrengt. Art. 5, ov. en punt 1, slotprot. geven aan wat onder de uitdrukking “vaste inrichting” moet worden verstaan.
Art. 24, § 5, lid 2, ov. bevestigt anderdeels dat België van de winsten van Belgische vaste inrichtingen van Griekse vennootschappen en personenverenigingen waarvan de plaats van werkelijke leiding in Griekenland is gelegen, de B.N.V./Ven. mag heffen tegen het tarief van het gemeen recht, met inbegrip van de opcentiemen Sp. F. en van de opdeciem.
6. In afwijking van de regel van de vaste inrichting behelst art. 8, ov., aangevuld door punt 3, slotprot., de volgende regeling voor de belastingheffing van winsten uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer:
Ondernemingen van zeescheepvaart zijn belastbaar in de Staat waar de schepen zijn teboekgesteld of door wie zij van zeebrieven zijn voorzien. Ingeval de onderneming evenwel de plaats van de werkelijke leiding in de andere Staat heeft, komt het recht van belastingheffing aan deze laatste Staat toe; bevindt de plaats van werkelijke leiding zich aan boord van een schip, dan wordt zij geacht te zijn gelegen in de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft of, indien het schip geen thuishaven heeft, in de Staat waarvan de ondernemen verblijfhouder is.
Ondernemingen van luchtvaart zijn belastbaar in de Staat waar de plaats van werkelijke leiding is gegeven.
N.B. Zo lang de nieuwe overeenkomst van kracht is, schorst art. 29 de toepassing van het Belgisch-Grieks akkoord tot wederzijdse fiscale vrijstelling van door zeescheepvaart- of luchtvaartondernemingen in internationaal verkeer verwezenlijkte winsten, gesloten door wisseling van brieven op 15 en 23 juni 1954 (W.I.B., deel V, titel 2).
7. Een gelijkaardige regeling als voor de winsten is van toepassing op meerwaarden uit de vervreemding van roerende goederen van de onderneming (art. 13, § 2, 2de lid, ov.) ; meerwaarden op onroerende goederen zijn in alle geval belastbaar in de Staat waarin de goederen zijn gelegen (art. 13, § 1, ov.)
C. Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat.
R.V. op dividenden van Belgische uitkomst, toegekend aan verblijfhouders van Griekenland.
8. Ingevolge art. 10, § 2, a, ov. moet de R.V. op dividenden (en op inkomsten van belegde kapitalen), die door een Belgische vennootschap vanaf 1 januari 1967 aan een verblijfhouder van Griekenland worden toegekend, tot 15 t.h. van het brutobedrag der belastbare inkomsten worden beperkt. De beperking is volgens art. 10, § 5, slechts van toepassing indien de deelneming die de dividenden oplevert niet wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting waarover de verkrijger van de dividenden hier te lande zou beschikken.
9. De vermindering wordt verleend op aanvraag gesteld op een formulier nr 276 Div (GR) (1) en volgens de in circ. 925bis van 29 januari 1968 uiteengezette procedure.
------
(1) De formulieren nrs 276 Div (GR), 276 Int. (GR) worden in België op aanvraag kosteloos afgeleverd door de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45, 1040 Brussel.
10. Ingeval voor het jaar 1967 geen ontheffing van ambtswege op grond van art. 277, § 3, W.I.B. kan worden verleend, moet worden nagegaan of de aanvraag niet tijdig werd ingediend binnen de bijzondere termijn van art. 2 van de wet houdende goedkeuring van de overeenkomst (cf. nr 2 hiervoren).
R.V. op interest van Belgische afkomst, toegekend aan verblijfhouders van Griekenland.
11. De R.V. op het normale bedrag van interest, welke vanaf 1 januari 1967 aan een verblijfhouder van Griekenland wordt toegekend, moet volgens art. 11, §§ 2, a, 4 en 6, ov. tot 10 t.h. worden beperkt, indien de schuldvordering (of het deposito, de obligatie, enz.) die de interest oplevert niet wezenlijk is verbonden met een vaste inrichting waarover de verkrijger van de interest hier te lande zou beschikken.
12. De vermindering wordt verleend op aanvraag gesteld op een formulier nr 276 Int. (GR) (2). Voor de wijze van berekening en de te volgen procedure wordt, mutatis mutandis, naar circ. 925bis verwezen (cf. eveneens nr 10 hiervoren, wat de termijn van indiening van de aanvraag betreft).
