Circulaire 2019/C/87 betreffende de definitieve vrijstelling - Persoonlijke goederen verkregen in het kader van een erfopvolging
FOD Financiën, 05.09.2019
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstafel
BIJLAGE II -
1. Inleiding
1. Deze circulaire regelt de vrijstelling van de rechten en de BTW bij invoer bij de definitieve invoer van persoonlijke goederen in België verkregen in het kader van een erfopvolging zowel door natuurlijke als rechtspersonen.
Inzake accijnsrechten is er GEEN ENKELE vrijstelling van toepassing.
Enkel goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU kunnen in aanmerking komen voor deze vrijstelling.
Voor de praktische modaliteiten voor het opmaken van de invoeraangiften, is het nuttig om de website ED en de betrokken werkmethodes te raadplegen.
2. Definities
2. Voor de toepassing van deze circulaire verstaat men onder:
“normale verblijfplaats”: de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.
De normale verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt wanneer de belanghebbende in een lidstaat verblijft voor een opdracht van een bepaalde duur. Het feit dat school wordt gelopen of een school wordt bezocht, houdt niet in dat de normale verblijfplaats wordt verplaatst. (Art. 12, §2, 1° van het KB nr. 7 van 29 december 1992, omzetting in het Belgisch recht van de Richtlijn 2009/55/EC).
Maar in de omstandigheden waarin de persoon in een derde land zowel persoonlijke als professionele banden heeft en in een lidstaat persoonlijke banden moet voor het vaststellen van zijn normale verblijfplaats in de zin van artikel 3 van de Verordening DV een bijzonder belang gehecht worden aan de verblijfsduur van de betreffende persoon in dit derde land.
“Persoonlijke goederen”(art. 2, §1, punt c) van de Verordening DV): goederen die voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden dienen. Persoonlijke goederen zijn met name: i) roerende goederen en voorwerpen, ii) fietsen en motorfietsen, automobielen voor particulier gebruik en aanhangwagens daarvan, kampeerwagens, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen. Huishoudelijke voorraden die overeenkomen met een normale gezinsbevoorrading, kleine huisdieren en rijdieren, alsmede draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die de belanghebbende nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep, zijn eveneens persoonlijke goederen. Persoonlijke goederen mogen door hun aard of hoeveelheid geen commerciële bijbedoeling laten blijken.
“Alcoholische producten” (art. 2, §1, punt e) van de Verordening DV): de producten (bier, wijn, aperitieven op basis van wijn of alcohol, gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken, enz.) die onder de posten 2203.00 tot 2208.90 van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem vallen.
“Verordening DV”: Verordening (EG) 1186/2009.
3. Wettelijke grondslagen
3. De wettelijke grondslagen waarvan de teksten als bijlage bij deze circulaire zijn toegevoegd, zijn de volgende:
1) Artikel 17 tot 20 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.
2) Artikel 16 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de BTW en tot omzetting van artikel 9 van de Richtlijn (EG) 2009/55 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de belastingvrijstellingen bij definitief binnenbrengen uit een lidstaat van persoonlijke goederen door particulieren.
3) Er is geen wettelijke basis voor de vrijstelling inzake accijnzen.
4. Bevoegdheden inzake toekenning van de vrijstelling
4.1. De erfgenaam is een natuurlijke persoon
4. Het plaatselijke hoofd van de douane van het invoerkantoor is bevoegd om toestemming te verlenen om met vrijstelling in te voeren wanneer de goederen vóór het verstrijken van de voorgeschreven termijn van twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de goederen in bezit zijn gesteld van de erfgenaam (definitieve regeling van de erfenis).
5. De Gewestelijke Directeur der douane en accijnzen van de woonplaats van de betrokken erfgenaam is bevoegd om ter zake te beslissen wanneer de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven na het verstrijken van de voorziene termijn en er aldus bijzondere omstandigheden vereist zijn om de vrijstelling vooralsnog te kunnen verlenen (art. 19, lid 1 van de Verordening DV).
