Aanschrijving nr. 6 dd. 08.03.1992
AANSCHRIJVING 92/006
Aanschrijving nr. 6 dd. 08.03.1992
Bijzondere regeling
Landbouwonderneming
Landbouwondernemer
Tuinder
Belastingplicht
Belastingplichtige
Onderlinge bedrijfshulp
Dienst
Onderlinge hulp
Onderlinge landbouwhulp
Landbouwvervangingsarbeid
Contractteelt
Contractmesterij
Landbouwdienst
Vereniging voor onderlinge landbouwhulp
Belastingplichtige
Federatie voor onderlinge landbouwhulp
Fokken
Kweken
Terbeschikkingstelling personeel
Onderlinge hulp
I. Onderwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft tot doel de problemen op te lossen die door de verenigingen en federaties voor onderlinge bedrijfshulp, alsook door de diensten voor landbouwvervangingsarbeid, op het vlak van de BTW, worden gesteld. Deze groeperingen nemen meestal de juridische vorm van een vereniging zonder winstoogmerken aan. Deze rechtsvorm is trouwens verplicht voor de erkende federaties en de erkende diensten voor landbouwvervangingsarbeid.
II. Omschrijving van de verschillende groeperingen.
Verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp.
2. De verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp die door het Ministerie van Landbouw erkend zijn, moeten ten minste vijf leden landbouwers of tuinders tellen, welke zich verbonden hebben onderlinge bedrijfshulp te verschaffen, bij middel van een familiale arbeidskracht of door een door hen bezoldigde arbeidskracht.
Erkende federatie.
3. De verenigingen kunnen zich groeperen in een gewestelijke federatie (ten hoogste één per administratief arrondissement), die door het Ministerie van Landbouw kan worden erkend, indien zij de vorm aanneemt van een vereniging zonder winstoogmerken en minstens tien verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp groepeert.
Diensten voor landbouwvervangingsarbeid.
4. De dienst voor landbouwvervangingsarbeid erkend door het Ministerie van Landbouw, neemt de vorm aan van een vereniging zonder winstoogmerken, telt ten minste 50 leden landbouwers of tuinders en stelt minimaal één bezoldigd geschoold arbeider tewerk gedurende minstens negen maanden per jaar, om de vervangingswerkzaamheden in de bedrijven van de aangesloten leden uit te voeren.
III. Doel van de groeperingen voor onderlinge hulp.
5. De doelstelling van deze groeperingen bestaat in het verschaffen van een tijdelijke hulp aan de leden landbouwers die daaraan behoefte hebben ten gevolge van een geval van heirkracht of van omstandigheden die hetzij het bedrijfshoofd, hetzij een ander lid van de familie of een arbeidskracht werkzaam in de onderneming en onontbeerlijk voor de goede gang van het bedrijf, onbeschikbaar maken. De erkende dienst voor landbouwvervangingsarbeid en de erkende federatie nemen hiertoe hun toevlucht tot bezoldigde of zelfstandige arbeidskrachten, die door hen worden betaald en aan de leden worden ter beschikking gesteld.
IV. Vereniging voor onderlinge landbouwhulp.
1 Het lid van de vereniging is een landbouwondernemer onderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek.
6. Volgens artikel 2, § 1, 3 van het koninklijk besluit nr. 22, vallen diensten, andere dan deze verricht ter uitvoering van overeenkomsten van contractteelt of contractmesterij, onder toepassing van de bijzondere landbouwregeling, wanneer ze worden verricht :
a) als onderlinge landbouwhulp, dit wil zeggen voor rekening van een landbouwondernemer, gewoonlijk op basis van wederkerigheid, bij ziekte, overlijden, ongeval, ongunstig weer, enz., zonder enige vergoeding in geld of tegen een vergoeding die alleen de gedane uitgaven dekt (loonkosten, enz.);
b) zonder het gebruik van andere machines, dan die welke slechts uitzonderlijk dienen voor het verrichten van werk buiten het eigen bedrijf van de dienstverrichter.
2 Het lid van de vereniging is een landbouwondernemer die aan de normale regeling van de BTW is onderworpen.
7. De belasting over de toegevoegde waarde is volgens de normale regelen verschuldigd.
V. Erkende diensten voor vervanging of federaties.
8. In de mate dat ze de aangewende arbeidskrachten bezoldigen, hebben de erkende diensten voor vervanging en de erkende federaties als werkzaamheid het geregeld en zelfstandig verrichten van diensten omschreven in het BTW-Wetboek en zijn ze bijgevolg BTW-belastingplichtigen in de zin van artikel 4 van hel Wetboek.
