Circulaire nr. Ci.RH.331/605.643 (AAFisc Nr. 11/2011) dd. 22.02.2011

Algemene administratie van de FISCALITEIT Centrale diensten

Directie I/5A

Circulaire nr. Ci.RH.331/605.643 (AAFisc Nr. 11/2011) dd. 22.02.2011

Personenbelasting

Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen

Berekening van de belasting

Vermindering voor energiebesparende uitgaven

Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor energiebesparende uitgaven

Energiebesparende uitgaven: toepassingsvragen

Aan alle ambtenaren.

INHOUDSOPGAVE

Nrs.

I. INLEIDING

II. ALGEMENE VRAGEN

A. Uitgaven m.b.t. verschillende woningen

B. Geregistreerde aannemer

C. Betaling van energiebesparende maatregelen

D. Overdracht van het overschot van de belastingvermindering

E. Diverse vragen

III. VRAGEN PER MAATREGEL

A. Warmtepompen

B. Maatregel 1: Vervanging van oude stookketels

C. Maatregel 2: Installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie

D. Maatregel 3: Plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie

E. Maatregel 3bis: Installatie van een geothermische warmtepomp

F. Maatregel 4: Plaatsing van dubbele beglazing

G. Maatregel 5: Isolatie van daken, muren en vloeren

1. Isolatie van daken

2. Isolatie van muren

3. Isolatie van vloeren

I. INLEIDING

1. De circulaire nr. Ci.RH.331/554.678 (AOIF 2/2003) van 20.2.2003 en de addenda hierbij van 19.5.2004 en 22.9.2009, zelfde referte, verstrekken verdere uitleg over de toepassingsvoorwaarden van de belastingvermindering inzake energiebesparende uitgaven.

  1. Omtrent deze belastingvermindering ontving de administratie intussen talrijke vragen, voornamelijk m.b.t. de voorwaarden waaraan de verschillende energiebesparende uitgaven moeten voldoen en meer in het bijzonder over welke uitgaven al dan niet recht kunnen geven op deze belastingvermindering.
  1. Onderhavige circulaire geeft, met het oog op een verduidelijking van het toepassingsgebied van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven, een overzicht van de antwoorden op de meest gestelde praktische vragen. Eerst worden een aantal vragen van algemene aard besproken en vervolgens komen een aantal concrete toepassingsgevallen met betrekking tot de verschillende energiebesparende maatregelen aan bod.

II. ALGEMENE VRAGEN

  1. Uitgaven m.b.t. verschillende woningen

Kan eenzelfde energiebesparende uitgave die wordt gedaan voor een rationeler energiegebruik in verschillende woningen van de belastingplichtige in aanmerking komen voor de belastingvermindering?

  1. Wanneer eenzelfde uitgave wordt gedaan voor een rationeler energieverbruik in verschillende woningen van de belastingplichtige (bijvoorbeeld: de vervanging van een oude stookketel door een nieuwe ketel die verschillende appartementen zal verwarmen of de plaatsing van zonnecelpanelen op het dak van een woning die eveneens dienen om de ernaast gelegen woning van elektrische energie te voorzien), dan kan die uitgave recht geven op de belastingvermindering voor elk van deze woningen.
  1. In voorkomend geval kan deze uitgave pro rata worden verdeeld over deze woningen in functie van de bewoonbare oppervlakten van de woningen. Het grensbedrag van de belastingvermindering bepaald in artikel 145^24, § 1, vierde lid, WIB 92, is voor elke woning van toepassing op de factuurbedragen die op deze manier zijn omgedeeld.

Indien energiebesparende werken worden uitgevoerd aan een gebouw van de belastingplichtige dat uit verschillende individuele appartementen bestaat, wordt de belastingvermindering dan éénmaal toegekend voor het gebouw of voor elk appartement afzonderlijk?

  1. Onder een woning moet worden verstaan een gebouw (of het deel van een gebouw) dat, door zijn aard, gewoonlijk bestemd is voor bewoning door een of meerdere personen (eengezinswoning, appartement, studio, …).
  1. Indien een gebouw effectief uit verschillende onderscheidbare appartementen bestaat, wordt de belastingvermindering per appartement toegekend en wordt het grensbedrag vastgesteld per appartement, zelfs indien er slechts één enkel kadastraal inkomen bestaat voor het gebouw.

Indien één woning wordt verbouwd tot twee afzonderlijke appartementen en er tijdens die verbouwing energiebesparende investeringen worden gedaan door de belastingplichtige, geven deze uitgaven dan recht op twee keer de belastingvermindering of slechts eenmaal?

  1. Voor zover uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat het gaat om een woning die effectief werd verbouwd tot twee individueel onderscheidbare appartementen die elk op zich als een woning kunnen worden aangemerkt, kan de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven voor elk appartement afzonderlijk worden toegestaan.

Indien twee afzonderlijke wooneenheden worden verbouwd tot één woning en er tijdens die verbouwing energiebesparende investeringen worden gedaan door de belastingplichtige, geven deze uitgaven dan recht op twee keer de belastingvermindering of slechts eenmaal?

