Circulaire nr. Ci.RH.421/438.231 dd. 13.04.1992
CIRC 13.04.92/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/438.231 dd. 13.04.1992
Bull. nr. 717, pag. 1549
AANSLAGVOET VEN.B.
Vennootschappen uitgesloten van de verminderde tarieven.
BELASTINGKREDIET
Afschaffing.
BIJZONDERE AANSLAG VEN.B.
Inkoop van eigen aandelen.
Verdeling van het maatschappelijk vermogen.
Voordelen van alle aard verleend door vennootschappen in vereffening.
BOEKHOUDING
Wijziging van de datum van afsluiting van de jaarrekening.
FISCALE BEPALINGEN 1989
Aanslagvoet Ven.B
Afzonderlijk belastbare meerwaarden.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Berekening
Commentaar op :
Wijziging van de tarieven van de Ven.B voor het aj. 1992.
Weerslag van de W. 23.10.1991 op de afzonderlijke belastbare meerwaarden voor het aj. 1991.
Inhoudstabel Nrs. I. INLEIDING 1 II. WETTEKSTEN 2 III. ALGEMEEN 3 tot 7 IV. GEWONE AANSLAGEN A. Basistarief 8 B. Vermindering van het basistarief 9 C. Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen 10 en 11 D. Bijzondere tarieven 12 V. AFZONDERLIJK BELASTBARE MEERWAARDEN A. Algemeen 13 tot 16 B. Meerwaarden belastbaar tegen 19,5 % 17 en 18 C. Meerwaarden belastbaar tegen 21,5 % 1. Principes 19 2. In aanmerking komende meerwaarden 20 D. Meerwaarden belastbaar tegen 10 % 1. Principes 21 2. In aanmerking komende meerwaarden 22 tot 24 3. Bedrag van de opnemingen 25 en 26 4. Bestemming van de opnemingen 27 5. Opmerkingen 28 en 29 E. Berekening van de belasting 30 en 31 VI. BIJZONDERE AANSLAGEN 32 VII. BELASTINGKREDIET 33 VIII. WIJZIGING VAN DE DATUM VAN AFSLUITING VAN DE JAARREKENING A. Principes 34 en 35 B. Voorbeeld 36 IX. WEERSLAG VAN DE ART. 3, G en 10, § 1, W. 23.10.1991, OP HET TARIEF VAN DE AFZONDERLIJK BELASTBARE MEERWAARDEN VOOR HET AJ. 1991 37 tot 40 I. INLEIDING
1. Deze circ. verstrekt de nodige richtlijnen voor de berekening van de Ven.B over het aj. 1992.
Ze behandelt bovendien de eventuele weerslag van de W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V. 2143 - B. 712) op de berekening van de afzonderlijke aanslag op bepaalde meerwaarden voor het aj. 1991.
II. WETTEKSTEN
2. Art. 126
Het tarief van de vennootschapsbelasting is vastgesteld op 39 %.
Wanneer het belastbaar inkomen niet meer dan 13.000.000 frank bedraagt, wordt de belasting evenwel vastgesteld als volgt :
Het tweede lid is niet van toepassing :
a) voor vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen die deelnemingen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50 %, hetzij van het nog terug te betalen werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal, eventueel gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 119, hetzij van het nog terug te betalen werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. De waarde van de deelnemingen en het bedrag van het maatschappelijk kapitaal, de reserves en de meerwaarden moeten worden genomen de dag waarop de vennootschap, die de deelnemingen bezit, haar balans heeft afgesloten. Om te bepalen of de grens van 50 % overschreden is, worden de actieve en vaste deelnemingen, die minstens 75 % vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de emitterende vennootschap, niet in aanmerking genomen;
b) voor de vennootschappen waarvan de bewijzen van deelgerechtigdheid tenminste voor de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen en die geen door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen zij;
c) voor de vennootschappen waarvan de in artikel 98 of in artikel 100, 2°, bedoelde uitgekeerde winsten hoger zijn dan 13 % van het werkelijk afbetaalde maatschappelijk kapitaal dat bij het begin van het belastbaar tijdperk nog is terug te betalen, met inbegrip van de uitgiftepremies en van de voorschotten verleend sedert tenminste één jaar bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°.
Art. 130
In afwijking van de artikelen 126, 127 en 129 is de aanslagvoet vastgesteld op 19,5 % op de meerwaarden verwezenlijkt op andere financiële vaste activa of andere aandelen of delen dan aandelen of delen van investeringsvennootschappen en dan schuldvorderingen en andere vastrentende effecten voor zover zij, rekening houdend met de volgorde van aanrekening die de Koning bepaalt, het belastbaar inkomen niet overtreffen en dat zij betrekking hebben op activa die, voor hun verwezenlijking sedert méér dan vijf jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid in België, worden gebruikt.
Het tarief van de belasting vermeld in het vorige lid is eveneens van toepassing op de meerwaarden op andere immateriële, materiële of financiële vaste activa of andere aandelen of delen dan aandelen of delen van investeringsvennootschappen en dan schuldvorderingen en andere vast rentende effecten, die na de ontbinding van de vennootschap of de stopzetting van de beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt.
De vorige leden zijn slechts van toepassing op meerwaarden verwezenlijkt op financiële vaste activa of andere aandelen of delen voor zover het belastbaar bedrag ervan hoger is dan het totaal van de vroeger op diezelfde bestanddelen aangenomen minderwaarden, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 21, laatste lid, werden belast.
Art. 312, § 3, gewijzigd door art. 39, W. 20.07.1991, houdende begrotingsbepalingen (V. 2122 - B. 709) en art. 4, B, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V. 2143 - B. 712)
In afwijking van de artikelen 126 en 127, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, wordt het tarief van de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1992 bepaald op 10 % wat betreft de overeenkomstig artikel 105, tweede lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden die zijn vrijgesteld overeenkomstig het eerste lid van vermeld artikel en niet hoger zijn dan 10 % van het totaal bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van de belastbare periode verbonden aan het aanslagjaar 1989 en die gebruikt worden voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen.
Art. 333, § 2
Elke wijziging die vanaf 1 november 1989 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 287 en 288, 1°.
Wet 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen
Art. 3
In het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
.....
