Circulaire nr. Ci.RH.331/450.989 van 07.07.1994
CIRC 07.07.94/1
AFTREKBARE BESTEDING
Interest van een hypothecaire lening.
BELASTINGVERMINDERING VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
HYPOTHECAIRE LENING
Herfinancieringslening.
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
INTEREST
Bouwen of verwerven van een nieuwe woning.
Interest van een hypothecaire lening.
Vernieuwen van een woning.
Interest van een hypothecaire lening.
BELASTINGVERMINDERING VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
HYPOTHECAIRE LENING
Herfinancieringslening.
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening.
INTEREST
Bouwen of verwerven van een nieuwe woning.
Interest van een hypothecaire lening.
Vernieuwen van een woning.
(zie Corrigenda Circ. Ci.RH.331/450.989 dd. 20.07.1994 nr. CIRC 20.07.94/1)
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3
Inhoudstabel Nr. I. Inleiding .................................................. 1 II. Commentaar A. Aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen 1. Evenredige herleiding a) Principes ............................................ 9 b) Voorbeeld ............................................ 12 2. Beperkingen met betrekking tot de oorspronkelijke lening a) Principes ............................................ 13 b) Voorbeelden .......................................... 15 B. Interesten 1. Gewone aftrek ........................................... 17 2. Bijkomende aftrek ....................................... 18 C. Opmerking ............................................... 19 D. Inwerkingtreding ........................................ 20 I. INLEIDING
1. Overeenkomstig de art. 145^1, 3° en 145^17, 2°, WIB 92, wordt een belastingvermindering verleend op de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen en gewaarborgd is door een tijdelijke verzekering bij overlijden met afnemend kapitaal.
2. Alhoewel de hypothecaire leningen, die ter vervanging van gelijkaardige leningen worden aangegaan, stricto sensu niet aan de in fine van nr. 1 gestelde voorwaarde voldoen, wordt reeds lang aanvaard dat dergelijke leningen, onder bepaalde voorwaarden toch in aanmerking mogen genomen worden voor de toekenning van dat fiscaal voordeel (vroeger een aftrek op het gezamenlijk belastbare beroepsinkomen; thans, naargelang van het geval, een belastingvermindering voor het bouwsparen of het lange termijnsparen), en dit om gezinnen met een bescheiden inkomen, die voorheen een woning hadden verworven en die, door het aangaan van een nieuwe lening tegen een lagere rentevoet, de mogelijkheid hadden hun financiële lasten te verlichten, niet te bestraffen.
3. Daar dit stelsel een afwijking was van het ter zake algemeen geldend stelsel, werd onder meer als voorwaarde gesteld dat, wanneer zowel de oorspronkelijke als de nieuwe lening door een schuldsaldoverzekering gewaarborgd waren, het bedrag van de nieuwe lening niet meer mocht bedragen dan het nog overblijvend saldo van de oorspronkelijke hypothecaire lening, eventueel verhoogd met de nieuwe levensverzekeringspremie (cf. nr. 54/82.2, Com.IB en circ. Ci.D.19/402.192 - PB, 17de aflevering, dd. 25.4.1990, nrs. II/382 en 387).
4. In de andere gevallen (bv. wanneer de tweede hypothecaire lening tevens de kosten voor het aangaan van het nieuwe contract omvatte) en voor zover het excedent van het tweede contract niet diende voor de verbouwing van een met het eerste contract gebouwd of aangekocht onroerend goed, was de zogenaamde "herfinancieringslening" voor het volle bedrag van het betreffende fiscale voordeel uitgesloten (zie in dit verband de antwoorden op de parlementaire vragen nr. 77 dd. 4.4.1967 van Sen. Derore, Bull. 442, blz. 1122, nr. 269 dd. 13.6.1986 van Volksv. Devolder, Bull. 657, blz. 150 en nr. 637 dd. 23.10.1990 van Volksv. Pillaert, Bull. 706, blz. 1407).
5. Deze problematiek kwam evenwel opnieuw ter sprake in de parlementaire vraag nr. 399 dd. 22.1.1993 van Volksv. Corbisier-Hagon (Bull. 728, blz. 1697), waarbij de volksvertegenwoordiger voorstelde om, ingeval van overschrijding van het nog verschuldigde saldo van de oorspronkelijke lening, de nieuwe lening in aanmerking te nemen ten belope van het saldo van de oorspronkelijke lening.
6. Daar dit voorstel door de Minister van Financiën is bijgetreden, worden de desbetreffende richtlijnen gewijzigd zoals hierna is uiteengezet.
7. Om redenen van eenvormigheid en samenhang is tevens beslist hetzelfde principe ook toe te passen voor de gewone en bijkomende interestaftrek.
