Aanschrijving nr. 113 dd. 12.07.1971

AANSCHRIJVING 71/113

Aanschrijving nr. 113 dd. 12.07.1971


Tarieven

Deze aanschrijving heeft tot doel de commentaar te vervolledigen gegeven in de aanschrijving van 24 november 1970, nr. 79, wat betreft rubriek I, van Tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

Hoofdstuk XXIII van bovengenoemde aanschrijving wordt door de navolgende tekst vervangen.

« Hoofdstuk XXIII - Voertuigen.

« 79. Rubriek I, nummer 1, van tabel C onderwerpt aan het tarief van 25 pct., de automobielen voor personenvervoer langs de weg, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, maar met uitzondering van :

a. de voertuigen met zitplaats voor meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

b. voertuigen die speciaal zijn ingericht voor het vervoer van zie-

ken, gewonden of gevangenen, of voor lijkenvervoer.

c. automobielen bedoeld in rubriek XXII van Tabel A.

« Rubriek I, nummer 1, van tabel C bedoelt in beginsel alle motor-voertuigen die wegens hun structuur, normaal bestemd zijn voor personenvervoer op de weg, ongeacht de soort van de motor, het produkt dat hij verbruikt en zijn voedingswijze. Als criterium wordt genomen de bouw en de inrichting van de carrosserie van de beschouwde voertuigen.

« Het tarief van 25 pct. is derhalve toepasselijk op alle autovoertuigen bestemd voor personenvervoer langs de weg, zelfs indien sommige van deze voertuigen zowel voor het vervoer van personen als voor het vervoer van goederen kunnen dienen. Zijn inzonderheid belastbaar met het tarief van 25 pct. : de coupés, limousines, berlines, cabriolets, familiales, commerciales, breaks en « stationwagens», sportwagens, drie- en vierwielige lichte voertuigen van het cyclecartype, die, wat details van constructie (stuurinrichting, overbrenging-remsysteem) en motorisch principe aangaat gelijk te stellen zijn met automobielen.

« Onder commercials, breaks en « stationwagens » dient te worden verstaan, voertuigen die de carrosserie hebben van een toerismewagen maar waarvan de ruimte achter de zetel van de bestuurder zodanig is ingericht dat ze dienstig is voor het vervoer van goederen of personen. Deze voertuigen zijn belastbaar met het tarief van 25 pct., zelfs indien ze verkocht worden zonder zetels en zelfs wanneer de koper ze in feite uitsluitend voor goederenvervoer gebruikt.

Nochtans indien de ruimte achter de zetel van de bestuurder niet voorzien is van zijruiten, wordt het voertuig beschouwd als uitsluitend dienstig voor het vervoer van goederen en ontsnapt het als dusdanig aan het tarief van 25 pct.

« Zijn daarentegen uitgesloten van rubriek I, nummer 1, en belastbaar met het tarief van 18 pct. :

1. voertuigen met zitplaats voor meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen : autobussen, autocars, enz.

2. voertuigen die speciaal zijn ingericht voor het vervoer van zieken, gewonden of gevangenen, of voor lijkenvervoer.

3. vrachtwagens, lichte vrachtwagens, bestelwagens en andere bedrijfswagens waarvan de structuur zo is dat ze normaal bestemd zijn voor goederenvervoer, zelfs indien ze speciaal zijn ingericht voor personenvervoer, wat ook het aantal mag zijn van de personen die ze kunnen vervoeren.

4. zogenaamde voertuigen voor « alle terreinen », waarvan de ka-rakteristiek is, bij gebrek aan rupsbanden, dat ze ten minste twee aandrijvende wielstellen bezitten.

5. voertuigen die niet meer geschikt zijn om op de openbare weg te rijden en die zonder inschrijvingsbewijs verkocht worden (zie nr. 79bis).