  1. Indien uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat het gaat om twee afzonderlijke wooneenheden die werden omgebouwd tot één woning, kan de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven slechts éénmaal worden toegestaan voor deze woning.
  1. Geregistreerde aannemer

Kunnen de energiebesparende uitgaven in aanmerking komen voor de belastingvermindering wanneer de belastingplichtige een overeenkomst voor de uit te voeren werken heeft gesloten met een niet-geregistreerde aannemer die voor de uitvoering van de werken een beroep doet op een geregistreerde (onder)aannemer?

  1. De energiebesparende werken kunnen recht geven op de belastingvermindering indien de niet-geregistreerde aannemer:

- beroep doet op een geregistreerde (onder)aannemer voor de effectieve uitvoering van de werken;

- op de factuur of op de bijlage attesteert dat de uitvoerder van de werken wel degelijk een geregistreerde aannemer is en hij de volledige identiteit en het registratienummer van deze laatste meedeelt;

- ervoor zal instaan dat alle verplichte vermeldingen op de factuur of de bijlage ervan zijn vermeld.

  1. Wanneer een niet-geregistreerde aannemer de betreffende werken slechts gedeeltelijk door een geregistreerde (onder)aannemer laat uitvoeren dan komt uitsluitend het door de geregistreerde (onder)aannemer uitgevoerde deel in aanmerking voor de belastingvermindering.

Komen werken die worden uitgevoerd door twee verschillende geregistreerde aannemers in aanmerking voor de belastingvermindering? Bijvoorbeeld in het geval waarbij een geregistreerde aannemer de oude stookketel verwijdert en een andere geregistreerde aannemer korte tijd nadien een nieuwe stookketel plaatst?

  1. In zulke gevallen kunnen deze uitgaven voor de belastingvermindering in aanmerking komen voor zover alle wettelijke voorwaarden zijn voldaan. De belastingplichtige zal moeten aantonen dat de verwijdering van de oude stookketel en de plaatsing van de nieuwe stookketel deel uitmaken van één globale verrichting die als de vervanging van een oude stookketel kan worden aangemerkt. Dit zal bijvoorbeeld kunnen worden aangetoond aan de hand van de facturen van de respectievelijke geregistreerde aannemers.
  1. De geregistreerde aannemer die de oude stookketel verwijdert, moet op de factuur (of een bijlage hieraan) bevestigen dat hij de oude stookketel heeft verwijderd en de beschikbare kenmerken van de oude stookketel (merk, type en serienummer van het toestel) vermelden evenals de datum van verwijdering van het toestel en het adres van de woning waar de werken worden uitgevoerd.
  1. De geregistreerde aannemer die de nieuwe stookketel plaatst, moet op de factuur (of een bijlage hieraan) bevestigen dat op de nieuwe installatie het EG-kenmerk is aangebracht en dat zij in overeenstemming is met het koninklijk besluit van 18 maart 1997 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olieen gasgestookte centrale verwarmingsketels. Bovendien bevestigt hij dat de schoorsteen in overeenstemming is met het nieuwe systeem van verwarming.
  1. Betaling van energiebesparende maatregelen

Hoe wordt het belastbaar tijdperk van de betaling van de energiebesparende uitgaven bepaald?

  1. Het in aanmerking te nemen belastbaar tijdperk is het jaar waarin de belastingplichtige de bedoelde betalingen heeft uitgevoerd en niet het jaar waarin de bankinstelling van de begunstigde deze bedragen effectief ontvangt of deze effectief ter beschikking van deze laatste heeft gesteld.
  1. In geval van betaling met een bankoverschrijving is het dus de datum waarop deze betaling effectief in mindering is gebracht van de rekening van de belastingplichtige die in aanmerking moet worden genomen. In geval van een verschil tussen de werkelijke debet- datum en de valutadatum, moet de werkelijke datum behouden worden.
  1. Bijvoorbeeld: een overschrijving van een voorschot op 31 december 2010 (datum waarop de rekening wordt gedebiteerd). Indien alle voorwaarden voldaan zijn, kan dit voorschot in principe in aanmerking komen voor de belastingvermindering die van toepassing is voor het inkomstenjaar 2010 zelfs al heeft de begunstigde dit bedrag pas begin 2011 op zijn rekening zien toekomen. Wat het in aanmerking nemen van een voorschot betreft, zie nr. 19.

Kunnen energiebesparende uitgaven die worden betaald met eco-cheques in aanmerking komen voor de belastingvermindering?

  1. Ja. De betaling met eco-cheques vormt geen belemmering voor de toepassing van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven.

Kan de betaling van een voorschotfactuur betreffende energiebesparende werken in aanmerking komen voor de belastingvermindering?

  1. Ja, op voorwaarde dat het voorschot door de geregistreerde aannemer definitief is verworven en op voorwaarde dat de werken zijn uitgevoerd op het ogenblik van de indiening van de aangifte in de inkomstenbelastingen. Indien de werken op dat moment nog niet zijn uitgevoerd, mag de belastingplichtige met betrekking tot het voorschot dat hij voor de uitvoering van de werken betaalde geen belastingvermindering in zijn aangifte aanvragen. Hij kan evenwel nadat de werken zijn uitgevoerd en de bijlage met verplichte vermeldingen als bedoeld in art. 63^11, § 1, 1°, KB/WIB 92 en bijlage IIbis, KB/WIB 92 werd opgesteld en uitgereikt, een rechtzetting van zijn belastingaangifte vragen. Een dergelijke rechtzetting kan evenwel slechts gebeuren binnen de bezwaartermijnen die zijn opgenomen in het WIB 92.