G) artikel 130, gewijzigd bij artikel 41 van de wet van 25 juni 1973, bij artikel 18 van de wet van 3 november 1976, bij artikel 26 van de wet van 4 augustus 1989, wordt opgeheven;
.....
Art. 5
In het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
.....
D) titel III, hoofdstuk IV, bestaande uit artikel 135, gewijzigd bij artikel 290 van de wet van 22 december 1989, bij artikel 2 van de wet van 22 februari 1990 en bij artikel 114, § 2 van de wet van 4 december 1990, wordt opgeheven;
.....
Art. 9
§ 1. De artikelen ..... 5 ..... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1992.
.....
§ 5. De artikelen 3, G, ..... zijn van toepassing op meerwaarden die belastbaar worden vanaf 1 september 1991.
.....
§ 8. Elke wijziging die vanaf 24 juli 1991 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 5, D, ...
.....
Art. 10
§ 1. De artikelen 36, 40, § 2, tweede lid, 105, eerste lid, 124, § 3, tweede lid, 130, eerste lid en 306bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zoals ze bestonden voordat ze werden opgeheven of gewijzigd door de artikelen 260 en 288, 1° en 2° van de wet van 22 december 1989 en door de artikelen 3, A tot C, F en K van deze wet, blijven van toepassing op de meerwaarden die waren vrijgesteld in toepassing van de hiervoor vermelde artikelen 36 en 105.
§ 2. .....
III. ALGEMEEN
3. De art. 287, 2° en 288, 1°, W. 22.12.1989, houdende fiscale bepalingen, hebben de tarieven van de Ven.B voor het aj. 1992 als volgt gewijzigd :
4. De art. 3, G, en 5, D, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen hebben :
Evenwel voorziet art. 10, § 1, van voormelde W. 23.10.1991 in een overgangsbepaling waardoor meerwaarden die voorheen bij toepassing van art. 36, WIB werden vrijgesteld doch die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden, onderworpen zijn aan een verlaagd tarief van 21,5 %
5. Art. 312, § 3, W. 22.12.1989, gewijzigd door art. 39, W. 20.07.1991 houdende begrotingsbepalingen en door art. 4, B, W. 23.10.1991 heeft het tarief van de Ven.B voor het aj. 1992 bepaald op 10 % wat betreft de overeenkomstig art. 105, tweede lid, WIB, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden die zijn vrijgesteld overeenkomstig het eerste lid van vermeld artikel en niet hoger zijn dan 10 % van het totaal bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van de belastbare periode verbonden aan het aj. 1989 en die gebruikt worden voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen.
6. Luidens art. 333, § 2, W. 22.12.1989 is elke wijziging die vanaf 01.11.1989 in de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking voor de toepassing van de door die wet gewijzigde tarieven.
7. Geen wijzigingen werden aangebracht in :
IV. GEWONE AANSLAGEN
A. Basistarief
B. Vermindering van het basistarief
9. Behalve voor vennootschappen die uitdrukkelijk van de verminderde tarieven zijn uitgesloten (zie de nrs. 10 en 11 hierna), wordt het basistarief tot 28 % verlaagd wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 1 miljoen frank bedraagt.
Voor de overgang van het tarief van 28 naar dat van 39 % gelden de volgende overstapregels :
C. Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen
10. Zoals voorheen zijn de verminderde basistarieven niet van toepassing op (zie Com.I.B. 126/11 t/m 126/31 en circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, nrs. 911 tot 913) :
a) zogenaamde "financiële vennootschappen" (art. 126, 3e lid, a, WIB);
b) vennootschappen (andere dan erkende C.V.'s) waarvan de bewijzen van deelgerechtigdheid ten minste voor de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen (art. 126, 3e lid, b, WIB);
c) vennootschappen waarvan de uitgekeerde winst meer bedraagt dan 13 % van het werkelijk afbetaalde maatschappelijk kapitaal dat bij het begin van het belastbare tijdperk nog is terug te betalen, met inbegrip van de uitgiftepremies en van de voorschotten verleend sedert tenminste één jaar bedoeld in art. 15, 2e lid, 2°, WIB (art. 126, 3e lid, c, WIB).
11. De wijziging die art. 1, D, WIB 23.10.1991, heeft aangebracht in art. 126, 3e lid, a, WIB, betreft een loutere vormaanpassing ingevolge de opheffing van art. 113, § 2, WIB, door art. 1, C, 2°, van dezelfde wet.
D. Bijzondere tarieven
12. De in art. 127, WIB vermelde tarieven van 21,5 % (bepaalde publiekrechtelijke vennootschappen) en van 5 % (kredietkassen, erkende huisvestingsmaatschappijen, enz.) blijven ongewijzigd (zie eveneens circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, nrs. 914 tot 916).
V. AFZONDERLIJK BELASTBARE MEERWAARDEN
A. Algemeen
13. Art. 288, 1°, W. 22.12.1989 bepaalt dat, voor het aj. 1992, het tarief van de afzonderlijk belastbare meerwaarden 19,5 % bedraagt.
14. Evenwel heeft art. 3, G, W. 23.10.1991, art.130, WIB opgeheven op meerwaarden die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden.
Art. 10, § 1, van dezelfde W. 23.10.1991 voorziet in een overgangsbepaling die ertoe strekt dat de bepalingen van art. 130, 1e lid, WIB, zoals ze bestonden vooraleer ze werden gewijzigd door art. 288, 1°, W, 22.12.1989 (d.w.z. tegen het tarief van 21,5 %) van toepassing blijven op verwezenlijkte meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld met toepassing van art. 36, WIB en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden.
15. Bovendien voorziet art. 312, § 3, W. 22.12.1989 in een tarief van de Ven.B van 10 % voor belastbare opnemingen van verwezenlijkte meerwaarden die aan de gestelde voorwaarden voldoen.
16. Uit het voorgaande volgt dat bepaalde meerwaarden, naargelang de aard van de verwezenlijkte activa en het tijdstip waarop de meerwaarden belastbaar worden, voor het aj. 1992 onderworpen zijn aan het tarief van 10, 19,5 of 21,5 %.