9. Op grond van artikel 18, § 1, 2, van het Wetboek dient als een dienst te worden aangemerkt, de uitvoering, ingevolge een contract onder bezwarende titel, van welke handeling ook die het ter beschikking stellen van personeel tot voorwerp heeft.
10. Bedoeld wordt de overeenkomst waarbij een persoon leden van zijn personeel ter beschikking stelt van een ander persoon met het oog op de uitvoering van werk onder de leiding van deze laatste. De aard van het werk is zonder belang, maar de terbeschikkingstelling moet betrekking hebben op de diensten van personen die gebonden zijn door een arbeids- of bediendencontract en de ter beschikking gestelde personeelsleden
moeten werken onder de leiding van de persoon tot wiens beschikking ze werden gesteld. Het gewone tarief van 17 pct. zou dus van toepassing zijn op de handelingen tussen de erkende federaties, de diensten voor vervanging en de leden landbouwers van deze groeperingen.
11. Niettemin, daar soms moeilijk een onderscheid kan worden gemaakt tussen de terbeschikkingstelling van personeel en het eigenlijk verrichten van werk bedoeld in artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek, wordt de interpretatie die de partijen aan de overeenkomst geven, niet betwist voor zover ze dezelfde interpretatie aanhouden voor alle bepalingen van het Wetboek die op die overeenkomst van toepassing zijn, inzonderheid wat de plaats van gebruik van de dienst en het tarief betreft. In onderhavig geval zal de dienstverrichter voornamelijk bebouwings-, oogst- en teeltwerkzaamheden, met uitzondering van de aanleg en onderhoud van tuinen, zoals vermeld in rubriek XXIV "Landbouwdiensten" van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, en welke onderworpen zijn aan het verminderd tarief van 6 pct., verrichten.
Bedoelde belasting is verschuldigd over de som te kwijten door de landbouwer ter gelegenheid van de werkzaamheden verricht door vervangers in zijn bedrijf.
A. Bijdrage.
12. Om lid te zijn van een vereniging of federatie voor onderlinge bedrijfshulp of van een dienst voor landbouwvervangingsarbeid, moet de landbouwer een jaarlijkse bijdrage betalen.
13. De bijdrage gestort door de leden van de verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp behelst diensten met een collectief karakter, dit zijn diensten die zonder onderscheid voor alle leden kunnen worden of worden verricht en die bestaan in raadgevingen van algemeen belang op het vlak van de landbouw. Deze bijdrage vertegenwoordigt de vergoeding van diensten, vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 44, § 2, 11, van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat bij toepassing van artikel 5 van het Wetboek, deze verenigingen de hoedanigheid van belastingplichtige niet bezitten, ten aanzien van deze activiteit.
14. Daarentegen vormt de bijdrage gestort door de leden van een dienst voor landbouwvervangingsarbeid of van een erkende federatie die een bezoldigde of zelfstandige arbeidskracht aanwendt, de tegenprestatie voor diensten die niet vrijgesteld zijn, met een individueel karakter, en welke onderworpen zijn aan de belasting tegen het tarief van 6 pct. Men moet aannemen dat deze bijdrage tot doel heeft aan de dienst voor vervanging of aan de erkende federatie de financiële middelen ter beschikking te stellen, die haar toelaten het gedeelte van de bezoldigde of zelfstandige arbeid, dat niet door de rechtstreekse vergoeding van het lid wordt gedekt, te betalen.
B. Handelingen tussen de diensten voor vervanging of de erkende federaties en het bezoldigd of zelfstandig personeel dat zij aanwenden.
1 Gevallen waarin de diensten voor vervanging of de erkende federaties beroep doen op bezoldigde arbeidskrachten, door hen betaald en aan de leden ter beschikking gesteld.
15. De werken uitgevoerd krachtens een contract voor huur van werk (bediendencontract of arbeidscontract) vallen buiten de werkingssfeer van artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek daar het essentiële kenmerk van die contracten juist de band van ondergeschiktheid is, die tussen de werkgever en de loontrekkende of weddetrekkende bestaat bij de uitvoering van het werk.
