Aanschrijving nr. 1 dd. 08.03.1999
AANSCHRIJVING 99/001
Aanschrijving nr. 1 dd. 08.03.1999
Registratierechten
Verplichte aanbieding aan formaliteit der registratie
Afschaffing
Akten houdende overdracht bedoeld in Art. 11, W.BTW
Art. 1
In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999 werd de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen bekendgemaakt.
Deze aanschrijving bevat een korte toelichting van de ratio legis van de artikelen 50 en 56 tot 62 van die wet. Bijlage 1 bevat de betreffende wetsbepalingen. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Art. 2
Bij het koninklijk besluit van 12 december 1996 houdende maatregelen inzake strijd tegen de fiscale fraude en met het oog op een betere inning van de belasting ( B.S. 31.12.1996) (1), werd een nieuwe registratieverplichting ingevoerd (2) . Die had tot doel om in het kader van de bevordering van de efficiëntie van de invordering van directe belastingen, de diensten van de directe belasting snel te kunnen inlichten van overdrachten van (hoofdzakelijk) handelsfondsen door zelfstandigen.
(1)
Zie Instructie nr. 5/1997 van 14 februari 1997 van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen bevattende de circulaire van 23 januari 1997 van de Administratie van Fiscale Zaken.
(2)
Zie artikelen 19, 7° en 31, eerste lid. 1° ter, zoals in het Wb. Reg. ingevoegd bij het K.B. van 12.12.1996.
Art. 3
De vermelde artikelen van onderhavige wet hebben tot doel de indirecte kennisgeving van de overdracht van een handelszaak aan de diensten van de directe belastingen via de verplichte registratieformaliteit, te vervangen door een rechtstreekse kennisgeving van de overdracht door de betrokkenen aan de ontvanger van de directe belastingen (zie artikel 50 van de wet dat artikel 442 bis van het W.I.B. 1992 vervangt). De artikelen 56 tot 62 van de wet herstellen bijgevolg met ingang van hun inwerkingtreding de artikelen 19, 21^1, 31, 32, 33, 35 en 170 van het Wetboek der registratierechten in hun oorspronkelijke toestand, d.w.z. zoals ze luidden vóór ze werden gewijzigd bij het K.B. van 12 december 1996, maar met behoud, vanzelfsprekend, van de latere wijzigingen.
Art. 4
De artikelen 50 en 56 tot 62 van onderhavige wet treden in werking op 1 april 1999, zijnde de eerste dag van de derde maand na die waarin onderhavige wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt (zie art. 80, § 31 van de wet).
Art. 5
De administratieve voorschriften in verband met de kennisgevingen van de overdrachten van handelszaken, opgenomen in het mailbericht B/008/97 (3) van de 8 ste dienst van de C.A. Reg., vervallen bijgevolg ook met ingang van 1 april 1999.
(3)
met opschrift Overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling - Registratieverplichtingen. Kennisgevingen.
Namens de Minister:
De Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
Bijlage1 Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999 22 december 1998.- Wet houdende fiscale en andere bepalingen
ALBERT II, Koning der Belgen.
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
HoofdstukI. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
(...)
Art. 50.
Artikel 442 bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling:
«Art 442 bis . § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440, is de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, niet tegenstelbaar aan de ontvangers van de belastingen dan na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager.»
«§ 2. De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager na verloop van de in § 1 vermelde termijn, tot beloop van het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend vóór de afloop van de voornoemde termijn.»
«§ 3. De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de overdrager bij de akte van overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de in § 1 bedoelde ontvanger van de belastingen binnen dertig dagen die de kennisgeving van de overeenkomst voorafgaan.»
«De uitreiking van dit certificaat is afhankelijk van een door de overdrager ingediende aanvraag in tweevoud bij de bevoegde ontvanger van de belastingen van de woonplaats of maatschappelijke zetel van de overdrager.»
«Het certificaat wordt geweigerd door de ontvanger indien op de dag van de aanvraag een aanslag ten laste van de overdrager werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging van of tijdens een belastingonderzoek of na het verzenden van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn belastingtoestand.»
«Het certificaat wordt ofwel uitgereikt ofwel geweigerd binnen een termijn van dertig dagen na de indiening van de vraag van de overdrager.»
«§ 4. Niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel zijn de overdrachten die worden uitgevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.»
«§ 5. De in dit artikel bedoelde aanvraag en het in dit artikel bedoelde certificaat worden opgemaakt overeenkomstig de door de Minister van Financiën vastgestelde modellen.»
(...)
HoofdstukIII. Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 56.