In beginsel wordt aan de genieter 10 t.h. van de bruto-interest, namelijk 10/80 of 12,5 t.h. van de netto-interest op grond van het gemeen recht is vrijgesteld. Deze regeling geldt evenzeer voor interest van leningen die werden uitgegeven of van overeenkomsten die werden afgesloten vóór 1.12.1962, als voor interest van leningen of overeenkomsten welke van die datum af zijn tot stand gekomen. De teruggaaf van belasting op interest van leningen of overeenkomsten die vóór 1.12.1962 zijn uitgegeven, resp. afgesloten, mag nochtans in geen geval hoger zijn dan het bedrag van de werkelijk gestorte R.V. : deze beperking geldt in de gevallen waarin het tarief van de R.V. volgens het gemeen recht 6 t.h. (interest voorheen vrijgesteld van M.B.) of 8 t.h. (interest voorheen onderworpen aan de M.B. tegen 2 t.h. of 2,4 t.h.) bedraagt.
R.V. op royalty’s van Belgische afkomst, toegekend aan verblijfhouders van Griekenland
------
(2) De formulieren nrs 276 Div. (GR), 276 Int. (GR) en 276 R. (GR) worden in België op aanvraag kosteloos afgeleverd door de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45, 1040 Brussel.
13. Voor royalty’s die vanaf 1 januari 1967 aan een verblijfhouder van Griekenland worden toegekend mag de R.V. volgens art. 12, § 2, ov. niet meer bedragen 5 t.h. van het brutobedrag der belastbare inkomsten. Bij toepassing van art. 12, §§ 4 en 6, geldt de beperking alleen voor het normale bedrag van de royalty’s en op voorwaarde dat de goederen of rechten welke de inkomsten opleveren niet wezenlijk zijn verbonden met een vaste inrichting waarover de verkrijger van de royalty’s in België zou beschikken.
14. De vermindering wordt verleend op aanvraag gesteld op een formulier nr 276 R. (GR) (3) ; de procedure van indiening en behandeling van de aanvraag is analoog met die welke in circ. 925bis voor dividenden en interest is beschreven. De vermindering mag evenwel normaal aan de bron worden verleend.
De genieter van de royalty’s moet :
1° de daartoe vereiste aanvraag nr 276 R. (GR) in dubbel exemplaar invullen en ondertekenen ;
2° beide exemplaren voor waarmerking aan de bevoegde Griekse belastingdienst voorleggen (4) ;
3° het eerste exemplaar (het tweede exemplaar wordt door de Griekse administratie bewaard) sturen of wel aan de Belgische schuldenaar van de royalty’s (ten laatste binnen 10 dagen na de vervaldag van de royalty’s wanneer de aanvraag strekt tot inhouding van de R.V. tegen het verlaagd tarief), of wel aan de Hoofdcontroleur der belastingen te Sint-Joost-ten-Node 1 (om de teruggave van de te veel bij de bron geïnde R.V. te bekomen).
-----------
(3) Zie voetnoot onder nr 9.
(4) De bevestiging van de Griekse belastingautoriteiten welke in vak IV van het formulier nr 276 R. (GR) moet worden aangebracht, wordt afgeleverd door het Griekse Ministerie van Financiën, Algemene Directie der Belastingen, Directie Inkomstenbelasting, op overlegging door de verzoeker van een attest van het belastingkantoor (Eforia) van zijn gebied.
Dezelfde regeling geldt ook voor de formulieren nrs 276 Div. (GR) en 276 Int. (GR).
Roerende inkomsten van Griekse afkomst, verkregen door verblijfhouders van België
15. Ingevolge de art. 10, 11, en 12, ov. moet de Griekse belasting op dividenden, interest en royalty’s van Griekse afkomst genoten door verblijfhouders van België, over ’t algemeen en op bepaalde voorwaarden, worden beperkt tot :
25 t.h. van het brutobedrag der dividenden ;
15 t.h. van het brutobedrag van normale interest ;
5 t.h. van het brutobedrag van normale royalty’s.
16. Volgens de Griekse wetgeving worden dividenden niet belast in hoofde van de uitkerende vennootschap maar ondergaan zij ten laste van de aandeelhouder – al of niet verblijfhouder – een broninhouding van 30 of 38 t.h. naargelang die dividenden al of niet betrekking hebben op bij de beurs genoteerde aandelen.
Interest ondergaat normaal in Griekenland een broninhouding van 38,25 t.h., terwijl op royalty’s 17,25 t.h. bij de bron wordt ingehouden.