Kunnen de energiebesparende uitgaven in aanmerking komen voor de belastingvermindering wanneer de belastingplichtige een groene lening (als bedoeld in art. 2 van de Economische Herstelwet van 27.3.2009 (BS 7.4.2009)) heeft afgesloten en de bank de energiebesparende werken rechtstreeks betaalt aan de geregistreerde aannemer?

  1. Ja. Indien de bank op voorlegging van de factuur op naam van de belastingplichtige de energiebesparende werken rechtstreeks betaalt op de rekening van de geregistreerde aannemer handelt zij in naam en tot kwijting van de belastingplichtige. Deze betaling kan worden beschouwd als een betaling in de zin van art. 1236 van het Burgerlijk Wetboek en kan bijgevolg in aanmerking komen voor de belastingvermindering ten name van de belastingplichtige. Het is m.a.w. niet vereist dat de bank de geleende bedragen eerst op de rekening van de belastingplichtige overschrijft.
  1. Indien het gaat om een groene lening die hoofdelijk en onverdeeld wordt afgesloten door twee samenwonende partners die afzonderlijk worden belast en de bank op voorlegging van de factuur de energiebesparende uitgaven rechtstreeks betaalt aan de geregistreerde aannemer, kan worden geacht dat ieders aandeel in de betaling overeenstemt met hun eigendomsaandeel in de woning.

Komt de betaling van een factuur betreffende energiebesparende werken aan de privéwoning van de zaakvoerder door de vennootschap waarin de belastingplichtige het mandaat van zaakvoerder uitoefent, in aanmerking voor de belastingvermindering, als deze betaling tezelfdertijd wordt geboekt op het debet van de lopende rekening van deze zaakvoerder?

  1. In dit geval handelt de vennootschap in naam en tot kwijting van de zaakvoerder en kan deze betaling worden beschouwd als een betaling in de zin van art. 1236 van het Burgerlijk Wetboek. Bijgevolg kan de betaling van deze uitgaven in aanmerking komen voor de belastingvermindering ten name van de belastingplichtige. De zaakvoerder bevindt zich immers in een vergelijkbare situatie als een belastingplichtige die een lening heeft afgesloten bij een financiële instelling. Bovendien zal hij, bij een gemiddelde debetstand van deze lopende rekening, in toepassing van art. 18, § 3, 1, d, KB/WIB 92, worden belast op een voordeel van alle aard.
  1. Overdracht van het overschot van de belastingvermindering

Wat wordt inzake de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken bedoeld met "ingebruikneming van een woning"?

  1. De overdracht van het overschot van de belastingvermindering naar de drie belastbare tijdperken volgend op dat waarin de energiebesparende uitgaven werkelijk werden gedaan, is slechts van toepassing wanneer de energiebesparende uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming ten minste vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken.
  1. Er wordt opgemerkt dat het niet vereist is dat de belastingplichtige die de energiebesparende uitgave doet zelf reeds vijf jaar de woning waaraan de werken worden uitgevoerd in gebruik heeft genomen opdat het overschot van de belastingvermindering kan worden overgedragen. Het moet daarentegen gaan om werken aan een bestaande woning, die ten minste vijf jaar als woning in gebruik is genomen voor de aanvang van de energiebesparende werken.
  1. De vraag wanneer er ingebruikneming van een woning plaatsvindt, is in hoofdzaak een feitenkwestie.
  1. Er wordt in herinnering gebracht dat voor de vaststelling van het kadastraal inkomen, de eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een gebouwd onroerend goed, overeenkomstig artikel 471 en 473, WIB 92, ertoe gehouden is, uit eigen beweging, de ingebruikneming of de verhuring, indien deze de ingebruikneming voorafgaat, van nieuw opgerichte of herbouwde onroerende goederen aan te geven bij de Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie (administratie van het kadaster) binnen dertig dagen volgend op de gebeurtenis.
  1. Anderzijds wordt krachtens artikel 254 en 255, WIB 92, de onroerende voorheffing vastgesteld op 1 januari van het aanslagjaar genoemd naar het jaar waarvan de inkomsten als grondslag van die voorheffing dienen.
  1. De ingebruikneming brengt met andere woorden normaal de toekenning van een kadastraal inkomen met zich mee dat als grondslag dient voor de inkohiering van de onroerende voorheffing op 1 januari van het jaar volgend op de ingebruikneming.
  1. Voor de woningen waarvan de onroerende voorheffing vatbaar is voor inkohiering, kan het indienen van de spontane aangifte vereist bij artikel 473, WIB 92, slechts een vermoeden van ingebruikneming vormen ten laatste op het tijdstip van die indiening.
  1. Het bewijs van de werkelijke datum van ingebruikneming kan evenwel worden geleverd door alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Kunnen energiebesparende uitgaven die worden gedaan aan een woning die geheel of gedeeltelijk wordt afgebroken en terug heropgebouwd, recht geven op de overdracht van het overschot van de belastingvermindering naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken?