2 Gevallen waarin de diensten voor vervanging of de erkende federaties beroep doen op zelfstandige arbeidskrachten door hen betaald en ter beschikking van de leden gesteld.
16. Teneinde snel over voldoende geschoolde arbeidskrachten te kunnen beschikken om aan dringende oproepen het hoofd te kunnen bieden, zien sommige diensten voor vervanging zich verplicht beroep te doen op zelfstandigen (landbouwers of zonen van landbouwers bijvoorbeeld) om sommige toevallige werkzaamheden te verrichten. De verbintenis tussen de groepering en de landbouwondernemer moet als een contract van huur van nijverheid worden bestempeld, dit wil zeggen een contract waarbij een persoon zich zelfstandig verbindt, tegen betaling van een vergoeding een bepaald werk voor een ander persoon te verrichten. De huur van nijverheid, ook werkaannemingscontract genoemd, wordt bedoeld in artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek.
a) De dienstverrichter is een landbouwondernemer onderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek.
17. Aangezien het begrip wederkerigheid bij de vervangingsdiensten afwezig is, is de belasting eisbaar aan 6 pct. over de prijs betaald door de dienst voor vervanging of de erkende federatie aan de zelfstandige waarop zij beroep heeft gedaan om bepaalde toevallige werkzaamheden uit te voeren. Indien deze zelfstandige een landbouwer, onderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek is, zou hij in principe naar de normale regeling van de BTW moeten overgaan. Nochtans kan hij, om deze wijziging van regime te vermijden, zich beroepen op de toegeving voorzien in de aanschrijving nr. 132 van 13 augustus 1971 (1), en de belasting kwijten door het aanbrengen en ongeldig maken van fiscale zegels.
(1) Z. Revue nr. 4, blz. 452.
b) De dienstverrichter is een landbouwondernemer onderworpen aan de gewone B.T.W.-regeling
18. Als de dienstverrichter een landbouwondernemer is, onderworpen aan de gewone B.T.W.-regeling, wordt de verschuldigde belasting volgens de gewone regels geïnd.
Aanschrijving nr. 6 dd. 08.03.1992
Bijzondere regeling
Landbouwonderneming
Landbouwondernemer
Tuinder
Belastingplicht
Belastingplichtige
Onderlinge bedrijfshulp
Dienst
Onderlinge hulp
Onderlinge landbouwhulp
Landbouwvervangingsarbeid
Contractteelt
Contractmesterij
Landbouwdienst
Vereniging voor onderlinge landbouwhulp
Belastingplichtige
Federatie voor onderlinge landbouwhulp
Fokken
Kweken
Terbeschikkingstelling personeel
Onderlinge hulp
I. Onderwerp van de aanschrijving.
1. Deze aanschrijving heeft tot doel de problemen op te lossen die door de verenigingen en federaties voor onderlinge bedrijfshulp, alsook door de diensten voor landbouwvervangingsarbeid, op het vlak van de BTW, worden gesteld. Deze groeperingen nemen meestal de juridische vorm van een vereniging zonder winstoogmerken aan. Deze rechtsvorm is trouwens verplicht voor de erkende federaties en de erkende diensten voor landbouwvervangingsarbeid.
II. Omschrijving van de verschillende groeperingen.
Verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp.
2. De verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp die door het Ministerie van Landbouw erkend zijn, moeten ten minste vijf leden landbouwers of tuinders tellen, welke zich verbonden hebben onderlinge bedrijfshulp te verschaffen, bij middel van een familiale arbeidskracht of door een door hen bezoldigde arbeidskracht.
Erkende federatie.
3. De verenigingen kunnen zich groeperen in een gewestelijke federatie (ten hoogste één per administratief arrondissement), die door het Ministerie van Landbouw kan worden erkend, indien zij de vorm aanneemt van een vereniging zonder winstoogmerken en minstens tien verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp groepeert.
Diensten voor landbouwvervangingsarbeid.
4. De dienst voor landbouwvervangingsarbeid erkend door het Ministerie van Landbouw, neemt de vorm aan van een vereniging zonder winstoogmerken, telt ten minste 50 leden landbouwers of tuinders en stelt minimaal één bezoldigd geschoold arbeider tewerk gedurende minstens negen maanden per jaar, om de vervangingswerkzaamheden in de bedrijven van de aangesloten leden uit te voeren.