De vermindering van de Griekse bronbelasting op grond van de ov. wordt normaal bij de inning van inkomsten toegestaan. De verblijfhouders van België, genieters van de roerende inkomsten, dienen hiertoe geen enkele speciale formaliteit te vervullen. Het is nochtans niet uitgesloten dat de Griekse administratie in sommige gevallen om een bewijsstuk zal verzoeken waaruit blijkt dat de genieter zijn fiscale woonplaats werkelijk in België heeft. Indien de vermindering niet bij de bron kan worden toegepast, hetzij wegens de terugwerkende kracht of om enige andere reden, kan teruggaaf van het teveel ingehouden bedrag worden gevraagd bij het Griekse Ministerie van Financiën, Algemene Directie der Belastingen, Directie Inkomstenbelasting, Karagiorgi Servias, Athene. Het verzoek moet gestaafd zijn door de nodige bewijsstukken. Voor het indienen van dat verzoek is geen bepaalde termijn gesteld (zie ook nr 25 hierna).
D. Beroepsartiesten, sportbeoefenaars en medewerkers.
17. Griekse beroepsartiesten en sportbeoefenaars zijn in België belastbaar ter zake van de inkomsten uit de werkzaamheden die zij in België in loondienst (art. 15, ov.) of zelfstandig (art. 17, ov.) verrichten.
Op deze regel wordt slechts uitzondering gemaakt voor artiesten en sportbeoefenaars die in België in loondienst optreden, mits de drie volgende voorwaarden tegelijkertijd zijn vervuld (art. 15, § 2, ov.):
1° de duur van de werkzaamheden in België, met inbegrip van de gewone arbeidsonderbrekingen, gaat een totaal van 183 dagen gedurende een kalenderjaar niet te boven;
2° de beloningen worden betaald door een werkgever die geen verblijfhouder van België is;
3° de last van de beloningen mag als zodanig niet worden gedragen door een Belgische vaste inrichting van de werkgever.
18. Ingevolge art. 17, b, ov. zijn zonder uitzondering in België belastbaar, de inkomsten welke verblijfhouders van Griekenland verkrijgen uit in loondienst of zelfstandig verrichte werkzaamheden in verband met de organisatie of de uitvoering hier te lande van prestaties van zelfstandige artiesten en sportbeoefenaars. De belastbaarheid in België is niet afhankelijk gesteld van enige voorwaarde zoals de duur van de werkzaamheden of het al dan niet aanwezig zijn van een vaste inrichting of vaste basis. Onder deze bepaling vallen voornamelijk de personen die hun diensten verlenen als tussenpersonen voor de organisatie van het optreden van een artiest of een sportbeoefenaar (bv. manager, impresario, coach) of als door de artiest of sportbeoefenaar bezoldigde helpers bij de uitvoering van het programma (bv. musicus die een zanger begeleidt, kleedster, kapster).
E. Wettelijke sociale pensioenen en uitkeringen
19. Pensioenen en andere al dan niet periodieke uitkeringen, welke tot uitvoering van de Belgische sociale wetgeving worden betaald aan verblijfhouders van Griekenmand, zijn in België belastbaar ingevolge art. 19, § 2, ov.
Omgekeerd zijn pensioenen en andere al dat niet periodieke uitkeringen, die in uitvoering van de Griekse sociale wetgeving aan verblijfhouders van België worden betaald, van de P.B. vrijgesteld met ingang van het aanslagjaar 1967.
F. Vermijding van dubbele belasting in België
20. Dubbele belasting van de inkomsten, die door verblijfhouders van België uit Griekenland worden verkregen en volgens de overeenkomst aldaar belastbaar zijn, wordt vermeden door toepassing van de regels die in de jongste dubbelbelastingverdragen gebruikelijk zijn. Hieronder volgt een korte samenvatting van deze regels.
Algemene regel : vrijstelling met progressiebehoud (art. 23, § 2, a, ov.)
21. Inkomsten uit Griekenland – met uitzondering van dividenden, interest en royalty’s, cf. nrs 23 en 24 hierna – waarvoor de overeenkomst het recht van belastingheffing aan Griekenland toekent, zijn in België van belasting van het tarief van de P.B. op het overige inkomen dat ten name van een natuurlijke persoon belastbaar is.
Inperking tot vermijding van dubbele verliescompensatie (art. 23, § 2, b, ov.)
22. In afwijking van het hierboven aangehaalde beginsel mag België belasting heffen (tegen het volle tarief) van winsten die een Griekse vaste inrichting van een Belgische onderneming heeft verwezenlijkt, wanneer die winsten in Griekenland niet worden belast doordat zij worden gecompenseerd met vroegere verliezen, die eveneens van de in België belastbare winsten van de onderneming werden afgetrokken (cf. dienaangaande circ. 920, nr 39, betreffende de overeenkomst met Frankrijk).