4.2. De erfgenaam is een rechtspersoon
6. De Gewestelijke Directeur der douane en accijnzen over de plaats van vestiging van de betrokken erfgenaam beslist eveneens over het verlenen van de vrijstelling in de gevallen van invoer van persoonlijke goederen verworven door een erfenis bij testament door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en in België is gevestigd (art 20 Verordening DV).
5. Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling
7. Krachtens de artikelen 17 tot 20 van de Verordening DV wordt de vrijstelling toegekend voor de persoonlijke goederen die de erfenis van de overledene vormen en welke zijn verkregen door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Unie heeft door erfopvolging bij versterf of door erfopvolging bij testament, dan wel door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en welke in het douanegebied van de Unie is gevestigd door erfopvolging bij testament.
Het is ook nuttig om de circulaire “Definitieve vrijstellingen – Algemeenheden” 2018/C/105 te raadplegen.
5.1. Voorwaarden betreffende de goederen
8. Voor de toekenning van deze vrijstelling moet het gaan om persoonlijke goederen verkregen door erfopvolging.
5.2. Uitsluitingen
9. Van de vrijstelling zijn uitgesloten:
- Alcoholische producten;
- Tabak en tabaksproducten
- Bedrijfsvoertuigen
- Materieel voor beroepsdoeleinden, uitgezonderd draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor de uitoefening van het beroep van de overledene;
- Voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten;
- Levend vee en voorraden landbouwproducten die de met de normale gezinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden.
5.3. Voorwaarden met betrekking tot personen
10. De vrijstelling wordt verleend aan zowel natuurlijke als rechtspersonen.
Met betrekking tot natuurlijke personen wordt de vrijstelling verleend voor zover deze zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Unie heeft.
Met betrekking tot rechtspersonen wordt de vrijstelling verleend voor zover deze een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en in het douanegebied van de Unie gevestigd is. Als bewijs dat het ter zake om een aan die normen beantwoordende rechtspersoon gaat, dient bij de aanvraag een afschrift van het uittreksel uit het Belgisch Staatsblad te zijn gevoegd, waarin de statuten van deze rechtspersoon zijn omschreven (bij ontstentenis daarvan kan eventueel ook genoegen worden genomen met een notariële akte daaromtrent). De plaats van vestiging van de rechtspersoon kan blijken uit bedoeld uittreksel, dan wel uit een ander aanvaardbaar bescheid ter zake.
5.4. Voor de invoer van goederen vastgestelde termijn
11. Voor de persoonlijke goederen die door erfopvolging bij versterf of door erfopvolging bij testament zijn verkregen, kan de vrijstelling, in principe, slechts worden verleend (cf. art. 19, § 1 van de Verordening DV) wanneer de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven ten laatste twee jaar na de datum waarop de goederen in bezit zijn gesteld (definitieve regeling van de erfopvolging). Deze datum moet aan de douane bewezen kunnen worden.
Als datum waarop de goederen in bezit zijn van de erfgenaam wordt, volgens het geval, aangemerkt
-In geval van erfopvolging bij versterf: de datum van het overlijden van de erflater. Deze datum kan worden vastgesteld aan de hand van een voor de douaneautoriteiten aanvaardbaar document (zie punt 6.3).
-In geval van erfopvolging bij testament: de datum waarop de erfgenaam werkelijk het eigendomsrecht heeft verworven van de betrokken goederen. Deze datum kan worden vastgesteld aan de hand van een voor de douaneautoriteiten aanvaardbaar document (zie punt 6.3).
Het kan echter moeilijk zijn om vast te stellen in welk geval u zich (erfopvolging bij versterf of bij testament) bevindt; de erfenisregelingen verschillen soms sterk van land tot land. Het is dus noodzakelijk de datum vast te stellen waarop de erfgenaam volledig over het goed beschikte (volledige eigendom), te verwijzen naar de voorgelegde documenten en, indien nodig, aanvullende bewijsstukken te vragen. In het algemeen kunnen de betrokken douanediensten echter faciliteiten met betrekking tot de over te leggen documenten verlenen indien de erfenis van weinig belang en/of waarde is.