  1. De in art. 145^24, § 1, vijfde lid, WIB 92, bedoelde overdracht is enkel van toepassing wanneer de uitgevoerde uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht aan een bestaande woning die op het ogenblik van de aanvang van de werken sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen.
  1. Er wordt verduidelijkt dat er sprake is van een bestaande woning wanneer de uitgevoerde renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke structuur van het bestaande gebouw.
  1. Daarentegen dient als een nieuwe woning te worden aangemerkt het herbouwen van een woning na afbraak, zelfs in geval van behoud der funderingen en kelders van de oude woning of van bijkomende elementen van zijn structuur (bijvoorbeeld: alleen de voorgevel aan de straatzijde behouden omwille van de integratie in het stedelijk kader). In dergelijk geval is er sprake van een nieuwe woning en geven de energiebesparende uitgaven geen recht op de overdracht van het overschot van de belastingvermindering naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken.

Indien een woning wordt verbouwd tot een aantal afzonderlijke appartementen en er tijdens die verbouwingen energiebesparende uitgaven worden gedaan door de belastingplichtige, kunnen deze uitgaven dan recht geven op de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken?

  1. Op voorwaarde dat de omvorming van de woning tot afzonderlijke appartementen plaatsvindt binnen de wezenlijke structuur van de bestaande woning en indien de tot individuele woonappartementen omgebouwde woning op het ogenblik van de aanvang van de werken sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen, kan, in voorkomend geval met uitzondering van de individuele woonappartementen die het resultaat zijn van de omvorming van de zolder, de kelder of van oorspronkelijk niet voor bewoning bestemde bijgebouwen of aanhorigheden, voor die individuele woonappartementen in beginsel aanspraak worden gemaakt op de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven.

Indien een fabrieksgebouw wordt omgevormd tot lofts of appartementen en er tijdens die verbouwingen energiebesparende uitgaven worden gedaan door de belastingplichtige, kunnen deze uitgaven dan recht geven op de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken?

  1. Neen. Het fabrieksgebouw dat tot lofts of appartementen wordt omgevormd had oorspronkelijk geen woonfunctie zodat niet kan worden gesteld dat het gaat om een woning waarvan de ingebruikneming ten minste vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van de energie besparende werken.

Indien een woning die sedert meer dan vijf jaar voorafgaand aan de aanvang van de werken in gebruik is genomen wordt uitgebreid bijvoorbeeld met een aanbouw, kunnen de energiebesparende uitgaven die ter gelegenheid van die uitbreiding in deze aanbouw worden gedaan recht geven op de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken?

  1. Bij uitbreiding van een bestaande woning is er slechts sprake van werken aan een bestaande woning wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de totale oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na de uitvoering van de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken.
  1. Indien het inderdaad gaat om werken aan een bestaande woning, die sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen voor de aanvang van de energiebesparende werken in de aanbouw, komt het overschot van de belastingvermindering in aanmerking voor de overdracht naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken.

Blijft de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken behouden in hoofde van de belastingplichtige die de energiebesparende uitgaven voor een woning heeft gedaan, in geval hij de betrokken woning in de loop van voormelde driejarige periode zou verkopen?

  1. Voor zover in het jaar van betaling van de energiebesparende uitgaven is voldaan aan alle basisvoorwaarden kan de belastingplichtige dat overschot overdragen naar de maximum drie volgende belastbare tijdperken en dit ongeacht of de betreffende woning gedurende die periode al dan niet nog in zijn bezit is.

Kan, ingevolge het overlijden van de belastingplichtige, de overdracht van het niet- aangerekende gedeelte van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de maximaal drie volgende belastbare tijdperken worden aangevraagd door de erfgenamen in hun eigen belastingaangifte?

  1. Neen, het recht op de belastingvermindering en de overdracht van het overschot van deze belastingvermindering is een persoonlijk recht dat niet kan worden overgedragen naar de erfgenamen.

Kunnen de uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen op een oude woning in eigendom van de belastingplichtige ten behoeve van de electriciteitsvoorziening van een daarnaast gelegen woning die eveneens eigendom is van de belastingplichtige en die minder dan vijf jaar in gebruik is genomen, in aanmerking komen voor de overdracht van het overschot van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven naar de drie volgende belastbare tijdperken?

  1. Neen. In dergelijk geval hebben de energiebesparende werken, met name de plaatsing van zonnecelpanelen, immers betrekking op de elektriciteitsvoorziening van een woning die nog geen vijf jaar in gebruik is genomen voor aanvang van die werken.
  1. Diverse vragen

Komen energiebesparende werken die zowel de woning als het zwembadwater van de belastingplichtige verwarmen in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Het feit dat bepaalde uitgaven worden gedaan voor zowel een rationeler energiegebruik in een woning als voor de verwarming van het zwembadwater vormt, indien alle vereiste voorwaarden zijn voldaan, geen beletstel voor de toekenning van de belastingvermindering (bijvoorbeeld: de vervanging van een oude stookketel door een warmtepomp die zowel de woning als het zwembadwater verwarmt, of de installatie van zonnecelpanelen die zowel de woning als een warmtepomp bedoeld om het zwembadwater te verwarmen van elektrische energie voorziet).
  1. Er wordt herhaald dat een installatie die uitsluitend bedoeld is voor de verwarming van zwembadwater niet valt onder de toepassing van deze belastingvermindering (cfr. nr. 17, circulaire nr. Ci.RH.331/554.678 van 19.5.2004).