Bijzondere regels
1° Dividenden verkregen door een natuurlijke persoon, interest en royalty’s (art. 23, § 2, c en d, ov.).
23. In beginsel wordt het F.B.B. tegen het tarief en onder de voorwaarden van het gemeen recht verrekend.
Wanneer Griekenland evenwel op grond van bijzondere wetsbepalingen welke voorzien in tijdelijke vrijstelling van belasting ten behoeve van investeringen die tot de ontwikkeling van ’s lands economie bijdragen, heeft afgezien van belastingheffing van interest of royalty’s, wordt niettemin, in afwijking van het gemeen recht, de verrekening van het F.B.B. tegen het gewone tarief van 15 t.h. verleend (zgn. methode van “tax sparing” of fictief belastingkrediet die doorgaans in dubbelbelastingverdragen met ontwikkelingslanden bij wijze van tegemoetkoming aan de economische behoeften van die landen worden opgenomen).
2° Dividenden verkregen door een vennootschap (art. 23, § 2, e en f, ov.).
24. In de eerste plaats bevestigt de overeenkomst de toepassing van het gemeen recht : inning van het R.V. van 10 t.h. op grond van de incassering van de dividenden en aftrek, ten belope van het nettobedrag, als definitief belaste inkomsten voor de berekening van de Ven.B. en, bij wederuitkering, van de R.V. (art. 23, § 2, e).
Daarenboven wordt aan de vennootschappen, behalve personenvennootschappen die de aanslag van hun winsten in de P.B. hebben gekozen, de mogelijkheid geboden vrijstelling van de R.V. van 10 t.h. bij de incassering te verkrijgen ter zake van dividenden van aandelen of delen die gedurende het ganse boekjaar van de uitdelende Griekse vennootschap in uitsluitende eigendom hebben gehad (art. 23, § 2, f, ov.). In dat geval is echter de R.V. verschuldigd bij de wederuitkering van de dividenden aan de aandeelhouders van de Belgische vennootschap.
De vrijstelling van R.V. op inkomende dividenden mag slechts worden toegekend voor dividenden die begrepen zijn in de winsten van het aanslagjaar waarvoor de vennootschap een schriftelijke aanvraag heeft gedaan binnen de termijn welke voor het indienen van haar aangifte in de Ven.B. is gesteld ; dit sluit de terugwerkende kracht van deze vrijstelling uit. De aanvraag moet worden gedaan volgens de procedure uiteengezet in circ. 16 april 1968, nr Ci.R9S/244.214, nrs 13 tot 16 (ov. met Zweden)
G. Regeling voor onderling overleg.
25. Art. 25, ov. stelt een speciale procedure in, waardoor de bevoegde autoriteiten van beide Staten met elkaar overleg kunnen plegen met name om een oplossing te vinden voor gevallen van dubbele belastingheffing in strijd met de overeenkomst.
In het raam van de procedure kan een verblijfhouder van België, onverminderd de rechtsmiddelen van het gemeen recht, in geval van dubbele belasting ten gevolge van belastingheffing in België en in Griekenland, bij de bevoegde Belgische autoriteit d.i. de in art. 267, W.I.B., aangeduide gewestelijke directeur een schriftelijk en gemotiveerd verzoek om herziening indienen binnen een termijn van twee jaren vanaf de betekening of de inhouding bij de bron van de tweede aanslag. In voorkomend geval brengt de gewestelijke directeur omstandig verslag uit bij het Hoofdbestuur dat zo nodig met de Griekse administratie overleg zal plegen.
H. Wederzijdse bijstand voor de invordering van de belastingen.
26. Art. 27, ov. voorziet in wederzijdse bijstand van de Belgische en Griekse administraties voor de invordering van de belastingen welke onder de toepassing van de overeenkomst vallen. De richtlijnen van circ. 760 zijn ter zake mutatis mutandis van toepassing, behoudens het hieronder bepaalde.
Frequentie en wijze van verzending van de aanvragen om bijstand.
27. De verzoeken om bijstand uitgaande van Belgische ontvangers, evenals de stukken die betrekking hebben op die verzoeken of op verzoeken om bijstand ontvangen van de Griekse administratie, moeten aan de Mechanografische dienst van Brussel, Wetstraat 38, 1040 Brussel, worden gestuurd.