In artikel 19 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1947, 12 juli 1960, 5 juli 1963 en 3 juli 1972 en het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Art. 57.
In artikel 21 1 van hetzelfde Wetboek, hernummerd bij de wet van 13 augustus 1947 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de woorden artikel 19, 2°, 3° of 7° vervangen door de woorden artikel 19, 2° of 3°.
Art. 58.
Artikel 31, eerste lid, 1° ter, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt opgeheven.
Art. 59.
Artikel 32, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt opgeheven.
Art. 60.
Artikel 33, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt opgeheven.
Art. 61.
In artikel 35, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek gewijzigd bij de wet van 14 april 1965 en het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de woorden artikel 19, 2°, 3°, 5° en 7° vervangen door de woorden artikel 19, 2°, 3° en 5°.
Art. 62.
In artikel 170, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de woorden artikel 19, 2°, 3° of 7° vervangen door de woorden artikel 19, 2° of 3°.
(...)
HoofdstukV. Niet-fiscale bepalingen
Art. 80.
De inwerkingtreding van deze wet wordt vastgesteld als volgt:
(...)
§ 31. De artikelen 50 en 56 tot 62 treden in werking de eerste dag van de derde maand na die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
(...)
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Bijlage2 Gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 19.
Moeten binnen de bij artikel 32 gestelde termijnen geregistreerd worden:
Behoudens wat nrs. 2, 3, en 5 betreft, worden in dit artikel alleen de in België verleden akten bedoeld.
Art. 21^1.
Wanneer een onderhandse of buitenlands verleden akte, behorende tot die welke bij artikel 19, 2° of 3°, zijn voorzien, ter registratie wordt aangeboden, moet bij die akte een door minstens één van de partijen voor echt verklaard afschrift gevoegd worden ofwel een dubbel van de akte, tenzij het gaat om een akte welke onder de minuten van een notaris in België berust of bij zijn minuten is gevoegd. Dit afschrift of dit dubbel blijft op het registratiekantoor berusten.
Art. 31.
Er bestaat verplichting tot ondertekening en tot aanbieding ter registratie, binnen de bij artikel 33 gestelde termijnen, van een verklaring in onderstaande gevallen:
Deze door de contracterende partijen of door een harer ondertekende verklaring wordt in dubbel opgemaakt, waarvan een exemplaar ter registratiekantore blijft berusten. Daarin worden vermeld: aard en doel van de overeenkomst, datum ervan of datum van het nieuwe feit dat de verschuldigdheid van het recht heeft doen ontstaan, aanwijzing van de partijen, omvang van de goederen, belastbare grondslag en alle voor de vereffening van de belasting nodige gegevens.
Vanaf het verstrijken van vorenstaande termijnen wordt de door een der partijen ondertekende verklaring als van al de partijen uitgaande aangezien.
Art. 32.
De termijnen, binnen welke de aanbieding ter registratie moet plaats hebben van verplichtend aan de formaliteit der registratie onderworpen akten, zijn:
Art. 33.
De termijn, binnen welke de in artikel 31 voorziene verklaringen ter registratie moeten aangeboden worden, is vier maand ingaande met de datum van de overeenkomst of, in voorkomend geval, van de vervulling van de voorwaarde welke de heffing van het recht heeft geschorst.
(...)
Art. 35.
De verplichting tot aanbieding ter registratie van akten of verklaringen en tot betaling van de desbetreffende rechten en gebeurlijk de geldboeten, waarvan de vorderbaarheid uit bewuste akten of verklaringen blijkt, berust ondeelbaar:
De verplichting tot aanbieding ter registratie van de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken berust op de griffiers. In afwijking van artikel 5 worden deze arresten en vonnissen in debet geregistreerd.
De verplichting tot betaling van de rechten waarvan de vorderbaarheid blijkt uit arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken houdende veroordeling, vereffening of rangregeling rust:
Zo op een vonnis of arrest verschuldigde rechten en boeten slaan op een overeenkomst waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, zijn die rechten en boeten ondeelbaar verschuldigd door de personen die partijen bij de overeenkomst zijn geweest.
De rechten en, in voorkomend geval, de geldboeten worden betaald binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de verzending van het betalingsbericht bij ter post aangetekende brief door de ontvanger der registratie.
Art. 170.
Wanneer, in een andere dan een vonnis of arrest aan de formaliteit onderworpen authentieke akte, melding wordt gemaakt van een onderhandse akte of van een buitenlands verleden akte vallende in de termen van artikel 19, 2° of 3°, moet die authentieke akte afschrift van de vermelding der registratie van bedoelde akte bevatten.