B. Meerwaarden belastbaar tegen 19,5 %
17. Tegen het tarief van 19,5 % zijn belastbaar de in de nrs. II/923 tot 9J26 en 930 van de circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, bedoelde meerwaarden die voor 01.09.1991 belastbaar werden.
18. Met betrekking tot meerwaarden op aandelen of delen weze opgemerkt dat :
Hieruit volgt dat het tarief van 19,5 % enkel van toepassing kan zijn op meerwaarden die van 24.07.1991 tot en met 31.08.1991 zijn verwezenlijkt op aandelen of delen waarvan de inkomsten niet in aanmerking komen om als D.B.I. te worden afgetrokken en voor zover het geen aandelen of delen van beleggingsvennootschappen zijn.
C. Meerwaarden belastbaar tegen 21,5 %
1. Principes
19. Bedoeld zijn de meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld uitsluitend met toepassing van art. 36, WIB zoals het bestond voor het werd gewijzigd door art. 260, W. 22.12.1989 of voor het werd opgeheven door art. 3, A, W. 23.10.1991, en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden omdat niet of niet meer is voldaan aan de voorwaarde van herbelegging of aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde.
2. In aanmerking komende meerwaarden
20. Luidens de uitdrukkelijke bepalingen van art. 10, § 1, W. 23.10.1991 worden enkel bedoeld de meerwaarden die :
D. Meerwaarden belastbaar tegen 10 %
1. Principes
21. Art. 312, § 3, W. 22.12.1989 voorziet, uitsluitend voor het aj. 1992, in een tarief van de Ven.B van 10 % voor belastbare opnemingen van verwezenlijkte meerwaarden, in zover die opnemingen :
2. In aanmerking komende meerwaarden
22. Luidens de uitdrukkelijke bepalingen van art. 312, § 3, W. 22.12.1989, moet het ter zake gaan om opnemingen van "verwezenlijkte meerwaarden", zodat opnemingen van "niet verwezenlijkte meerwaarden en andere vrijgestelde reserves" zijn uitgesloten.
Derhalve komen de volgende vrijgestelde meerwaarden in aanmerking :
23. Daarentegen zijn uitgesloten :
24. Wanneer in het vermogen van de vennootschap verschillende categorieën van vrijgestelde reserves voorkomen, dient de belastingplichtige een volledige en gedetailleerde opgave te verstrekken van de opgenomen reserves.
Die opgave moet als bijlage gevoegd worden bij de aangifte Ven.B aj. 1992.
3. Bedrag van de opnemingen
25. Het bedrag van de opnemingen waarop het tarief van 10 % kan worden toegepast is beperkt tot 10 % van het totale bedrag van de sub 22 vermelde verwezenlijkte meerwaarden, zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk, verbonden aan het aj. 1989.
26. Het feit dat de opnemingen meer dan 10 % zouden bedragen vormt geen beletsel voor de toepassing van de bijzondere regeling. Evenwel kan het gedeelte van de opneming dat meer dan 10 % bedraagt niet tegen het tarief van 10 % worden belast.
4. Bestemming van de opnemingen
27. De opnemingen zijn enkel tegen het tarief van 10 % belastbaar in zover ze gebruikt zijn voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen wat impliceert dat dit tarief hoogstens kan worden toegepast tot beloop van de uitgekeerde winst die in de belastbare winst is opgenomen.
Of dergelijke opnemingen inderdaad worden gebruikt voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen moet blijken uit de beslissingen van de algemene vergadering die de jaarrekening heeft goedgekeurd.
5. Opmerkingen
28. De hiervoor besproken afwijkende regeling heeft uitsluitend betrekking op het tarief van de Ven.B.
Zulks impliceert inzonderheid :
a) dat de met de opgenomen meerwaarden toegekende dividenden of inkomsten van belegde kapitalen mede in aanmerking moeten worden genomen om de in art. 126, 3e lid, c, WIB, bedoelde grens van 13 % te bepalen (zie P.V. nr. 219 van 30.05.1991, gesteld door Senator de SENY, B. 712);
b) dat die uitgekeerde inkomsten volgens de bestaande regels aan de R.V. zijn onderworpen.
29. Bovendien is de toepassing van het afzonderlijk tarief van 10 % beperkt tot de na de verschillende bewerkingen overblijvende Belgische winst aangezien de buitenlandse winsten uit landen waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten in de regel reeds tegen een lager tarief worden belast.
E. Berekening van de belasting
30. De meerwaarden waarop de voormelde tarieven van toepassing zijn worden slechts werkelijk belast in zover zij niet meer bedragen dan de na de verschillende bewerkingen overblijvende Belgische winst.
In voorkomend geval wordt die winst geacht achtereenvolgens voort te komen van :
31. Op de tegen de voormelde tarieven verschuldigde Ven.B mogen voorheffingen worden aangerekend en mag geen vermeerdering wegens ontstentenis van de ontoereikende V.A. worden toegepast.
VI. BIJZONDERE AANSLAGEN
32. De onderrichtingen verstrekt in de circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, nrs. 931 en 932, blijven ongewijzigd van toepassing voor het aj. 1992.
VII. BELASTINGKREDIET
33. Ingevolge de opheffing door art. 5, D, W. 23.10.1991, van art. 135, WIB, wordt met ingang van het aj. 1992 geen B.K. meer toegestaan uit hoofde van inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen (1). (1) Te noteren dat met ingang van het aj. 1992 evenmin nog F.B.B. wordt toegestaan op inkomsten van aandelen of delen en van belegde kapitalen (zie art. 5, G, W. 23.10.1991).
VIII. WIJZIGING VAN DE DATUM VAN AFSLUITING VAN DE JAARREKENING
A. Principes
34. Art. 333, § 2, W. 22.12.1989 bepaalt dat elke wijziging die vanaf 01.11.1989 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening is aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van de nieuwe tarieven.
Die bepaling strekt er hoofdzakelijk toe te vermijden dat winsten die normaliter nog tegen de tarieven aj. 1991 moeten worden belast, reeds tegen de tarieven aj. 1992 zouden worden aangeslagen.
Die bepaling moet echter eveneens worden geëerbiedigd wanneer winsten, waarvoor de tarieven aj. 1992 normaliter reeds toepassing zouden hebben gevonden, nog onder de tarieven aj. 1991 vallen.