5.5. Afwijking van de voorwaarden
12. Indien hij wenst af te wijken van de voorwaarden [cf. art. 19, §1 (twee jaar na de datum van bezit van de goederen) van de Verordening DV], moet de betrokkene een schriftelijk, gedateerd en ondertekend CERTIFICAAT voorleggen waarin hij de bijzondere omstandigheden vermeldt die de toekenning van de vrijstelling kunnen rechtvaardigen.
Indien de aangevoerde omstandigheden dit vereisen, moet het certificaat worden gestaafd met de noodzakelijk geachte documenten.
Voorbeelden van afwijkingen:
-Een ernstige langdurige ziekte verhindert de betrokkene om binnen twee jaar in te voeren. In dit geval kan een medisch attest vereist zijn.
-Moeilijkheden bij het verkrijgen van officiële certificaten kunnen ook een afwijking rechtvaardigen. In dit geval kunnen een chronologie van de genomen stappen en de respectieve termijnen het verzoek ondersteunen.
Het loutere stilzwijgen van de betrokkene is op geen enkele wijze een bijzondere omstandigheid die een afwijking rechtvaardigt.
6. Procedure
6.1. Aanvraag
13. De aanvraag (schriftelijk en elektronisch indien mogelijk) van toelating om met een vrijstelling in te voeren, moet ten laatste op het ogenblik van de invoer van de goederen ingediend worden bij de dienst aangeduid door de Administratie Operaties.
6.2. Lijst
14. Samen met zijn aanvraag moet de aanvrager een goederenlijst indienen met een gedetailleerde beschrijving van de goederen, met hun gebruikelijke benaming, alsook de waarde van elk voorwerp. De diverse posten op de lijst worden voorafgegaan door een ononderbroken reeks van volgnummers.
Na elke post wordt de witte ruimte doorgehaald zodat aanvullingen die achteraf worden aangebracht goed zichtbaar zijn. De lijst wordt eveneens in pdf-formaat opgemaakt en bij de aanvraag tot vrijstelling gevoegd.
15. De lijst in kwestie moet door de volgende hoofding voorafgaan:
“Persoonlijke goederen verkregen in het kader van een erfopvolging door . . . . . . . . . . . . . . . (naam, voornaam en volledig persoonlijk adres van de betrokken erfgenaam).”
Elk exemplaar van de lijst moet ondertekend zijn door de erfgenaam en, in voorkomend geval, eveneens door zijn lasthebber (met uitsluiting van de vervoerder).
Ter identificatie van de betrokken perso(o)n(en), ter controle omtrent de juistheid van het opgegeven adres en om na te gaan of de handtekening(en) op de lijst echt is(zijn), doet de bevoegde dienst zich de nodig geachte bewijsstukken voorleggen (identiteitsstukken, paspoorten, volmachten, enz.).
6.3. Bewijsstukken
16. Een voor de Douane aanvaardbaar officieel document waarin wordt verklaard dat de genoemde persoon (erfgenaam) eigenaar is geworden door vererving van de in detail beschreven goederen. Dit bewijs kan worden geleverd door overlegging van een notariële akte, een attest van een notaris, een fiscale aangifte van nalatenschap, een testament, een attest van een autoriteit van het land waar de erflater woont of van het land van waaruit de goederen oorspronkelijk werden verzonden of van een Belgische diplomatieke of consulaire autoriteit die in een van deze landen gevestigd is, of door enig ander bewijskrachtig document (bijvoorbeeld een afschrift of uittreksel van een splitsingsakte, één van de bovengenoemde documenten met een afschrift of uittreksel van een verklaring van erfopvolging; dit afschrift of uittreksel moet altijd worden gewaarmerkt door een bevoegde autoriteit, zoals een notaris, een ontvanger van successierechten, enz.)
De handtekening van de buitenlandse notaris of ambtenaar moet worden gewaarmerkt door een buitenlandse instantie of door een Belgische diplomatieke of consulaire instantie die in het land van de ondertekenaar is gevestigd tenzij er overeenkomsten zijn die België en het betrokken derde land vrijstellen van deze formaliteit.