Indien die akte niet geregistreerd werd, dan wordt daarvan in de authentieke akte melding gemaakt.
Alle overtreding van dit artikel wordt gestraft met een boete van 1000 frank ten laste van de werkende ambtenaar of openbare officier.
(4) lees: de schenkingen van toekomstige goederen gedaan tussen echtgenoten gedurende het huwelijk.
lees: de schenkingen van toekomstige goederen gedaan tussen echtgenoten gedurende het huwelijk.
Aanschrijving nr. 1 dd. 08.03.1999
Registratierechten
Verplichte aanbieding aan formaliteit der registratie
Afschaffing
Akten houdende overdracht bedoeld in Art. 11, W.BTW
Art. 1
In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999 werd de wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen bekendgemaakt.
Deze aanschrijving bevat een korte toelichting van de ratio legis van de artikelen 50 en 56 tot 62 van die wet. Bijlage 1 bevat de betreffende wetsbepalingen. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Art. 2
Bij het koninklijk besluit van 12 december 1996 houdende maatregelen inzake strijd tegen de fiscale fraude en met het oog op een betere inning van de belasting ( B.S. 31.12.1996) (1), werd een nieuwe registratieverplichting ingevoerd (2) . Die had tot doel om in het kader van de bevordering van de efficiëntie van de invordering van directe belastingen, de diensten van de directe belasting snel te kunnen inlichten van overdrachten van (hoofdzakelijk) handelsfondsen door zelfstandigen.
(1)
Zie Instructie nr. 5/1997 van 14 februari 1997 van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen bevattende de circulaire van 23 januari 1997 van de Administratie van Fiscale Zaken.
(2)
Zie artikelen 19, 7° en 31, eerste lid. 1° ter, zoals in het Wb. Reg. ingevoegd bij het K.B. van 12.12.1996.
Art. 3
De vermelde artikelen van onderhavige wet hebben tot doel de indirecte kennisgeving van de overdracht van een handelszaak aan de diensten van de directe belastingen via de verplichte registratieformaliteit, te vervangen door een rechtstreekse kennisgeving van de overdracht door de betrokkenen aan de ontvanger van de directe belastingen (zie artikel 50 van de wet dat artikel 442 bis van het W.I.B. 1992 vervangt). De artikelen 56 tot 62 van de wet herstellen bijgevolg met ingang van hun inwerkingtreding de artikelen 19, 21^1, 31, 32, 33, 35 en 170 van het Wetboek der registratierechten in hun oorspronkelijke toestand, d.w.z. zoals ze luidden vóór ze werden gewijzigd bij het K.B. van 12 december 1996, maar met behoud, vanzelfsprekend, van de latere wijzigingen.
Art. 4
De artikelen 50 en 56 tot 62 van onderhavige wet treden in werking op 1 april 1999, zijnde de eerste dag van de derde maand na die waarin onderhavige wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt (zie art. 80, § 31 van de wet).
Art. 5
De administratieve voorschriften in verband met de kennisgevingen van de overdrachten van handelszaken, opgenomen in het mailbericht B/008/97 (3) van de 8 ste dienst van de C.A. Reg., vervallen bijgevolg ook met ingang van 1 april 1999.
(3)
met opschrift Overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling - Registratieverplichtingen. Kennisgevingen.
Namens de Minister:
De Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
Bijlage1 Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999 22 december 1998.- Wet houdende fiscale en andere bepalingen
ALBERT II, Koning der Belgen.
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
HoofdstukI. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
(...)
Art. 50.
Artikel 442 bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling:
«Art 442 bis . § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440, is de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, niet tegenstelbaar aan de ontvangers van de belastingen dan na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de ontvanger van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager.»
«§ 2. De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden verschuldigd door de overdrager na verloop van de in § 1 vermelde termijn, tot beloop van het bedrag dat reeds door hem is gestort of verstrekt, of van een bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend vóór de afloop van de voornoemde termijn.»
«§ 3. De §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de overdrager bij de akte van overdracht een certificaat voegt dat uitsluitend met dit doel is opgemaakt door de in § 1 bedoelde ontvanger van de belastingen binnen dertig dagen die de kennisgeving van de overeenkomst voorafgaan.»
«De uitreiking van dit certificaat is afhankelijk van een door de overdrager ingediende aanvraag in tweevoud bij de bevoegde ontvanger van de belastingen van de woonplaats of maatschappelijke zetel van de overdrager.»
«Het certificaat wordt geweigerd door de ontvanger indien op de dag van de aanvraag een aanslag ten laste van de overdrager werd gevestigd die een zekere en vaststaande schuld vormt of indien de aanvraag is ingediend na de aankondiging van of tijdens een belastingonderzoek of na het verzenden van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn belastingtoestand.»