Een gelijkaardige bepaling is eveneens opgenomen in art. 9, § 8, W. 23.10.1991, waardoor elke wijziging die vanaf 24.07.1991 wordt aangebracht aan de datum van afsluiting van de jaarrekening zonder uitwerking is voor de toepassing van de opheffing van art. 135, WIB (zie nr. 33).
35. Omtrent de toepassing van voormelde principes kan worden verwezen naar circ. Ci.D.19/416.4334, 22e aflevering, nrs. 935 tot 937.
B. Voorbeeld
36. In het voorbeeld opgenomen onder het nr. II/938 van de voormelde circ. bedraagt de belastbare winst van die vennootschap voor het aj. 1992 (boekjaar 01.01.1991 -31.12.1991) 1.200.000 F. Niet terugbetaalbare voorheffingen : 20.000 F Terugbetaalbare voorheffingen : 25.000 F Er werden in 1991 geen V.A. verricht. Berekening van de aanslag : 1. Basisbelastingen Gewone aanslag : - periode 01.01.1991 tot 30.11.1991 : 1.000.000 F x 29 % = 290.000 F 150.000 F x 37 % = 55.500 F --------- 345.500 F 345.500 x 11/12 = 316.708 F - periode 01.12.1991 tot 31.12.1991 : 1.000.000 F x 28 % = 280.000 F 150.000 F x 36 % = 54.000 F --------- 334.000 F 334.000 F x 11/12 = 27.833 F ---------- Basisbelastingen : 344.541 F 2. Niet terugbetaalbare voorheffingen : - 20.000 F ---------- 324.541 F 3. Terugbetaalbare voorheffingen : - 25.000 F ---------- 299.541 F 4. Berekening van de vermeerdering wegens gebrek aan V.A. : 299.541 F x 22,5 % = 67.397 F ---------- 5. Te betalen belasting : 366.938 F ----------- ----------- IX. WEERSLAG VAN DE ART. 3, G, en 10, § 1, W. 23.10.1991, OP HET TARIEF VAN
DE AFZONDERLIJKE BELASTBARE MEERWAARDEN VOOR HET AJ. 1991
37. Bij vennootschappen die niet per kalenderjaar boekhouden en die hun jaarrekening na 31.08.1991 afsluiten kunnen de bepalingen opgenomen onder het nr. 14 (opheffing van art. 130, WIB en de inlassing van een overgangsbepaling) reeds van toepassing zijn vanaf het aj. 1991.
38. Bij dergelijke vennootschappen blijven de onderrichtingen opgenomen in de circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering onder de nrs. II/920 tot 930 van toepassing op meerwaarden die uiterlijk op 31.08.1991 belastbaar worden.
39. Voormelde richtlijnen zijn daarentegen niet meer van toepassing op meerwaarden die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden. Dergelijke meerwaarden worden, behoudens de hiernavolgende uitzondering, belast tegen het volle tarief.
40. De meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld met toepassing van art. 36, WIB, en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden tijdens een boekjaar verbonden aan het aj. 1991 worden belast tegen het tarief van 21,5 % (zie nr. 14, 2e lid).
Aangezien het gegevensborderel aj. 1991 niet voorziet in de mogelijkheid tot afzonderlijk belasten van meerwaarden tegen een tarief van 21,5 % moet die aanslag door de taxatiedienst worden gevestigd. De inschrijving van een 3 op regel 244 belet dat de informatiedrager wegens een fout in de berekening wordt geweigerd. Op de listing 289.11 wordt zulk geval de vermelding "CTR" (voor een informatiedrager met aanslagcode 11, 21 of 31) aangevuld met de vermelding "244=3").
Circulaire nr. Ci.RH.421/438.231 dd. 13.04.1992
Bull. nr. 717, pag. 1549
AANSLAGVOET VEN.B.
Vennootschappen uitgesloten van de verminderde tarieven.
BELASTINGKREDIET
Afschaffing.
BIJZONDERE AANSLAG VEN.B.
Inkoop van eigen aandelen.
Verdeling van het maatschappelijk vermogen.
Voordelen van alle aard verleend door vennootschappen in vereffening.
BOEKHOUDING
Wijziging van de datum van afsluiting van de jaarrekening.
FISCALE BEPALINGEN 1989
Aanslagvoet Ven.B
Afzonderlijk belastbare meerwaarden.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Berekening
Commentaar op :
- de art. 287, 2°, 288, 1°, 312, § 3 en 333, § 2, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen;
- art. 39, W. 20.07.1991 houdende begrotingsbepalingen;
- de art. 1, D, 3, G, 4, B, 5, D, 9, §§ 1, 5 en 8, en 10, § 1, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen.
Wijziging van de tarieven van de Ven.B voor het aj. 1992.
Weerslag van de W. 23.10.1991 op de afzonderlijke belastbare meerwaarden voor het aj. 1991.
Inhoudstabel Nrs. I. INLEIDING 1 II. WETTEKSTEN 2 III. ALGEMEEN 3 tot 7 IV. GEWONE AANSLAGEN A. Basistarief 8 B. Vermindering van het basistarief 9 C. Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen 10 en 11 D. Bijzondere tarieven 12 V. AFZONDERLIJK BELASTBARE MEERWAARDEN A. Algemeen 13 tot 16 B. Meerwaarden belastbaar tegen 19,5 % 17 en 18 C. Meerwaarden belastbaar tegen 21,5 % 1. Principes 19 2. In aanmerking komende meerwaarden 20 D. Meerwaarden belastbaar tegen 10 % 1. Principes 21 2. In aanmerking komende meerwaarden 22 tot 24 3. Bedrag van de opnemingen 25 en 26 4. Bestemming van de opnemingen 27 5. Opmerkingen 28 en 29 E. Berekening van de belasting 30 en 31 VI. BIJZONDERE AANSLAGEN 32 VII. BELASTINGKREDIET 33 VIII. WIJZIGING VAN DE DATUM VAN AFSLUITING VAN DE JAARREKENING A. Principes 34 en 35 B. Voorbeeld 36 IX. WEERSLAG VAN DE ART. 3, G en 10, § 1, W. 23.10.1991, OP HET TARIEF VAN DE AFZONDERLIJK BELASTBARE MEERWAARDEN VOOR HET AJ. 1991 37 tot 40 I. INLEIDING
1. Deze circ. verstrekt de nodige richtlijnen voor de berekening van de Ven.B over het aj. 1992.
Ze behandelt bovendien de eventuele weerslag van de W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen (V. 2143 - B. 712) op de berekening van de afzonderlijke aanslag op bepaalde meerwaarden voor het aj. 1991.