De douane behoudt de mogelijkheid tot appreciatie van het aangeleverde bewijsstuk.
6.4. Onmiddellijke beslissing tot toekenning van de vrijstelling bij de invoer
17. Wanneer de bevoegde dienst over alle noodzakelijke elementen beschikt die nuttig zijn om te kunnen beslissen over het toekennen van de vrijstelling, vindt de invoer plaats onder dekking van een aangifte waarin onder andere de code “C04” staat in de tweede onderverdeling van vak 37.
Indien de vrijstelling wordt verleend en indien de erfenis verschillende voorwerpen omvat waarvan de indeling per tariefpost verhoudingsgewijs al te tijdrovend zou zijn, mag de aangever, wanneer hij dit wenst, de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de tariefposten op de aangifte vervangen door de volgende vermelding: “Erfgoederen ingevoerd met definitieve vrijstelling – zie bijgaande lijst – toepassing van Circulaire erfopvolging – 2019/C/X”.
18. Voor de goederen waarvoor geen vrijstelling wordt verleend, moeten de betrokken belastingen betaald worden. Hun eventuele wederuitvoer kan slechts plaatsvinden voor de beslissing betreffende het toekennen van de vrijstelling door het lokaal hoofd van het invoerkantoor.
De goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend alsook deze waarvoor geen vrijstelling wordt verleend (en deze waarvoor de vrijstelling niet wordt gevraagd bij de invoer) moeten het voorwerp van verschillende aangiften uitmaken.
In dit geval moet er aan de exemplaren van de verschillende aangiften een nieuwe lijst worden toegevoegd waarin de goederen die op deze aangiften staan vermeld worden (er kan eventueel gebruik worden gemaakt van een kopie van de originele lijst waarop de goederen die niet op de aanzuiveringsaangifte staan, moeten worden geschrapt).
Dit zou het geval zijn wanneer er voor een deel van de goederen onmiddellijk een beslissing kan worden genomen, terwijl er voor het andere deel een voorwaardelijke vrijstelling moet worden verleend.
6.5. Invoer van goederen in meerdere keren
19. De persoonlijke goederen verkregen in het kader van erfopvolging kunnen in meerdere keren en door meerdere kantoren worden ingevoerd.
Elke zending die afzonderlijk bij een kantoor wordt aangeboden, moet per geval worden onderzocht.
Indien de aanvrager voorheen geen enkele invoer heeft verricht bij het betrokken kantoor, moeten alle noodzakelijke stukken en bewijzen opnieuw worden voorgelegd
In het andere geval kunnen alle stukken en bewijzen die reeds in het bezit zijn van de betrokken douanediensten of een gedeelte ervan worden gebruikt als bewijsstuk zonder dat de particulier een volledig nieuw dossier moet indienen: een digitale kopie van het bij een andere douanedienst reeds ingediende dossier volstaat.
De belanghebbende moet de aard, het nummer en de datum van de douanedocumenten vermelden die voor de voorgaande invoerverrichting(en) gevalideerd werden.
6.6. Voorwaardelijke vrijstelling
6.6.1. Voorwaardelijke vrijstelling
20. Twee gevallen doen zich voor:
a) Wanneer er geen of onvoldoende bewijs is:
-wanneer niet alle elementen beschikbaar zijn om een eindbeslissing te nemen (er ontbreken bijvoorbeeld bewijsstukken);
-wanneer bepaalde documenten ontbreken en niet kan worden vastgesteld welke autoriteit bevoegd is om over de toekenning van de vrijstelling te beslissen (bijvoorbeeld indien de datum waarop het goed in het bezit van de erfgenaam is gesteld, niet is meegedeeld);
b) Wanneer een andere regionale of nationale dienst bevoegd is om de vrijstelling toe te kennen.
In die gevallen laat het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor de goederen met voorwaardelijke vrijstelling toe, onder dekking van een aangifte, met zekerheidstelling. De aangifte wordt gevalideerd voor de termijn nodig om het dossier af te handelen met een maximum van ZES MAANDEN.
