Circulaire nr. Ci.RH.242/561.087 (AOIF 4/2004) dd. 19.01.2004
CIRC 19.01.04/1
Circulaire nr. Ci.RH.242/561.087 (AOIF 4/2004) dd. 19.01.2004
Bull. nr. 845, pag. 450-451
COMMENTAAR OP HET WIB 92
Bijwerking van de Com.IB 92
INVESTERINGSAFTREK
Gebouwd onroerend goed
Toekenningsvoorwaarde van de investeringsaftrek
Uitgesloten investering
Investeringsaftrek. - Gebouwde onroerende goederen die niet uitsluitend voor de beroepswerkzaamheid worden gebruikt. - Wijziging van het administratief standpunt.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C (sector taxatie).
1. Overeenkomstig art. 75, 1°, WIB 92 is de investeringsaftrek niet van toepassing op vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt.
2. Wat gebouwde onroerende goederen betreft, stelt nr. 68/20, laatste lid, Com.IB 92, dat die voorwaarde in principe per kadastraal perceel moet worden beoordeeld.
3. Recente rechtspraak dienaangaande stelt evenwel dat een dergelijke voorwaarde niet in de wet is ingeschreven en de investeringsaftrek bijgevolg niet moet worden geweigerd voor lokalen of andere ruimten van een gebouwd onroerend goed die uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en bovendien duidelijk van het privé-gedeelte van dit onroerend goed zijn afgescheiden.
4. De administratie sluit zich bij die rechtspraak aan.
5. De tekst van nr. 68/20, Com.IB 92 dient bijgevolg door de volgende tekst te worden vervangen :
"De investeringsaftrek kan niet worden verleend met betrekking tot vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, d.w.z. activa die door de belastingplichtige, ongeacht de verhouding, zowel voor beroeps- als voor privé-doeleinden worden gebruikt.
Wat gebouwde onroerende goederen betreft die niet uitsluitend voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, mag de investeringsaftrek evenwel worden toegepast met betrekking tot de lokalen of ruimten waarvan ontegensprekelijk blijkt dat zij uitsluitend voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en duidelijk afgescheiden zijn van de privé-lokalen of -ruimten van de belastingplichtige.
De lokalen of ruimten die "gemengd" worden gebruikt, blijven uiteraard van de investeringsaftrek uitgesloten".
6. Deze richtlijnen zijn onmiddellijk van toepassing, in eender welk stadium van de procedure, ook wat de hangende en de toekomstige geschillen betreft.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR.
Circulaire nr. Ci.RH.242/561.087 (AOIF 4/2004) dd. 19.01.2004
Bull. nr. 845, pag. 450-451
COMMENTAAR OP HET WIB 92
Bijwerking van de Com.IB 92
INVESTERINGSAFTREK
Gebouwd onroerend goed
Toekenningsvoorwaarde van de investeringsaftrek
Uitgesloten investering
Investeringsaftrek. - Gebouwde onroerende goederen die niet uitsluitend voor de beroepswerkzaamheid worden gebruikt. - Wijziging van het administratief standpunt.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C (sector taxatie).
1. Overeenkomstig art. 75, 1°, WIB 92 is de investeringsaftrek niet van toepassing op vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt.
2. Wat gebouwde onroerende goederen betreft, stelt nr. 68/20, laatste lid, Com.IB 92, dat die voorwaarde in principe per kadastraal perceel moet worden beoordeeld.
3. Recente rechtspraak dienaangaande stelt evenwel dat een dergelijke voorwaarde niet in de wet is ingeschreven en de investeringsaftrek bijgevolg niet moet worden geweigerd voor lokalen of andere ruimten van een gebouwd onroerend goed die uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en bovendien duidelijk van het privé-gedeelte van dit onroerend goed zijn afgescheiden.
4. De administratie sluit zich bij die rechtspraak aan.
5. De tekst van nr. 68/20, Com.IB 92 dient bijgevolg door de volgende tekst te worden vervangen :
"De investeringsaftrek kan niet worden verleend met betrekking tot vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, d.w.z. activa die door de belastingplichtige, ongeacht de verhouding, zowel voor beroeps- als voor privé-doeleinden worden gebruikt.
Wat gebouwde onroerende goederen betreft die niet uitsluitend voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, mag de investeringsaftrek evenwel worden toegepast met betrekking tot de lokalen of ruimten waarvan ontegensprekelijk blijkt dat zij uitsluitend voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en duidelijk afgescheiden zijn van de privé-lokalen of -ruimten van de belastingplichtige.
De lokalen of ruimten die "gemengd" worden gebruikt, blijven uiteraard van de investeringsaftrek uitgesloten".
6. Deze richtlijnen zijn onmiddellijk van toepassing, in eender welk stadium van de procedure, ook wat de hangende en de toekomstige geschillen betreft.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR.
Bron: FisconetPlus