«Het certificaat wordt ofwel uitgereikt ofwel geweigerd binnen een termijn van dertig dagen na de indiening van de vraag van de overdrager.»
«§ 4. Niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel zijn de overdrachten die worden uitgevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.»
«§ 5. De in dit artikel bedoelde aanvraag en het in dit artikel bedoelde certificaat worden opgemaakt overeenkomstig de door de Minister van Financiën vastgestelde modellen.»
(...)
HoofdstukIII. Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 56.
In artikel 19 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1947, 12 juli 1960, 5 juli 1963 en 3 juli 1972 en het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
| 1° | in het eerste lid wordt de bepaling onder 7° opgeheven; |
| 2° | in het tweede lid worden de woorden nrs. 2, 3, 5 en 7 vervangen door de woorden nrs. 2, 3 en 5. |
Art. 57.
In artikel 21 1 van hetzelfde Wetboek, hernummerd bij de wet van 13 augustus 1947 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de woorden artikel 19, 2°, 3° of 7° vervangen door de woorden artikel 19, 2° of 3°.
Art. 58.
Artikel 31, eerste lid, 1° ter, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt opgeheven.
Art. 59.
Artikel 32, 9°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt opgeheven.
Art. 60.
Artikel 33, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, wordt opgeheven.
Art. 61.
In artikel 35, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek gewijzigd bij de wet van 14 april 1965 en het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de woorden artikel 19, 2°, 3°, 5° en 7° vervangen door de woorden artikel 19, 2°, 3° en 5°.
Art. 62.
In artikel 170, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1996, worden de woorden artikel 19, 2°, 3° of 7° vervangen door de woorden artikel 19, 2° of 3°.
(...)
HoofdstukV. Niet-fiscale bepalingen
Art. 80.
De inwerkingtreding van deze wet wordt vastgesteld als volgt:
(...)
§ 31. De artikelen 50 en 56 tot 62 treden in werking de eerste dag van de derde maand na die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
(...)
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Bijlage2 Gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 19.
Moeten binnen de bij artikel 32 gestelde termijnen geregistreerd worden:
| 1° | de akten van notarissen; de exploten en processen-verbaal van gerechtsdeurwaarders; de arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken die bepalingen bevatten welke door deze titel aan een evenredig recht onderworpen worden; |
| 2° | de akten waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt; |
| 3° | de akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen; |
| 4° | de processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende voorwerpen; |
| 5° | de akten houdende inbreng van goederen in vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd; |
| 6° | (...) |
| 7° | (...) |
Behoudens wat nrs. 2, 3, en 5 betreft, worden in dit artikel alleen de in België verleden akten bedoeld.
Art. 21^1.
Wanneer een onderhandse of buitenlands verleden akte, behorende tot die welke bij artikel 19, 2° of 3°, zijn voorzien, ter registratie wordt aangeboden, moet bij die akte een door minstens één van de partijen voor echt verklaard afschrift gevoegd worden ofwel een dubbel van de akte, tenzij het gaat om een akte welke onder de minuten van een notaris in België berust of bij zijn minuten is gevoegd. Dit afschrift of dit dubbel blijft op het registratiekantoor berusten.
Art. 31.
Er bestaat verplichting tot ondertekening en tot aanbieding ter registratie, binnen de bij artikel 33 gestelde termijnen, van een verklaring in onderstaande gevallen:
| 1° | wanneer een overeenkomst, waarbij eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, niet bij een akte is vastgesteld; |
| 1°bis | wanneer een inbreng van goederen in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, niet bij een akte is vastgesteld; |
| 1°ter | (...) |
| 2° | wanneer de voorwaarde die de heffing van een recht heeft geschorst, vervuld wordt; |
| 3° | in de in artikelen 74 en 75 bedoelde gevallen. |
Deze door de contracterende partijen of door een harer ondertekende verklaring wordt in dubbel opgemaakt, waarvan een exemplaar ter registratiekantore blijft berusten. Daarin worden vermeld: aard en doel van de overeenkomst, datum ervan of datum van het nieuwe feit dat de verschuldigdheid van het recht heeft doen ontstaan, aanwijzing van de partijen, omvang van de goederen, belastbare grondslag en alle voor de vereffening van de belasting nodige gegevens.
Vanaf het verstrijken van vorenstaande termijnen wordt de door een der partijen ondertekende verklaring als van al de partijen uitgaande aangezien.
Art. 32.