II. WETTEKSTEN
WIB
2. Art. 126
Het tarief van de vennootschapsbelasting is vastgesteld op 39 %.
Wanneer het belastbaar inkomen niet meer dan 13.000.000 frank bedraagt, wordt de belasting evenwel vastgesteld als volgt :
| 1° | op de schijf van 0 tot 1 miljoen frank : 28 % |
| 2° | op de schijf van 1 miljoen frank tot 3.600.000 frank : 36 % |
| 3° | op de schijf van 3.600.000 frank tot 13.000.000 frank : 41 % |
a) voor vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen die deelnemingen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50 %, hetzij van het nog terug te betalen werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal, eventueel gerevaloriseerd overeenkomstig artikel 119, hetzij van het nog terug te betalen werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. De waarde van de deelnemingen en het bedrag van het maatschappelijk kapitaal, de reserves en de meerwaarden moeten worden genomen de dag waarop de vennootschap, die de deelnemingen bezit, haar balans heeft afgesloten. Om te bepalen of de grens van 50 % overschreden is, worden de actieve en vaste deelnemingen, die minstens 75 % vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de emitterende vennootschap, niet in aanmerking genomen;
b) voor de vennootschappen waarvan de bewijzen van deelgerechtigdheid tenminste voor de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen en die geen door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen zij;
c) voor de vennootschappen waarvan de in artikel 98 of in artikel 100, 2°, bedoelde uitgekeerde winsten hoger zijn dan 13 % van het werkelijk afbetaalde maatschappelijk kapitaal dat bij het begin van het belastbaar tijdperk nog is terug te betalen, met inbegrip van de uitgiftepremies en van de voorschotten verleend sedert tenminste één jaar bedoeld in artikel 15, tweede lid, 2°.
Art. 130
In afwijking van de artikelen 126, 127 en 129 is de aanslagvoet vastgesteld op 19,5 % op de meerwaarden verwezenlijkt op andere financiële vaste activa of andere aandelen of delen dan aandelen of delen van investeringsvennootschappen en dan schuldvorderingen en andere vastrentende effecten voor zover zij, rekening houdend met de volgorde van aanrekening die de Koning bepaalt, het belastbaar inkomen niet overtreffen en dat zij betrekking hebben op activa die, voor hun verwezenlijking sedert méér dan vijf jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid in België, worden gebruikt.
Het tarief van de belasting vermeld in het vorige lid is eveneens van toepassing op de meerwaarden op andere immateriële, materiële of financiële vaste activa of andere aandelen of delen dan aandelen of delen van investeringsvennootschappen en dan schuldvorderingen en andere vast rentende effecten, die na de ontbinding van de vennootschap of de stopzetting van de beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt.
De vorige leden zijn slechts van toepassing op meerwaarden verwezenlijkt op financiële vaste activa of andere aandelen of delen voor zover het belastbaar bedrag ervan hoger is dan het totaal van de vroeger op diezelfde bestanddelen aangenomen minderwaarden, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 21, laatste lid, werden belast.
| W. | 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen |
In afwijking van de artikelen 126 en 127, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, wordt het tarief van de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1992 bepaald op 10 % wat betreft de overeenkomstig artikel 105, tweede lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden die zijn vrijgesteld overeenkomstig het eerste lid van vermeld artikel en niet hoger zijn dan 10 % van het totaal bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van de belastbare periode verbonden aan het aanslagjaar 1989 en die gebruikt worden voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen.
Art. 333, § 2
Elke wijziging die vanaf 1 november 1989 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 287 en 288, 1°.
Wet 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen
Art. 3
In het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
.....
G) artikel 130, gewijzigd bij artikel 41 van de wet van 25 juni 1973, bij artikel 18 van de wet van 3 november 1976, bij artikel 26 van de wet van 4 augustus 1989, wordt opgeheven;
.....
Art. 5
In het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
.....
D) titel III, hoofdstuk IV, bestaande uit artikel 135, gewijzigd bij artikel 290 van de wet van 22 december 1989, bij artikel 2 van de wet van 22 februari 1990 en bij artikel 114, § 2 van de wet van 4 december 1990, wordt opgeheven;
.....
Art. 9
§ 1. De artikelen ..... 5 ..... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1992.
.....
§ 5. De artikelen 3, G, ..... zijn van toepassing op meerwaarden die belastbaar worden vanaf 1 september 1991.
.....
§ 8. Elke wijziging die vanaf 24 juli 1991 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 5, D, ...
.....
Art. 10
§ 1. De artikelen 36, 40, § 2, tweede lid, 105, eerste lid, 124, § 3, tweede lid, 130, eerste lid en 306bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zoals ze bestonden voordat ze werden opgeheven of gewijzigd door de artikelen 260 en 288, 1° en 2° van de wet van 22 december 1989 en door de artikelen 3, A tot C, F en K van deze wet, blijven van toepassing op de meerwaarden die waren vrijgesteld in toepassing van de hiervoor vermelde artikelen 36 en 105.
§ 2. .....
III. ALGEMEEN
3. De art. 287, 2° en 288, 1°, W. 22.12.1989, houdende fiscale bepalingen, hebben de tarieven van de Ven.B voor het aj. 1992 als volgt gewijzigd :
- het basistarief (art. 126, 1e lid, WIB) is bepaald op 39 %;
- het verminderde basistarief (art. 126, 2e lid, WIB) varieert van 28 % tot 41 %;
- het tarief voor de afzonderlijk belastbare meerwaarden (art. 130, WIB) bedraagt 19,5 %.
4. De art. 3, G, en 5, D, W. 23.10.1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23.07.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen hebben :
- art. 130, WIB, opgeheven m.b.t. meerwaarden die belastbaar worden vanaf 01.09.1991;
- art. 135, WIB, opgeheven met ingang van het aj. 1992.