Komen energiebesparende werken die worden uitgevoerd aan een gebouw (oud fabriekspand, loods, …) dat wordt omgevormd tot een woning (lofts, …) in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De belastingvermindering beoogt uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn gedaan voor een rationeler energieverbruik in een woning. Het moet m.a.w. gaan om een "woning" en niet om een gebouw van een andere aard.
  1. De energiebesparende werken uitgevoerd bij de omvorming tot woningen van gebouwen die van oorsprong niet zijn bedoeld om te worden bewoond kunnen in principe in aanmerking komen voor de belastingvermindering (bijvoorbeeld een industrieel pand wordt omgevormd tot een loft).

Heb ik recht op de belastingvermindering als ik een sleutel-op-de deur woning of een appartement op plan in volle eigendom aankoop? Wat doe ik als ik enkel een globale factuur van de bouwpromotor of projectontwikkelaar heb?

  1. Er wordt benadrukt dat, om de belastingvermindering in dergelijk geval te kunnen genieten, de belastingplichtige eigenaar moet zijn van de woning of het appartement.
  1. In het geval van de oprichting van een onroerend goed betekent dit dat de belastingplichtige eigenaar moet zijn van het onroerend goed in oprichting minstens op het moment van de aanvang van de energiebesparende werken.
  1. Indien de bouwpromotor de sleutel-op-de-deur-woning of het appartement slechts na de volledige afwerking ervan verkoopt, is de bouwpromotor eigenaar op het ogenblik dat de energiebesparende werken worden uitgevoerd. In dat geval heeft de koper geen recht op de belastingvermindering.
  1. Indien blijkt dat de energiebesparende werken worden uitgevoerd nadat de koper eigenaar is geworden van het onroerend goed, kan de koper recht hebben op de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven als alle voorwaarden vervuld zijn.
  1. Er wordt opgemerkt dat vanaf aanslagjaar 2011 voor woningen waarvan de ingebruikneming minder dan vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van de energiebesparende werken (waaronder nieuwbouwwoningen en woningen in aanbouw) enkel de volgende uitgaven in aanmerking komen voor de belastingvermindering:

- uitgaven voor de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;

- uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;

- uitgaven voor de plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking.

  1. Opdat energiebesparende uitgaven in aanmerking kunnen komen voor de belastingvermindering moet de door de geregistreerde aannemer uitgereikte factuur of de bijlage daarvan o.a. de verdeling van de kosten van de werken volgens hun aard opgeven.
  1. Indien de bouwpromotor zelf geen geregistreerde aannemer is, dient hij (op de factuur of op de bijlage ervan) te attesteren dat de uitvoerder van de werken wel degelijk een geregistreerd aannemer is en moet hij ook de volledige identiteit en het registratienummer van deze laatste meedelen. De bouwpromotor dient er eveneens voor in te staan dat alle verplichte vermeldingen op de factuur of op de bijlage ervan zijn vermeld.
  1. De niet-uitgesplitste globale facturen die in functie van de uitgevoerde werken door bouwpromotoren aan kopers van woningen of appartementen worden uitgereikt, kunnen niet worden aangemerkt als de in art. 63^11, § 2, KB/WIB 92 bedoelde facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de energiebesparende uitgaven.

Op welk tijdstip dient, met betrekking tot de belastingvermindering inzake energiebesparende uitgaven, de hoedanigheid van eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder te worden beoordeeld?

  1. De hoedanigheid van eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder moet worden beoordeeld op het ogenblik dat de belastingplichtige zich op vaste en definitieve wijze verbindt t.o.v. de aannemer.
  1. Het feit dat de belastingplichtige de hoedanigheid van eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder niet meer bezit op het ogenblik dat hij de energiebesparende werken betaalt, verhindert de toekenning van de belastingvermindering ten name van de belastingplichtige niet.
  1. Er wordt aan herinnerd dat de belastingvermindering slechts wordt verleend voor de uitgaven die effectief door de belastingplichtige zijn betaald tijdens het belastbare tijdperk en dit onafhankelijk van het ogenblik van de uitvoering van de werken (zie evenwel ook het nr. 19 wat de voorschotten betreft).
  1. Voor wat betreft de beoordeling van de hoedanigheid van eigenaar in het geval van aankoop van sleutel-op-de-deurwoningen en appartementen op plan van bouwpromotoren wordt verwezen naar de nrs. 45 t.e.m. 52.

III. VRAGEN PER MAATREGEL

  1. In de praktijk wordt vaak de vraag gesteld welke uitgaven al dan niet in aanmerking kunnen komen voor de belastingvermindering inzake energiebesparende uitgaven. In de volgende rubrieken worden per maatregel een aantal veel voorkomende vragen besproken. Telkens wordt vermeld of de desbetreffende uitgaven in aanmerking kunnen komen voor de belastingvermindering.
  1. Warmtepompen

In welke gevallen kan de plaatsing van een warmtepomp recht geven op de belastingvermindering?