8. De aandacht wordt er nu reeds op gevestigd dat de beperkingen die gelden met betrekking tot de eerste lening uiteraard ook van toepassing zijn op de herfinancieringslening, wat onder meer inhoudt dat de kapitaalaflossingen van de herfinancieringslening, naast de in nr. 5 beoogde evenredige herleiding, in voorkomend geval ook nog moeten herleid worden in functie van de in de art. 145^6, 2de lid, 145^19, 2de lid of 516, § 1 of § 2, WIB 92 vermelde grensbedragen.
II. COMMENTAAR
1. Evenredige herleiding
a) Principes
9. De in art. 145^1, 3°, 145^17, 2° en 516, §§ 1 en 2, WIB 92 bedoelde belastingvermindering mag voortaan niet meer geweigerd worden voor een aan de gebruikelijke voorwaarden voldoende herfinancieringslening waarvan het bedrag hoger is dan het nog verschuldigde saldo van de oorspronkelijke lening, met dien verstande dat het in aanmerking te nemen gedeelte van de nieuwe lening niet meer mag bedragen dan dat saldo.
10. Daartoe moet het voor de aflossing of wedersamenstelling van de nieuwe lening betaalde bedrag op evenredige wijze worden herleid, d.w.z. dat dit bedrag moet worden vermenigvuldigd met een breuk waarvan :
- de teller gelijk is aan het nog niet afgeloste saldo van het eerste contract;
- de noemer gelijk is aan het totale bedrag van de nieuwe lening.
11. Indien het excedent van de nieuwe lening evenwel gediend heeft voor het financieren van een verbouwing van een in België gelegen woning, kan dit excedent, onder de normale voorwaarden, uiteraard ook een belastingvermindering in aanmerking komen.
b) Voorbeeld
12. Een eerste lening van 300.000 F, die is afgelost voor 100.000 F (nog verschuldigd saldo : 200.000 F), wordt vervangen door een tweede lening van 250.000 F;
De eerste aflossingsannuïteit van die nieuwe lening bedraagt 25.000 F.
Dit laatste bedrag moet voor de berekening van de belastingvermindering als volgt worden beperkt :
25.000 F x 200.000 F / 250.000 F = 20.000 F.
2. Beperkingen met betrekking tot de oorspronkelijke lening
a) Principes
13. Wanneer de oorspronkelijke lening meer bedroeg dan de respectievelijk in de art. 145^6, 2de lid, 145^19, 2de lid of 516, §§ 1 en 2, WIB 92 vastgelegde grensbedragen, moet het overeenkomstig de nrs. 9 en 10 herleide bedrag van de aflossingsannuïteit betreffende de nieuwe lening nogmaals worden herleid naar verhouding van dat grensbedrag tot het bedrag van de oorspronkelijke lening.
Het in aanmerking te nemen grensbedrag is steeds het bedrag dat van toepassing was op de oorspronkelijke lening, waarbij rekening moet worden gehouden met :
- het sociaal of middelgroot karakter van de woning, wat de oorspronkelijk vóór 1.1.1989 aangegane leningen betreft (herfinancieringsleningen van vóór 1.1.1989 aangegane leningen die zelf niet in aanmerking kwamen omdat zij geen betrekking hadden op een sociale of middelgrote woning, komen uiteraard evenmin voor belastingvermindering in aanmerking);
- de indexering zoals die van toepassing was voor het jaar van het aangaan van de oorspronkelijke lening;
- in voorkomend geval, het aantal kinderen dat de belastingplichtige ten laste had op 1 januari van het jaar na dat waarin het oorspronkelijk contract werd gesloten.
14. In die gevallen moet overeenkomstig de nrs. 9 en 10 herleide bedrag van de aflossingsannuïteit van de nieuwe lening vermenigvuldigd worden met een nieuwe breuk waarvan de teller gelijk is aan het in aanmerking te nemen grensbedrag en de noemer gelijk is aan het bedrag van de oorspronkelijke lening.
b) Voorbeelden
Voorbeeld 1
15. In maart 1988 werd een vrijstelbare hypothecaire lening van 1.000.000 F (Dit bedrag is hoger dan de in art. 516, § 1, 1°, b, WIB 92 vermelde grens van 400.000 F) aangegaan om een in België gelegen bestaande woning, die als middelgroot was aan te merken, te verwerven.
Totaal bedrag van de in de jaren 1988 tot 1992 gedane aflossingen : 140.478 F.