Evenwel voorziet art. 10, § 1, van voormelde W. 23.10.1991 in een overgangsbepaling waardoor meerwaarden die voorheen bij toepassing van art. 36, WIB werden vrijgesteld doch die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden, onderworpen zijn aan een verlaagd tarief van 21,5 %
5. Art. 312, § 3, W. 22.12.1989, gewijzigd door art. 39, W. 20.07.1991 houdende begrotingsbepalingen en door art. 4, B, W. 23.10.1991 heeft het tarief van de Ven.B voor het aj. 1992 bepaald op 10 % wat betreft de overeenkomstig art. 105, tweede lid, WIB, bedoelde belastbare opnemingen, die zijn verricht op de verwezenlijkte meerwaarden die zijn vrijgesteld overeenkomstig het eerste lid van vermeld artikel en niet hoger zijn dan 10 % van het totaal bedrag van die meerwaarden die bestonden op het einde van de belastbare periode verbonden aan het aj. 1989 en die gebruikt worden voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen.
6. Luidens art. 333, § 2, W. 22.12.1989 is elke wijziging die vanaf 01.11.1989 in de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, zonder uitwerking voor de toepassing van de door die wet gewijzigde tarieven.
7. Geen wijzigingen werden aangebracht in :
- art. 127, WIB (bijzondere tarieven van 21,5 % en 5 %);
- art. 128, WIB (vermindering voor inkomsten uit het buitenland);
- art. 129, WIB (vermeerdering ingeval geen of ontoereikende V.A. zijn gedaan);
- art. 33, Hervormingswet 1988 (afzonderlijke bijzondere aanslag op niet bewezen lasten en bedragen).
IV. GEWONE AANSLAGEN
A. Basistarief
| 8. | Het basistarief bedraagt zoals gezegd 39 %. |
9. Behalve voor vennootschappen die uitdrukkelijk van de verminderde tarieven zijn uitgesloten (zie de nrs. 10 en 11 hierna), wordt het basistarief tot 28 % verlaagd wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 1 miljoen frank bedraagt.
Voor de overgang van het tarief van 28 naar dat van 39 % gelden de volgende overstapregels :
- wanneer het inkomen niet meer dan 3.600.000 F bedraagt, wordt de belasting vastgesteld op 280.000 F verhoogd met 36 % van het verschil tussen het belastbare inkomen en 1 miljoen frank;
- wanneer het inkomen niet meer dan 13.000 F bedraagt, is de belasting gelijk aan 1.216.000 F verhoogd met 41 % van het verschil tussen het belastbare inkomen en 3.600.000 F (1.216.000 F = 1.000.000 x 28 % + 2.600.000 x 36 %).
C. Van de verminderde tarieven uitgesloten vennootschappen
10. Zoals voorheen zijn de verminderde basistarieven niet van toepassing op (zie Com.I.B. 126/11 t/m 126/31 en circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, nrs. 911 tot 913) :
a) zogenaamde "financiële vennootschappen" (art. 126, 3e lid, a, WIB);
b) vennootschappen (andere dan erkende C.V.'s) waarvan de bewijzen van deelgerechtigdheid ten minste voor de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen (art. 126, 3e lid, b, WIB);
c) vennootschappen waarvan de uitgekeerde winst meer bedraagt dan 13 % van het werkelijk afbetaalde maatschappelijk kapitaal dat bij het begin van het belastbare tijdperk nog is terug te betalen, met inbegrip van de uitgiftepremies en van de voorschotten verleend sedert tenminste één jaar bedoeld in art. 15, 2e lid, 2°, WIB (art. 126, 3e lid, c, WIB).
11. De wijziging die art. 1, D, WIB 23.10.1991, heeft aangebracht in art. 126, 3e lid, a, WIB, betreft een loutere vormaanpassing ingevolge de opheffing van art. 113, § 2, WIB, door art. 1, C, 2°, van dezelfde wet.
D. Bijzondere tarieven
12. De in art. 127, WIB vermelde tarieven van 21,5 % (bepaalde publiekrechtelijke vennootschappen) en van 5 % (kredietkassen, erkende huisvestingsmaatschappijen, enz.) blijven ongewijzigd (zie eveneens circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, nrs. 914 tot 916).
V. AFZONDERLIJK BELASTBARE MEERWAARDEN
A. Algemeen
13. Art. 288, 1°, W. 22.12.1989 bepaalt dat, voor het aj. 1992, het tarief van de afzonderlijk belastbare meerwaarden 19,5 % bedraagt.
14. Evenwel heeft art. 3, G, W. 23.10.1991, art.130, WIB opgeheven op meerwaarden die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden.
Art. 10, § 1, van dezelfde W. 23.10.1991 voorziet in een overgangsbepaling die ertoe strekt dat de bepalingen van art. 130, 1e lid, WIB, zoals ze bestonden vooraleer ze werden gewijzigd door art. 288, 1°, W, 22.12.1989 (d.w.z. tegen het tarief van 21,5 %) van toepassing blijven op verwezenlijkte meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld met toepassing van art. 36, WIB en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden.
15. Bovendien voorziet art. 312, § 3, W. 22.12.1989 in een tarief van de Ven.B van 10 % voor belastbare opnemingen van verwezenlijkte meerwaarden die aan de gestelde voorwaarden voldoen.
16. Uit het voorgaande volgt dat bepaalde meerwaarden, naargelang de aard van de verwezenlijkte activa en het tijdstip waarop de meerwaarden belastbaar worden, voor het aj. 1992 onderworpen zijn aan het tarief van 10, 19,5 of 21,5 %.
B. Meerwaarden belastbaar tegen 19,5 %
17. Tegen het tarief van 19,5 % zijn belastbaar de in de nrs. II/923 tot 9J26 en 930 van de circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, bedoelde meerwaarden die voor 01.09.1991 belastbaar werden.