  1. Indien alle vereiste voorwaarden voldaan zijn, kan de plaatsing van een warmtepomp recht geven op de belastingvermindering in de volgende twee gevallen:
  1. Vervanging van een oude stookketel (maatregel 1)

Er worden geen voorwaarden gesteld met betrekking tot het type van warmtepomp.

  1. Plaatsing van alle andere uitrustingen voor geothermische energieopwekking (maatregel 3bis)

In dit geval moet het gaan om de plaatsing van een geothermische warmtepomp. Dit zijn warmtepompen die energie gebruiken die zich in de grond of het water bevindt.

  1. In beide gevallen moet de installatie aan de volgende technische voorwaarden voldoen (Bijlage IIbis, KB/WIB 92):

- het EG-kenmerk moet aangebracht zijn;

- de globale prestatiecoëfficiënt moet hoger zijn dan of gelijk zijn aan 3.

  1. De wetgeving en de fiscale reglementering betreffende deze maatregelen vereisen niet dat het geplaatste materiaal aan enige andere technische voorwaarde voldoet.
  1. In het geval van een nieuwbouwwoning kan de toepassing van de belastingvermindering enkel worden gevraagd in het kader van de plaatsing van een geothermische warmtepomp zoals bedoeld onder het hierboven vermelde punt 2.
  1. Maatregel 1: Vervanging van oude stookketels

Komen uitgaven voor de vervanging van één algemene stookketel in een appartementsgebouw door verschillende individuele stookketels (één per appartement) in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, de belastingvermindering kan in dat geval per appartement worden toegepast mits alle vereiste voorwaarden zijn vervuld.

Komen uitgaven voor het verwijderen van de oude stookketel in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, op voorwaarde dat de verwijdering van de oude stookketel kadert in een verrichting die als de vervanging van een oude stookketel kan worden aangemerkt.

Komen uitgaven voor het leggen van leidingen naar de nieuwe stookketel in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, op voorwaarde dat het gaat om kleine aanpassingswerken die noodzakelijk zijn om de nieuwe stookketel aan te sluiten op de bestaande leidingen. Het leggen van een nieuw stelsel van leidingen bijvoorbeeld naar de verschillende radiatoren of het gasdistributienet komt daarentegen niet in aanmerking zelfs niet wanneer deze werken gelijktijdig met de vervanging van een oude stookketel worden uitgevoerd.

Komen aanpassingswerken aan de schoorsteen in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De kosten ingevolge aanpassingswerken aan de schoorsteen komen niet in aanmerking voor de belastingvermindering. Evenwel kunnen kleine aanpassingswerken die noodzakelijk zijn voor de aansluiting van de nieuwe ketel op de bestaande schoorsteen wel in aanmerking worden genomen voor de belastingvermindering.

Is er een bepaalde ouderdom van de oude stookketel vereist opdat de vervanging ervan in aanmerking komt voor de belastingvermindering?

  1. Neen, er bestaat geen enkele wettelijke of reglementaire norm met betrekking tot de ouderdom van de oude stookketel die wordt vervangen.

Komen stookketels op pellets in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Pellets zijn kleine houtkorrels die vervaardigd worden van niet behandeld afval (zagemeel en houtsnippers) van de houtindustrie. Dit houtafval wordt gedroogd en samengeperst tot korrels (pellets).

De stookketels op houtpellets kunnen recht geven op de belastingvermindering indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

- beantwoorden aan de Europese norm EN 12809;

- automatisch worden geladen en uitsluitend hout of niet behandeld samengedrukt hout als brandstof gebruiken;

- het rendement van de ketel bij nominaal nuttig vermogen ten minste 60% bedraagt in overeenstemming met de rendementseisen die zijn opgenomen in de norm EN 303-5.

  1. Een eenvoudige pelletkachel is geen stookketel en wordt niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de belastingvermindering.

Komen stookketels op biomassa in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De stookketels op biomassa gebruiken niet uitsluitend hout als brandstof (deze stookketels werken op verschillende hernieuwbare grondstoffen van plantaardige oorsprong: hout, graan, …) en geven bijgevolg geen recht op de belastingvermindering.
  1. Bijlage IIbis, KB/WIB 92, verduidelijkt immers dat de stookketels op hout moeten beantwoorden aan de Europese norm EN 12809, automatisch moeten worden geladen en uitsluitend hout of niet behandeld samengedrukt hout als brandstof moeten gebruiken.
  1. Maatregel 2: Installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie

Komen installaties van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie die niet enkel het water verwarmen maar ook de centrale verwarming ondersteunen in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, in de oorspronkelijke Franstalige versie van art. 145^24, eerste lid, 2°, WIB 92, werd de waterverwarming beperkt tot het "sanitaire" water. Teneinde al de toepassingen van zonne-energie binnen de residentiële sector aan te moedigen en om elke beperkende interpretatie te vermijden werd het woord "sanitaire" geschrapt in de Franstalige tekst (art. 15, 1°, a, W 5.8.2003).
  1. Maatregel 3: Plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie

Komen aanpassingswerken aan het dak in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De eventuele aanpassingswerken aan het dak komen in principe niet in aanmerking voor de beoogde belastingvermindering behalve indien zij noodzakelijk zijn voor de plaatsing of de bevestiging van de zonnecelpanelen aan het dak.
  1. Zo kunnen bijvoorbeeld de uitgaven voor de plaatsing van een raster op het dak waarop de zonnecelpanelen worden gemonteerd, of de uitgaven voor de plaatsing van een frame waardoor de zonnecelpanelen bij een minder gunstige dakhelling en/of oriëntatie in een geschikte positie kunnen worden geplaatst in aanmerking komen voor de belastingvermindering.