De termijnen, binnen welke de aanbieding ter registratie moet plaats hebben van verplichtend aan de formaliteit der registratie onderworpen akten, zijn:
| 1° | voor akten van notarissen, vijftien dagen; Evenwel is deze termijn gesteld op vier maand, ingaande met de dag van het overlijden der erflaters of schenkers, voor testamenten en voor daarmede bij artikel 141, 3°, 2e alinea, gelijkgestelde schenkingen (4), voor akten van derzelver herroeping, voor verklaringen betreffende testamenten in internationale vorm en voor akten van bewaargeving van een testament door de erflater; |
| 2° | voor akten van gerechtsdeurwaarders andere dan protesten, vier dagen; |
| 3° | voor arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, tien dagen; |
| 4° | voor akten waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, vier maand; |
| 5° | voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen, vier maand; |
| 6° | voor processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende goederen opgemaakt door bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, één maand; |
| 7° | voor akten houdende inbreng van goederen in vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, vier maand; |
| 8° | voor protesten acht dagen te rekenen vanaf de datum van inschrijving van het protest in het door de centrale depositaris overeenkomstig artikel 9 van de protestwet van 3 juni 1997 gehouden repertorium; |
| 9° | (...) |
Art. 33.
De termijn, binnen welke de in artikel 31 voorziene verklaringen ter registratie moeten aangeboden worden, is vier maand ingaande met de datum van de overeenkomst of, in voorkomend geval, van de vervulling van de voorwaarde welke de heffing van het recht heeft geschorst.
(...)
Art. 35.
De verplichting tot aanbieding ter registratie van akten of verklaringen en tot betaling van de desbetreffende rechten en gebeurlijk de geldboeten, waarvan de vorderbaarheid uit bewuste akten of verklaringen blijkt, berust ondeelbaar:
| 1° | op de notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten aanzien van de akten van hun ambt andere dan de protesten; |
| 2° | op de centrale depositaris bedoeld in artikel 2 van de protestwet van 3 juni 1997, ten aanzien van de protesten; |
| 3° | (...) |
| 4° | de notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten aanzien van de akten, overeenkomstig artikel 26 aan hun akten gehecht of in hun handen neergelegd, zonder voorafgaande registratie; |
| 5° | op de bestuursoverheden en agenten van Staat, provincie, gemeenten en openbare instellingen, ten aanzien van de door hen opgemaakte akten; |
| 6° | op de contracterende partijen, ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten, waarvan sprake in artikel 19, 2°, 3° en 5°, en ten aanzien van de in artikel 31 voorziene verklaringen; |
| 7° | (...) |
De verplichting tot aanbieding ter registratie van de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken berust op de griffiers. In afwijking van artikel 5 worden deze arresten en vonnissen in debet geregistreerd.
De verplichting tot betaling van de rechten waarvan de vorderbaarheid blijkt uit arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken houdende veroordeling, vereffening of rangregeling rust:
| 1° | op de verweerders, elkeen in de mate waarin de veroordeling, vereffening of rangregeling te zijnen laste wordt uitgesproken of vastgesteld, en op de verweerders hoofdelijk in geval van hoofdelijke veroordeling; |
| 2° | op de eisers naar de mate van de veroordeling, vereffening of rangregeling, die ieder van hen heeft verkregen, zonder evenwel de helft van de sommen of waarden die ieder van hen als betaling ontvangt te overschrijden. |
Zo op een vonnis of arrest verschuldigde rechten en boeten slaan op een overeenkomst waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, zijn die rechten en boeten ondeelbaar verschuldigd door de personen die partijen bij de overeenkomst zijn geweest.
De rechten en, in voorkomend geval, de geldboeten worden betaald binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de verzending van het betalingsbericht bij ter post aangetekende brief door de ontvanger der registratie.
Art. 170.
Wanneer, in een andere dan een vonnis of arrest aan de formaliteit onderworpen authentieke akte, melding wordt gemaakt van een onderhandse akte of van een buitenlands verleden akte vallende in de termen van artikel 19, 2° of 3°, moet die authentieke akte afschrift van de vermelding der registratie van bedoelde akte bevatten.
Indien die akte niet geregistreerd werd, dan wordt daarvan in de authentieke akte melding gemaakt.
Alle overtreding van dit artikel wordt gestraft met een boete van 1000 frank ten laste van de werkende ambtenaar of openbare officier.
(4) lees: de schenkingen van toekomstige goederen gedaan tussen echtgenoten gedurende het huwelijk.
lees: de schenkingen van toekomstige goederen gedaan tussen echtgenoten gedurende het huwelijk.
Bron: FisconetPlus