III. Doel van de groeperingen voor onderlinge hulp.
5. De doelstelling van deze groeperingen bestaat in het verschaffen van een tijdelijke hulp aan de leden landbouwers die daaraan behoefte hebben ten gevolge van een geval van heirkracht of van omstandigheden die hetzij het bedrijfshoofd, hetzij een ander lid van de familie of een arbeidskracht werkzaam in de onderneming en onontbeerlijk voor de goede gang van het bedrijf, onbeschikbaar maken. De erkende dienst voor landbouwvervangingsarbeid en de erkende federatie nemen hiertoe hun toevlucht tot bezoldigde of zelfstandige arbeidskrachten, die door hen worden betaald en aan de leden worden ter beschikking gesteld.
IV. Vereniging voor onderlinge landbouwhulp.
1 Het lid van de vereniging is een landbouwondernemer onderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek.
6. Volgens artikel 2, § 1, 3 van het koninklijk besluit nr. 22, vallen diensten, andere dan deze verricht ter uitvoering van overeenkomsten van contractteelt of contractmesterij, onder toepassing van de bijzondere landbouwregeling, wanneer ze worden verricht :
a) als onderlinge landbouwhulp, dit wil zeggen voor rekening van een landbouwondernemer, gewoonlijk op basis van wederkerigheid, bij ziekte, overlijden, ongeval, ongunstig weer, enz., zonder enige vergoeding in geld of tegen een vergoeding die alleen de gedane uitgaven dekt (loonkosten, enz.);
b) zonder het gebruik van andere machines, dan die welke slechts uitzonderlijk dienen voor het verrichten van werk buiten het eigen bedrijf van de dienstverrichter.
2 Het lid van de vereniging is een landbouwondernemer die aan de normale regeling van de BTW is onderworpen.
7. De belasting over de toegevoegde waarde is volgens de normale regelen verschuldigd.
V. Erkende diensten voor vervanging of federaties.
8. In de mate dat ze de aangewende arbeidskrachten bezoldigen, hebben de erkende diensten voor vervanging en de erkende federaties als werkzaamheid het geregeld en zelfstandig verrichten van diensten omschreven in het BTW-Wetboek en zijn ze bijgevolg BTW-belastingplichtigen in de zin van artikel 4 van hel Wetboek.
9. Op grond van artikel 18, § 1, 2, van het Wetboek dient als een dienst te worden aangemerkt, de uitvoering, ingevolge een contract onder bezwarende titel, van welke handeling ook die het ter beschikking stellen van personeel tot voorwerp heeft.
10. Bedoeld wordt de overeenkomst waarbij een persoon leden van zijn personeel ter beschikking stelt van een ander persoon met het oog op de uitvoering van werk onder de leiding van deze laatste. De aard van het werk is zonder belang, maar de terbeschikkingstelling moet betrekking hebben op de diensten van personen die gebonden zijn door een arbeids- of bediendencontract en de ter beschikking gestelde personeelsleden
moeten werken onder de leiding van de persoon tot wiens beschikking ze werden gesteld. Het gewone tarief van 17 pct. zou dus van toepassing zijn op de handelingen tussen de erkende federaties, de diensten voor vervanging en de leden landbouwers van deze groeperingen.
11. Niettemin, daar soms moeilijk een onderscheid kan worden gemaakt tussen de terbeschikkingstelling van personeel en het eigenlijk verrichten van werk bedoeld in artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek, wordt de interpretatie die de partijen aan de overeenkomst geven, niet betwist voor zover ze dezelfde interpretatie aanhouden voor alle bepalingen van het Wetboek die op die overeenkomst van toepassing zijn, inzonderheid wat de plaats van gebruik van de dienst en het tarief betreft. In onderhavig geval zal de dienstverrichter voornamelijk bebouwings-, oogst- en teeltwerkzaamheden, met uitzondering van de aanleg en onderhoud van tuinen, zoals vermeld in rubriek XXIV "Landbouwdiensten" van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, en welke onderworpen zijn aan het verminderd tarief van 6 pct., verrichten.
Bedoelde belasting is verschuldigd over de som te kwijten door de landbouwer ter gelegenheid van de werkzaamheden verricht door vervangers in zijn bedrijf.