« Ten slotte mag men nier uit het oog verliezen dat, gelet op de hoedanigheid van de koper of van de vervoerder de autovoertuigen ingevoerd of verkregen door personen bedoeld in tabel A, rubriek XXII, van bovengenoemde bijlage zijn uitgesloten van rubriek I, nummer 1, van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20. Deze voertuigen zijn onderworpen aan het tarief van 6 pct. (z. nr. 51).

« Wat de wrakken van autovoertuigen betreft deze mogen als schroot gekocht worden zonder belasting, onder de voorwaarden gesteld in de aanschrijving van 15 december 1970, nr. 88.

« In dit opzicht, dient men als schroot te beschouwen, de wrakken van voertuigen die aan recuperatiebedrijven verkocht worden wegneming van de stukken die nog opnieuw kunnen worden gebruikt.

« 79bis. Wanneer een autovoertuig waarvan de verkoop de belasting over de toegevoegde waarde tegen het tarief van 25 pct. opeisbaar maakt bij toepassing van voormelde rubriek I, nummer 1, niet meer geschikt is om de openbare weg te rijden en verkocht wordt zonder inschrijvingsbewijs - dit laatste teruggestuurd zijnde naar de Dienst van het wegverkeer - is deze verkoop belastbaar met de belasting over de toegevoegde waarde tegen het tarief van 18 p ct. De belasting is zelfs niet verschuldigd indien de verkoper een niet-belastingplichtige is. Het hoeft geen betoog dat in die onderstelling, de koper in het bezit moet zijn van een attest van de verkoper waarbij deze laatste verklaart dat hij het inschrijvingsbewijs naar de Dienst van het wegverkeer heeft teruggestuurd. Anderzijds dient de eventuele nieuwe inschrijving van het voertuig, indien het een voertuig betreft dat bedoeld wordt in rubriek I, nummer 1, van tabel C, beschouwd te worden als een ingebruikneming van een nieuw voertuig, onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde tegen het tarief van 25 pct., bij toepassing van artikel 14, 2 o, van het Wetboek.

« 80. Rubriek I, nummer 2, van Tabel C, onderwerpt aan het tarief van 25 pct., de automobielen voor sportwedstrijden of voor het vermaak van kinderen. Hierbij zijn bedoeld, de motorvoertuigen die in het stelsel van de met het zegel gelijkgestelde taksen onderworpen waren aan de weeldetaks bij toepassing van artikel 179, Tabel A, rubriek VII, van de Algemene Verordening, namelijk de voertuigen die bestemd zijn om in een gesloten kring te rijden, de go-cars en de motorvoertuigen voor kinderen.

« Daar zij niet voldoen aan de vereisten van het Algemeen Reglement op de politie van het wegverkeer mogen zij niet op de openbare weg rijden; ze zijn evenwel, volgens hun structuur, bestemd voor sportwedstrijden of voor het vermaak van kinderen.

« 81. Rubriek 1, nummer 3, van Tabel C onderwerpt de kampeerwagens aan het tarief van 25 pct.

« Hierbij zijn bedoeld de caravans en de « camping-cars ».

« Daarentegen zijn de aanhangwagens die wegens hun speciale structuur (een groot gewicht of buitengewone afmetingen) klaarblijkelijk niet bestemd zijn om over een tamelijk grote afstand door een personenauto te worden getrokken, niet bedoeld in deze bepaling en zijn ze in principe onderworpen aan het tarief van 18 pct. Zijn inzonderheid in dit geval, de aanhangwagens op de markt gebracht onder de benaming : « residentiële caravans », « sta-caravans », « mobilhomes » enz., die meestal noch over een verensysteem noch over een remuitrusting beschikken.

« Zijn eveneens uitgesloten van rubriek I, nummer 3, van Tabel C, aanhangwagens voor bijzondere doeleinden, zoals woonwagens op vier wielen voor foorkramers, wagens bijzonder ingericht voor de brandweer of voor het vegen, het spreiden of het sproeien, kapelwagens, kantoorwagens, schaftwagens, wagens ingericht als werkplaats, aanhangwagens bijzonder ingericht als frituur of als kraam uitgerust voor de vervaardiging en de verkoop van beignets en wafels.

