Circulaire nr. Ci.RH.249/378.338 dd. 16.12.1988
Circulaire nr. Ci.RH.249/378.338 dd. 16.12.1988
Bull. nr. 680, pag. 297
BEDRIJFSINKOMSTEN
Indeling
MEERWAARDEN
Afzonderlijk belastbare meerwaarden inzake PB
ONTEIGENINGSVERGOEDINGEN
Verlies op dieren
Verlies van toekomstige winsten
Vermindering van de beroeps werkzaamheid
1. Door de wijzigingen die het KB nr. 29 van 30.3.1982 in het WIB heeft aangebracht, is o.m. gestreefd naar eenvormigheid in het belastingstelsel van de vervangingsinkomsten.
Die wijziging heeft inzonderheid tot gevolg dat de vergoedingen die zijn verkregen als volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke winst- of baatderving niet langer afzonderlijk worden belast, maar als vervangingsinkomsten in het gezamenlijk belastbare netto-inkomen worden opgenomen en aanspraak geven op de desbetreffende belastingvermindering ingevolge art. 87ter, WIB (zie circ.28.2.1983, nr. Ci.RH.331/337.977 - B. 616, blz. 966).
2. Die regeling schenkt in de praktijk meestal voldoening omdat de vergoedingen waarvan sprake gespreid betaald worden of slechts de normale inkomsten van een korte periode compenseren.
Wanneer die regeling echter zou worden toegepast op de vergoedingen die wegens derving van winsten en wegens het verlies op dieren aan landbouwers worden betaald bij onteigeningen of daarmede gelijkgestelde verwervingen in der minne, leidt ze tot een onbillijke en door de wetgever niet gewilde verzwaring van de belastingdruk, omdat zij wordt toegepast op een eenmalige vergoeding die in de plaats komt van de normale toekomstige bedrijfsinkomsten van meerdere jaren.
3. Daarom is beslist – ongeacht of de in onteigening in der minne kon worden geregeld of niet – de voren bedoelde vergoedingen aan landbouwers, zomede de in onteigeningsvergoedingen van andere zelfstandigen begrepen forfaitaire compensatie van normaal verhoopte winsten of baten, in te delen bij de vergoedingen als bedoeld in litt. a van de art. 22,6°, 30, 2e lid, 2° of 31, 3°, WIB, d.w.z. de vergoedingen verkregen als compensatie of ter gelegenheid van enigerlei handeling waaruit een vermindering van de werkzaamheid of van de eruit verkregen winsten of baten kan voortvloeien.
4. Krachtens art. 93, § 1, 2°, b en 3°, c, WIB worden dergelijke vergoedingen afzonderlijk belast.
5. Deze richtlijnen wijzigen niets aan het belastingstelsel van gedwongen meerwaarden op onlichamelijke activa, bedoeld in art. 35, WIB Inzonderheid wordt de in Com.IB 35/28 uiteengezette regeling behouden met betrekking tot de in onteigeningsvergoedingen voorkomende post "stoornis in de cliëntele en in de zaken".
6. De bovenstaande richtlijnen dienen ook op de nog hangende geschillen te worden toegepast.
7. De Com.IB zal in de voormelde zin worden aangepast.
