Circulaire nr. Ci.R9.F/275.262 dd. 31.10.1975
Circulaire nr. Ci.R9.F/275.262 dd. 31.10.1975
Bull. nr. 535, pag. 2239
BIJDRAGEN (DIVERSE STORTINGEN)
Bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdomen vroegtijdige dood
DUBBELBELASTINGVERDRAGEN
Frankrijk
Luxemburg (Groothertogdom)
Met ingang van het aj. 1975 worden van de bedrijfsinkomsten afgetrokken, de bijdragen van aanvullende verzekering die aan in Frankrijk (of in het Groothertogdom Luxemburg) gevestigde pensioen- of verzekeringskassen worden gestort door Franse (of Luxemburgse) loontrekkers die hun werkzaamheden in België, in filialen of dochter maatschappijen van Franse (of Luxemburgse) ondernemingen uitoefenen.
1. Naar luid van art. 54, 2°, a, WIB, worden de bijdragen van aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood, onder sommige andere voorwaarden, van de totale bedrijfsinkomsten afgetrokken indien zij in België worden gestort.
De strikte toepassing van dit criterium dat in art. 44, KB uitvoering WIB en in de administratieve onderrichtingen (nrs. 54/11 en 12, Com.I.B.) wordt omschreven, maakt de aftrek van zulke bijdragen die aan in het buitenland gevestigde pensioen- of verzekeringskassen worden gestort, onmogelijk.
2. De Belgen die in Frankrijk werken mogen daarentegen binnen de perken die voor nagenoeg alle belastingplichtigen gelden, de stortingen aan een in Belgiëgevestigde kas aftrekken. Aldus bevinden de Franse loontrekkers die in België in filialen of dochtermaatschappijen van Franse ondernemingen een bedrijfsactiviteit uitoefenen en bij een Franse voorzorgskas aangesloten blijven, zich in een ongunstige toestand.
3. Dit verschil in behandeling wordt in sommige Franse middens ervaren als een hinderpaal voor de mobiliteit van de arbeidskrachten die, in het kader van het in het Verdrag van Rome vooropgestelde vrije verkeer van personen, zou moeten worden begunstigd.
Bovendien dient te worden gelet op de Frans-Belgische overeenkomst van 10.3.1964 (V 1120 - B 422)gewijzigd bij avenant van 15.2.1971 (V 1368 - B 510), waarvan art.25 het beginsel van de non-discriminatie huldigt en die in art. 20 in een uitwisseling van inlichtingen voorziet die België in demogelijkheid stelt de Franse loontrekkers die in België hun pensioen zouden nemen, op correcte wijze te belasten.
4. In die omstandigheden, en om ter zake tot een juiste wederkerigheid in de Frans-Belgische verhoudingen te komen, werd beslist, met ingang van het aanslagjaar1975, de aftrek toe te staan van de bijdragen van aanvullende verzekering die aan in Frankrijk gevestigde kassen worden gestort door loontrekkers van Franse nationaliteit die hun werkzaamheden in België, in filialen of dochtermaatschappijen van Franse ondernemingen uitoefenen. Het behoort de belanghebbenden het bewijs te leveren dat de bijdragen waarvan sprake is voldoen aan de voorwaarden betreffende hun aard (nrs. 54/9 en 10, Com.IB).
5. Het voordeel van de in nr. 4 hierboven bedoelde maatregel wordt niet toegekend aan belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de belastingregeling ten behoeve van buitenlandse leiders, bedienden en vorsers (cf. nrs. 139/6 tot 9.1., Com.I.B. en circ. Ci.RH.624/264.889 van 13 mei 1975).
6. Om dezelfde redenen is het bepaalde in de nrs. 4 en 5 hierboven, mutatis mutandis, van toepassing op de onderdanen van het Groothertogdom Luxemburg.
---------------