De reden voor het toelaten van de goederen onder voorwaardelijke vrijstelling wordt vermeld in het desbetreffende vak van de aangifte. De woorden "Erfgoederen ingevoerd met voorwaardelijke vrijstelling – zie bijgaande lijst – toepassing van Circulaire erfopvolging 2019/C/X”.
De zekerheid inzake invoerrechten moet het totaal van de in het spel zijnde rechten afdekken en wordt als volgt berekend:
-Forfaitaire heffing van 10% op de totale waarde van de goederen toegelaten met voorwaardelijke vrijstelling (met uitzondering van voertuigen)
-Normale heffing op basis van de actuele waarde voor de motorvoertuigen, aanhangwagens en kampeerwagens;
De zekerheid inzake BTW wordt berekend op basis van 21% van de waarde van alle betrokken goederen, voertuig inbegrepen, vermeerderd met de invoerrechten.
6.6.2. Zending bevat een groot aantal verschillende voorwerpen – geen tariefindeling
21. Indien de vrijstelling wordt verleend en indien de zending een groot aantal verschillende voorwerpen omvat waarvan de indeling per tariefpost verhoudingsgewijs al te tijdrovend zou zijn, mag de aangever, wanneer hij dit wenst, de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de tariefposten vervangen door de volgende vermelding: “Erfgoederen verkregen in het kader van een erfopvolging ingevoerd met voorwaardelijke vrijstelling – zie bijgaande lijst – toepassing van de Circulaire Erfopvolging 2019”. In dit geval wordt de zekerheidsstelling voor de invoerrechten en de BTW forfaitair berekend op de waarde van alle goederen waarvoor de voorwaardelijke vrijstelling wordt verleend (tegen 21% van de totale waarde van de betrokken goederen, vermeerderd met het bedrag van de eventueel betrokken invoerrechten).
Wanneer de aangever geen gebruik maakt van de hierboven bedoelde mogelijkheid of wanneer het gaat om goederen in een beperkte hoeveelheid, wordt de te stellen zekerheid berekend zodat de juiste heffing van de betrokken belastingen gegarandeerd wordt.
6.6.3. Verlenging
22. De geldigheidstermijn van de invoeraangifte met voorwaardelijke vrijstelling kan, wegens bijzondere omstandigheden en op verzoek van de belanghebbende (of ambtshalve – bijvoorbeeld om de inverbruikstelling van de erin opgenomen goederen mogelijk te maken), verlengd worden.
6.6.4. Aanzuivering
23. Wanneer de aangiften met voorwaardelijke vrijstelling volledig aangezuiverd kunnen worden door de toekenning van de definitieve vrijstelling (bv. na voorlegging van de bewijsstukken die bij de invoer ontbraken), moeten ze worden vervangen op het kantoor van geldigmaking van de definitieve aangifte met inverbruikstelling. In de desbetreffende vakken van deze aangifte mogen de omschrijving van de goederen en de aanduiding van de desbetreffende tariefposten worden weggelaten en vervangen door de vermelding:
“Erfgoederen – Zuivering door toelating onder definitieve vrijstelling van de invoeraangifte (met voorwaardelijke vrijstelling) nr. . . . . . . . . . . . . . . . dd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . van het douanekantoor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Toepassing van Circulaire Erfopvolging 2019”
In dat geval moet er geen nieuwe lijst van de goederen in kwestie worden voorgelegd.
24. Wanneer de aangifte niet regelmatig wordt aangezuiverd (geheel of gedeeltelijk) en de zekerheidsstelling werd opgenomen in de definitieve ontvangsten (geheel of gedeeltelijk), wordt het bedrag van de verschuldigde belastingen berekend op basis van de waarden die werden gebruikt om de zekerheidsstelling te bepalen.
De voorwerpen die niet met definitieve vrijstelling kunnen worden toegelaten, worden onderworpen aan de betaling van de verschuldigdheden op het kantoor van geldigmaking van de invoeraangifte met voorwaardelijke vrijstelling.