18. Met betrekking tot meerwaarden op aandelen of delen weze opgemerkt dat :
- meerwaarden verwezenlijkt op aandelen of delen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om als D.B.I. te worden afgetrokken eventueel vanaf het aj. 1992 onvoorwaardelijk vrijgesteld zijn van Ven.B (art. 3, D, W. 23.10.1991);
- alle meerwaarden op aandelen of delen, ongeacht of de inkomsten ervan in aanmerking komen om als D.B.I. te worden afgetrokken, voor het aj. 1992 onvoorwaardelijk zijn vrijgesteld indien ze verwezenlijkt zijn voor 24.07.1991 (art. 10, § 2, W. 23.10.1991).
Hieruit volgt dat het tarief van 19,5 % enkel van toepassing kan zijn op meerwaarden die van 24.07.1991 tot en met 31.08.1991 zijn verwezenlijkt op aandelen of delen waarvan de inkomsten niet in aanmerking komen om als D.B.I. te worden afgetrokken en voor zover het geen aandelen of delen van beleggingsvennootschappen zijn.
C. Meerwaarden belastbaar tegen 21,5 %
1. Principes
19. Bedoeld zijn de meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld uitsluitend met toepassing van art. 36, WIB zoals het bestond voor het werd gewijzigd door art. 260, W. 22.12.1989 of voor het werd opgeheven door art. 3, A, W. 23.10.1991, en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden omdat niet of niet meer is voldaan aan de voorwaarde van herbelegging of aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde.
2. In aanmerking komende meerwaarden
20. Luidens de uitdrukkelijke bepalingen van art. 10, § 1, W. 23.10.1991 worden enkel bedoeld de meerwaarden die :
- vanaf het aj. 1982 tot en met 31.12.1989 zijn verwezenlijkt op onroerende goederen, op outillering en op deelnemingen en portefeuillewaarden en die bij toepassing van het dan geldende art. 36, WIB zijn vrijgesteld;
- vanaf 01.01.1990 zijn verwezenlijkt op aandelen of delen en die bij toepassing van art. 36, WIB zijn vrijgesteld.
D. Meerwaarden belastbaar tegen 10 %
1. Principes
21. Art. 312, § 3, W. 22.12.1989 voorziet, uitsluitend voor het aj. 1992, in een tarief van de Ven.B van 10 % voor belastbare opnemingen van verwezenlijkte meerwaarden, in zover die opnemingen :
- verricht worden op verwezenlijkte meerwaarden die zijn vrijgesteld overeenkomstig art. 105, 1e lid, WIB;
- niet meer bedragen dan 10 % van het totaal bedrag van die meerwaarden zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk verbonden aan het aj. 1989;
- gebruikt worden voor de uitkering van dividenden of van inkomsten van belegde kapitalen.
2. In aanmerking komende meerwaarden
22. Luidens de uitdrukkelijke bepalingen van art. 312, § 3, W. 22.12.1989, moet het ter zake gaan om opnemingen van "verwezenlijkte meerwaarden", zodat opnemingen van "niet verwezenlijkte meerwaarden en andere vrijgestelde reserves" zijn uitgesloten.
Derhalve komen de volgende vrijgestelde meerwaarden in aanmerking :
- het monetaire gedeelte van vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden (zie oud art. 34, § 1, 3° en 106, WIB);
- de gedwongen meerwaarden ( zie oud art. 35, WIB);
- het niet-monetaire gedeelte van vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden (zie oud art. 36 en 37 en art. 445, WIB);
- meerwaarden op onroerende goederen van vastgoedhandelaars (zie oud art. 36bis, WIB);
- meerwaarden uit inbreng van een of meer takken van werkzaamheid of van de algemeenheid van de goederen (zie art. 40, § 1, 2°, WIB).
23. Daarentegen zijn uitgesloten :
- de uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden of de als zodanig aangemerkte meerwaarden;
- de andere vrijgestelde reserves (inz. de investeringsreserve, de vrijgestelde voorziening voor sociaal passief, het bedrag van de op fiscaal vlak toegelaten afschrijvingen boven de aanschaffings- of beleggingswaarde, de vrijgestelde winst die door de privé-aandeelhouders van een eigenlijke reconversievennootschap is besteed aan de afkoop van aandelen die F.I.V.-inbreng vertegenwoordigen en de vrijgestelde winst die in het vermogen van een innovatievennootschap wordt gehouden).
24. Wanneer in het vermogen van de vennootschap verschillende categorieën van vrijgestelde reserves voorkomen, dient de belastingplichtige een volledige en gedetailleerde opgave te verstrekken van de opgenomen reserves.
Die opgave moet als bijlage gevoegd worden bij de aangifte Ven.B aj. 1992.
3. Bedrag van de opnemingen
25. Het bedrag van de opnemingen waarop het tarief van 10 % kan worden toegepast is beperkt tot 10 % van het totale bedrag van de sub 22 vermelde verwezenlijkte meerwaarden, zoals die bestonden op het einde van het belastbare tijdperk, verbonden aan het aj. 1989.
26. Het feit dat de opnemingen meer dan 10 % zouden bedragen vormt geen beletsel voor de toepassing van de bijzondere regeling. Evenwel kan het gedeelte van de opneming dat meer dan 10 % bedraagt niet tegen het tarief van 10 % worden belast.
4. Bestemming van de opnemingen
27. De opnemingen zijn enkel tegen het tarief van 10 % belastbaar in zover ze gebruikt zijn voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen wat impliceert dat dit tarief hoogstens kan worden toegepast tot beloop van de uitgekeerde winst die in de belastbare winst is opgenomen.
Of dergelijke opnemingen inderdaad worden gebruikt voor de uitkering van dividenden of inkomsten van belegde kapitalen moet blijken uit de beslissingen van de algemene vergadering die de jaarrekening heeft goedgekeurd.
5. Opmerkingen
28. De hiervoor besproken afwijkende regeling heeft uitsluitend betrekking op het tarief van de Ven.B.
Zulks impliceert inzonderheid :
a) dat de met de opgenomen meerwaarden toegekende dividenden of inkomsten van belegde kapitalen mede in aanmerking moeten worden genomen om de in art. 126, 3e lid, c, WIB, bedoelde grens van 13 % te bepalen (zie P.V. nr. 219 van 30.05.1991, gesteld door Senator de SENY, B. 712);
b) dat die uitgekeerde inkomsten volgens de bestaande regels aan de R.V. zijn onderworpen.