Komen uitgaven voor aanpassingswerken aan het elektriciteitssysteem opgelegd door netbeheerders en de keuring hiervan in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Netbeheerders kunnen voor bepaalde types installaties van zonnecelpanelen de verplichting opleggen om de elektriciteitskast om te vormen naar drie fasen. De kosten verbonden aan deze aanpassingswerken komen niet in aanmerking voor de belastingvermindering.
  1. Maatregel 3bis: Installatie van een geothermische warmtepomp

Komen de uitgaven voor het boren van de put en de plaatsing van de grondwarmtewisse- laars in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, voor zover deze verrichtingen integraal deel uitmaken van de plaatsing van een installatie van het type geothermische warmtepomp.

Komen de uitgaven voor een warmtepomp van het type lucht/lucht in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Neen, warmtepompen van het type lucht/lucht onttrekken warmte aan de buitenlucht en voldoen niet aan de definitie van geothermische warmtepomp. Geothermische warmtepompen gebruiken energie die zich in de grond of in het water bevindt.
  1. Dit type van warmtepomp kan echter wel recht geven op de belastingvermindering in het kader van de vervanging van een oude stookketel (maatregel 1).
  1. Maatregel 4: Plaatsing van dubbele beglazing

Komen de uitgaven voor de plaatsing van dubbele beglazing in een deur in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Voor wat glazen deuren betreft is de belastingvermindering enkel mogelijk voor de plaatsing van dubbele beglazing in de deur (dus enkel het glas of wanneer het een raam betreft dat in de deur kan worden opengemaakt zal enkel het glas en het raamwerk rond het glas in aanmerking komen) en dit ongeacht de glasoppervlakte. Voor het deurwerk kan geen belastingvermindering worden verleend.
  1. In het geval van een vensterdeur, m.a.w. een raam tot op de vloer dat toegang geeft tot een balkon, een terras of een tuin en dat eveneens dienst doet als deur, wordt herhaald dat de belastingvermindering kan worden toegekend voor het geheel van de vensterdeur (cfr. nr. 8.5 van de circulaire nr.Ci.RH.331/554.678 van 20.2.2003).

Komen de uitgaven voor afbraakwerken en verwijdering van de oude ramen die ter gelegenheid van de plaatsing van ramen met dubbele beglazing worden uitgevoerd in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Dergelijke uitgaven hebben betrekking op de verwijdering van de oude ramen en niet op de plaatsing van nieuwe dubbele beglazing zodat zij niet in aanmerking komen voor de belastingvermindering.

Komen uitgaven voor herstelwerkzaamheden voor schade (bijvoorbeeld aan de binnenmuren) die is opgelopen bij de plaatsing van ramen met dubbele beglazing evenals de uitgaven voor het opspuiten met een dichtingsmateriaal tussen het raam en de muur in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De uitgaven voor het opspuiten met een dichtingsmateriaal komen in aanmerking voor de belastingvermindering evenals de herstelwerkzaamheden voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot kleine herstellingen teneinde de binnenmuur in de oorspronkelijke toestand te herstellen en zij begrepen zijn in de overeenkomst tot plaatsing van het raam. De uitgaven voor de plaatsing van nieuwe binnenafwerking komen daarentegen niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

Komen uitgaven voor de plaatsing van een voorzetraam, rolluiken en/of vliegenramen in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De uitgaven voor de plaatsing van een voorzetraam komen in aanmerking op voorwaarde dat de globale geleidingscoëfficiënt U van het volledige raam, nl. het oorspronkelijke raam en het voorzetraam samen (raamwerk + beglazing), berekend volgens de vereenvoudigde formules van de geldende norm (NBN B 62), lager ligt dan of gelijk is aan 2,0 watt per vierkante meter Kelvin.
  1. De uitgaven voor de plaatsing van rolluiken en vliegenramen komen uiteraard niet in aanmerking voor de belastingvermindering.
  1. Maatregel 5: Isolatie van daken, muren en vloeren
  1. Isolatie van daken

Welke uitgaven worden in het algemeen beoogd door de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven voor de isolatie van daken?

  1. Hier worden al de kosten beoogd die noodzakelijk zijn voor de isolatie van het dak, inclusief de plaatsing, met uitzondering van de materialen die wezenlijk deel uitmaken van het dak zelf. In deze gedachtegang worden de elementen die instaan voor de dichtheid van het dak (dakpannen, leien, roofing, zink, enz…), gelet op het feit zij noodzakelijk zijn voor het ontwerp van een dak, zelfs indien zij omwille van hun aard eveneens de dichtheid van het isolatiemateriaal verzekeren, niet beoogd.