6.7. Motorvoertuigen en kampeerwagens [1]
25. De motorvoertuigen en de kampeerwagens kunnen slechts in aanmerking komen voor de vrijstelling voor zover het erfgoederen zijn.
Wanneer motorvoertuigen, aanhangwagens en kampeerwagens onder voorwaarden belastingvrij worden ingevoerd als erfgoed, wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de goederen in kwestie altijd onder dekking van een afzonderlijke invoeraangifte moeten worden toegelaten.
Voor het overige zijn de gewone voorwaarden voor het verlenen of weigeren van de vrijstelling en de te volgen procedure van toepassing.
26. Motorvoertuigen die zonder documenten in het kader van de internationale verkeersregeling worden ingevoerd, worden het voorwerp van een schriftelijke invoeraangifte wanneer deze onder vrijstelling ingevoerd worden als zijnde goederen verworven in het kader van de erfopvolging.
Wanneer een aangifte IM 4 (regime 40) of EU 4 (regime 40) wordt gevalideerd voor een voertuig dat door de DIV (Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen) moet worden geregistreerd, geeft het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor een elektronisch signaal 705 uit, geïndividualiseerd op naam van de BTW belastingplichtige in geval van rechtspersonen.
Indien de verklaring van IM 4 (schema 40) of EU 4 (schema 40) betrekking heeft op een motorvoertuig, moet deze ambtenaar het formulier 48b/bijdragen ook doorsturen naar het op dit document voorgedrukte adres.
6.8. Gebruik van de goederen na invoer - Controle achteraf
27. Er zijn geen voorwaarden voor het behoud of het gebruik van goederen die in het kader van een erfopvolging worden verzameld nadat ze in gebruik zijn genomen (het goed kan dus worden uitgeleend, verhuurd of verpand).
28. De controlediensten moeten vooral in het licht van de aangiften nagaan of dezelfde persoon, nadat hij regelmatig bij een bepaald kantoor voor een bepaalde erfenis de vrijstelling heeft verkregen, bij een ander kantoor niet ten onrechte om de vrijstelling heeft verzocht, met gebruikmaking van dezelfde bewijzen, terwijl de voorwerpen geen deel uitmaakten van een erfenis, maar bijvoorbeeld in het buitenland als nieuw waren verworven.
Indien het onderzoek van de betrokken inspectiedienst misbruiken, onregelmatigheden of ernstige vermoedens van fraude aan het licht brengt, moet een procesdossier worden samengesteld en langs hiërarchische weg doorgestuurd worden naar de bevoegde dienst.
7. Bepalingen inzake BTW
7.1. Algemeenheden
29. Zoals bij de douane heeft de BTW vrijstelling enkel betrekking op de goederen die afkomstig zijn uit derde landen buiten de EU.
De persoonlijke goederen verworven in het kader van een erfopvolging kunnen door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats in de Unie heeft, ingevoerd worden met volledige vrijstelling van BTW voor zover de beperkingen en voorwaarden van artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 7 zijn nageleefd.
Deze voorwaarden zijn ook van toepassing op persoonlijke goederen uit een land buiten de EU die door middel van testamentaire erfopvolging worden ingezameld door rechtspersonen binnen het grondgebied van de Unie gevestigd die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefenen.
7.2. Toepassingsmodaliteiten
30. De toepassingsmodaliteiten die zijn bepaald inzake invoerrechten zijn “mutatis mutandis” van toepassing inzake BTW voor de goederen verkregen in het kader van erfopvolging
8. Accijnzen
31. Er is geen vrijstelling van accijnzen voor de invoer uit niet-EU-landen.
Merk op dat op het gebied van accijnzen de vrijstelling binnen de limieten voor de bagage van reizigers (zie circulaire 2017/C/41 betreffende bagage) van toepassing blijft, op voorwaarde dat de goederen in hun persoonlijke bagage worden vervoerd door de persoon die persoonlijke goederen vervoert die in het kader van een nalatenschap worden opgehaald.
9. Samenvattende tabel
32.