« 82. Het toebehoren en de uitrustingsstukken die samen worden geleverd met voertuigen die onderworpen zijn aan de belasting over de toegevoegde waarde tegen het tarief van 25 pct., zijn eveneens onderworpen aan dit tarief, zelfs indien ze geleverd worden tegen betaling van een afzonderlijk gefactureerde prijs (rubriek I, nummer 4, van Tabel C). Als voorbeelden kunnen worden genoemd huifels voor kampeerwagens, bumpers, zonnekleppen, knaldempers, achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordels, spatlappen van rubber enz.).

« Wat het toebehoren betreft dat normaal geen deel uitmaakt van een voertuig waarvoor een catalogusprijs werd opgesteld zonder rekening te houden met dat toebehoren, dient opgemerkt dat de belasting afzonderlijk moet worden geheven over de waarde van dat toebehoren, zonder rekening te houden met de belasting verschuldigd over de minimummaatstaf van heffing, bepaald door het koninklijk besluit nr. 17, van 20 juli 1970.

« 83. Onder voorbehoud van de vrijstelling van artikel 42, § 1, 2 o, van het BTW-Wetboek zijn bij toepassing van rubriek I, nummer 5, van Tabel C, de vliegtuigen, hefschroefvliegtuigen en andere dergelijke toestellen onderworpen aan het tarief van 5 pct. De hier bedoelde toestellen zijn zwaarder dan de lucht en worden mechanisch voortbewogen.

« Zweefvliegtuigen, luchtballons en andere luchtschepen blijven dus buiten het toepassingsgebied van deze rubriek en zijn onderworpen van het tarief van 18 pct.

« 84. Rubriek I, nummer 6, van Tabel C onderwerpt aan het tarief van 25 pct. : de jachten, plezierboten en buitenboordmotoren.

« Onder jachten en plezierboten worden verstaan, vaartuigen die niet bestemd zijn voor winstgevende verrichtingen van scheepvaart en die dus geen zee- of binnenschepen zijn zoals bedoeld in de artikelen 1 en 271 van boek II van het Wetboek van koophandel.

« Zijn namelijk te beschouwen als jachten en plezierboten, de schepen en vaartuigen die gebruikt worden voor de sport (roeisport, jacht, visvangst, enz.), voor het toeren, voor wetenschappelijke navorsingen, enz., ongeacht de stof waaruit zij vervaardigd zijn (metaal, hout, gegummeerd weefsel, kunstmatige plastische stof, enz.), hun drijfsysteem (zeil, roeispaan, stoom-, benzine-, mazoutmotor, enz.) en hun benaming (sloepen, roeiboten, bootjes, schuitjes, kano's, vouwboten, jollen, pagaaibootjes, kajaks, jachten, glijboten, waterfietsen, waterscooters (« pedalo's »), gondels, werives, skiffs, pneumatische rubberbootjes, enz.). Reddingsboten die aan de kust gebruikt worden zijn nochtans niet bedoeld in rubriek I, nummer 6, van Tabel C en zijn onderworpen aan het tarief van 18 pct.

« De jachten en plezierboten die voor gemeenschappelijk vervoer bestemd zijn, blijven eveneens buiten het toepassingsgebied van deze rubriek. De levering en de invoer van dergelijke goederen zijn overigens van de belasting vrijgesteld bij toepassing van artikel 42, § 1, 1 o, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

« Wat de buitenboordmotoren betreft, deze zijn onderworpen aan het tarief van 25 pct.; het betreft hier motoren welke dienen voor de voortstuwing van kleine vaartuigen en bestaan uit een motor, een as, een schroef en een roer, welke tezamen één geheel vormen.»