Circulaire nr. Ci.RH.233/628.778 (AAFisc Nr. 36/2013) d.d. 08.10.2013

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Vennootschapsbelasting

Circulaire nr. Ci.RH.233/628.778 (AAFisc Nr. 36/2013) d.d. 08.10.2013

Personenbelasting

Belastbare grondslag in de PB

Divers inkomen

Schuldenaar van de RV

Opeisbaarheid van de RV

Bepaling van het belastbaar inkomen

Aangifte in de RPB

Herhaling van de principes die van toepassing zijn m.b.t. de RV die verschuldigd is i.v.m. de inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, WIB 92 (inzonderheid in het geval van de gsm-masten) verkregen door verkrijgers die onderworpen zijn aan de RPB. - RV betaald door de schuldenaar van de inkomsten in plaats van de verkrijger.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C (sector directe belastingen).

1. Vanaf 1.1.2012 (1) omvat art. 90, 5°, c), WIB 92, als diverse inkomsten van roerende aard, de inkomsten verkregen, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is te gebruiken om er zend- en ontvangstapparaten te installeren door de operatoren van de mobiele telefonie.

(1) Zie de art. 5 en 39, derde lid, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 20.12.2012, Ed. 4, blz. 86373 e.v.).

Deze circulaire strekt ertoe de aandacht te vestigen op de principes die van toepassing zijn inzake de inhouding en de verschuldigdheid van de RV met betrekking tot de inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, b) of c), WIB 92 (2), wanneer ze zijn verkregen door belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de RPB.

(2) Art. 90, 5°, b), WIB 92, beoogt de inkomsten verkregen, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en niet gelegen binnen de omheining van een sportinrichting te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen.

I. SCHULDENAAR VAN DE RV

2. Overeenkomstig art. 262, 3°, WIB 92, is de schuldenaar van de RV met betrekking tot de inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, WIB 92, die worden verkregen door rechtspersonen die aan de RPB zijn onderworpen, de verkrijger van de inkomsten.

3. Niettemin heeft de administratie er geen bezwaar tegen dat de schuldenaar van de inkomsten er zich in het kader van een lastgeving (3) toe verbindt de verplichtingen inzake de verschuldigdheid van de RV te voldoen in naam en voor rekening van de verkrijger.

(3) Overeenkomstig art. 1984, BW, is de lastgeving of de volmacht een handeling, waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen.

II. OPEISBAARHEID VAN DE RV

4. Overeenkomstig de art. 312 en 412, eerste lid, WIB 92, moet de RV het voorwerp uitmaken van een aangifte en moet die RV worden betaald binnen de 15 dagen na de datum van toekenning of betaalbaarstelling van de inkomsten.

5. Overeenkomstig art. 267, voorlaatste lid, WIB 92, worden de inkomsten waarvoor de RV door de verkrijger is verschuldigd (inzonderheid in uitvoering van art. 262, 3°, WIB 92) geacht te zijn toegekend of betaalbaar gesteld op de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin zij door de verkrijgers zijn verkregen (4) (wat de belastingplichtigen betreft die aan de RPB zijn onderworpen is dit in het algemeen 31.12 van het jaar N voor de inkomsten verkregen in de loop van het jaar N) (5).

(4) Die bijzonderheid kan een weerslag hebben in het geval van een wetswijziging op het vlak van de toe te passen aanslagvoet van de RV.

(5) Zie art. 200, c), KB/WIB 92.

6. Het gebruik van de techniek van de lastgeving doet geen afbreuk aan de toepassing van de bepalingen van het WIB 92, inzake de opeisbaarheid van de RV. De schuldenaar van de inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, WIB 92, die de verplichtingen in naam en voor rekening van de verkrijger zou vervullen op basis van een lastgeving, is ertoe gehouden de termijn zoals bedoeld in art. 412, eerste lid, WIB 92, inzake de storting van de RV, na te leven.

Bijgevolg zal de RV met betrekking tot de inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, WIB 92, die door een belastingplichtige die onderworpen is aan de RPB worden verkregen, en die door een lasthebber van die belastingplichtige zou zijn voldaan, aan de Schatkist moeten worden gestort binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de laatste dag van het belastbare tijdperk waarop de inkomsten betrekking hebben (m.a.w. tijdens de eerste 15 dagen van de maand januari die volgt op het jaar van de toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten).

III. BEPALING VAN HET BELASTBAAR INKOMEN

1. Aftrekbare kosten

7. Overeenkomstig art. 100, eerste lid, 2°, WIB 92, worden de inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, b), of c), WIB92, inaanmerking genomen naar het verschil tussen:

a) het totale bedrag van de door de overdrager verkregen bedragen en voordelen;

b) het totale bedrag van de kosten die de overdrager verantwoordt tijdens het belastbare tijdperk te hebben gedaan of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair vastgesteld op 5% van de verkregen bedragen en voordelen.

In het geval de kosten die door de verkrijger zijn gemaakt niet effectief door hem worden gedragen maar ten laste worden genomen door de schuldenaar van de inkomsten, kunnen die kosten niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van het voormelde verschil. De bedoelde kosten die aan de verkrijger zouden worden terugbetaald door de schuldenaar van de inkomsten vormen een belastbaar inkomen voor het jaar waarin de terugbetaling gebeurt.

2. Brutering van het inkomen

8. Overeenkomstig art. 268, WIB 92, moet de RV aan het bedrag van het roerend inkomen worden toegevoegd voor de berekening van de RV ("brutering" van het inkomen) wanneer de schuldenaar van het inkomen de RV ten laste neemt ter ontlasting van de verkrijger. De toepassing van art. 268, WIB 92, veronderstelt dat is aangetoond dat de schuldenaar van de inkomsten zich ertoe heeft verbonden de RV persoonlijk ten laste te nemen (Cass. 14.1.1993, Bull. 740, juli 1994). De vraag inzake de tenlasteneming van de RV door de schuldenaar van de inkomsten moet worden bekeken in het licht van de overeenkomsten die de relaties tussen de partijen regelen (Cass. 26.5.1994, inzake SA Fonderie et Poeleries de Charleroi).

IV. AANGIFTE IN DE RPB

9. De inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 5°, WIB 92, die worden verkregen door belastingplichtigen die overeenkomstig art. 220, 2° of 3°, WIB 92 (6) aan de RPB onderworpen zijn, moeten door de verkrijger in zijn jaarlijkse aangifte in de inkomstenbelastingen worden vermeld, ongeacht of de verplichtingen inzake RV door die verkrijger zelf of door een door hem aangeduide lasthebber werden vervuld.

(6) De belastingplichtigen zoals bedoeld in art. 220, 1°, WIB 92, zijn ervan ontheven een aangifte in de RPB te doen (zie nr. 305/37, Com.IB 92).

Er moet hierbij de volgende inlichtingen worden meegedeeld (zie aangiftemodel met betrekking tot het aj. 2013 - inkomstenjaar 2012, blz. 6/6, kader "Diverse inkomsten"):

1. bedrag van de inkomsten (code 5431);

2. verschuldigde RV (code 5432);

3. ontvangkantoor (code 5433) (7);

4. data van storting (code 5434).

(7) Vanaf 1.1.2012 is dit in principe het Inningscentrum Roerende Voorheffing.

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

R. ROSOUX

Adviseur-generaal dd. - Auditeur-generaal van financiën dd.