29. Bovendien is de toepassing van het afzonderlijk tarief van 10 % beperkt tot de na de verschillende bewerkingen overblijvende Belgische winst aangezien de buitenlandse winsten uit landen waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft gesloten in de regel reeds tegen een lager tarief worden belast.
E. Berekening van de belasting
30. De meerwaarden waarop de voormelde tarieven van toepassing zijn worden slechts werkelijk belast in zover zij niet meer bedragen dan de na de verschillende bewerkingen overblijvende Belgische winst.
In voorkomend geval wordt die winst geacht achtereenvolgens voort te komen van :
| 1° | meerwaarden belastbaar tegen 10 %; |
| 2° | vervolgens van meerwaarden belastbaar tegen 19,5 %; |
| 3° | en tenslotte van meerwaarden belastbaar tegen 21,5 %. |
VI. BIJZONDERE AANSLAGEN
32. De onderrichtingen verstrekt in de circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering, nrs. 931 en 932, blijven ongewijzigd van toepassing voor het aj. 1992.
VII. BELASTINGKREDIET
33. Ingevolge de opheffing door art. 5, D, W. 23.10.1991, van art. 135, WIB, wordt met ingang van het aj. 1992 geen B.K. meer toegestaan uit hoofde van inkomsten van aandelen of delen of van belegde kapitalen (1). (1) Te noteren dat met ingang van het aj. 1992 evenmin nog F.B.B. wordt toegestaan op inkomsten van aandelen of delen en van belegde kapitalen (zie art. 5, G, W. 23.10.1991).
VIII. WIJZIGING VAN DE DATUM VAN AFSLUITING VAN DE JAARREKENING
A. Principes
34. Art. 333, § 2, W. 22.12.1989 bepaalt dat elke wijziging die vanaf 01.11.1989 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening is aangebracht, zonder uitwerking is voor de toepassing van de nieuwe tarieven.
Die bepaling strekt er hoofdzakelijk toe te vermijden dat winsten die normaliter nog tegen de tarieven aj. 1991 moeten worden belast, reeds tegen de tarieven aj. 1992 zouden worden aangeslagen.
Die bepaling moet echter eveneens worden geëerbiedigd wanneer winsten, waarvoor de tarieven aj. 1992 normaliter reeds toepassing zouden hebben gevonden, nog onder de tarieven aj. 1991 vallen.
Een gelijkaardige bepaling is eveneens opgenomen in art. 9, § 8, W. 23.10.1991, waardoor elke wijziging die vanaf 24.07.1991 wordt aangebracht aan de datum van afsluiting van de jaarrekening zonder uitwerking is voor de toepassing van de opheffing van art. 135, WIB (zie nr. 33).
35. Omtrent de toepassing van voormelde principes kan worden verwezen naar circ. Ci.D.19/416.4334, 22e aflevering, nrs. 935 tot 937.
B. Voorbeeld
36. In het voorbeeld opgenomen onder het nr. II/938 van de voormelde circ. bedraagt de belastbare winst van die vennootschap voor het aj. 1992 (boekjaar 01.01.1991 -31.12.1991) 1.200.000 F. Niet terugbetaalbare voorheffingen : 20.000 F Terugbetaalbare voorheffingen : 25.000 F Er werden in 1991 geen V.A. verricht. Berekening van de aanslag : 1. Basisbelastingen Gewone aanslag : - periode 01.01.1991 tot 30.11.1991 : 1.000.000 F x 29 % = 290.000 F 150.000 F x 37 % = 55.500 F --------- 345.500 F 345.500 x 11/12 = 316.708 F - periode 01.12.1991 tot 31.12.1991 : 1.000.000 F x 28 % = 280.000 F 150.000 F x 36 % = 54.000 F --------- 334.000 F 334.000 F x 11/12 = 27.833 F ---------- Basisbelastingen : 344.541 F 2. Niet terugbetaalbare voorheffingen : - 20.000 F ---------- 324.541 F 3. Terugbetaalbare voorheffingen : - 25.000 F ---------- 299.541 F 4. Berekening van de vermeerdering wegens gebrek aan V.A. : 299.541 F x 22,5 % = 67.397 F ---------- 5. Te betalen belasting : 366.938 F ----------- ----------- IX. WEERSLAG VAN DE ART. 3, G, en 10, § 1, W. 23.10.1991, OP HET TARIEF VAN
DE AFZONDERLIJKE BELASTBARE MEERWAARDEN VOOR HET AJ. 1991
37. Bij vennootschappen die niet per kalenderjaar boekhouden en die hun jaarrekening na 31.08.1991 afsluiten kunnen de bepalingen opgenomen onder het nr. 14 (opheffing van art. 130, WIB en de inlassing van een overgangsbepaling) reeds van toepassing zijn vanaf het aj. 1991.
38. Bij dergelijke vennootschappen blijven de onderrichtingen opgenomen in de circ. Ci.D.19/416.334, 22e aflevering onder de nrs. II/920 tot 930 van toepassing op meerwaarden die uiterlijk op 31.08.1991 belastbaar worden.
39. Voormelde richtlijnen zijn daarentegen niet meer van toepassing op meerwaarden die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden. Dergelijke meerwaarden worden, behoudens de hiernavolgende uitzondering, belast tegen het volle tarief.
40. De meerwaarden die voorheen waren vrijgesteld met toepassing van art. 36, WIB, en die vanaf 01.09.1991 belastbaar worden tijdens een boekjaar verbonden aan het aj. 1991 worden belast tegen het tarief van 21,5 % (zie nr. 14, 2e lid).
Aangezien het gegevensborderel aj. 1991 niet voorziet in de mogelijkheid tot afzonderlijk belasten van meerwaarden tegen een tarief van 21,5 % moet die aanslag door de taxatiedienst worden gevestigd. De inschrijving van een 3 op regel 244 belet dat de informatiedrager wegens een fout in de berekening wordt geweigerd. Op de listing 289.11 wordt zulk geval de vermelding "CTR" (voor een informatiedrager met aanslagcode 11, 21 of 31) aangevuld met de vermelding "244=3").
Bron: FisconetPlus
