Aanschrijving nr. 31 dd. 17.10.1978

AANSCHRIJVING 78-031/3

Aanschrijving nr. 31 dd. 17.10.1978


Bijzondere regeling
Forfaitaire regeling
Forfait
Normale regeling
Voorraad
Overgang van belastingregeling
Inventaris
Inventaris van de voorraad
Kleinhandelaar
Wijziging van belastingregeling
Egalisatiebelasting


Hoofdstuk 3. Overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling of naar de normale regeling van de belasting.

Optiemogelijkheid.

43. Volgens artikel 56, § 2, vierde lid, van het Wetboek, "kunnen de kleine detaillisten opteren voor de toepassing van de belasting bij de leveringen van goederen die zij doen en de normale belastingregeling of de krachtens § 1, van hetzelfde artikel 56, ingestelde forfaitaire regeling genieten. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder die optie kan worden uitgeoefend."

44. Artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 19, van 20 juli 1970, tot regeling van de toepassing van de egalisatiebelasting, genomen in uitvoering van artikel 56, § 2, van het Wetboek en gewijzigd door artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 februari 1978 bepaalt:

"De optie bedoeld in artikel 56, § 2, vierde lid, van het Wetboek, moet worden uitgeoefend voor 15 maart, bij ter post aangetekende brief gericht aan het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert. Zij heeft uitwerking vanaf 1 april van hetzelfde jaar.

"De belastingplichtige die gebruik heeft gemaakt van zijn optierecht kan achteraf niet meer terugkeren naar de egalisatiebelasting" .

Verplichting om van regeling te veranderen.

45. Artikel 7 van voornoemd koninklijk besluit nr. 19, gewijzigd bij artikel 6 van het koninklijk besluit van 24 februari 1978, verplicht de kleine detaillist in bepaalde gevallen te verzaken aan de regeling egalisatiebelasting. Voornoemd artikel bepaalt inderdaad:

"Wanneer de kleine detaillist niet langer aan de egalisatiebelasting onderworpen is omdat de aard van zijn werkzaamheid niet meer beantwoordt aan de voorschriften van de artikelen 1 en 2, is hij gehouden daarvan binnen vijftien dagen schriftelijk kennis te geven aan het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert.

"Wanneer het totaalbedrag van de inkopen en invoeren van andere goederen dan bedrijfsmiddelen, meer bedraagt dan het bedrag bepaald in artikel 1 (4.500.000 F of 2.500.000 F naargelang van de activiteit), is de kleine detaillist onderworpen aan de normale regeling van de belasting of eventueel aan de forfaitaire regeling van artikel 56, § 1, van het Wetboek, voor de handelingen die vanaf 1 april van het volgende jaar verricht worden. Hij is ertoe gehouden het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert hiervan kennis te geven voor 15 maart, bij ter post aangetekende brief waarin hij eventueel preciseert te opteren voor de normale regeling; bij ontstentenis van dergelijke optie zal hij onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling indien hij de voorwaarden vervult die voor de toepassing van die regeling zijn bepaald."

Gevolgen van de overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling.

46. De overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling heeft voor gevolg:

1° de verplichting voor de belastingplichtige een inventaris van overgang op te maken (z. nrs. 48 tot 51);

2° de teruggaaf van de fiscale last die het gevolg is van de toepassing van de regeling egalisatiebelasting (z. nrs. 52 tot 55);

3° de noodzaak om de aldus belastingschoon gemaakte goederen te onderwerpen aan de forfaitaire regeling, waartoe de belastingplichtige toetreedt (z. nr. 56).

Afwijkingen op de dubbele regularisatie waarvan sprake onder 2 en 3 worden evenwel onder bepaalde voorwaarden toegestaan (z. nrs. 57 tot 59).

Ieder van deze punten, alsmede de toegestane afwijkingen, maken hierna het voorwerp uit van een afzonderlijke afdeling.

Gevolgen van de overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de normale regeling van de belasting.

47. De overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de normale regeling van de belasting heeft voor gevolg:

1° de verplichting voor de belastingplichtige een inventaris van overgang op te stellen (z. nrs. 48 tot 51);

2° de teruggaaf van de fiscale last die het gevolg is van de toepassing van de regeling egalisatiebelasting (z. nrs. 52 tot 55).

Hierna wordt ieder van die punten onderzocht (z. afdelingen 1 en 2).

Eerste afdeling. - Opmaken van een inventaris.

Reglementaire bepalingen die het opmaken van een inventaris voorschrijven.

48. Zowel artikel 92, § 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 2 (alleen voor de overgang naar de forfaitaire regeling) als artikel 16, § 2, van het koninklijk besluit nr. 19 (voor beide bedoelde gevallen) verplichten de belastingplichtige, die overgaat van de regeling egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling of naar de normale regeling van de belasting, een inventaris op te maken van zijn goederen in voorraad op het tijdstip van de overgang.

Vorm van de inventaris.

49. De bepalingen vervat in de nrs. 6 tot 8 hiervoor zijn, wat het opstellen van een inventaris betreft, van toepassing op de belastingplichtige onderworpen aan de regeling egalisatiebelasting, die overgaat naar de forfaitaire regeling of naar de normale regeling van de belasting, onder voorbehoud:

1° dat de inventaris bovendien een afzonderlijke kolom voorziet, per BTW- en egalisatiebelastingtarief die werden toegepast op het tijdstip van de aankoop of bij de invoer van de goederen in voorraad;

2° dat de inventaris, in geval van overgang naar de nor- male regeling, niet moet worden uitgesplitst in koopwarengroepen, zoals wordt voorgeschreven in geval van overgang naar de forfaitaire regeling.

