Circulaire AAFisc Nr. 43/2015 (nr. Ci.700.168) dd. 17.12.2015 - Bijlage 2
BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van de artikelen 145^21 tot 145^23, WIB 92, van toepassing in het Waalse Gewest vanaf aj. 2016
Art. 145^21
Onder de voorwaarden bepaald in artikel 145^22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven [tot ten hoogste 1400 euro (basisbedrag 920 euro) per belastingplichtige] die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werknemer in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen [of voor prestaties betaald met dienstencheques [bedoeld in de wet van 20.07.2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, andere dan sociale dienstencheques.
De belastingvermindering is gelijk aan 30% van de in het eerste lid bedoelde uitgaven.
Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de P.W.A.-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of met de nominale waarde van de in het eerste lid bedoelde de dienstencheques.
Art. 145^22
De uitgaven bedoeld in artikel 145^21 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 92 worden slechts in aanmerking genomen voor de belastingvermindering:
1° wat de uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen betreft:
a) ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd;
b) op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques;
2° wat de uitgaven betaald voor prestaties betaald met dienstencheques betreft:
a) ten belope van het bedrag verkregen door de volgende bewerkingen te volgen:
1) eerst wordt het verschil berekend tussen enerzijds de aanschafprijs van de dienstencheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij het uitgiftebedrijf heeft aangekocht en anderzijds, de aanschafprijs van die dienstencheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk door het uitgiftebedrijf aan de belastingplichtige werden terugbetaald;
2) dan, wordt het bedrag verkregen onder 1) vermenigvuldigd met een coëfficiënt waarvan de teller 3 is en de noemer de aanschafprijs van de dienstencheque is;
3) ten slotte, wordt het bedrag verkregen onder 2) vermenigvuldigd met een coëfficiënt waarvan:
- de teller gelijk is aan het verschil tussen enerzijds, het aantal dienstencheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij het uitgiftebedrijf heeft aangekocht en anderzijds, het aantal dienstencheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk door het uitgiftebedrijf aan de belastingplichtige werden terugbetaald; de teller kan niet hoger zijn dan 150;
- de noemer gelijk is aan het verschil tussen enerzijds, het aantal dienstencheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij het uitgiftebedrijf heeft aangekocht en anderzijds, het aantal dienstencheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk door het uitgiftebedrijf aan de belastingplichtige werden terugbetaald;
b) op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt vermeld in de reglementering betreffende de buurtdiensten en -banen en uitgereikt door het uitgiftebedrijf van de dienstencheques.
Art. 145^23
§ 1. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de in artikel 145^21 vermelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.
§ 2. Het deel van de in artikel 145^21 vermelde belastingvermindering dat betrekking heeft op uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques en dat niet kan worden aangerekend op de gewestelijke opcentiemen en gewestelijke belastingvermeerderingen of op het saldo van de federale personenbelasting, wordt omgezet in een terugbetaalbaar gewestelijk belastingkrediet.
Deze paragraaf is niet van toepassing van zodra het belastbare inkomen van de belastingplichtige, met uitsluiting van de inkomsten die overeenkomstig artikel 171 worden belast, het in artikel 131, eerste lid, 1°, bedoelde bedrag overschrijdt.
Deze paragraaf is evenmin van toepassing op een belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.