In 1993 wordt die lening vervangen door een gelijkaardige nieuwe lening van 966.972 F, bedrag dat als volgt is samengesteld :
- nog niet afgelost saldo van het eerste contract : 1.000.000 F - 140.478 F = 859.522 F - premie schuldsaldoverzekering 49.050 F - recht van doorhaling van de hypothecaire inschrijving (provisie) : 14.300 F - recht van hypothecaire inschrijving : 19.980 F - erelonen (provisie) : 13.099 F - diversen : 11.021 F --------- Totaal : 966.972 F In 1993 betaalde aflossing betreffende de tweede lening : 47.684 F.
Gedeelte van de tweede lening dat in aanmerking komt voor de berekening van de belastingvermindering : 859.522 F.
Voor de belastingvermindering in aanmerking te nemen gedeelte van de aflossing van die tweede lening :
| a) | herleiding in verhouding tot het saldo van de eerste lening : 47.684 x 859.522 / 966.972 = 42.385 F; |
| b) | uiteindelijk in aanmerking te nemen annuïteit (beperking van de oorspronkelijke lening) : 42.385 x 400.000 / 1.000.000 = 16.954 F. |
Voorbeeld 2
16. Hypothecaire lening in 1989 aangegaan voor de bouw van de eigen woning van de belastingplichtige (2 kinderen ten laste op 1.1.1990) : 3.000.000 F.
Voor belastingvermindering in aanmerking te nemen basisbedrag van die lening : 2.000.000 F + 200.000 F = 2.200.000 F.
Totaal bedrag van de in de jaren 1989 tot 1993 gedane aflossingen : 200.000 F.
Nog niet afgelost saldo van de eerste lening : 3.000.000 F - 200.000 F = 2.800.000 F.
Bedrag van de in 1993 gesloten herfinancieringslening : 3.600.000 F.
In 1993 gedane aflossingen betreffende de nieuwe lening : 150.000 F.
Voor de belastingvermindering in aanmerking te nemen annuïteit (onverminderd de toepassing van de in art. 145/6, 1ste lid, WIB 92 gestelde beperkingen) van de nieuwe lening :
2.800.000 2.200.000 150.000 x ----------- x ----------- = 85.556 F 3.600.000 3.000.000 1. Gewone aftrek
17. De in nr. 10 vermelde begrenzing geldt eveneens voor de interesten van herfinancieringsleningen.
De richtlijnen die zijn opgenomen in de circ. 22.2.1990, nr. Ci.RH.243/415.808 (Bull. 693, blz. 916), worden opgeheven.
2. Bijkomende aftrek
18. De thans in nr. 104/212, Com.IB 92 opgenomen onderrichtingen betreffende de bijkomende aftrek van interesten van herfinancieringsleningen, worden opgeheven.
Zoals reeds in nr. 7 is aangegeven, komen de interesten van herfinancieringsleningen voortaan in aanmerking voor de in de art. 104, 1ste lid, 9°, 115 en 116, WIB 92 bedoelde bijkomende interestaftrek.
In voorkomend geval gelden voor deze interesten dezelfde herleiding en beperking als die waarvan met betrekking tot de kapitaalaflossingen sprake is in de nrs. 10 en 14 (nl. oorspronkelijke lening en/of beperking van de oorspronkelijke lening wegens overschrijding van de gestelde grenzen).
Dienaangaande wordt nog gepreciseerd dat de in art. 116, 1ste lid, WIB 92 bedoelde grens welke in aanmerking moet worden genomen, die is welke van toepassing was op de oorspronkelijke lening.
C. OPMERKING
19. In zover voorgaande richtlijnen er niet van afwijken, blijven de vorige onderrichtingen betreffende de herfinancieringsleningen verder van toepassing (zie inzonderheid nr. 54/82.2, Com. IB en circ. Ci.D.19/409.192 - PB, 17de aflevering, dd. 25.4.1990, nrs. II/376 tot 397).
D. INWERKINGTREDING
20. Voorgaande richtlijnen treden onmiddellijk in werking; zij zijn tevens van toepassing op de hangende geschillen.
De aandacht wordt erop gevestigd dat die richtlijnen ook gelden voor de thans lopende herfinancieringsleningen waarvoor het fiscale voordeel voorheen werd geweigerd omdat :
- ofwel, wat de kapitaalaflossingen betreft, die leningen het nog verschuldigd saldo van de eerste lening overtroffen;
- ofwel, wat de gewone interestaftrek betreft, de in de circ. 22.2.1990, Ci.RH.243/415.808 (Bull. 693, blz. 916), gestelde voorwaarden niet worden nageleefd;
- ofwel, wat de bijkomende interestaftrek betreft, herfinancieringsleningen niet in aanmerking werden genomen.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :De Auditeur-generaal,
M. CHERPION
Bron: FisconetPlus