50. Een model van de inventaris die in geval van overgang naar de forfaitaire regeling moet worden opgemaakt is opgenomen in bijlage II.

Dit model kan ook, met de nodige aanpassingen en rekening houdend met de hiervoor onder nr. 49, 2, bedoelde vereenvoudiging, gebruikt worden in geval van overgang naar de normale regeling.

Bestemming van de inventaris.

51. In dit verband wordt verwezen naar wat hiervoor ondernr. 10 wordt bepaald.

Afdeling 2. - Teruggaaf van de belastingen geheven van de in de inventaris opgenomen goederen.

Reglementaire bepaling die voorziet in de teruggaaf.

52. Artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit nr. 19 stelt dat "de kleine detaillist die niet langer aan de egalisatiebelasting onderworpen is teruggaaf kan verkrijgen van de belasting over de toegevoegde waarde en van de egalisatiebelasting die hij heeft voldaan bij de aanschaffing of de invoer van goederen die hij voor doorverkoop bestemt en die hij in voorraad heeft op het tijdstip van de wijziging van zijn belastingstelsel".

Terug te geven bedrag.

53. Zoals bepaald onder nr. 52, slaat de teruggaaf in principe op de BTW en op de egalisatiebelasting die werkelijk voldaan werden bij de aankoop of bij de invoer van de voor doorverkoop bestemde goederen in voorraad op het tijdstip van de overgang

54. Vermits het soms moeilijk is het terugbetaalbaar bedrag nauwkeurig te bepalen, is de administratie bereid elke vereenvoudigde berekening te aanvaarden die haar wordt voorgesteld, in zoverre natuurlijk het resultaat van die berekening niet leidt tot de teruggaaf van een hoger bedrag dan zou voortvloeien uit de toepassing van de normale regels.

Uitoefening van het recht op teruggaaf.

55. De teruggaaf vindt plaats op de in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, voorziene manier. Wat dit betreft wordt verwezen naar de bepalingen vervat in nr. 42, die tevens in onderhavig geval van toepassing zijn, onder dit voorbehoud dat het recht op teruggaaf wordt uitgeoefend bij het indienen van de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de inventaris bij het controlekantoor wordt ingediend.

Afdeling 3 - Toepassing van de forfaitaire taxatie op de goederen opgenomen in de inventaris ingeval van overgang naar de forfaitaire regeling.

56. De teruggaaf van de fiscale last die het gevolg is van de toepassing van de regeling egalisatiebelasting (z. nrs. 52 tot heeft voor gevolg dat de goederen in voorraad volledig belastingschoon in het nieuwe belastingstelsel komen. De stemt dus volkomen overeen met die welke zich voordoet wanneer een belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling van de belasting opteert voor de forfaitaire regeling.

Bijgevolg zijn in geval van overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling, al de regels vervat in de afdeling 2 van het eerste hoofdstuk (z. nrs. 11 tot 22) van toepassing. De te verrichten regularisatie is dus verschillend naargelang de belastingplichtige al dan niet een inventaris opmaakt bij het verstrijken van het jaar waarin de overgang plaatshad.

Afdeling 4. Afwijkingen die in geval van overgang naar de forfaitaire regeling worden toegestaan.

57. In geval de belastingplichtige overgaat naar de forfaitaire regeling, brengt de toepassing van de in de drie voorgaande afdelingen vervatte regels, zowel voor de belastingplichtige als voor de administratie, moeilijkheden mee die dikwijls niet in verhouding zijn met het op spel staande belang, wanneer men er rekening mee houdt:

- dat de fiscale last die uit de forfaitaire regeling voortvloeit in de plaats komt van die welke voortkwam van de regeling egalisatiebelasting;

- dat beide lasten, in principe, niet ver uit elkaar kunnen liggen.

58. Om die redenen, aanvaardt de administratie dat de overgang van de regeling egalisatiebelasting naar de forfaitaire regeling kan geschieden zonder terugbetaling noch latere regularisatie, wanneer de volgende voorwaarden verenigd zijn:

1° de belastingplichtige is voornemens de forfaitaire regeling zuiver en eenvoudig toe te passen (taxatie naarmate van de aankopen en van de invoeren, zonder opmaken van opeenvolgende jaarlijkse inventarissen);

2° de fiscale last van de forfaitaire regeling mag niet gevoelig hoger zijn dan die welke voortvloeit uit de regeling egalisatiebelasting.

59. De administratie behoudt zich het recht voor te oordelen of die tweede voorwaarde vervuld is. In het ontkennend geval, beperkt zij er zich toe van de belastingplichtige het saldo te eisen van de verschuldigde belasting na compensatie tussen de belastingdruk van de forfaitaire regeling en die van de regeling egalisatiebelasting; de betaling van dat saldo mag, overeenkomstig hetgeen gezegd is onder nr. 22, gespreid worden over de vier kalenderkwartalen van het jaar dat volgt op dat waarin de overgang plaatsvond.