Behalve in dringende gevallen waarin de verzending onmiddellijk moet geschieden, zendt deze dienst via het Hoofdbestuur (Directies IV/4-5), de verzoeken en stukken, die hij in de loop van de drie vorige maanden heeft ontvangen, binnen de eerste acht dagen van de maanden februari, mei, augustus en november naar het Griekse Ministerie van Financiën, Algemene Directie der Belastingen, Directie Inkomstenbelasting, Kariagiorgi Servias, Athene. Van de in het Nederlands gestelde verzoeken 174 C. en van de er bijgevoegde stukken moet een Franse vertaling worden toegevoegd.
28. Andersom worden de verzoeken om bijstand en de stukken uitgaande van de Griekse administratie door deze laatste periodiek verzonden naar de Mechanografische dienst, Wetstraat 38, 1040 Brussel, die ze aan de betrokken diensten eventueel met vertaling overzendt.
Minimumbedrag waarvoor de bijstand mag worden aangevraagd.
29. Eenvoudigheidshalve werd beslist dat er voorlopig slechts om tussenkomst van de Griekse administratie zal worden verzocht voor aanslagen of groepen aanslagen, die ten minste 1.000 BF, per belastingplichtige bedragen (nalatigheidsinteresten en vervolgingskosten inbegrepen). Voor de Griekse verzoeken om tussenkomst van Belgische administratie is voorlopig geen minimumbedrag vastgesteld.
Opmaken van de verzoeken om bijstand.
30. De Belgische ontvangers stellen hun verzoeken om bijstand op overeenkomstig de nrs 20 tot 24 van circ. 760. Buiten de gewone inlichtingen moeten de dwangschriften nog vermelden: de woonplaats van de belastingplichtige in Griekenland en zo mogelijk, de voor beslaglegging vatbare goederen of inkomsten in dat land.
31. Vooraleer vervolgingen in te spannen waarvoor gerechtelijke tussenkomst vereist is (uitvoerend beslag op onroerende goederen en arrestbeslag) brengen de ontvangers aan het Hoofdbestuur(Directies IV/4-5) verslag uit op grond waarvan de Griekse belastingadministratie zal worden geraadpleegd aangaande de gepastheid van dergelijke vervolgingen.
32. De vervolgingsakten betreffende de Griekse belastingvorderingen zijn vrijgesteld van zegel- en registratierechten (in Griekenland zullen de vervolgingsakten betreffende de Belgische belastingen aan geen zegelrecht of ander soortgelijk recht onderworpen worden).
33. De vervolgingskosten die de Belgische administratie vruchteloos zou hebben gedaan ter invordering van Griekse belastingen, komen ten laste van de Belgische Staat ; deze bepaling is wederkerig.
Overmaking van de ingevorderde sommen.
34. De bedragen die door de Belgische ontvangers zijn geïnd ingevolge verzoeken om bijstand van de Griekse administratie worden de dag zelf van de inning overgeschreven op P.R. nr 24.48 van de ontvanger te Brussel 3e kantoor. Op het girostrookje wordt naar de Belgisch-Griekse overeenkomst verwezen en worden daarenboven vermeld :
de naam van de Griekse belastingschuldige ;
het Griekse belastingkantoor in het gebied waarvan de belasting is gevestigd ;
de datum en het kenmerk van het verzoek om bijstand van de Griekse administratie.
35. Binnen de eerste vijftien dagen van de maanden februari, mei, augustus en november, schrijft de ontvanger te Brussel, 3e kantoor het totale bedrag van de tijdens de vorige drie maanden ten bate van de Griekse Schatkist ontvangen sommen over op de rekening nr 85.006 van de Bank van Griekenland te Athene bij de Nationale Bank van België, voor rekening van Griekse belastingkantoren in het gebied waarvan de belastingen zijn gevestigd. Op het girostrookje wordt naar de Belgisch-Griekse ov.
36. De dag zelf van de overdracht zendt de ontvanger te Brussel, 3e kantoor aan het Griekse Ministerie van Financiën, Algemene Directie der Belastingen, Directie Inkomstenbelasting, Karagiorgi Servias, Athene, een bericht met de omstandige opgave van de overgeschreven sommen en voor elke geïnde aanslag, de onder nr 34 hierboven voorgeschreven vermeldingen.
37. De in Griekenland ten bate van de Belgische Schatkist geïnde sommen worden in de BF betaald bij de Nationale Bank van België te Brussel voor rekening van de Belgische ontvanger van wie het verzoek om bijstand uitgaat. De in Griekenland geïnde sommen zullen dus door bemiddeling van de Nationale Bank bij gezegde ontvanger toekomen.