Toekenningsvoorwaarden van de vrijstelling | |
Natuurlijke personen | - Normale verblijfplaats binnen het douanegebied van de Unie |
Rechtspersonen |
- Activiteit zonder winstoogmerk - Gevestigd in het douanegebied van de Unie |
Goederen | - Persoonlijke goederen verkregen door erfopvolging |
Termijnen/gebruik |
- Inverbruikstelling uiterlijk 2 jaar na de datum waarop de goederen in bezit zijn gesteld - Verlenging mogelijk op grond van bijzondere omstandigheden |
Uitsluitingen |
- Alcoholische producten - Tabak en tabaksproducten - Bedrijfsvoertuigen - Materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten nodig voor de uitoefening van het beroep van de overledene - Voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten - Levend vee en voorraden landbouwproducten die de met de normale gezinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden |
10. Slotbepalingen
33. Deze circulaire vervangt de vroegere wettelijke en reglementaire bepalingen (en de commentaren ervan) van Hoofdstuk I, Titel III (Vrijstelling erfopvolging) van de Instructie Definitieve Vrijstellingen 1984 – DI 510.0 en heft de genoemde bepalingen op.
Voor de administrateur-generaal van de douane en accijnzen
Jo Lemaire
Adviseur-generaal
11. BIJLAGEN
BIJLAGE I - Artikel 17 tot 20 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.
HOOFDSTUK III
Persoonlijke goederen, verkregen in het kader van een erfopvolging
Artikel 17
1. Behoudens de artikelen 18, 19 en 20, zijn van rechten bij invoer vrijgesteld, de persoonlijke goederen die door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap heeft, door erfopvolging bij versterf, of door erfopvolging bij testament zijn verkregen.
2. Voor de toepassing van lid 1 wordt onder „persoonlijke goederen” verstaan alle in artikel 2, lid 1, onder c), bedoelde goederen die de erfenis van de overledene vormen.
Artikel 18
Van de vrijstelling zijn uitgesloten:
a) alcoholische producten;
b) tabak en tabaksproducten;
c) bedrijfsvoertuigen;
d) materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor de uitoefening van het beroep van de overledene;
e) voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten;
f) levend vee en voorraden landbouwproducten die de met de normale gezinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden.
Artikel 19
1. De vrijstelling wordt slechts verleend voor persoonlijke goederen welke ten laatste twee jaar na de datum waarop de goederen in bezit gesteld zijn (definitieve regeling van de erfopvolging) voor het vrije verkeer zijn aangegeven.
Door de bevoegde autoriteiten kan evenwel op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van deze termijn worden toegestaan.
2. De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in lid 1 bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden.
Artikel 20
De artikelen 17, 18 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing op de persoonlijke goederen die door erfopvolging bij testament worden verworven door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd.
BIJLAGE II - Artikel 16 van het KB nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de BTW
Artikel 16
§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van de persoonlijke goederen die door een natuurlijk persoon die zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap heeft, door erfopvolging bij versterf, of door erfopvolging bij testament zijn verkregen.
§ 2. Van de vrijstelling zijn uitgesloten :
1° alcoholische producten;
2° tabak en tabaksproducten;
3° bedrijfsvoertuigen;
4° materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor de uitoefening van het beroep van de overledene;
5° voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten;
6° levend vee en voorraden landbouwproducten die de met de normale gezinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden.
§ 3. De vrijstelling wordt slechts verleend voor persoonlijke goederen welke ten laatste twee jaar vanaf de datum waarop de goederen in het bezit gesteld zijn definitief zijn ingevoerd ingevolge de definitieve regeling van de erfopvolging.
Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan evenwel op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van deze termijn worden toegestaan.
De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in het eerste lid bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden.
§ 4. Dit artikel geldt mutatis mutandis voor de persoonlijke goederen die door erfopvolging bij testament worden verworven door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd.
[1] Moeten worden beschouwd als "motorvoertuigen", alle vervoermiddelen die door een motor worden aangedreven (motorvoertuigen, motorfietsen, pleziervaartuigen, enz.).
Interne ref.: D.I. 510.030