A. Bijdrage.
12. Om lid te zijn van een vereniging of federatie voor onderlinge bedrijfshulp of van een dienst voor landbouwvervangingsarbeid, moet de landbouwer een jaarlijkse bijdrage betalen.
13. De bijdrage gestort door de leden van de verenigingen voor onderlinge bedrijfshulp behelst diensten met een collectief karakter, dit zijn diensten die zonder onderscheid voor alle leden kunnen worden of worden verricht en die bestaan in raadgevingen van algemeen belang op het vlak van de landbouw. Deze bijdrage vertegenwoordigt de vergoeding van diensten, vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 44, § 2, 11, van het BTW-Wetboek. Hieruit volgt dat bij toepassing van artikel 5 van het Wetboek, deze verenigingen de hoedanigheid van belastingplichtige niet bezitten, ten aanzien van deze activiteit.
14. Daarentegen vormt de bijdrage gestort door de leden van een dienst voor landbouwvervangingsarbeid of van een erkende federatie die een bezoldigde of zelfstandige arbeidskracht aanwendt, de tegenprestatie voor diensten die niet vrijgesteld zijn, met een individueel karakter, en welke onderworpen zijn aan de belasting tegen het tarief van 6 pct. Men moet aannemen dat deze bijdrage tot doel heeft aan de dienst voor vervanging of aan de erkende federatie de financiële middelen ter beschikking te stellen, die haar toelaten het gedeelte van de bezoldigde of zelfstandige arbeid, dat niet door de rechtstreekse vergoeding van het lid wordt gedekt, te betalen.
B. Handelingen tussen de diensten voor vervanging of de erkende federaties en het bezoldigd of zelfstandig personeel dat zij aanwenden.
1 Gevallen waarin de diensten voor vervanging of de erkende federaties beroep doen op bezoldigde arbeidskrachten, door hen betaald en aan de leden ter beschikking gesteld.
15. De werken uitgevoerd krachtens een contract voor huur van werk (bediendencontract of arbeidscontract) vallen buiten de werkingssfeer van artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek daar het essentiële kenmerk van die contracten juist de band van ondergeschiktheid is, die tussen de werkgever en de loontrekkende of weddetrekkende bestaat bij de uitvoering van het werk.
2 Gevallen waarin de diensten voor vervanging of de erkende federaties beroep doen op zelfstandige arbeidskrachten door hen betaald en ter beschikking van de leden gesteld.
16. Teneinde snel over voldoende geschoolde arbeidskrachten te kunnen beschikken om aan dringende oproepen het hoofd te kunnen bieden, zien sommige diensten voor vervanging zich verplicht beroep te doen op zelfstandigen (landbouwers of zonen van landbouwers bijvoorbeeld) om sommige toevallige werkzaamheden te verrichten. De verbintenis tussen de groepering en de landbouwondernemer moet als een contract van huur van nijverheid worden bestempeld, dit wil zeggen een contract waarbij een persoon zich zelfstandig verbindt, tegen betaling van een vergoeding een bepaald werk voor een ander persoon te verrichten. De huur van nijverheid, ook werkaannemingscontract genoemd, wordt bedoeld in artikel 18, § 1, 1, van het Wetboek.
a) De dienstverrichter is een landbouwondernemer onderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek.
17. Aangezien het begrip wederkerigheid bij de vervangingsdiensten afwezig is, is de belasting eisbaar aan 6 pct. over de prijs betaald door de dienst voor vervanging of de erkende federatie aan de zelfstandige waarop zij beroep heeft gedaan om bepaalde toevallige werkzaamheden uit te voeren. Indien deze zelfstandige een landbouwer, onderworpen aan de bijzondere regeling voorzien in artikel 57 van het Wetboek is, zou hij in principe naar de normale regeling van de BTW moeten overgaan. Nochtans kan hij, om deze wijziging van regime te vermijden, zich beroepen op de toegeving voorzien in de aanschrijving nr. 132 van 13 augustus 1971 (1), en de belasting kwijten door het aanbrengen en ongeldig maken van fiscale zegels.
(1) Z. Revue nr. 4, blz. 452.
b) De dienstverrichter is een landbouwondernemer onderworpen aan de gewone B.T.W.-regeling
18. Als de dienstverrichter een landbouwondernemer is, onderworpen aan de gewone B.T.W.-regeling, wordt de verschuldigde belasting volgens de gewone regels geïnd.
Bron: FisconetPlus
