Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 07.12.1990 (27ste afl.)
CIRC 07.12.90/1
Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 07.12.1990 (27ste afl.)
Bull. nr. 701, pag. 64
BIJZONDERE AANSLAG RPB
Aanslagvoeten.
Berekening.
Niet bewezen lasten of bedragen.
HERVORMINGSWET 1988
Bijzondere aanslag RPB.
INHOUDSTABEL NIET BEWEZEN KOSTEN Nrs. I. Wetteksten IV/1 II. Algemeen IV/2 III. Onderworpen belastingplichtigen en belastbare grondslag IV/3 IV. Berekening en tarief van de afzonderlijke bijzondere aanslag IV/4 V. Inwerkingtreding IV/5 I. WETTEKSTEN IV/1 Art. 33, § 2
§ 2. De in artikel 137, § 3, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek bedoelde lasten en bedragen worden onderworpen aan een afzonderlijke bijzondere aanslag berekend tegen hetzelfde tarief en op dezelfde wijze als in § 1, tweede lid, is bepaald (Luidens art. 33, § 1, 2e lid, hervormingswet 1988 worden, inzake Ven.B, de niet-bewezen lasten en bedragen aan een afzonderlijke bijzondere aanslag onderworpen tegen het tarief van 200 pct.).
Art. 35, § 1, 25 °
...
25° artikel 138, tweede lid, 4°:
...
Art. 39
Titel I van deze wet is van toepassing :
II. ALGEMEEN
IV/2 De art. 33, § 2 en 35, § 1, 25°, van de hervormingswet wijzigen inzake RPB, het huidige tarief van de afzonderlijke aanslag op niet-bewezen lasten of bedragen.
Tot nog toe werd het bedrag van de niet-bewezen lasten of bedragen ingevolge art. 138, 2e lid, 4°, WIB, onderworpen aan een afzonderlijke aanslag die gelijk was aan 67,5 pct. van het drievoudige van die lasten of bedragen.
Art. 35, § 1, 25°, van de hervormingswet heeft voormeld art. 138, 2e lid, 4°, WIB opgeheven met ingang van het aj. 1990.
In de plaats daarvan is vanaf aj. 1990 art. 33, § 2, van de hervormingswet van toepassing, luidens hetwelk op die niet-bewezen lasten of bedragen een afzonderlijke bijzondere aanslag van 200 pct. is verschuldigd.
III. ONDERWORPEN BELASTINGPLICHTIGEN EN BELASTBARE GRONDSLAG
IV/3 De bepalingen van voormeld art. 33, § 2, hebben geen wijzigingen aangebracht wat de onderworpen belastingplichtigen en de belastbare grondslag betreft.
De onderrichtingen van Com.IB 137/13 en 14 blijven dan ook van toepassing.
IV. BEREKENING EN TARIEF VAN DE AFZONDERLIJKE BIJZONDERE AANSLAG
IV/4 De afzonderlijke bijzondere aanslag wordt geheven tegen het tarief van 200 pct. op de hierboven bedoelde grondslag van de niet- bewezen lasten en bedragen. De richtlijnen die op dit vlak inzake Ven.B zijn verstrekt, zijn mutatis mutandis inzake RPB van toepassing (zie de nrs. III/605, III/606, 1° gedachtenstreepje en III/607, van de 21e aflevering van deze circ.).
V. INWERKINGTREDING
IV/5 Overeenkomstig art. 39, 1e lid, 1°, van de hervormingswet, is voormeld art. 33, § 2, van toepassing met ingang van het aj. 1990, d.w.z. voor het eerst op de tijdens het kalenderjaar 1989 betaalde niet- bewezen lasten of bedragen.
Circulaire nr. Ci.D.19/402.192 dd. 07.12.1990 (27ste afl.)
Bull. nr. 701, pag. 64
BIJZONDERE AANSLAG RPB
Aanslagvoeten.
Berekening.
Niet bewezen lasten of bedragen.
HERVORMINGSWET 1988
Bijzondere aanslag RPB.
INHOUDSTABEL NIET BEWEZEN KOSTEN Nrs. I. Wetteksten IV/1 II. Algemeen IV/2 III. Onderworpen belastingplichtigen en belastbare grondslag IV/3 IV. Berekening en tarief van de afzonderlijke bijzondere aanslag IV/4 V. Inwerkingtreding IV/5 I. WETTEKSTEN IV/1 Art. 33, § 2
| § | 1. ... |
Art. 35, § 1, 25 °
| § | 1. In het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden opgeheven : |
25° artikel 138, tweede lid, 4°:
...
Art. 39
Titel I van deze wet is van toepassing :
| 1° | met betrekking tot ... de artikelen ... 32 tot 35, ... met ingang van het aanslagjaar 1990; ... |
IV/2 De art. 33, § 2 en 35, § 1, 25°, van de hervormingswet wijzigen inzake RPB, het huidige tarief van de afzonderlijke aanslag op niet-bewezen lasten of bedragen.
Tot nog toe werd het bedrag van de niet-bewezen lasten of bedragen ingevolge art. 138, 2e lid, 4°, WIB, onderworpen aan een afzonderlijke aanslag die gelijk was aan 67,5 pct. van het drievoudige van die lasten of bedragen.
Art. 35, § 1, 25°, van de hervormingswet heeft voormeld art. 138, 2e lid, 4°, WIB opgeheven met ingang van het aj. 1990.
In de plaats daarvan is vanaf aj. 1990 art. 33, § 2, van de hervormingswet van toepassing, luidens hetwelk op die niet-bewezen lasten of bedragen een afzonderlijke bijzondere aanslag van 200 pct. is verschuldigd.
III. ONDERWORPEN BELASTINGPLICHTIGEN EN BELASTBARE GRONDSLAG
IV/3 De bepalingen van voormeld art. 33, § 2, hebben geen wijzigingen aangebracht wat de onderworpen belastingplichtigen en de belastbare grondslag betreft.
De onderrichtingen van Com.IB 137/13 en 14 blijven dan ook van toepassing.
IV. BEREKENING EN TARIEF VAN DE AFZONDERLIJKE BIJZONDERE AANSLAG
IV/4 De afzonderlijke bijzondere aanslag wordt geheven tegen het tarief van 200 pct. op de hierboven bedoelde grondslag van de niet- bewezen lasten en bedragen. De richtlijnen die op dit vlak inzake Ven.B zijn verstrekt, zijn mutatis mutandis inzake RPB van toepassing (zie de nrs. III/605, III/606, 1° gedachtenstreepje en III/607, van de 21e aflevering van deze circ.).
V. INWERKINGTREDING
IV/5 Overeenkomstig art. 39, 1e lid, 1°, van de hervormingswet, is voormeld art. 33, § 2, van toepassing met ingang van het aj. 1990, d.w.z. voor het eerst op de tijdens het kalenderjaar 1989 betaalde niet- bewezen lasten of bedragen.
Bron: FisconetPlus