Kunnen de uitgaven voor de plaatsing van bijkomende isolatie aan een reeds geïsoleerd dak in aanmerking komen voor de belastingvermindering?

  1. Ja, op voorwaarde dat de nieuwe en de bestaande isolatie samen een thermische weerstand hebben die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt. In die gevallen dient de volgende vermelding op de factuur (of de bijlage) worden aangebracht: "De geregistreerde aannemer bevestigt dat het gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt, namelijk R van het bestaande isolatiemateriaal = … en R van het nieuwe toegevoegde materiaal = … m.a.w. in totaal R = …".

Komen uitgaven voor de plaatsing van isolerende roofing op een dak in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Voor zover de roofing en het isolerende materiaal als een onlosmakelijk geheel kunnen worden beschouwd en op voorwaarde dat de isolerende roofing samen met de eventuele bestaande isolatie een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt, kunnen de uitgaven voor de plaatsing van isolerende roofing op een dak in aanmerking komen voor de belastingvermindering.
  1. Indien het echter gaat om afzonderlijke isolatie die wordt geplaatst onder eenvoudige roofing, komen enkel de uitgaven voor de plaatsing van de isolatie in aanmerking voor de belastingvermindering.

Komen de uitgaven voor de verwijdering en de vervanging van zwakke of verrotte dragers of balken in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Aangezien deze uitgaven geen verband houden met de isolatie van het dak op zich, komen zij niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

Komen de uitgaven voor de plaatsing van een onderdak evenals tengellatten en panlatten op het onderdak in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. In principe komen de uitgaven voor het plaatsen van een onderdak niet in aanmerking voor de belastingvermindering. Wanneer het evenwel gaat om de bijkomende plaatsing van isolatie d.m.v. een onderdakplaat die bestaat uit isolerende materialen, zodat het totaal van het gebruikte isolatiemateriaal (isolatie en isolerende onderdakplaat) een

thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt, kunnen de uitgaven hiervoor desgevallend in aanmerking worden genomen.

  1. De uitgaven voor tengellatten en panlatten worden evenwel niet beoogd door de belastingvermindering. Deze elementen (tengellatten en panlatten) dienen immers voor de bevestiging van de pannen en niet voor de isolatie van het dak.

Komen de uitgaven voor de plaatsing van een houten structuur of profielen om de isolatie aan vast te hechten en de plaatsing van een dampscherm in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. De houten structuur of profielen kunnen slechts in aanmerking komen voor de belastingvermindering op voorwaarde dat zij nodig zijn om het isolatiemateriaal vast te hechten.
  1. De uitgaven voor een dampscherm kunnen in aanmerking komen voor de belastingvermindering op voorwaarde dat dit dampscherm samen met het isolatiemateriaal dat voor de belastingvermindering in aanmerking komt wordt geplaatst.

Komen uitgaven voor de afwerking, zoals het plaatsen van gipskarton, vezelplaten of een lattenplafond om de dakisolatie te bedekken, in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Neen, het betreft hier zuivere afwerking van het dak/plafond en niet de plaatsing van isolatie.

2. Isolatie van muren

Komen de uitgaven voor de plaatsing van een houten structuur of profielen om de isolatie aan vast te hechten in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Deze houten structuur of profielen kunnen slechts in aanmerking komen voor de belastingvermindering op voorwaarde dat zij nodig zijn om het isolatiemateriaal vast te hechten.

Komen de uitgaven voor de aanvraag van een bouwvergunning en uitgaven voor architectkosten in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Neen.

Komen de uitgaven voor de afbraak van de buitengevel, stortkosten van oude gevelstenen, de aankoop van nieuwe bakstenen en het metselen van de buitengevel in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Aangezien deze uitgaven geen betrekking hebben op de isolatie van de muren, komen zij niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

Komen de uitgaven voor het plaatsen van pleisterwerk over de isolatie in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Neen.

Komen de uitgaven voor lijm om het isolatiemateriaal vast te hechten in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, het betreft hier bevestigingsmateriaal noodzakelijk voor het aanbrengen van de isolatie.

3. Isolatie van vloeren

Komen de uitgaven voor het isoleren van het plafond van een kelder of een kruipkelder, evenals de isolatie van enkele centimeters van de bovenkant van de muren van de kelder of kruipkelder (om eventuele "koudebruggen" te vermijden) in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, voor zover de kelder of de kruipkelder als een niet-verwarmde of niet tegen de vorst beschermde ruimte kan worden aangemerkt, kan de isolatie van het plafond van een kelder of kruipkelder evenals de isolatie van enkele centimeters aan de bovenzijde van de muren, worden aangemerkt als de isolatie van de buitenzijde van een vloeroppervlak en komen de uitgaven hiervoor in aanmerking voor de belastingvermindering op voorwaarde dat de isolerende normen worden bereikt.

Komen de uitgaven voor het plaatsen van isolerende chape of isolatiemateriaal onder de chape in aanmerking voor de belastingvermindering?

  1. Ja, op voorwaarde dat het gaat om de isolatie van de binnenzijde van een vloeroppervlak dat in contact staat met de grond of met een niet-verwarmde of niet tegen de vorst beschermde ruimte en op voorwaarde dat de isolerende normen worden bereikt.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:

De Directeur,

S. QUINTENS